Elite
Deze confrontaties lieten weinig heel van de (geestelijke) elite in die tijd. Hij sprak hen dikwijls als groep aan, want zij opereerden ook meestal gezamenlijk. Natuurlijk waren er gelukkig ook uitzonderingen onder de Joodse leiders, maar de meesten viel veel te verwijten. De elite keek in die tijd - maar geldt dat ook niet voor nu? - neer op de gewone mensen. Ze zorgden goed voor zichzelf en hadden meer hun eigen belang op het oog dan dat ze het volk dienden. Het optreden van de Heere Jezus stond daarmee in schril contrast. Dit wordt heel mooi samengevat in Markus 10:45 waar staat: "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen."
De elite was gefixeerd op de traditie, de overlevering door de ouden, hun eigen wijsheid. Echter: "... de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God …" (1 Kor. 3:19a). Bij de wijsheid van de wereld hoort ook het godsdienstige systeem, de religie. Het Jodendom in de tijd van de Heere Jezus was daar een onderdeel van. In onze tijd is dat ook zo; het christendom als wereldgodsdienst is religie. Dat systeem zorgt voor onvrede en moeite bij de gewone mensen om hun leven normaal te kunnen leven. De toplaag van het systeem wil hun wil opleggen aan anderen.
De elite in de dagen van de Heere Jezus bestond uit de Joodse Raad (het Sanhedrin), Schriftgeleerden en Farizeeën. De bronnen die ons iets vertellen over wat het Sanhedrin (in de Herziene Statenvertaling meestal vertaald met ‘Raad’) was, zeggen dat deze bestond uit zeventig mannen plus een voorzitter. Soms kon de hogepriester van dat moment de voorzitter zijn. Dit doet in ieder geval denken aan de zeventig oudsten van Israël (Exod. 24:1). De zeventig leden van het Sanhedrin
waren wijze, oudere, geleerde mensen. Eén van de bekendere leden was Gamaliël (Hand. 5:34) aan wiens voeten Paulus nauwgezet was onderwezen (Hand. 22:3).
In de praktijk gingen de gewone mensen gebukt onder het juk dat vanuit het Sanhedrin werd opgelegd. Daarom zegt de Heere Jezus: "Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht" (Matt. 11:28-30). Dit laatste impliceert dat het juk waaronder het gewone volk gebukt ging zwaar was. Er was in de loop van de tijd een heel systeem ontstaan. De leidraad daarin was de Wet die de Heere via Mozes aan Israël gegeven had. Daar werden echter allerlei wetsartikelen bij verzonnen. In totaal kent het Jodendom 613 mitswot, geboden en verboden.
De Wet of de overlevering
De Heere Jezus kwam in conflict met de heersende klasse. Zij maakten zich niet druk om de Schrift, maar om de overlevering van de ouden. Dat was blijkbaar veel belangrijker voor hen. Ze veronachtzaamden de Wet en lieten hun eigen interpretaties prevaleren. Zodoende stonden zij de mensen in de weg om het Koninkrijk binnen te gaan (Matt. 23:13). De gewone mensen werden op godsdienstig vlak geknecht en raakten hun vrijheid kwijt. Vrijheid raak je in de eerste plaats kwijt, omdat de waarheid - die immers vrij maakt (Joh. 8:31, 32 en 44) - je wordt onthouden. Je komt daarmee in de strik van de leugen terecht. Een wereld die vol is van leugen wordt gekenmerkt door het ontnemen van vrijheden. Dat is ook te zien in de wereld waarin wij vandaag leven.
De Heere Jezus legde dit corrupte systeem bloot en Hij trof daarmee de elite in het hart. De Heere meende wat Hij zei, want Hij noemt ze huichelaars (Gr. hupokritai¸ hypocrieten): "Huichelaars! Terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, toen hij zei: Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn" (Matt. 15:7-9). Zo confronteerde de Heere Jezus de leiders in Zijn tijd met de waarheid. En dat maakte Hem niet populair bij hen en degenen van het volk die zich door hen lieten misleiden. Integendeel. Zij zochten voortdurend gelegenheid om Hem dwars te zitten met valse getuigenissen en Hem te honen en te bespotten. Uiteindelijk leidde dat tot Zijn verwerping en kruisiging: “… de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht. Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden” (Joh. 3:19 en 20).
