De rijkdom van Christus - Deel 2 De hemelse gewesten

De rijkdom van Christus

Deel 2 De hemelse gewesten

De brief van Paulus aan de Efeziërs staat bekend om de diepe rijkdommen die erin naar voren komen. Dat begint meteen al in het eerste hoofdstuk, waar we bepaald worden bij de rijkdom van de gelovigen. Als één ding in deze brief duidelijk wordt dan is het wel dit: de rijkdom van Christus is de rijkdom van de gelovigen. En dan gaat het over gelovigen die op gelijke wijze (!) mogen delen in de positie (en de daaraan verbonden heerlijkheid) die Christus inneemt, als Hoofd boven al wat is.

Onder de titel 'De rijkdom van Christus' staan we in deze artikelenserie stil bij met name de eerste 14 verzen van de Efezebrief. Dit tweede artikel gaat over de plaats waar we gezegend zijn: in Christus in de hemelse gewesten. Volgende keer beginnen we met de zegeningen zelf.

Wat ging er aan het schrijven van de Efezebrief vooraf?
Paulus schrijft in de Efezebrief aan "gelovigen in Christus Jezus" en zegt vervolgens dat zij gezegend zijn "met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten". Op zich is dit een hele wonderlijke zaak! Tot het moment van schrijven van deze brief heeft de apostel immers telkens verkondigd dat de Heere Jezus zou terugkomen naar deze aarde als het volk van Israël zich tot Hem zou bekeren. De wederkomst op aarde heeft aardse zegeningen voor de dan op aarde levende gelovigen tot gevolg. Hoe heeft het zover kunnen komen, dat de plaats van zegening zo ver van de aarde verwijderd lijkt?
In het eerste artikel uit deze serie (zie AMEN 186) staat dat Paulus de Efezebrief schreef tijdens de tweejarige periode die aan het einde van het boek Handelingen vermeld wordt (Hand. 28: 30 en 31). Handelingen is een geschiedkundig boek dat - achteraf gezien - de overgang beschrijft van Gods zichtbare handelen met Israël naar Zijn verborgen handelen met de Gemeente, die het ene Lichaam van Christus is. Deze overgang hield - opnieuw: achteraf gezien - nauw verband met het afwijzen van het heil/de zaligheid door Israël.

De meeste schrijvers beginnen hun boek met een inleiding. Lukas, de schrijver van Handelingen, doet dat ook. Deze inleiding bevat de rode draad van het hele boek Handelingen en daarmee van de tijd die dit Bijbelboek beschrijft. Over het algemeen is het zo dat als je de inleiding van een boek hebt gelezen, je het boek zelf ook beter begrijpt. Mits er een goede inleiding geschreven is natuurlijk. In de inleidende woorden van Handelingen sluit Lukas aan op zijn eerste boek (het Lukasevangelie) en geeft dan aan dat zijn tweede boek begint met de hemelvaart van de Heere.
In de veertig dagen tussen Zijn opstanding en Zijn hemelvaart, sprak de Heere over "de dingen (...) die het koninkrijk van God betreffen" (Hand. 1:3). Vlak vóór Zijn vertrek naar de hemel, stellen de apostelen Hem de vraag: "Heere, zult U in deze tijd voor Israël het koninkrijk weer herstellen?" (Hand. 1:6). Het woord dat met 'koninkrijk' vertaald is, is het Griekse woord basileia. Het boek Handelingen begint en eindigt met het tweemaal noemen van dit woord. Zie Handelingen 1:3 en 6 en Handelingen 28:23 en 31. We kunnen zeggen dat het antwoord op de vraag van de apostelen in Handelingen 1:6, gestalte heeft gekregen in de geschiedenis van de Handelingentijd zoals deze beschreven is in Handelingen 1-28. Als antwoord op de vraag in Handelingen 1:6 vat de Heere Jezus deze geschiedenis samen in vers 7 en 8: "Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft, maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde".

U zult Mijn getuigen zijn
Let wel dat de woorden "u zult" die tweemaal door de Heere worden uitgesproken geenszins een opdracht is! Hoewel het vaak als een gebiedende wijs wordt uitgelegd, staan deze woorden in de toekomende tijd! Feitelijk spreekt de Heere dus een profetie uit over hoe het vervolgens zal gaan! Tegelijk geeft Lukas daarmee in zijn inleiding aan hoe het verdere verloop van zijn boek zal zijn. Wanneer we Handelingen lezen, zien we dan ook dat de profetische woorden van de Heere nauwkeurig vervuld worden. Na deze vervulling kunnen we aan het einde van de Handelingenperiode antwoord geven op de vraag of het koninkrijk voor Israël inderdaad hersteld is of niet.

