Inleiding Nieuwe Testament - Deel 15: 1 Timotheüs

Inleiding Nieuwe Testament

Deel 15: 1 Timotheüs

In deze artikelenserie worden een aantal inleidende opmerkingen met betrekking tot de zevenentwintig boeken van het Nieuwe Testament gegeven. Om de bijbellezer te helpen meer zicht te krijgen op de bedoeling die de Heilige Geest met de verschillende boeken en brieven van het Nieuwe Testament heeft.

Algemeen

Samen met de brief aan Filémon en de brief aan Titus zijn de Timoteüsbrieven door Paulus geschreven aan personen; niet direct aan gemeenten. Met name de brieven aan Timoteüs en Titus worden (overigens pas sinds de 19e eeuw) ook wel de 'pastorale' of 'herderlijke' brieven genoemd. Deze benaming is aan deze brieven gegeven vanwege de herderlijke toon met betrekking tot allerlei aanwijzingen die gegeven worden inzake de leiding van de gemeente. Deze drie brieven behoren samen met de brief aan Filémon en de drie gemeentelijke brieven (die aan de Efeziërs, de Filippenzen en de Kolossenzen) tot de latere brieven van Paulus. De meeste bijbeluitleggers zijn het erover eens dat de drie brieven aan Timoteüs en Titus zelfs de drie allerlaatste door Paulus geschreven brieven zijn. Chronologisch gezien staan ze dus het dichtst bij ons.

Schrijver, ontstaan en bestemming

Het eerste vers van 1 Timoteüs laat ons direct zien, dat Paulus schrijft aan Timoteüs. Timoteüs bevindt zich op dat moment in Efeze (hfdst. 1:3). Ditzelfde vers suggereert dat Paulus mogelijk in Macedonië was, ten tijde van het schrijven van de brief. Anderen menen dat de brief geschreven is vanuit Laodicea, de voornaamste stad in Frygie Pacatania.
Het is dus een brief die aan één persoon gericht is en daarom een persoonlijk karakter draagt. De slotgroet van de brief staat echter in het meervoud ("De genade zij met ulieden"), zodat we mogen zeggen dat de boodschap niet slechts voor Timoteüs bestemd is.
Over het algemeen wordt aangenomen dat de brief ergens in de jaren 62 - 64 geschreven is; dat is na Paulus' eerste gevangenschap in Rome en dus na Handelingen. Sommigen menen dat de brief zelfs in 67 na Christus geschreven is.

Structuur

A. 1:1 en 2 Lofprijzing.
     B. 1:3-20 Vermaning. Praktisch.
       C. 2:1-3:13 Onderricht en discipline.
         D. 3:14 en 15 Voorgenomen komst en de tijd tot die komst.
           E. 3:16 Het geheimenis van de godsvrucht.
           E. 4:1-12 Het geheimenis van de ongerechtigheid.
         D. 4:13-16 Voorgenomen komst en de tijd tot die komst.
       C. 5:1-6:2 Onderricht en discipline.
     B. 6:3-21a Vermaning. Praktisch. Dankzegging.
A. 6:21b Lofprijzing.

Doel en inhoud

Behalve dat Paulus met deze brief niet alleen Timoteüs op het oog had, is er wat dit betreft nog iets. Hij noemt Timoteüs: "mijn waar kind in het geloof" (hdfst. 1:2) en zo beschrijft hij Titus ook (Tit. 1:4). Dat Paulus hen zo omschrijft, houdt in dat zij door zijn getuigenis de Heer hebben leren kennen. Vergelijk bijvoorbeeld Filémon 10. Ergens heeft dit een typologische betekenis: het lichaam van Christus is in bepaald opzicht ook een 'waar kind' van Paulus! Natuurlijk, het gaat allemaal uit van de Here Zelf en Hij is onze hemelse Vader, maar Paulus is daartoe het middel in Zijn handen. De boodschap van Paulus is nu binnen Gods plan de geldende boodschap en feitelijk is het die boodschap waar je deel aan krijgt als je tot geloof komt. De naam 'Timoteüs' betekent: 'Godvrezende' of '(tot) eer van God' (vergelijk wat er over de gemeente staat in Efe. 1:6, 12 en 14). Vóór alles is de eerste Timoteüsbrief (en dat geldt ook voor 2 Timoteüs en Titus) een brief dit Paulus richt tot zijn medewerker Timoteüs. Deze jongere broeder in het geloof vergezelde Paulus al geruime tijd in diens bediening (al vanaf Hand. 16:1-3) en was inmiddels een getrouw medewerker gebleken van de apostel.