Kosmische strijd
De komst van de Heere was niet alleen om ons zalig te maken, daar ligt vaak - en terecht - wel de nadruk op. Maar het gaat ook om een kosmische strijd tussen God Die almachtig is en satan die ook heel veel kan. Het is een confrontatie tussen twee rijken, het rijk van God en het rijk van satan. Daar zijn niet alleen mensen bij betrokken, maar ook engelen. Ook in de verborgen, geestelijke wereld vindt die confrontatie plaats. In het boek Daniël wordt beschreven dat de engel Michaël helpt bij de strijd tegen de vorsten van Perzië (Dan. 10:13). Michaël is de beschermengel van het volk Israël, zijn naam betekent: wie is God gelijk?
Shakespeare liet Hamlet zeggen: 'In hemel en aarde is meer, Horatio, dan waar je wijsbegeerte van durft dromen'. Laten wij dat ook goed beseffen. Het is een confrontatie tussen goed en kwaad, tussen waarheid en leugen. Gelukkig hebben wij de Bijbel en weten wij nu al de uitkomst van de strijd. Maar de zekerheid dat God overwint, doet niets af aan het feit dat die strijd in alle hevigheid wordt gevoerd. De satan is al vanaf het begin bezig om het plan van God te verstoren. Zodra Adam en Eva waren geschapen, was hij in de hof van Eden en verleidde hij de mens om het gebod van God te overtreden. Er is een lijn van erfgenaamschap in de geschiedenis, waarbij het volk van Israël een rol speelt, die zou leiden tot de komst van de Messias. En satan heeft alles geprobeerd om die lijn ergens te doorbreken. Dat is hem niet gelukt. Wanneer de Heere Jezus dan op aarde is, krijg je de confrontatie met die hemelse machten. Het begint al gelijk na de doop bij het begin van de openbare bediening van de Heere, dat Hij verzocht wordt na een verblijf van veertig dagen in de woestijn.
Portret
In Mattheüs 23 geeft de Heere Jezus een portret van de elite in Zijn tijd: “De Schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes; daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het; maar doe niet naar hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet. Want zij binden lasten samen die zwaar zijn en moeilijk om te dragen, en zij leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij willen die zelf met geen vinger verroeren. Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes aan hun kleren groot. Zij zijn zeer gesteld op de ereplaatsen tijdens de maaltijden en op de voorste plaatsen in de synagogen" (vs. 2-6).
Zolang ze Mozes prediken is dat goed, maar ze handelen er zelf niet naar. Ze willen vooraan staan: "... zij zijn ook belust op de begroetingen op de markten, en om door de mensen 'rabbi, rabbi' genoemd te worden" (vs. 7). Er is niets mis met het woord rabbi, maar zij stonden zich erop voor. Daarom waarschuwde de Heere Zijn discipelen: "Maar u mag zich geen rabbi laten noemen, want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en u bent allen broeders. En u mag niemand op de aarde uw vader noemen, want Eén is uw Vader, namelijk Hij Die in de hemelen is" (vs. 8 en 9). Het gaat uiteraard om de titel ‘vader’, niet om je eigen biologische vader. Wie de leider van de Rooms-Katholieke Kerk dus als ‘Heilige Vader’ c.q. ‘paus’ (in het Italiaans: papa) aanspreekt, is ongehoorzaam aan de Heere!
Wee u
De Heere Jezus vervolgt Zijn toespraak tot de Schriftgeleerden en Farizeeën, de huichelaars en blinde leiders, door acht keer een "wee u" uit te spreken. Indrukwekkend om te lezen in Mattheüs 23:13-30.
Volgens vers 15 deden de leiders ook nog aan zendingswerk: “… u reist zee en land af om één proseliet te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, dubbel zo erg als u.”
Letterlijk staat er: ‘een zoon van de hel'. Het woord ‘hel’ is in de grondtekst: gehenna. Dat is een Griekse transliteratie van het Hebreeuwse geí hinnom = dal (van de zonen) van Hinnom (Joz. 15:8). Dat is een dal ten zuiden van Jeruzalem, waar men vroeger (in de tijd van koning Achaz en Manasse) kinderen verbrandde om de afgod Moloch te eren. Het vuur brandde voortdurend. Gehenna wijst letterlijk op een plaats, maar overdrachtelijk op oordeel. Wanneer de Heere Jezus zegt: jullie maken ze zonen van de hel, dan bedoelt Hij: jullie maken ze rijp voor het oordeel.
