Inleiding Nieuwe Testament - Deel 6: Romeinen

Inleiding Nieuwe Testament

Deel 6: Romeinen

In deze artikelenserie wordt een aantal inleidende opmerkingen met betrekking tot de zevenentwintig boeken van het Nieuwe Testament gegeven. Om de bijbellezer te helpen om meer zicht te krijgen op de bedoeling die de Heilige Geest met de verschillende boeken en brieven van het Nieuwe Testament heeft.

Algemeen

Het Nieuwe Testament bestaat voor een groot gedeelte uit brieven: eenentwintig stuks. Tellen we de zeven zendbrieven uit Openbaring er nog bij, dan zijn dat er zelfs achtentwintig. De meeste brieven zijn geschreven door Paulus. Wanneer we de Hebreeënbrief meetellen, komen we op een totaal van veertien door hem geschreven brieven, die, wat het ontstaan betreft, verdeeld zijn in twee groepen van zeven. De eerste groep stamt uit de eerste fase van zijn bediening (gedurende Handelingen), de tweede groep uit het laatste deel van zijn bediening (met ingang van de gevangenschap in Rome, zie Hand. 28:16 en 30). Helaas is de oorspronkelijke volgorde van schrijven niet in de Bijbel terug te vinden. In plaats daarvan is de lengte van de brief genomen als maatstaf voor de volgorde in plaats van het tijdstip van ontstaan: de langste brief staat vooraan (Romeinen) en de kortste achteraan (Filemon). Omdat in de Hebreeënbrief niet staat dat die van Paulus is, staat die achteraan.

Schrijver en ontstaan

In het openingsvers staat dat Paulus de schrijver is; hij is "een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel". Het is de laatste brief van de eerste reeks van zeven brieven die hij schreef; de laatste brief dus uit het in Handelingen beschreven deel van zijn bediening.
De brief werd rond het jaar 55 / 56 geschreven en verzonden vanuit Korinte.
In ieder geval wordt ervan uitgegaan dat het boek afgerond werd zo rond het jaar 63 / 64 na Christus.

Doel en bestemming

Paulus schreef deze brief aan gelovigen die hij nog nooit in Rome bezocht had. Hij sprak al eerder over zijn verlangen om naar Rome te gaan (Hand. 19:21; zie ook Rom. 1:15). Een verlangen dat blijkbaar van de Here afkomstig was (zie Hand. 23:11). In Romeinen 15 schrijft Paulus dat hij, vóór hij de Romeinen bezoekt eerst nog naar Jeruzalem gaat om daar een gave te brengen voor de gelovigen aldaar (vs. 25-29). Hij voorziet dan al moeilijkheden blijkens vers 31: "... opdat ik behoed worde voor de weerspannigen in Judea ...". In Handelingen lezen we hoe hij, eenmaal aangekomen in Jeruzalem, al snel gevangengenomen wordt. En als gevangene komt hij in Rome (Hand. 28:14 en 16). Gods wegen blijken altijd weer anders te gaan dan wij verwachten!

De brief is in de eerste plaats aan heidenen (= niet-Joden) geschreven (hfdst. 1:5, 6, 13 en 11:17). Toch blijkt dat Paulus zich ook tot Joden richt: hoofdstuk 2:17, 24, 28 en 29; en spreekt hij vanuit zijn eigen Jood-zijn (hfdst. 3:9 "ons"; zie ook hfdst. 4:1, "Abraham, onze voorvader naar het vlees") of vergelijk hoofdstuk 3:30 met 5:1, waar het achtereenvolgens gaat over besnedenen en "Wij dan". In Romeinen 7:1 e.v., waar het gaat over het oude en nieuwe verbond schrijft hij ook aan Joodse gelovigen.

Structuur

A. 1:1-15 Inleiding. Gehoorzaamheid des geloofs onder heidenen.

  B. 1:16-5:11 Leerstellig.
    a. 1:16 en 17 Algemene uitleg over de rechtvaardiging door geloof.
      b. 1:18-32 Heiden.
        c. 2:1-29 Jood.
      b. 3:1-31 De gehele wereld.
    a. 4:1-5:11 Nadere uitleg over de rechtvaardiging door geloof.
          d. 5:12-21 Adam en Christus.
            e. 6:1-14 Zonde of genade.
              f. 6:15-7:6 Ontvang de genade Gods niet tevergeefs.
                g. 7:7-26 Wet en zonde.
                  h. 8:1-17 Leven door de Geest.
                    i. 8:18-30 Leven in hoop.
                      j. 8:31-39 Leven in zekerheid.

    C. 9-11 Dispensationeel.
      a. 9:1-29 Een uitverkoren overblijfsel.
        b. 9:30-33 De profeten.
          c. 10:1-13 De wet.
        b. 10:14-21 Het evangelie.
      a. 11:1-36 Een uitverkoren overblijfsel; gans Israël.

         D. 12-16:24 Praktisch.
            a. 12:1-21 Relatie tot God en leden van het lichaam.
               b. 13:1-14 Relatie tot de overheid en medemensen.
                  c. 14:1-15:7 Relatie tussen Joodse en heidense leden.
               b. 15:8-33 Relatie tussen Joodse en heidense gelovigen.
            a. 16:1-24 Relatie tot individuele dienstknechten.

A. 16:25-27 Afronding. Gehoorzaamheid des geloofs onder heidenen.

Inhoud

De Romeinenbrief is vooral leerstellig. Hij zet duidelijk uiteen wat de positie van de mens 'van nature' ten opzichte van God is; hoe hij door genade gerechtvaardigd kan worden; voortaan mag leven in een positie waarin hij gerechtvaardigd is en hoop heeft op de dingen die komen gaan (hfdst. 1-8). Zo voorziet deze brief de gelovige van een stevig fundament onder zijn geloofsleven.
Verder geeft de apostel zicht op het handelen van God met Israël en de heidenen in de hoofdstukken 9-11 en geeft hij met ingang van hoofdstuk 12 praktische aanwijzingen voor de levenswandel, waarbij hij uitgaat van het leven onder het nieuwe verbond.

Kerntekst

"Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus" (hfdst. 3:23 en 24).

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Paulus, leermeester der heidenen

Op twee plaatsen in de Bijbel schrijft Paulus dat hij door God is aangesteld als "prediker, apostel en leraar van de heidenen" (1 Tim. 2:7 en 2 Tim. 1:11). In zijn nagenoeg laatste woorden schrijft hij: "Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen" (2 Tim. 4:17). Het valt meteen op: hij zegt dit in zijn allerlaatste brieven - anders gezegd: hij zegt dit aan het einde van zijn bediening. Het laatste - of tweede - deel van zijn bediening stond in het teken van het heil dat naar de heidenen gezonden was. In het licht daarvan mocht Paulus tot dan toe verborgen dingen bekendmaken, die alle te maken hebben met het ene lichaam van Christus, waar Christus Zelf als Hoofd deel van uitmaakt. Hierdoor deelt de gelovige van nu - in één lichaam onlosmakelijk met Hem verbonden - in de positie van Christus Zelf en daarmee in alle geestelijke zegen.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Bestel 'Paulus - Leermeester der heidenen'

Het voornemen van de eeuwen

Natuurlijk! Elke christen gelooft wel dat God een plan heeft; maar vaak blijft de kennis hierover wat vaag. Het is dan ook een mooie - en noodzakelijke - bezigheid om in de Bijbel te zoeken naar dat plan. Misschien zijn we niet zo gewend om de Bijbel juist op dát punt te lezen, maar als je je erin verdiept, blijkt er heel wat meer over Gods voornemen in te staan dan je aanvankelijk voor mogelijk hield.

In dit boekje gaat het over het voornemen van de eeuwen. Deze eeuwen zijn grote tijdperken die elkaar opvolgen en zo een plan vormen. Uitdrukkingen als 'de tegenwoordige boze eeuw' of 'de toekomende eeuw' zijn vast wel bekend. Deze twee eeuwen zijn een onderdeel van Gods plan met de eeuwen.

Neem je hier kennis van, dan kun je beter begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en waarom dingen zijn zoals ze zijn. Zeker als je dan de Bijbel gaat lezen vanuit het standpunt dat God een plan heeft, gaat er een wereld voor je open!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Het voornemen van de eeuwen'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek Esther spreekt tot de verbeelding vanwege het mooie en soms spannende verloop van de geschiedenis die erin staat. Toch is dit boek niet bij iedereen even bekend, dan wel populair. Mogelijk heeft dit te maken met het gegeven dat de hoofdpersoon een vrouw is? Of is het vanwege de schijnbare afwezigheid van God?

Nu is het inderdaad zo dat je de Naam van God - in het Oude Testament altijd weergegeven met "HEERE" - in dit Bijbelboek niet terugvindt. En toch is Zijn verborgen aanwezigheid 'zichtbaar' en van doorslaggevend belang in de hier beschreven verwikkelingen rond Zijn volk. In de redding van het volk is er voor Esther - en ook voor haar neef Mordechai - een hoofdrol weggelegd.

Tot op de dag van vandaag wordt - onder het Joodse volk - deze wonderlijke redding gevierd tijdens het Purimfeest.

Bestel 'Het Bijbelboek Esther'