In Zijn profetische voorzegging geeft de Heere drie fasen aan die in Handelingen uitvoerig beschreven worden. Het begint met "u zult Mijn getuigen zijn", waarna we lezen wáár dat getuigenis gegeven wordt:

in Jeruzalem    
Hand. 2-7 (beginnend met Petrus eindigend met Stefanus)
in heel Judea en Samaria    
Hand. 8-12 (vergelijk Hand. 8:1 met Hand. 8:4!)
tot aan het uiterste van de aarde    
Hand. 13-28 (door de bediening van Paulus; lees Hand. 13:47).

Als je de genoemde tekstgedeelten leest, zie je dat de profetische woorden van de Heere Jezus exact vervuld zijn in de drie fasen die Hij Zelf heeft aangegeven. Bovendien blijkt Paulus daarin een wezenlijk aandeel te hebben. Nadat dit getuigenis zo'n drieëndertig jaar - zolang duurde de Handelingenperiode ongeveer - geklonken heeft, komt de vraag op of de Heere inderdaad het koninkrijk voor Israël hersteld heeft of niet. Het antwoord lezen we in Handelingen 28, waarin - zoals gezegd - ook tweemaal over het koninkrijk gesproken wordt. De voorlaatste keer heeft direct te maken met het koningschap voor Israël (Hand. 28:23). We lezen dat Paulus nog eenmaal getuigt van het koninkrijk, waarbij hij in het uiterste van de aarde de Joodse voormannen te Rome aanspreekt. De laatste keer - in Handelingen 28:31 - correspondeert het noemen van het koninkrijk met de eerste keer dat het in Handelingen voorkomt (Hand. 1:3). Hoe we "het koninkrijk van God" in Handelingen 28:31 moeten opvatten, wordt duidelijk uit de brieven die Paulus in diezelfde tijd schreef.
Lees bijvoorbeeld Kolossenzen 1:13 en 14: "Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden". In Kolossenzen 3:1 en 3 zeggen ons wáár de Zoon van Zijn liefde is: "... boven (...) aan de rechterhand van God (...) verborgen in God ...". Dáár was het koninkrijk van God toen Paulus het predikte aan het einde van Handelingen. En daar is het nog steeds.
Was het getuigenis dat gedurende de Handelingenperiode klonk aanvaard en geloofd, dan was de Heere "op dezelfde wijze" wedergekomen als de Galileese mannen Hem ten hemel hadden zien varen (Hand. 1:11; vgl. Hand. 3:19 en 20). Paulus laat aan het einde van Handelingen, in de brieven die hij toen schreef, zien dat de Heere (voorlopig) niet zou wederkomen en dat Zijn koninkrijk verborgen zou blijven; boven in de hemelse gewesten, waar gelovigen delen in de positie van Christus Jezus, Die in die hoedanigheid in de gestalte Gods is (Fil. 2:5).

Het is overigens opvallend dat het 'koningschap voor Israël' begint met koning Saul en dat het (voorlopig) eindigt met die andere Saul, die na zijn uitzending door de Heilige Geest verder gaat als Paulus (Hand.13:2 en 9). Beiden komen bovendien uit de stam Benjamin. Na de boodschap over het zichtbare koninkrijk van de Heere op aarde, mag Paulus een andere boodschap gaan verkondigen over verborgen rijkdommen en schatten in Christus: boven ...