Zelf dachten zij kennelijk de toorn te kunnen ontlopen toen Johannes doopte in de Jordaan: "Toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen: Adderengebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn? Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering, en denk niet dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken" (Matt. 3:7-9).
Zonen van de boze
De elite verweet de Heere dat Hij de tekenen deed in de kracht van Beëlzebul (de heer van de demonen, satan), terwijl ze niet doorhadden dat ze zelf de satan dienden. "De akker is de wereld, het goede zaad zijn de kinderen (letterlijk: zonen) van het koninkrijk en het onkruid zijn de kinderen (zonen) van de boze. De vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn engelen" (Matt. 13:38 en 39). Het onkruid wordt gezien als het resultaat van dat wat de satan zaait. Je hebt zonen van het koninkrijk (het goede zaad) en zonen van de ongehoorzaamheid (onkruid) en die groeien met elkaar op in de wereld. Het goede zaad en het onkruid lijken in eerste instantie wel heel erg op elkaar, totdat ze volgroeid zijn. Bij de oogst is het verschil zichtbaar. Het onkruid wordt dan verbrand en het goede zaad blijft staan en is een beeld van hen die het koninkrijk ingaan.
De ‘zonen van het koninkrijk’ zijn gelovigen. Het zaad van de wedergeboorte is het Woord van God, de waarheid. Het zaad van de boze is de leugen. De Bijbel roept op om het onderscheid te zien: "En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer" (Efe. 5:11). Niet deelnemen wil nog wel lukken, maar het ontmaskeren ligt moeilijker, want dan moet je namen noemen.
Er zijn twee soorten ongelovigen. De ene groep wordt gevormd door onwetenden, ze zijn eenvoudigweg ongelovig, of hebben zelfs geen idee van het bestaan van God, laat staan van de verlossing die Hij tot stand gebracht heeft in Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. De andere groep is bewust ongelovig, het zijn de zonen van de boze of van de
ongehoorzaamheid. Zij gaan bewust tegen God en Zijn Woord in! Degenen die wel God eren en dienen worden dan het slachtoffer. Dat leer je al helemaal in het begin van de Bijbel. Kaïn was geboren uit Adam en Eva; hij stelde zich op tegen God en vermoordde liefdeloos zijn bloedeigen broer, Abel. Johannes schreef later: "Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar moeten liefhebben; niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig" (1 Joh. 3:11 en 12). Kaïn verhardde zijn hart, hij wilde niet buigen voor het Woord van God, Abel wel. Kaïn was een zoon van de boze c.q. van de ongehoorzaamheid. (Foto: Kaïn en Abel – Palma il Giovane (1603) – Kunsthistorisch Museum Wenen).
De menigte was verbaasd over de wonderen die de Heere Jezus deed, maar sommigen zeiden dus dat Hij ze deed door satan. In Lukas 11: 14 en 15 staat: "En Hij dreef een demon uit bij iemand, en deze kon niet spreken. En het gebeurde dat hij die niet kon spreken, toen de demon uitgevaren was, sprak. En de menigte verwonderde zich. Maar sommigen van hen zeiden: Hij drijft de demonen uit door Beëlzebul, de aanvoerder van de demonen.”
Lukas zegt: 'sommigen van hen zeiden', Mattheüs zegt: 'Farizeeën zeiden' (Matt. 12:24) en Markus zegt: 'Schriftgeleerden zeiden' (Mark. 3:22). Met name de leiders beweerden het dus; zij horen bij de zonen van de ongehoorzaamheid, mensen die zich bewust afkeren van het Woord van God.
Slaaf van de overlevering
In Johannes 8 lezen we over de twistgesprekken die de Heere Jezus met de Farizeeën had: "Toen Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem. Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken" (vs. 30-32). Ten eerste zou het woord hen vrijmaken uit het web van de voorwaardelijke overleveringen. Paulus zat eerst ook gevangen in dat web, onderwezen aan de voeten van Gamaliël. Hij had het ver gebracht in het Jodendom, totdat God hem greep.
In Johannes 8:34-44 gaat het gesprek als volgt verder: "Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit slaaf van iemand geweest; Hoe kunt U dan zeggen: U zult vrij worden? Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis; de zoon blijft er eeuwig. Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn. Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent, maar u probeert Mij te doden, omdat Mijn woord in u geen plaats krijgt. Ik spreek over wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; u doet dus ook wat u bij uw vader gezien hebt. Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen. Maar nu probeert u Mij te doden, een Mens Die de waarheid tot u gesproken heeft, die Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet. U doet de werken van uw vader. Zij zeiden dan tegen Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader, namelijk God. Jezus dan zei tegen hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woord niet kunt horen. U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen."
Eerst zeggen ze dat Abraham hun vader is - en de Heere geeft ook aan dat zij nageslacht van Abraham zijn - maar Abraham zou de Messias niet hebben willen doden. Dan zeggen ze dat ze niet uit hoererij geboren zijn, waarmee ze de Heere het verwijt maken, dat Hij dat wel zou zijn. Ze zeggen dan dat God hun vader is. Maar de Heere zegt dat de duivel hun vader is. De leiders van het volk, die zichzelf boven het gewone volk stelden, worden door de Heere terechtgewezen. De zonen van de ongehoorzaamheid doen wat hun vader doet, namelijk mensen vermoorden. Dat gebeurde vanaf Abel tot nu toe: "... opdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar" (Matt. 23:35).
De elite liegt, dat zit in de kern van haar systeem!
De heerschappij van het beest zal een hoogtepunt zijn van wat al eeuwen plaatsvindt, mensenhandel (Openb. 18:13) en het vermoorden van kinderen, ook onder de vlag van de ‘kerk’. Paulus heeft het ook over pseudo (= leugen) apostelen. "Want zulke lieden zijn valse (Gr.: pseudo) apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht" (2 Kor. 11:13 en 14). Wij denken bij satan vaak aan een duister figuur met horentjes, maar hij lijkt aan de buitenkant eerder op het beeld dat wij hebben van de Heere Jezus. De dienaren van satan zijn wolven in schaapskleren (Matt. 7:15).
Samaritaan
In het gesprek met de Joden over waarheid en leugen, zeggen de Joden: "Zeggen wij niet terecht dat U een Samaritaan bent en door een demon bezeten bent? Jezus antwoordde: Ik ben niet door een demon bezeten, maar Ik eer Mijn Vader, en u onteert Mij" (Joh. 8:48b en 49).
Waarom hebben ze het over een Samaritaan? In het Grieks staat er inderdaad 'samaritaan', maar het Hebreeuws voor 'samaritaan' is: shomroni. Shomron is in de mythologie verbonden met Ashmedai (Asmodeus), de koning der demonen. In de Kaballa is Shomron de vader van Ashmedai, dat is dezelfde als Sammaël of satan. Asmodeus komt in het boek Tobit voor als demon. In Tobit voelt Asmodeus zich aangetrokken tot Sara, dochter van Raguel, en weigert hij haar aan een echtgenoot te laten (Tobit, vi. 13). Derhalve doodt hij zeven potentiële echtgenoten in de huwelijksnacht. Die gingen dus 'naar de bliksem' of 'naar de ratsmodee'. Het woord Ratsmodee komt uit het Jiddisch. Het is ontstaan uit de Jiddische verbinding nooch der Aschmedaj, wat 'naar de duivel, naar de bliksem' betekent.
Shomron kan dus staan voor Samaria, maar overdrachtelijk voor het opperhoofd van de demonen. In Johannes 8:48 kan het dus goed zijn, dat de elite het woord shomroni niet letterlijk (Samaria) bedoelde, maar in demonische zin; vandaar de combinatie 'Samaritaan' en 'door een demon bezeten'. De Heere Jezus gaat niet in op 'Samaritaan', maar op het bezeten-zijn. Het Jodendom kende meer mythologische aspecten, zoals bijvoorbeeld het verhaal over de rijke man en de arme Lazarus (Luk. 16). Het laat in Johannes 8 in ieder geval zien hoe godslasterlijk de tegenstanders van de Heere Jezus waren.
En omdat het vooral een kosmische strijd is, zegt Paulus: "Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden" (Efe. 6:13).
In die kosmische strijd geldt: "… wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten" (Efe. 6:12).
God gebruikt gelovigen in deze strijd. Niet om die machten te verjagen of te overwinnen, maar om ze te weerstaan, met het schild van het geloof en de andere elementen van de geestelijke wapenrusting. En… om te getuigen van Zijn liefde en genade.
God is de Allerhoogste, wij behoren Hem toe en de overwinning is, op Zijn tijd en wijze, aan Hem!
Bijbelmagazine

