Hij schrijft in Efeze 6, vers 10: "Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht." Dat is een belangrijk punt. Laat je sterken in de Heere. Dat is iets anders dan elke dag een work-out doen of trainen om zelf sterk te worden. Je moet het laten gebeuren dat je sterk wordt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.
Vaststaan
Het doel van de wapenrusting is niet om ten strijde te trekken en de vijand te verslaan. Want die is al verslagen, dat heeft de Heere al gedaan. Wij zijn niet bij machte om de tegenstander te verslaan. We hoeven geen gebied te veroveren, de strijd is gestreden. In het verlossingswerk van de Heere Jezus is de overwinning behaald. Het doel van de wapenrusting heeft te maken met staan: standhouden en weerstand bieden, vast staan en niet wankelen. Niet liggen, niet zweven, maar staan. Staan op de plek waar God ons heeft gesteld. We moeten dus onze positie kennen.
Paulus schrijft aan de Romeinen: "Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan … " (Rom. 5:1-2a). We staan in de genade.
Aan de Korinthiërs schrijft Paulus dat ze staan in het evangelie, in de blijde boodschap (1 Kor. 15:1). Epafras bidt voor de Kolossenzen dat ze vaststaan in heel de wil van God (Kol. 4:12). Vaststaan in de wil van God betekent dat we contact met Hem hebben, dat we luisteren naar Zijn Woord, zodat we weten wat Zijn wil is. En aan de Galaten schrijft Paulus: "Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten" (Gal. 5:1).
Dus: staan in de genade, in de blijde boodschap, in heel de wil van God en in de vrijheid. Ons bewust zijn van de positie die we hebben ontvangen en daarin staan, en daarin worden we gesterkt door de Heere.
Het schild van het geloof
Paulus schrijft over de zeven aspecten van de geestelijke wapenrusting en het middelste aspect, het vierde, is het schild van het geloof: "Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen"
(Efe. 6:16). Dit is geen opdracht om op zoek te gaan naar dat schild. Het zou ook raar zijn als we gesteld zijn in onze positie en dan zelf maar dat schild moeten regelen. Het woord ‘opnemen’ kan ook uitgelegd worden als: worden opgenomen, in het midden komen van. Als je ergens in wordt opgenomen, dan komt er iets om je heen. Het geeft een beschermd en veilig gevoel. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt bij de hemelvaart: "… die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan" (Hand. 1:11). De Heere heeft een plek gekregen in de hemel, de hemel is om Hem heen. Zo worden wij opgenomen in het schild van het geloof.
Het woord wordt ook gebruikt voor iemand die aan boord van een schip gaat (Hand. 20:13-14). Hij wordt in de boot opgenomen, de boot is om hem heen, hij heeft een plek in de boot. Zo worden wij opgenomen in de geestelijke wapenrusting. Die wapenrusting is om ons heen. God doet het en laat het gebeuren.
Verlossing door Zijn bloed
De zeven elementen van de wapenrusting kun je naast de zeven elementen van zegening uit Efeze 1 leggen. Het middelste element van de zegening is: "In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade" (Efe. 1:7). Het schild van het geloof en de verlossing door Zijn bloed horen bij elkaar. De Heere Jezus Christus heeft de verlossing tot stand gebracht. Door het geloof mag je daarin staan.
Het geloof van Christus
Bij het schild van het geloof gaat niet om ons geloof; dat is niet altijd hetzelfde, dat gaat met vallen en opstaan. Het gaat om het geloof van Christus: "Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de wet en de profeten is getuigd: namelijk gerechtigheid van God door het geloof van Jezus Christus (de Statenvertaling is correct!), tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid" (Rom. 3:21-22). Door het geloof van Christus is de verlossing tot stand gekomen.
Paulus schrijft: "Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus" (Rom. 3:23-24). En: "Wij weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof van Jezus Christus" (Gal. 2:16a).
Opgenomen in het schild van het geloof is gaan staan in de zekerheid van Gods werk en Hem daarvoor de eer geven. Het is geloven dat wat Hij heeft gezegd ook uitgevoerd wordt. Het is schuilen achter het Woord van God. Want het schild van het geloof is niet zo’n klein schild wat gebruikt wordt bij een gevecht. Het gaat om zo’n groot schild, zo groot als een deur, dat de Romeinse soldaten hadden en die ze naast elkaar konden zetten en boven hun hoofden en waarachter ze veilig waren. Ze waren a.h.w. opgenomen in het schild.
