Zacharia - Deel 7: De Spruit

Zacharia

Deel 7: De Spruit

De acht nachtgezichten zijn ten einde. Zacharia moet overweldigd zijn geweest door de indrukwekkende dingen die de HERE hem heeft geopenbaard. Maar Gods boodschap is niet ten einde. Er volgt nog een epiloog op de nachtgezichten, waarin de profeet een zichtbaar teken en bewijs ontvangt voor de dingen die in de verre toekomst nog gaan gebeuren. Dit teken en bewijs vormt het sluitstuk op de acht nachtgezichten en beschrijft een hoogtepunt in de geschiedenis van Israël en de wereld. Het is letterlijk en figuurlijk de kroon op alle profetie van de eindtijd.

Jozua gekroond

In het vierde gezicht zagen wij dat Jozua's vuile kleren werden uitgetrokken en hij schone aan kreeg. Op dit gebeuren volgde de belofte van de komende Spruit, Die Israëls ongerechtigheid weg zou nemen. Wij werden hier bepaald bij Christus' eerste komst om te lijden en te sterven voor de zonden van Israël en die van de wereld. Het kenmerk van de Spruit was hier dan ook Zijn verschijning als knecht.
In Zacharia 6 zien wij Jozua weer terug, maar nu in een totaal andere hoedanigheid. Hier verschijnt de profeet niet in een gezicht, maar in de realiteit van vlees en bloed. Nu dreigt hij ook niet meer aangeklaagd te worden door satan, maar wordt hij, tegengesteld aan het voorgaande, juist gekroond. Vervolgens wordt er weer een belofte gegeven van de komende Spruit. Ditmaal wordt deze echter niet omschreven als nederige knecht, maar als een man met kracht die de tempel zal herbouwen en als priesterkoning zal heersen.

Cheldai, Tobia en Jedaja

In vers 9 lezen wij dat het woord de HEREN tot Zacharia komt.1 Na veel gezien en gehoord te hebben, krijgt de profeet nu een concrete opdracht waarmee hij aan de slag moet. De beelden en woorden die tot hem kwamen, mag hij zelf bevestigen in een zichtbaar teken. Daarbij staat hij niet alleen. Cheldai, Tobia en Jedaja zijn met gaven van zilver en goud helemaal vanuit Babel overgekomen en hebben hun intrek genomen bij Josia, de zoon van Sefanja. Waarschijnlijk waren de gaven die de drie mannen uit Babel bij zich hadden, bedoeld voor de wederopbouw van de tempel. Echter, de HERE heeft er een andere bestemming voor; ze moeten gaan dienen voor de kroon/kronen waarmee Jozua gekroond moet worden. In dit hele gebeuren zien wij niet alleen een historisch feit terug, maar ook een belangrijke praktische les. Vanuit Gods Woord wordt ons Zijn heilsplan in kennis en wijsheid aan ons gepresenteerd, waarbij ook wij in rijke, geestelijke zegeningen en beloften mogen delen. Het betreft hier onzichtbare zaken die gefundeerd zijn op belangrijke begrippen als geloof en hoop. Echter, de hemelse Vader geeft ons de kans om die onzichtbare zaken zichtbaar te laten worden door de liefde. Dat zichtbaar maken van het geloof en de hoop blijft niet slechts beperkt tot onze eigen persoon, maar is iets wat wij samen met medegelovigen naar anderen toe in liefde uit mogen dragen.
Het feit dat Cheldai, Tobia en Jedaja, maar ook Josia een aandeel hebben in de kroning van Jozua, moet voor Zacharia een geweldig teken zijn geweest. De HERE belooft niet alleen dat Hij met Zijn volk gaat handelen, Hij laat dit ook daadwerkelijk zien. Zoals Jozua nu gekroond wordt, zo zal de Messias bij Zijn komst in heerlijkheid ook tot vorst en heerser aangesteld worden. De namen van al de mannen die bij de kroning betrokken zijn, wijzen ons indirect op de kenmerken van de heerschappij van de Spruit. Deze zal voor Israël duurzaam, goed, vol van de kennis des HEREN en rijk aan genezing zijn. 2