Paulus schrijft diverse indrukwekkende gedeelten in deze brief. Denk bijvoorbeeld aan hoofdstuk 1:12-17, waar hij Christus Jezus dank brengt Hij zich om hem ontfermd heeft. Paulus beschrijft in deze verzen hoe onnoemelijk groot Gods genade is en hoe een grote zondaar hij zelf is.
In hoofdstuk 2 en 5 staan concrete instructies met betrekking tot onze houding ten opzichte van de wereld om ons heen en zaken waar gelovigen aan zouden moeten voldoen. Hoofdstuk 3 bevat aanwijzingen voor de leiding van de plaatselijke gelovigen. Zonder te oordelen over hoe het er inmiddels na tweeduizend jaar christendom in de praktijk aan toe gaat, zou de christelijke kerk veel dichter bij de waarheid staan, wanneer opzieners en diakenen op grond van dat wat hier staat, zouden worden bevestigd. Zeker wanneer hier bovendien de 'kwalificaties' uit Titus 1:5-9 in worden meegenomen. Waar zijn bijvoorbeeld de oudsten die nog weten wat de 'gezonde leer' is (Tit. 1:9)? In 1 Timoteüs 4 verwijst Paulus naar wat er later in de bedeling van het geheimenis zal gebeuren. In hoofdstuk 6 doet Paulus een emotionele oproep aan Timoteüs (en ons!) zich verre te houden van allerlei onreinheid, winstbejag, holle klanken en zogenaamde kennis en de goede strijd des geloofs te strijden.

Kerntekst

"Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen" (hfdst. 6:12).

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Paulus, leermeester der heidenen

Op twee plaatsen in de Bijbel schrijft Paulus dat hij door God is aangesteld als "prediker, apostel en leraar van de heidenen" (1 Tim. 2:7 en 2 Tim. 1:11). In zijn nagenoeg laatste woorden schrijft hij: "Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen" (2 Tim. 4:17). Het valt meteen op: hij zegt dit in zijn allerlaatste brieven - anders gezegd: hij zegt dit aan het einde van zijn bediening. Het laatste - of tweede - deel van zijn bediening stond in het teken van het heil dat naar de heidenen gezonden was. In het licht daarvan mocht Paulus tot dan toe verborgen dingen bekendmaken, die alle te maken hebben met het ene lichaam van Christus, waar Christus Zelf als Hoofd deel van uitmaakt. Hierdoor deelt de gelovige van nu - in één lichaam onlosmakelijk met Hem verbonden - in de positie van Christus Zelf en daarmee in alle geestelijke zegen.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Bestel 'Paulus - Leermeester der heidenen'

Het voornemen van de eeuwen

Natuurlijk! Elke christen gelooft wel dat God een plan heeft; maar vaak blijft de kennis hierover wat vaag. Het is dan ook een mooie - en noodzakelijke - bezigheid om in de Bijbel te zoeken naar dat plan. Misschien zijn we niet zo gewend om de Bijbel juist op dát punt te lezen, maar als je je erin verdiept, blijkt er heel wat meer over Gods voornemen in te staan dan je aanvankelijk voor mogelijk hield.

In dit boekje gaat het over het voornemen van de eeuwen. Deze eeuwen zijn grote tijdperken die elkaar opvolgen en zo een plan vormen. Uitdrukkingen als 'de tegenwoordige boze eeuw' of 'de toekomende eeuw' zijn vast wel bekend. Deze twee eeuwen zijn een onderdeel van Gods plan met de eeuwen.

Neem je hier kennis van, dan kun je beter begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en waarom dingen zijn zoals ze zijn. Zeker als je dan de Bijbel gaat lezen vanuit het standpunt dat God een plan heeft, gaat er een wereld voor je open!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Het voornemen van de eeuwen'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek Esther spreekt tot de verbeelding vanwege het mooie en soms spannende verloop van de geschiedenis die erin staat. Toch is dit boek niet bij iedereen even bekend, dan wel populair. Mogelijk heeft dit te maken met het gegeven dat de hoofdpersoon een vrouw is? Of is het vanwege de schijnbare afwezigheid van God?

Nu is het inderdaad zo dat je de Naam van God - in het Oude Testament altijd weergegeven met "HEERE" - in dit Bijbelboek niet terugvindt. En toch is Zijn verborgen aanwezigheid 'zichtbaar' en van doorslaggevend belang in de hier beschreven verwikkelingen rond Zijn volk. In de redding van het volk is er voor Esther - en ook voor haar neef Mordechai - een hoofdrol weggelegd.

Tot op de dag van vandaag wordt - onder het Joodse volk - deze wonderlijke redding gevierd tijdens het Purimfeest.

Bestel 'Het Bijbelboek Esther'