Woordstudie - Deel 10: Gods plan der eeuwen

Woordstudie

Deel 10: Gods plan der eeuwen

In Efeze 3:10 en 11 staat "... opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd ..." Zowel in de Statenvertaling als in de N.B.G.-vertaling lezen we in het elfde vers: "eeuwig(e) voornemen". Toch staat er letterlijk: "plan der eeuwen". God heeft dus een plan gemaakt (zie SV; niet: ‘uitgevoerd’ zoals de NBG) in Christus Jezus, onze Here. Een plan dat uit eeuwen bestaat.

Eeuwig(e) is niet de vertaling van een bijvoeglijk naamwoord, maar van een zelfstandig naamwoord: aionen1. God maakt in de huidige tijd Zijn veelkleurige wijsheid in de hemelse gewesten bekend door de Gemeente en dat blijkt in overeenstemming te zijn met een plan dat Hij heeft, het plan der eeuwen. Dat staat dus gewoon zo in de Bijbel!
Hebreeën 1:2 sluit aan bij Efeze 3:11 en laat nog iets anders zien van deze eeuwen: "... de Zoon, Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeft." (vs. 2) De wereld is hier de vertaling van: de eeuwen (de aionen). Het gaat hier om de Zoon, door Wie Hij (de Vader) de eeuwen geschapen heeft. De reden dat met wereld is vertaald, is wel enigszins begrijpelijk, zoals verderop aan de orde zal komen, maar feitelijk onjuist. Onze gedachten worden door die vertaling geleid naar de wereld van materie, de schepping om ons heen. Dit laatste is overigens op zich niet onbijbels.
Kolossenzen 1 leert ons immers dat de Zoon Zijner liefde "de eerstgeborene der ganse schepping" is, "want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen ..." (vs. 13-16)
In Hebreeën 1 wordt dit echter niet bedoeld; hier gaat het om hetzelfde onderwerp als in Efeze 3: God heeft in Christus (het plan van) de eeuwen geschapen.

Wat is een eeuw?

Ook in Hebreeën 11 lezen we van wereld, terwijl er eeuwen behoort te staan: "Door het geloof verstaan wij, dat de eeuwen door het woord Gods tot stand gebracht zijn, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare." Schematisch weergegeven ziet dit vers er als volgt uit:

A Door het geloof verstaan wij, dat
  B1 de aionen
    C1 door het woord Gods
      D1 tot stand gebracht zijn,
  B2 zodat het zichtbare
      D2 niet ontstaan is uit
    C2 het waarneembare.

Het tweede deel laat zien dat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare en dus uit het niet- waarneembare, dat is het Woord Gods (C1); het zichtbare (B2) dat zijn de aionen (B1)!

Hebreeën 11:3 toont aan dat de aionen op de één of andere wijze tot de zichtbare dingen behoren. Dat wil zeggen: zichtbaar voor het menselijk oog. De dingen die zichtbaar zijn voor het menselijk oog behoren samen met een aantal onzichtbare dingen, zoals machten, krachten, tronen en, heerschappijen, tot het geschapene, de schepping. Zolang er sprake is van een schepping (hemelen en aarde) is er sprake van zichtbare dingen. En zolang is er ook sprake van aionen. Een aioon duidt een tijdperk aan, waarin er een schepping is. Beide behoren tot de zichtbare dingen. De Bijbel vermeldt inderdaad het bestaan van verschillende werelden, scheppingen. Niet tegelijk maar opeenvolgend! We leven nu in de "tegenwoordige hemelen en aarde." (2 Pet. 3:7) Maar deze tegenwoordige hemelen en aarde moeten te Zijner tijd plaatsmaken voor de nieuwe hemelen en aarde (2 Pet. 3:13). Openbaring 21:1 zegt: "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer."
Wel, zolang er sprake is van dergelijke werelden, zijn er (opeenvolgende) eeuwen. Wie bekend is met computers weet dat een computer niet werkt zolang er geen besturingsprogramma op staat. Zodra een dergelijk programma geïnstalleerd is, kan de computer via het beeldscherm dingen zichtbaar maken en kun je er wat mee. Zo is een aioon het besturingsprogramma en de wereld de computer; of: een aioon is de software, de wereld de hardware. Hoe het er in de wereld aan toegaat is afhankelijk van welk besturingssysteem er draait, welke aioon er met haar regels heerst.