Kroon/kronen

In de vertaling van het NBG wordt gesproken over een kroon die Zacharia moet maken en op het hoofd van Jozua moet plaatsen. In de grondtekst wordt echter niet over 'kroon', maar 'kronen' gesproken, meervoud dus. Jozua moest dus kronen van goud en zilver op het hoofd gegeven worden. Nu kunnen wij ons afvragen in hoeverre het mogelijk is dat op één hoofd meerdere kronen passen. Mijn inziens wordt hier één kroon bedoeld die meerdere kronen representeert. Oftewel één koningschap over meerdere koninkrijken. Dit is ook overeenkomstig het koningschap van de Messias (van wie Jozua een type is):

"En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen." (Dan. 7:27)

Nu is het nog zo dat de koninkrijken van deze wereld onafhankelijk zijn en elkaar bestrijden. Maar er komt een tijd dat zij zich zullen verenigen. Eerst ten kwade, waarbij zij zich onderwerpen aan de draak en het beest uit de zee om samen met hem tegen de HERE en Zijn Gezalfde te strijden (Ps. 2). Uiteindelijk zullen zij ten goede verenigd worden, maar dan onder het bewind van Hem Die over hen zal heersen met een ijzeren staf. Beter zou het zijn als de volken zich vrijwillig onderwierpen aan de HERE, zoals de vierentwintig oudsten rondom Gods troon 3 of zoals omschreven staat aan het einde van Psalm 2:

"Kust de zoon, opdat Hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt Zijn toorn. Welzalig allen die bij Hem schuilen!"

De hemelse Vader wil niets liever dan dat wij ons (vrijwillig) aan Hem onderwerpen, zodat Hij met ons leven tot Zijn doel kan komen. 4 Het gevolg van vrijwillige onderwerping voor ons als gelovigen in deze tijd is dat wij met Christus in God geplaatst zijn in de hemel en daardoor de volheid ontvangen hebben. Voor de gelovigen uit Israël zal vrijwillige onderwerping uitlopen op het met Christus mee mogen heersen op aarde:

"…maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, duizend jaren lang." (Openb. 20:5)

Belofte

Wanneer Zacharia Jozua gekroond heeft, moet hij een aantal van de HERE gegeven woorden uitspreken die een belofte bevatten aangaande de Messias en de toekomst van het volk Israël. Deze woorden vinden wij terug in de verzen 12 t/m 15. Uit dit gebeuren wordt overduidelijk dat Jozua een type is van Christus. Jozua draagt ook dezelfde naam als degene die later kwam om hem en zijn volk te redden. Wie de tekst met het oog op Christus leest, ziet hier dan ook eigenlijk de kroning van Christus beschreven.

De Spruit in Gods Woord

In vers 12 wordt voor de tweede maal in het bijbelboek gesproken over de Spruit. Ditmaal wordt Hij niet gepresenteerd als de knecht, maar als de man. In artikel 3 merkten wij reeds op dat de Spruit vier verschillende verschijningsvormen heeft. In Jesaja 4:2 wordt Hij beschreven als des HEREN, in Jeremia 23:5 en 33:15 als koning, in Zacharia 4:8 als knecht en dus in Zacharia 6:12 als man. Wij worden hier bepaald bij de thema's van de verschillende evangeliebeschrijvingen. In Johannes wordt Christus omschreven als Zoon van God (des HEREN), in Matteüs als koning, in Markus als knecht en in Lukas als mens. Deze vergelijking is ook terug te zien in de vier dieren uit Openbaring 4:6-7 die rondom de troon van God in de hemel staan:

"En voor de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En midden in de troon en rondom de troon waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren. En het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een rund gelijk, en het derde dier had een gelaat als van een mens, en het vierde dier was een vliegende arend gelijk."

De leeuw symboliseert het koningschap van Christus uit Matteüs, het rund (offerdier) Zijn knecht-zijn uit Markus, de mens Zijn mens-zijn uit Lukas en de arend Zijn verschijnen als hemelse Zoon van God op aarde.

De Spruit en de tempel

De profetie over de Spruit in Zijn hoedanigheid als man is dus in zekere zin gekoppeld aan het evangelie naar Lukas. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat het thema van Lukas betrekking heeft op de Here Jezus als mens, maar het heeft ook te maken met de bijzondere plaats die de tempel in zowel de belofte uit Zacharia als de inhoud van het evangelie naar Lukas heeft. In Zacharia vinden wij geprofeteerd dat de Spruit als priesterkoning de tempel des HEREN zal bouwen. In Lukas vinden wij een aantal opvallende passages met betrekking tot de tempel:

  • Lukas is het enige bijbelboek dat melding maakt van de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper aan Zacharias in de tempel. Sterker nog, de geschiedschrijving van Lukas begint zelfs in de tempel. En als wij dan naar de laatste woorden uit Lukas kijken, dan staat daar het volgende: "en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God."
  • Lukas is het enige evangelie dat het opdragen van de Here Jezus in de tempel beschrijft (Luk. 2:22-39).
  • Lukas is het enige evangelie dat de geschiedenis van de twaalfjarige Jezus in de tempel bevat (Luk. 2:40-52).
  • Matteüs en Lukas beschrijven allebei de verzoeking in de woestijn. Echter, in Matteüs is de laatste verzoeking dat de Here Jezus moet knielen voor satan om de koninkrijken van de wereld te ontvangen (Mat. 4:8-10). 5 Lukas beschrijft echter als laatste verzoeking dat de Here Jezus van satan van het dak van de tempel moet springen (Luk. 4:9-12).
  • Lukas is het enige evangelie waarin de Here Jezus niet spreekt over Zijn lichaam dat als een tempel in drie dagen weer herbouwd zal worden. Blijkbaar behoort in het evangelie de nadruk te liggen op de letterlijke tempel van steen.

Wij zouden kunnen zeggen dat de komst van de Spruit als man te maken heeft met bouwen en ordenen. Daarbij komen wij gelijk uit bij die andere man die daarin faalde, namelijk Adam. Als wij kijken naar het geslachtsregister van de Here Jezus in Lukas, dan zien wij dat deze van Jezus naar Adam terugrekent. Wij zouden kunnen zeggen dat het van de laatste Adam naar de eerste Adam terugloopt. Het was Adam gegeven om orde te scheppen in de schepping om hem heen, maar door de zonde ging dat mis. De man met naam Spruit zal hier echter wel in slagen: "Ja, Hij zal de tempel des Heren bouwen en Hij zal met majesteit bekleed zijn en als heerser zitten op Zijn troon." (Zach. 6:13)

De priesterkoning

In het tweede gedeelte van vers 13 is te zien op wat voor wijze de Spruit zal regeren: "… en Hij zal priester zijn op Zijn troon; heilzaam overleg zal er tussen hen beiden zijn." Het lijkt of hier gesproken wordt alsof er twee verschillende personen zullen regeren. Er wordt echter iets anders bedoeld. De Spruit zal als Messias op Zijn troon twee rollen vervullen binnen één functie: Hij zal priester en ook koning zijn. In wereldse zin behartigen die twee rollen vaak tegengestelde belangen en staan zodoende vaak ook tegenover elkaar. In het optreden van de Spruit is dit echter anders. Het priesterschap en het koningschap vormen een volmaakte eenheid binnen de persoon van Jezus Christus.
Wij zouden kunnen zeggen dat het succes van Gods komend koninkrijk juist gelegen is in het koninklijke priesterschap van de Messias, doordat in één persoon het uitoefenen van macht onlosmakelijk verbonden is aan het zoeken naar en het volbrengen van Gods wil. De geschiedenis laat zien hoe uniek dit is, doordat het slechts eenmaal eerder op succesvolle wijze vorm gegeven is (namelijk bij Melchisedek). Wat het overige betreft, hebben de staatkundige en de geestelijke macht doorgaans enkel strijd tegen elkaar gevoerd of in het kwade samengewerkt. Te denken valt hier aan de conflicten tussen keizers en pausen door de eeuwen heen. Wat een ellende heeft dit voortgebracht! Een soortgelijk 'slecht' samenwerkingsverband zal in de toekomst weer zichtbaar worden. Dan zal het beest uit de zee als koning samenwerken met het beest uit de aarde, die voor hem als profeet optreedt. 6 Laatstgenoemde zal voor het beest uit de zee een sprekend beeld maken, dat vermoedelijk in de tempel zal staan.7 Samen zullen zij de mensen verleiden en hen van de HERE af proberen te trekken.
In deze tijd zijn er nogal wat gelovigen die in onze samenleving (waar kerk en staat gescheiden zijn) streven naar theocratie, oftewel een verkapt koninklijk priesterschap. Mijn inziens is dit een vrij nodeloos streven. De geschiedenis toont aan dat het nooit een mens gelukt is om hier succesvol gestalte aan te geven. Tegelijkertijd laat de profetie zien dat dit gebeuren slechts voorbehouden is aan de Messias bij Zijn komst naar de aarde. Als wij zoeken naar onze politieke positie als gelovigen, laten wij ons dan bepalen bij ons ambassadeursschap zoals omschreven in Filippenzen 3:20: "Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen…" Werkelijk constructief politiek voeren over de aarde is slechts voorbehouden aan de Spruit bij Zijn komst als priesterkoning.

Kroon ter gedachtenis

Al eerder merkten wij ten aanzien van deze geschiedenis op dat de kroning van Jozua voor Zacharia als een zichtbare bevestiging diende van de acht nachtgezichten die hem eerder verschenen waren. Dit gebeuren krijgt een bekrachtiging in de opdracht die in vers 14 gegeven wordt. De kroon/kronen waarmee Jozua gekroond is, moeten in de tempel bewaard worden tot gedachtenis aan Chelem, Tobia, Jedaja en Chen. Eerder zagen wij in vers 10 al de namen van Cheldai, Tobia, Jedaja en Josia genoemd. Nu is naam van Cheldai veranderd in het Aramese (heidense) Chelem en die van Josia in Chen. Chelem betekent 'droom' en Chen 'genade'. Mijns inziens heeft deze verandering te maken met het toevoegen van nog een tweetal zaken die kenmerkend zijn voor de heerschappij van de Spruit. Deze zaken hebben dan wel vooral betrekking op wat in vers 15 staat geschreven over 'die (van) verre zijn' en 'zullen komen bouwen aan de tempel des HEREN'. Vanuit Jesaja 60:10 8 kunnen wij opmaken dat 'die (van) verre zijn' hier mensen/gelovigen uit de heidenen betreft: "Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen en hun koningen zullen u dienen…"
De Aramese (heidense) naam Chelem bepaalt ons bij het feit dat de droom over de heilrijke dingen in de toekomst niet alleen voor Israël is, maar dat de heidenen hier ook in delen (zij het ondergeschikt aan Israël). De naam Chen bepaalt ons bij de genade, die door Israël heen aan de heidenen geschonken wordt. De feitelijke inhoud van de droom en de genade staat in vers 15 weergegeven waar gesproken wordt over de bouw van de tempel door de heidenen. Dit is geen straf voor hen, maar het is juist Gods genade dat zij hiertoe in de toekomst geroepen worden.

Die verre zijn

Onder het vorige kopje hebben wij al stil gestaan bij de doelgroep op wie de woorden "Die verre zijn" betrekking hebben, namelijk mensen/gelovigen uit de heidenen. De opmerkzame lezer zal hierin de woorden van Paulus uit Efeziërs 2:17 herkennen: "En bij Zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren…" Nu is het belangrijk dat wij de betekenis van de woorden uit Efeziërs niet gaan ontlenen uit Zacharia. De vrede voor de heidenen die in Efeziërs verkondigd wordt, is een andere dan die in Zacharia en ten tijde van Jezus' wandel hier op aarde. In de tijd van Zacharia en de Here Jezus was de voorhof van de heidenen en de Joden afgescheiden door een tussenmuur. Op deze tussenmuur stond veelzeggend weergegeven:

"Geen geboren vreemdeling mag binnen het gebied van de afscheiding en besloten ruimte van de heilige plaats komen. Wie daar aangetroffen wordt, zal schuld tot de dood op zich laden welke daaruit voortkomend zal volgen."