Alles is genade
Efeze 1:3 vormt de inleiding tot de zegen die vervolgens in vers 4-14 vermeld staat. We lezen hier: "Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus ...". Dit hele vers lijkt een woordspeling te zijn. Driemaal vinden we een woord dat met zegen verband houdt.
Paulus begint met: "Gezegend zij de God en Vader ...". Dit kan wat vreemd overkomen. Zeker als we Hebreeën 7:7 ernaast leggen, waar staat: "Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is". Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt (eulogeo), is samengesteld uit twee woorden: van eu en logeo. De betekenis van het eerste woord is: goed, en die van het andere is: een woord spreken. We zouden dat dus kunnen samenvatten door te zeggen dat Paulus hier 'goed spreekt' van "de God en Vader van onze Heere Jezus Christus".
Paulus zegent de Heere. Niet om zich daarmee boven God te stellen of zo, maar in de zin van 'goed spreken' van Hem. Paulus doet dat omdat God, de Vader, ons 'goed gesproken heeft' (gezegend heeft) met 'alle goedspreking' (zegen). Kunt u het zich voorstellen? Wij, die van nature niet 'goed' kunnen doen, heeft de Heere 'goed' gesproken. Vanuit een positie van onrechtvaardigheid, duisternis en dood heeft Hij ons rechtvaardig verklaard, levend gemaakt en in het licht geplaatst. Wat een zegen! Vanuit zijn zicht op deze rijke genade van God kan Paulus niet anders dan 'goed' van die hemelse Vader spreken. 
Het is belangrijk zorgvuldig met deze dingen om te gaan! Niet: wij zegenen God, maar: Hij zij gezegend.
Paulus laat dus zien dat we met alle geestelijke zegen gezegend zijn. Niet allerlei, zoals de N.B.G.-'51-vertaling zegt. 'Allerlei' betekent: van alles wat. Maar zo zijn we niet gezegend! We hebben van alles alles. Dit alle wijst dus op een volkomenheid / volmaaktheid van zegen. Als Paulus ze gaat opsommen zien we dat hij zeven aspecten van alle zegen bespreekt. Zeven is het getal van goddelijke volheid. Meer is er niet.

In de hemelse gewesten    
De plaats waar God, de Vader, de rijkdommen van Christus met ons deelt, noemt Paulus "de hemelse gewesten". 

De uitdrukking "in de hemelse gewesten" komt alleen in de Efezebrief voor:

  • 1:20    "die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten";
  • 2:6    "en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus";
  • 3:10    "opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden" en
  • 6:12    "Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten".

Samen met Efeze 1:3 komt deze uitdrukking dus vijfmaal voor in deze brief.

Uit deze vijf Schriftplaatsen leren we dat het de plaats is waar we zo rijk gezegend zijn; dat het de plaats is waar Christus is gezeten, boven alle overheid en macht, aan de rechterhand van God en dat het blijkbaar ook het gebied is waar zich de overheden, machten en wereldbeheersers van deze duisternis bevinden.

Wat zijn de hemelse gewesten?
Veel is al over de betekenis van "in de hemelse gewesten" gezegd en geschreven. Waar moeten we precies aan denken? Willen we enigszins zicht krijgen op de plaats van onze zegeningen, dan is het nodig even door de nu volgende moeilijke stof heen te bijten.

In het Grieks staat er: en tois epouraniois. Wanneer we deze uitdrukking wat uitpluizen, verschaft ons dat meer duidelijkheid. De eerst twee woorden zijn vrij gemakkelijk te begrijpen.
En betekent: in. Hierbij moeten we denken aan 'het zich bevinden in', niet aan het 'ingaan in iets' (daarvoor gebruikt het Grieks het voorzetsel eis). Het Griekse en duidt een situatie van rust aan. In Efeze 1 wordt vaak gesproken over 'in Christus' en 'in Hem'. Daar wordt dit voorzetsel ook gebruikt: we hoeven onze positie in Christus niet meer in te gaan, maar we zijn reeds door genade in Hem gesteld. We mogen als het ware rusten in Hem; weet je dáár je plaats, dan heb je deel aan al die rijke zegen.
Tois is het lidwoord de in het meervoud; om precies te zijn: mannelijk of onzijdig, derde naamval. Dit ene woordje geeft aan dat het om een meervoudig begrip gaat.

Maar nu het derde woord van de uitdrukking 'en tois epouraniois'. Het woord epouraniois (derde naamval meervoud; uit te spreken als: èpoeraniois), komt zonder en tois vaker voor in het Nieuwe Testament: Mattheüs 18:35; Johannes 3:12; 1 Korinthe 15: 40 (2x), 48 (2x), 49; Filippenzen 2:10; 2 Timotheüs 4:18 en Hebreeën 3:1; 6:4; 8:5; 9:23 (het 2e "hemelse"); 11:16 en 12:22. In vrijwel al deze teksten gaat het om het bijvoeglijk naamwoord 'hemelse'; het zegt iets van dat wat erop volgt (bijvoorbeeld: een hemels vaderland, Hebr. 11:15). In een aantal gevallen wordt dit bijvoeglijke naamwoord ook zelfstandig gebruikt (bijvoorbeeld: het hemelse, 1 Kor. 15:48).
In deze laatste vorm - namelijk als zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord - wordt het ook in de Efezebrief gebruikt.

Epouranios is samengesteld uit twee andere woorden: epi (op, bij, boven, over) en ouranios (hemels, behorend tot de hemel). Epouranios betekent dan ook 'boven hemelsen / boven hemelse dingen'.
En tois epouraniois kunnen we dan het beste opvatten als een gebied (sommigen zeggen sfeer) dat zich boven hemelse dingen bevindt.
Hemelse dingen bevinden zich in de hemel, zoals aardse dingen zich op de aarde bevinden. De Bijbel spreekt over een "derde hemel" (2 Kor. 12:2). Dit houdt in dat er ook een eerste en een tweede is. Dit zijn de geschapen hemelen (vergelijk Kol. 1:16). In elke hemel bevinden zich hemelse dingen. Dit houdt vervolgens in dat het gebied boven hemelse dingen ("in de hemelse gewesten") begint boven de eerste hemel en zich uitstrekt tot en met de derde hemel. Anders gezegd: de tweede en de derde hemel vormen 'de hemelse gewesten'.

In Christus
Nu kunnen we ons nog de volgende vraag stellen: bevinden wij ons in de tweede of in de derde hemel ons als het om onze positie gaat en om alle geestelijke zegen gaat waarmee we gezegend zijn? Zowel de tweede als de derde hemel wordt immers omvat door de uitdrukking in de hemelse gewesten?
Het belangrijke antwoord op deze vraag staat onder meer in Efeze 1:3: "... Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus ..."! Onze positie bevindt zich in dát gedeelte van de hemelse gewesten waar Christus Zich bevindt. Zie ook Efeze 1:20 en 2:6, waar duidelijk wordt dat Christus in de derde hemel is gezeten. We zagen dit ook in Kolossenzen 3:1 en 3.
Daar waar Paulus in de Efezebrief spreekt over de overheden en de machten in de hemelse gewesten, daar ontbreekt de uitdrukking "in Christus". Deze overheden en machten bevinden zich dan ook niet in de derde, maar in tweede hemel. Daarnaast kunnen we ook de eerste hemel als hun verblijfplaats zien (zie "de lucht" in Efe. 2:2).
Vanuit onze rijke positie tonen wij Gods veelkleurige wijsheid aan deze duivelse machten. Wij bevinden ons door Gods rijke genade op een plaats waar zij maar al te graag hadden willen zijn! Dat was immers het oude streven van satan: zich aan de Allerhoogste gelijkstellen (Jes. 14:14).
En nu heeft God ons leven verborgen met Christus in God (Kol. 3:3). Wat een rijkdom van genade ...!

Meer artikelen in de serie "De rijkdom van Christus":

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Bijbel en/of Wetenschap

De relatie tussen Bijbel en wetenschap is er één van water en vuur. Wie zegt dat hij gelooft dat God alles geschapen heeft en dat Adam en Eva echt bestaan hebben, wordt vanuit het 'andere kamp' wat meewarig aangekeken ... 'Gelóóf jij dat nog?'.
Dat geloof ook in de wetenschap een grote rol speelt, vergeet men voor het gemak maar even. Maar het is toch echt zo: eerst wordt bedacht hoe het zou kunnen zijn (theorie, aannames, uitgangspunten, geloof) en vervolgens worden daar de bewijzen bij gezocht en zegt men: zie je wel?!
Wanneer wetenschap ons dichter bij de waarheid brengt, is dat alleen maar goed. In de afgelopen zes eeuwen is er binnen de wetenschap echter een proces werkzaam waarbij de Bijbel geleidelijk buitenspel is gezet.

Dit boekje is geschreven met de rotsvaste overtuiging, dat de Bijbel het Woord van God is. Het is een geactualiseerde versie van het Morgenroodboekje Bijbel & Wetenschap (2013).

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Bijbel en/of Wetenschap'

Psalm 4 - Een avondlied

De slotwoorden van Psalm 4 zijn bekend: "In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen". David werkt in deze psalm naar deze vredige rust toe. Voor hij zich kan overgeven aan de slaap roept hij God aan en schrijft hij over zijn benauwdheid en doet hij een beroep op Gods genade. Ondanks alle tegenstand roept hij op te vertrouwen op de HEERE. In het licht van Gods aangezicht geniet hij van de blijdschap die God overvloedig in zijn hart gegeven heeft.
Zie hier de inhoudsopgave van dit boekje.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Psalm 4 - Een avondlied'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''