Brandende pijlen
Het schild dient om de brandende pijlen van de boze te kunnen doven. Deze pijlen hebben tot doel om de boel in de fik te steken. Alles gaat in de hens, met alle gevolgen van dien. Het is een pijn die zich uitbreidt en je leven gaat beheersen: leugens, teleurstelling, verwarring, tweedracht, frustratie, moeite, onrecht, twijfel. Je leven kan in vuur en vlam worden gezet, waardoor je je plaats in het schild gaat verlaten. Je bent niet meer standvastig, je gaat twijfelen.
Die pijlen komen van de boze. De boze is echt boos, verschrikkelijk en kwaadaardig. Daar moet je niet te makkelijk over denken. De Heere Jezus noemt hem: de mensenmoordenaar vanaf het begin (Joh. 8:44). De satan is erop uit om de mens te doden, in welk opzicht dan ook. De dood van de mens houdt in dat er geen gemeenschap is met God. De Heere Jezus noemt hem ook de vader van de leugen (Joh. 8:44). De duivel kan niet de waarheid spreken. Het is verschrikkelijk voor de mens, want de mens is op zoek naar het leven en naar de waarheid.
Degene die het in deze tijd voor het zeggen heeft, de god van deze eeuw (2 Kor. 4:4), de tegenstander, de duivel, de satan (Openb. 12:9) is de mensenmoordenaar en de vader van de leugen. Dat zijn verschrikkelijke dingen en als je om je heen kijkt, zie je het steeds meer gemanifesteerd worden. Mensen in de dood en de leugen regeert. Hij vuurt pijlen af om de boel in brand te steken. Je hebt het misschien eerst niet eens in de gaten, het begint te smeulen, een klein vuurtje, maar het doel is om de boel echt in brand te steken.
Verleiding en twijfel
Welke pijlen treffen ons vooral? Het heeft niet zozeer te maken met fysieke dingen, want we leven in een land waar we het goed hebben en alles geregeld is. De pijlen hebben vooral te maken met verleiding en twijfel. Deze dingen hebben met elkaar te maken, want als er verleiding is – als er leugen gesproken wordt - dan begin je te twijfelen: ‘Ja, misschien is het wel zo’. Het is een brandende pijl die, als hij niet gedoofd wordt, verder brandt, met alle gevolgen van dien.
Johannes zegt: "Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld" (1 Joh. 2:16). Dit zijn pijlen die ook in onze tijd op ons afgevuurd worden en daarom moeten we het schild van het geloof hebben om ze te doven.
Hoe gaat het in zijn werk? In Genesis 3 lezen we hoe de satan als een schitterend wezen zich laat zien aan Eva. Dit is het
eerste voorbeeld dat er een pijl wordt afgevuurd: "De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?" (Gen. 3:1). Hier wordt de twijfel gezaaid. Eva moet hierover nadenken, wat had de Heere God ook al weer gezegd? "En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u" (Gen. 3:2-3). Goed zo, Eva. Er komt een pijl op haar af om de boel in de fik te zetten, maar ze dooft hem met het Woord van God. Ze herhaalt wat ze van God (of Adam) gehoord heeft. Satan stuurt een nieuwe pijl: "Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend" (Gen. 3:4-5). Hij speelt in op de begeerte van het vlees en de begeerte van de ogen. "En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan" (Gen. 3:6). Hier zien we ook de hoogmoed van het leven, het willen zijn als God, maar zonder de weg van God te bewandelen. Eva blijft eerst in het schild van het geloof. Het geloof is door het Woord van God en dat had ze gehoord (Rom. 10:17). Maar de tegenstander gaf niet op.
Meer brandende pijlen
Er staan nog meer voorbeelden in de Bijbel van brandende pijlen. Mozes wilde niet genieten van de schatten van Egypte, maar wilde met het volk leed verdragen (Hebr. 11:26). Hij maakte een keuze, er waren waarschijnlijk allemaal brandende pijlen.
Bij Jozef probeerde een knappe vrouw hem te verleiden, maar hij ging er niet op in. Hij bleef in het schild van het geloof.
Wanneer het volk de stad Jericho heeft ingenomen, mochten zij niets van de buit nemen. Maar er was toch iemand die dat had gedaan. Hij zei: "Want ik zag onder de buit een mooie kostbare Babylonische mantel, tweehonderd sikkel zilver, en een goudstaaf met een gewicht van vijftig sikkel. Ik begeerde ze en nam ze mee. En zie, ze zijn verborgen in de grond, in het midden van mijn tent, en het zilver eronder" (Joz. 7:21). Hij ‘zag’, d.i. de begeerte van de ogen. Hij begeerde ze. Hij wilde meer zijn dan hij eigenlijk was: de hoogmoed van het leven.