Er is dus een nauwe samenhang tussen eeuw en wereld. Dit is de reden waarom op verschillende plaatsen in de Bijbel aioon met wereld vertaald wordt. Zo is het in ons spraakgebruik heel normaal om bijvoorbeeld naar aanleiding van allerlei misstanden te zeggen: 'In wat voor wereld leven we nou toch?' Daar bedoelen we het systeem mee waardoor de wereld, de maatschappij bestuurd wordt.
Toch kan deze vertaling in de Bijbel tot grote verwarring leiden! Hoevelen zijn er immers niet die denken dat met de komst van de Here Jezus Christus, de Zoon des mensen, de wereld ophoudt te bestaan? Op zich wel begrijpelijk. In Matteüs 24:3 en 14 heeft de Here Jezus het tenslotte over de "voleinding der wereld" in verband met Zijn komst. Dat zegt Hij inderdaad ... in onze vertalingen ...

De tegenwoordige eeuw en de toekomende eeuw

In Lucas 20:34 en 35 noemt de Here twee aionen: "De kinderen dezer eeuw huwen en worden ten huwelijk genomen, maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen." (vs. 34 en 35)

Samenvattend: 'In deze eeuw (aioon) wordt er gehuwd; in die eeuw (de opstanding der doden) niet'. Zoals we uit de Schrift weten, vindt die opstanding der doden plaats bij de wederkomst van Christus (bijv. 1 Tess. 4:16 en Openb. 20:4-6). 'Die eeuw' is dan blijkbaar de periode die samenvalt met de aanwezigheid2 van Christus.
In Efeze 1 gaat het ook over deze twee aionen: "... door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw." (vs. 20 en 21) De eeuw waar we momenteel in leven, wordt in Galaten 1 de 'tegenwoordige boze eeuw' genoemd: "... de Here Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld (= aioon) ..." (vs. 3b en 4; vgl. ook 1 Tim. 6:17 en 2 Tim. 4:10)
De tegenwoordige aioon bestuurt de tegenwoordige wereld (Grieks: kosmos; in dit verband is kosmos de geschapen werkelijkheid, zoals onder meer beschreven in Kolossenzen 1:15 en 16). Dit wordt prachtig verwoord en goed weergegeven in de Statenvertaling: "In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld ..." (Efe. 2:2a), de aioon van deze kosmos. Gelovigen zijn uit het huidige besturingssysteem (aioon) getrokken, maar nog wel in de wereld (kosmos). Wel in de wereld, maar niet van de wereld.
Voor de gelovige geldt dan ook wat Paulus in Romeinen 12:2 schrijft: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld (aioon, eeuw), maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken ..."

Het boze karakter van de huidige aioon heeft alles te maken met de tegenstander: "... ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen ..." (2 Kor. 4:4a) Gods tegenstander, de duivel, is de god van deze eeuw.3

Met de komst en aanwezigheid van Christus komt er een einde aan het huidige besturingssysteem, deze aioon. En daar gaat het dan ook om in bijvoorbeeld Mattheus 24:3. Het besturingssysteem van nu - met al zijn kwalijke invloeden op deze wereld, op de maatschappij en op de gang der dingen, zelfs tot in het persoonlijk leven van mensen aan toe - zal stopgezet worden met de komst en aanwezigheid van Christus, Die de God van die eeuw is. De toekomende eeuw waarin Hij zal regeren en de invloeden van Zijn besturing, Zijn heerschappij, zullen merkbaar worden in deze wereld!

Toekomende eeuwen

De Bijbel laat zien dat er meer dan één toekomende eeuw is. Hierover lezen we in Efeze 2 het volgende: "... en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom Zijner genade te tonen naar (Zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus." (2:7) Het meervoud van komende eeuwen leert ons dat er in ieder geval nog twee eeuwen (besturingssystemen) komen, die invloed hebben op de wijze waarop de schepping, die er tijdens die eeuwen is, zal functioneren.
Nu leert de Bijbel dat er na deze schepping, bestaande in hemelen en aarde, een nieuwe zal komen. Het ligt daarom voor de hand om aan te nemen dat díe schepping bestuurd zal worden door de tweede toekomende eeuw. Ook in die eeuw toont de Here nog Zijn overweldigende genade over ons in Christus Jezus in de hemelse gewesten!

Zoals Paulus in 1 Korinte 15 schrijft, komt er een moment waarop alles aan de Zoon onderworpen is. Hij onderwerpt Zich dan aan de Vader, opdat God zij alles en in allen (vs. 28). In dit hoofdstuk schrijft Paulus over de opstanding uit de doden, waarbij hij stelt: "Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een Mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." (vs. 21 en 22) Dit ‘levend maken’ is in de context van 1 Korinte 15 de opstanding uit de dood waarin mensen in Adam sterven: dat is de lichamelijke dood als gevolg van de zonde die door Adam de mensheid binnenkwam (Rom. 5:12 e.v.; die zonde heeft tot gevolg dat de mens ook van nature geestelijk / ten opzichte van God ook dood is). Uit die lichamelijke dood stond Christus Zelf immers op als Eersteling en volgen in de toekomst degenen die Christus toebehoren (de opstanding bij Zijn komst); tot slot is er het einde. Dan wordt de laatste vijand, de dood, onttroond en blijkt dat de Vader alles aan de voeten van de Zoon onderworpen heeft (1 Kor. 15:23-27a). Dit stemt overeen met het boek Openbaring. In hoofdstuk 20:6 lezen we over de opstanding van hen die van Christus zijn in Zijn aanwezigheid (zoals 1 Kor. 15:23 het letterlijk zegt) en in hoofdstuk 20:11-14 over het einde. Degenen die op dat moment, dat is na de duizend jaren (oftewel: na de eerste toekomende eeuw) nog in de dood zijn, worden levend gemaakt en naar Gods maatstaven geoordeeld. De dood zelf houdt dan op te bestaan en wordt in de poel des vuurs geworpen (de tweede dood) die er gedurende de tweede toekomende eeuw ook is.

De voorbije eeuwen

Ten aanzien van de eeuwen vóór ons, staat er in 2 Petrus 2, vers 5: "...en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht."
Beide keren dat hier het woord wereld wordt gebruikt, staat er in het Grieks: kosmos. Het gaat dan in deze tekst in het bijzonder om de wereld die in de "voortijd" bestond. De Statenvertaling vertaalt één en ander meer letterlijk met: "de oude wereld". Duidelijk is in ieder geval dat het gaat om de wereld zoals die er was tot Noach. Er zijn enkele teksten in de Bijbel te vinden die het woord aioon of olam indirect verbinden aan die tijd. Zoals: "De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam." (Gen. 6:4); geweldigen uit de voortijd is letterlijk: geweldigen, die uit de eeuw (olam). Of denk aan: "... gelijk Hij gesproken heeft door de mond Zijner heilige profeten van oudsher ..." (Luc. 1:70); van oudsher is letterlijk: vanaf de aioon. God sprak door de profeten in de tegenwoordige eeuw. Vanaf de eeuw wijst daarom op de eeuw die aan de tegenwoordige eeuw voorafging. Zie ook Handelingen 3:21; 15:18.
Afgezien van deze teksten is duidelijk dat de schepping in de tijd van Adam tot Noach een ander 'besturingssysteem' had. Mensen bereikten uitermate hoge leeftijden en er waren bijvoorbeeld geen seizoenen (vgl. Gen. 9:22).

Zo zien we dus dat er minstens één eeuw aan de onze voorafging. Prediker 1:10 geeft nog wat meer informatie: "Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn." (SV) Paulus schrijft dat het geheimenis "eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest." (Kol. 1:26) Letterlijk zegt hij: vanaf de eeuwen. We zagen zojuist dat de profeten in 'onze' eeuw geschreven hebben en gedurende deze eeuw is het geheimenis verborgen geweest. Er wordt dus tot aan Paulus (in o.a. de Kolossenzenbrief) in de Bijbel niet geschreven over het geheimenis.
Zowel Prediker 1:10 als Kolossenzen 1:26 tonen aan, dat er - gezien vanuit deze tegenwoordige eeuw - meerdere eeuwen vóór de huidige waren. Evenals dat bij de "komende eeuwen" uit Efeze 2 het geval is, zijn dat er weer minimaal twee. De eeuw die daarvan het dichtst bij ons ligt, is de eeuw van Adam tot aan de zondvloed. Daarvóór moet er dus minstens nog een eeuw geweest zijn.
Petrus schrijft daarover het volgende: "Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen." (2 Pet. 3:5-7)

De "toenmalige hemelen en aarde" zijn die, welke door God "in den beginne" geschapen werden. Daar begint de Bijbel mee: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren." (Gen. 1:1 en 2)
Het water waardoor die hemel(en) en de aarde verzwolgen werden, vinden we hier ook: "... de Geest Gods zweefde over de wateren." Het 'verzwelgen door water' lijkt op een oordeel te wijzen. De situatie van woestheid en ledigheid is er één die op een andere plaats ook als gevolg van oordeel aangeduid wordt (zie Jeremia 4 en in het bijzonder vs. 23). Jesaja 45:18 zegt bovendien: "Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen,4 dat zij ledig5 zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer." (SV) Hij schiep de aarde niet (tot) een ledigheid.
Door een oordeel, middels de verzwelging met water, is de (oorspronkelijke) aarde echter wel woest en ledig geworden. Efeze 1:4 spreekt in dit verband letterlijk over de "nederwerping van de kosmos."

Juist omdat Prediker 1:10 het heeft over eeuwen (meervoud) vóór ons, mogen we aannemen dat één eeuw daarvan, de eeuw was waardoor de toenmalige hemelen en aarde bestuurd werden.

Samenvattend: het plan der eeuwen

Onderzoek van de Bijbel geeft aan dat het plan der eeuwen dat God in Christus gemaakt heeft, bestaat uit tenminste vijf eeuwen. ‘Tenminste’ omdat er meer dan twee eeuwen na en meer dan twee eeuwen vóór de tegenwoordige eeuw kunnen liggen. De meervouden die gebruikt worden in Efeze 2:7 en Prediker 1:10 geven daar in principe ruimte voor. Desondanks hebben we om redenen, die we nu verder niet noemen, toch de indruk, dat het er in totaal vijf zijn.

Voetnoten

  1. Het Hebreeuwse 'olam' en het Griekse 'aioon' worden in de gangbare bijbelvertalingen onder meer weergegeven met altoos, eeuw, eeuwigheid, tijd en wereld.
  2. De parousia, in de N.B.G.-vertaling weergegeven met 'komst'; in de Statenvertaling met 'toekomst'.
  3. Vergelijk ook uitdrukkingen als "overste van de macht der lucht" (Efe. 2:2) en "overste der wereld (kosmos)" (Joh. 12:31; 14:30 en 16:11).
  4. Scheppen als vertaling van het Hebreeuwse bara; dit wordt ook in Gen. 1:1 gebruikt.
  5. Ledig als vertaling van het Hebreeuwse tohoe; dit wordt ook in Gen. 1:2 gebruikt.

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Psalm 23

Het KIND en de kinderen

"Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen" (Psalm 103:13).

In de inleiding schrijft de auteur: 'Bijbelse woorden zijn zuiver. Ze komen van God, Die heilig is. Ze vertellen geen leugens, ze zijn waar en betrouwbaar. Zijn Woord is door Zijn Geest op doordachte wijze tot zinnen gevormd. Aan de formulering is veel aandacht besteed. Het is Zijn goddelijke manier van 'zeggen' om tot ons hart te spreken'.
Vanuit deze overtuiging is dit boekje geschreven. Het bevat een boeiende en verrassende woordstudie over het woord 'kind' in met name het Nieuwe Testament. Maar behalve dat is dit boekje ook een handleiding van hoe je Bijbelstudie kunt doen. De schrijfster geeft de lezer of lezeres een kijkje in haar overwegingen en - als het ware hardop denkend - neemt zij hem of haar mee op de weg naar het resultaat van haar onderzoek.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Belangrijke Bijbelwoorden

Geloof - gerechtigheid - genade - uitverkiezing - verzegeling

Er zijn veel bekende woorden in de Bijbel die vaak door gelovigen worden gebruikt. Voor dit boekje hebben we er vijf uitgekozen: geloof, gerechtigheid, genade, uitverkiezing en verzegeling. Wat voor betekenis hebben ze in de Bijbel en welke plaats hebben ze in onze persoonlijke relatie met God?

In elk van de vijf hoofdstukken in dit boekje wordt één van deze onderwerpen bestudeerd. De lessen die ze ons leren, hebben onderling met elkaar te maken en draaien om een schitterend middelpunt: de genade van God. Het zicht op de werking van Gods genade in je leven - in je redding, in je praktische leven nu en in je hoop op de toekomst - doet je groeien in het begrip van Wie God voor je is.

Bekijk hier de inhoudsopgave

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Twaalf unieke gelijkenissen

Er staan in het Lukasevangelie twaalf gelijkenissen die niet in de andere evangeliën voorkomen. Daaronder bevinden zich bekende gelijkenissen, zoals die over de verloren zoon en die over de rijke man en de arme Lazarus. En wie kent het verhaal over de barmhartige Samaritaan niet?

In dit boek gaat de schrijver in op deze twaalf gelijkenissen.

Het Griekse woord dat met 'gelijkenis' is vertaald, duidt op iets dat ergens naast geworpen wordt. Enerzijds is er de werkelijkheid, anderzijds is er een verhaal dat de Here Jezus er als het ware naast legt. Met dat verhaal geeft Hij licht op de werkelijkheid. Desondanks zijn gelijkenissen soms maar moeilijk te begrijpen. Zelfs de discipelen van de Here Jezus hadden in sommige gevallen moeite om Zijn onderwijs in deze vorm te verstaan.

Daarom is het des te mooier om met dit boek in de hand weer eens bij deze gelijkenissen en hun schoonheid bepaald te worden.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen