Inleiding Nieuwe Testament - Deel 20: Jakobus

Inleiding Nieuwe Testament

Deel 20: Jakobus

Algemeen

Samen met de brieven van Johannes, Petrus en Judas behoort de brief van Jakobus tot de zogenaamde 'algemene zendbrieven'. Al deze brieven zijn overwegend Joods van karakter, wat geheel aansluit bij het apostelschap van Johannes, Petrus en Jakobus. Tevens zijn het brieven die uitdrukkelijk tegen de achtergrond van de directe verwachting van de openbaring van Christus zijn geschreven. Wat in het bijzonder bij de Jakobusbrief opvalt, is het 'recht-toe-recht-aan' taalgebruik. Jakobus doet een heel direct beroep op de levenswandel en -houding van zijn volksgenoten.

Schrijver, ontstaan en bestemming

De Jakobusbrief is al in een vroeg stadium geschreven. Waarschijnlijk moeten we denken aan ongeveer het jaar 45. De schrijver is niet de Jakobus, die samen met zijn broer Johannes uit de discipelen tot apostel verkozen werd (Luc. 6:14); deze Jakobus werd namelijk door Herodes onthoofd (Hand. 12:2). De schrijver van de Hebreeënbrief is Jakobus, de broeder des Heren (Matt. 13:55 en Gal. 1:19). Hij was dus een halfbroer van de Here Jezus en dezelfde die genoemd wordt in Handelingen 15:13. Hij gold als één van de steunpilaren van de gemeente te Jeruzalem (Gal. 2:9). Het is mooi om te zien dat Jakobus wíst Wie zijn Halfbroer in werkelijkheid was: hij noemt zichzelf een "dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus" (Jak. 1:1) en noemt Hem "onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus" (hfdst. 2:1).
In overeenstemming met de door Paulus in Galaten 2:7-9 naar voren gebrachte 'taakverdeling' blijkt dat Jakobus een bediening heeft ten opzichte van zijn eigen volksgenoten. Tot hen richt Jakobus zich dan ook: "Jakobus (...) groet de twaalf stammen in de verstrooiing" (hfdst. 1:1). Al we in Jakobus 2:2 lezen over een "vergadering", dan staat daar in de oorspronkelijke taal het woord 'synagoge'. Letterlijk zegt dit vers dus: "Want stel, er kwam in uw synagoge een man binnen ...". Al met al bevinden we ons met deze brief dus op Joodse bodem! Hier wordt niet zomaar aan gelovigen uit de heidenen geschreven, maar tot de twaalf stammen van Israël in de diaspora, waarbij we ons zelfs moeten afvragen of alle lezers wel geloofden in de Here Jezus Christus (vgl. hfdst. 5:5 en 6).

Structuur gehele brief

A.1 hfdst.1:1-4 Volharding.
A.2 hfdst. 1:5-8 Gebed.
   B.1 hfdst. 1:9, 10a De geringe verhoogd; de rijke vernederd.
   B.2 hfdst. 1:10b, 11a Het leven als het gras.
   B.3 hfdst. 1:11b Het einde van de rijke.
      C. hfdst. 1:12-16 Begeerte.
         D. hfdst. 1:17 Goede gaven komen van boven.
            E. hfdst. 1:18-27 Gods Woord en de uitwerking daarvan.
               F. hfdst. 2:1-7 Het geloof; zonder partijdigheid.
                  G. hfdst. 2:8 De koninklijke wet.
                     H. hfdst. 2:9, 10 De wet van Mozes; wordt door één overtreding gebroken.
                     H. hfdst. 2:11 De wet van Mozes; wordt door één overtreding gebroken.
                  G. hfdst. 2:12, 13 De wet der vrijheid.
               F. hfdst. 2:14-26 Geloof; zonder werken.
            E. hfdst. 3:1-14 Het woord van de mens en de uitwerking daarvan.
         D. hfdst. 3:15-18 De wijsheid die van boven komt.
      C. hfdst. 4:1-5 Begeerten.
   B.1 hfdst. 4:6-10 De hoogmoedige wederstaan; de nederige verhoogd.
   B.2 hfdst. 4:11-17 Het leven als een damp.
   B.3 hfdst. 5:1-6 Het einde van de rijke.
A.1 hfdst. 5:7-12 Volharding.
A.2 hfdst. 5:13-20 Gebed.

Doel en inhoud

De spoedige verwachting van de wederkomst van de Here Jezus Christus voert in deze brief de boventoon. Met het oog op die komst, laat Jakobus zijn volksgenoten weten dat het van het allergrootste belang is, te weten aan wiens zijde je staat. Hierin is hoofdstuk 4:4 kenmerkend: "Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God". 'Overspel' betekent hier afval van de positie die Israël in Gods oog heeft. Daarbij gaat het om een huwelijksrelatie tussen God en het volk. Waar Israël andere goden achterna loopt, wordt er dus feitelijk overspel gepleegd! Iets wat in de eindtijd een afschuwelijke realiteit zal zijn; denk aan de aanbidding van de zoon des verderfs die zich in de tempel zal zetten (2 Tess. 2:4 en Openb. 13:4).
Een verwijzing naar de tijd direct voorafgaand aan de openbaring vinden we in Jakobus' aanhaling van de geschiedenis van Elia met betrekking tot de drieëneenhalf jaar droogte in Israël (hfdst. 5:17). Immers de tweede helft van de laatste jaarweek duurt ook zo lang.

Kerntekst

"... weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden ..." (hfdst. 5:20).

De structuren die in deze artikelenserie staan, zijn deels gebaseerd op die van Dr. E.W. Bullinger en C.H. Welch.
Voor meer informatie over het ontstaan en de chronologie van de Nieuwtestamentische brieven raden we de Morgenrood-uitgave Gods Woord wijst ons de weg (ISBN 90-6694-199-5) aan.

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Paulus, leermeester der heidenen

Paulus, leermeester der heidenen

Op twee plaatsen in de Bijbel schrijft Paulus dat hij door God is aangesteld als "prediker, apostel en leraar van de heidenen" (1 Tim. 2:7 en 2 Tim. 1:11). In zijn nagenoeg laatste woorden schrijft hij: "Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen" (2 Tim. 4:17). Het valt meteen op: hij zegt dit in zijn allerlaatste brieven - anders gezegd: hij zegt dit aan het einde van zijn bediening. Het laatste - of tweede - deel van zijn bediening stond in het teken van het heil dat naar de heidenen gezonden was. In het licht daarvan mocht Paulus tot dan toe verborgen dingen bekendmaken, die alle te maken hebben met het ene lichaam van Christus, waar Christus Zelf als Hoofd deel van uitmaakt. Hierdoor deelt de gelovige van nu - in één lichaam onlosmakelijk met Hem verbonden - in de positie van Christus Zelf en daarmee in alle geestelijke zegen.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Info & Bestellen

Het voornemen van de eeuwen

Het voornemen van de eeuwen

Natuurlijk! Elke christen gelooft wel dat God een plan heeft; maar vaak blijft de kennis hierover wat vaag. Het is dan ook een mooie - en noodzakelijke - bezigheid om in de Bijbel te zoeken naar dat plan. Misschien zijn we niet zo gewend om de Bijbel juist op dát punt te lezen, maar als je je erin verdiept, blijkt er heel wat meer over Gods voornemen in te staan dan je aanvankelijk voor mogelijk hield.

In dit boekje gaat het over het voornemen van de eeuwen. Deze eeuwen zijn grote tijdperken die elkaar opvolgen en zo een plan vormen. Uitdrukkingen als 'de tegenwoordige boze eeuw' of 'de toekomende eeuw' zijn vast wel bekend. Deze twee eeuwen zijn een onderdeel van Gods plan met de eeuwen.

Neem je hier kennis van, dan kun je beter begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en waarom dingen zijn zoals ze zijn. Zeker als je dan de Bijbel gaat lezen vanuit het standpunt dat God een plan heeft, gaat er een wereld voor je open!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek Esther spreekt tot de verbeelding vanwege het mooie en soms spannende verloop van de geschiedenis die erin staat. Toch is dit boek niet bij iedereen even bekend, dan wel populair. Mogelijk heeft dit te maken met het gegeven dat de hoofdpersoon een vrouw is? Of is het vanwege de schijnbare afwezigheid van God?

Nu is het inderdaad zo dat je de Naam van God - in het Oude Testament altijd weergegeven met "HEERE" - in dit Bijbelboek niet terugvindt. En toch is Zijn verborgen aanwezigheid 'zichtbaar' en van doorslaggevend belang in de hier beschreven verwikkelingen rond Zijn volk. In de redding van het volk is er voor Esther - en ook voor haar neef Mordechai - een hoofdrol weggelegd.

Tot op de dag van vandaag wordt - onder het Joodse volk - deze wonderlijke redding gevierd tijdens het Purimfeest.

Info & Bestellen