Opgenomen in het schild van het geloof
Het zijn de machten van het kwaad die verschrikkelijke dingen doen. Hebben wij daar ook mee te maken? Jazeker. Daarom moeten we standvastig staan. We moeten opgenomen worden in het schild van geloof, zodat die brandende pijlen, die er wel degelijk zijn, worden gedoofd. Eva doofde in eerste instantie de brandende pijl met het schild, het Woord van God, maar bij de volgende pijl ging het mis. Wanneer we denken dat er brandende pijlen op ons afkomen, is het belangrijk om onze positie te kennen. We staan niet op drijfzand. We staan vast. We hebben een geweldige plek in de hemel: "… want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God" (Kol. 3:3). We zijn opgenomen in het schild van het geloof. We zijn ontrukt aan deze boze wereld (Gal. 1:4).
God is het schild
Het schild en het geloof hebben te maken met het Woord van God. De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over Wie dat schild is:
- "O God, ons schild, zie en aanschouw het aangezicht van Uw gezalfde" (Ps. 84:10).
- "Want God, de HEERE, is een zon en een schild, de HEERE zal genade en eer geven, Hij zal het goede niet onthouden aan wie in oprechtheid zijn weg gaat" (Ps. 84:12).
- De Heere Zelf is het schild, de Ik-ben. Hij zegt dat al in het begin tegen Abram: "Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot Abram in een visioen: Wees niet bevreesd, Abram, Ik ben voor u een schild … " (Gen. 15:1). Abram hoefde niet bang te zijn voor de brandende pijlen.
- "De HEERE is mijn kracht en mijn schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd en ik ben geholpen. Daarom springt mijn hart op van vreugde en zal ik Hem met mijn lied loven" (Ps. 28:7).
- "Een psalm van David. Geloofd zij de HEERE, mijn rots, Die mijn handen leert om te strijden, mijn vingers om oorlog te voeren; mijn goedertierenheid en mijn burcht, mijn veilige vesting en mijn, ja, mijn Bevrijder, mijn schild, tot Wie ik de toevlucht heb genomen …" (Ps. 144:1-2). David wilde opgenomen worden in dat schild.
God is zoveel meer
De Heere is het schild, maar Hij staat voor zoveel dingen. ‘Schild’ wordt ook met andere dingen gecombineerd:
- "U immers zegent de rechtvaardige, HEERE; U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild" (Ps. 5:13). Het-omringt-zijn door het schild is omringt zijn met het welbehagen van God, Hij heeft het beste met je voor. Hij is je goed gestemd, goedgunstig.
- "Ook hebt U mij het schild van Uw heil gegeven, Uw rechterhand heeft mij ondersteund, Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt" (Ps 18:36). Hier wordt schild gekoppeld aan heil, redding. De redding is door God tot stand gebracht, daardoor kunnen we standvastig staan.
- "Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen, Zijn trouw is een schild en een pantser" (Ps. 91:4). Zijn trouw, Zijn waarheid is een schild. De boze is de vader van de leugen. Maar Gods trouw, Zijn waarheid is een schild waarin we zijn opgenomen.
Veilig in God
Wanneer je het woord ‘schild’ opzoekt in de Bijbel komt het zo vaak voor en zie je ook de toepassing:
- "U bent mijn schuilplaats en mijn schild, op Uw woord heb ik gehoopt" (Ps. 119:114).
- "Gods weg is volmaakt, het woord van de HEERE is gelouterd, Hij is een schild voor allen die tot Hem de toevlucht nemen" (Ps. 18:31).
- God is het schild. Hij voorziet in alles. Hij zorgt ervoor dat we standvastig staan. "Ieder woord van God is gelouterd, Hij is een schild voor hen die tot Hem de toevlucht nemen" (Spr. 30:5).
Dat schild van het geloof, waarin we zijn opgenomen, spreekt van het welbehagen van God, van de redding van God, en van Zijn trouw en waarheid. Het is de Heere Zelf Die het ter beschikking stelt en je sterk maakt. Wij mogen dat laten gebeuren, gesterkt worden in Hem en in de sterkte van Zijn macht!
Bijbelmagazine
