Schaduw in het Nieuwe Testament
Hierin komt schaduw maar acht keer voor. In Hebreeën 10:1 staat dat de wet slechts een schaduw had en dat de offers nooit tot volmaaktheid konden brengen. Het gaat om het enige en ultieme offer!
Het ware Licht, met een hoofdletter, wordt ons geschilderd en het wordt steeds indringender. Er is minder plaats voor schaduw, de contouren verdwijnen, want het ware Licht is bekendgemaakt aan het volk Israël en aan de hele wereld, de overheden en machten!
“Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben” (Joh. 8:12).
“Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen” (Hebr. 2:14).
De dood is tenietgedaan, met als gevolg onvergankelijk leven voor Gods kinderen. De schaduw van de dood is verdwenen, er is nu in de nabijheid van de Heere alles vervullend leven aan het licht gebracht, dat nooit meer eindigt.
De nieuwe mens geschapen
We lazen in de vorige TotSlot over de schepping van de mens. Adam zondigde en er wordt over hem (en ons) gesproken als zijnde de oude (zondige) mens, het schaduwbeeld.
Het mooie is dat Paulus ook spreekt over een schepping, namelijk de schepping van de nieuwe mens!
Hij spreekt hierover in Efeze 4: 17-24: “Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken, verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart. Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven. Maar u hebt Christus zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is, namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten, en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken, en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”
De waarheid in Jezus is dat Hij de oude mens heeft afgelegd in Zijn sterven aan het kruis. Hij is de laatste Adam (1 Kor. 15:45a). Paulus roept dan ook op: leg de oude mens af (vs. 22) en bekleedt u met de nieuwe mens (vs. 24).
Wie is de nieuwe mens?
“Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken, en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft” (Efe. 2:14-16).
Ook hier lezen we over het scheppen van de nieuwe mens. Het gaat hier over Jood en heiden, waarbij de tussenmuur is afgebroken. De Heere heeft die twee, Jood en heiden, in Zichzelf tot één nieuwe mens geschapen. Het gaat hier over het Lichaam van Christus, geschapen overeenkomstig het beeld van God.
Van schaduw naar werkelijkheid
Er is nog een opmerkelijk gedeelte, Kolossenzen 2, dat voor ons, als leden van het Lichaam, duidelijk licht werpt op onze positie. In de gemeente van Kolosse was er een dwaalleer. Het Judaïsme legde de nadruk op besnijdenis (zie de Galatenbrief), voedselwetten, feestdagen en de nieuwe maan. Dit werd ook nog eens vermengd met heidense filosofie omtrent de geestenwereld en engelenverering.
Paulus schrijft daarna: “Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus” (Kol. 2:17).
Deze zaken (o.a. de feesten, nieuwe maan en sabbatten) zijn een schaduw van toekomstige dingen. Die gaven een beeld van wat komen zou. Sommige feesten zijn al vervuld in Christus (denk aan Pascha) en er moeten nog drie feesten werkelijk vervuld worden. Dan zegt Paulus, maar het Lichaam is van Christus, of letterlijk maar het lichaam van Christus (is). Hij stelt de schaduw tegenover het Lichaam van Christus. In de huidige tijd van de verborgenheid worden geen schaduwbeelden vervuld.
De werkelijkheid
Voor een schaduw is licht, een object en afstand nodig. Het Licht is aanwezig: onze Heere Jezus Christus. Het object is er ook: dat zijn wij als het lichaam, maar… er is geen afstand meer. Er is geen schaduw mogelijk, we zijn als Lichaam onlosmakelijk verbonden aan het Hoofd, we kunnen niet dichter bij onze hemelse Vader komen dan dat we nu al zijn geplaatst met Christus in God.
In die werkelijkheid mogen we leven, wandelen en handelen, iedere dag en tot het moment dat we in Zijn heerlijkheid mogen verschijnen. Wat verlangt ons hart nog meer?
Bijbelmagazine