Echter, met de openbaring van het geheimenis van Christus aan Paulus is bekend gemaakt dat deze vijandschap brengende tussenmuur (in geestelijke zin) is neergehaald.9 Er is geen onderscheid meer tussen Jood en heiden. Daarnaast heerst Christus niet over ons als priesterkoning, maar is Hij het hoofd van het lichaam waartoe wij behoren. Ook behoort ons geestelijk leven niet tot een zichtbare tempel, maar tot een onzichtbaar gebouw in de hemelen. Op dit gebouw hoeven wij niet te wachten tot de wederkomst van Christus, want wij zijn reeds nu, wederverzoend met Christus, hemelburgers.

"Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in Wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”
(Efe. 2:19-22)

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: De gezonde leer

De gezonde leer (De brief van Paulius aan Titus)

De titel van dit boekje - De gezonde leer - is een term die in de Bijbel alleen te vinden is in de drie allerlaatste brieven van de apostel Paulus. Dat zijn de beide Timotheüsbrieven en de brief aan Titus. In de Efezebrief en de Kolossenzenbrief die hij daarvóór schreef, lezen we over de openbaring van het geheimenis. Dit heeft te maken met de boodschap over het lichaam van Christus. De gezonde leer mogen we zien als de leer die op die openbaring is gebaseerd en daarom uitermate belangrijk voor de gelovige van vandaag. Wat heeft de bekendmaking van de tot dan toe verborgen waarheden over het lichaam van Christus voor uitwerking in de tijd waarin we leven? De brief van Paulus aan Titus geeft daar praktische antwoorden op; het is een kleinood dat door elke gelovige en gemeente gekoesterd zou moeten worden.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Leeswijzer - Doelgericht Bijbellezen

Meer weten over Degene in Wie je als christen gelooft? Dan is de Bijbel dé bron van informatie. Daarbij is het niet alleen belangrijk dát je de Bijbel leest, maar ook hóe je leest. Wil je ontdekken wat God heeft geopenbaard en zeggen wil? Of zoek je bevestiging van hoe je zelf je geloof wilt 'inrichten'?
Doelgericht Bijbellezen is van grote invloed op de wijze waarop we leven, gemeente-zijn en zicht hebben op Jezus Christus.

Met vragen om persoonlijk of groepsgewijs verder over na te denken.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Acht gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen

Uit het voorwoord: “Wie over de gelijkenissen van de Heiland spreekt of schrijft, lijkt zich op glad ijs te begeven. Er is over deze Bijbelgedeelten immers enorm vaak gepreekt. De evangelieverhalen zijn overbekend en vrijwel iedere christen meent precies te weten wat de Here met Zijn onderwijs heeft bedoeld. Hoewel er in rooms-katholieke, protestantse en evangelische kring niet exact dezelfde uitleg wordt gegeven, is men het wel eens over de hoofdlijnen. Van die standaarduitleg willen de meeste christenen niet afwijken”.

Toch lijkt er iets niet te kloppen in deze algemeen aanvaarde uitleg. Zo wordt aan allerlei symbolen uit de gelijkenissen een betekenis toegekend, die niet overeenstemt met de uitleg die de Here Zelf van zulke symbolen heeft gegeven.

Bovendien beweert men dat de Here gelijkenissen vertelde om Zijn boodschap te verduidelijken, terwijl Hij Zelf zegt dat Zijn onderricht juist bedoeld was om deze voor de menigten te verhullen!

De boodschap van de gelijkenissen is dus niet voor de hand liggend en voor een buitenstaander ook niet gemakkelijk te begrijpen.

Dit boekje is een poging om achter de betekenis van de gelijkenissen te komen.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen