Zacharia - Deel 16: Loutering van Israel

Zacharia

Deel 16: Loutering van Israel

Wie aan verlossing denkt, zal hier doorgaans slechts positieve gedachten bij hebben. In Zacharia 13 wordt echter een keerzijde beschreven. Er zal ook bloed vloeien en er zullen mensen sterven, voordat Israëls verlossing kan ontvangen. Dit lijkt haaks te staan op het wezen van God, van Wie gezegd wordt dat Hij barmhartig en liefdevol is. Toch blijkt door de (bijbelse) geschiedenis heen dat de mens Gods goedheid pas werkelijk kan gaan zien nadat hij leed en lijden heeft doorstaan. Daarnaast toont de wereldgeschiedenis dat beëindiging van bezetting en onderdrukking in de regel slechts met krachtig ingrijpen kan worden bewerkstelligd.

Bron van nieuw leven (vs. 1)

Het begin van hoofdstuk 13 wijst direct terug naar wat in hoofdstuk 12 staat beschreven, en vindt in dezelfde tijd plaats als dat wat in het hoofdstuk daarvoor beschreven wordt. Op het berouw van Israël volgt het ontsluiten van een bron ter ontzondiging en reiniging van het huis van David en de inwoners van Jeruzalem. Het woord 'bron' duidt op een plek waar nieuw leven begint. Er wordt ook wel de baarmoeder van de vrouw mee aangeduid (Lev. 20:18). Zoals in de baarmoeder nieuw leven wordt voortgebracht, zo zal de bron ter ontzondiging en reiniging het huis van David en Jeruzalem nieuw leven brengen. Of zoals Psalm 36 het zegt: "Want bij U is de bron des levens, in Uw licht zien wij het licht."
Over deze levensbron wordt wellicht ook gesproken in Joël 3: "…en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren." De bron zal dan niet alleen dienen ter ontzondiging en reiniging, maar het zal ook voor vruchtbaarheid zorgen. Natuurlijk valt in deze context ook te denken aan de woorden van de Here Jezus uit Johannes 4: "…maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven."

Reiniging van het land (vs. 2)

Zoals het voortbrengen van nieuw menselijk leven uit de vrouwelijke 'bron' veel pijn, moeite en ook bloed met zich meebrengt, zo geldt dit ook voor het nieuwe leven dat God in Israël zal voortbrengen. In Romeinen 8 wordt gesproken over het zuchten van de schepping die in barensnood is. Dit is nu precies wat er ook gaande is in Zacharia 13. Voordat de nieuwe schepping zich in de persoon van Christus openbaart, moet de oude schepping eerst een zwaar lijden ondergaan. Omdat Israël, als navel van de aarde, centraal staat in Gods heilshandelen, zal zij het het zwaarste te verduren hebben, zowel als land als volk.
Het lijden van Israël zal hieruit bestaan dat de ongerechtigheden uit het land worden verwijderd, in de vorm van afgoden, profeten en onreine geesten. Hoe treffend is hier de overeenkomst met het boek Openbaring, dat vele eeuwen later door de apostel Johannes geschreven werd. Daarin is sprake van een afgod in de vorm van een beeld waar het beest uit de aarde een geest aan geeft (Opb. 13:15). Dit zelfde beest uit de aarde treedt op als profeet voor het beest uit de zee. Hij zorgt ervoor dat velen in Israël het beest uit de zee zullen aanbidden (Opb. 13:12). Natuurlijk is in de geest die het beest aan het beeld geeft de onreine geest terug te zien, maar ook elders in Openbaring wordt gesproken over onreine geesten. Zo wordt in Opbaring 16 melding gemaakt van drie onreine geesten die uit de bek van de draak, de bek van het beest en de mond van de valse profeet komen.
Zowel de afgoden als de (valse) profeten en de onreine geesten zullen door de HERE worden weggedaan. Zij staan de verlossing van Gods volk in de weg om de eenvoudige reden dat zij er slechts op uit zijn om Israël juist bij hun HERE vandaan te trekken. Hun einde staat, zoals bekend, onder andere beschreven in de laatste hoofdstukken van Openbaring.

Geen profeten meer (vs. 3-6)

De volgende verzen in het hoofdstuk laten iets zien van hoe het er aan toe zal gaan nadat God door de Messias verlossing aan Zijn volk geschonken heeft. De boze en vernietigende machten in het land zullen plaats gemaakt hebben voor de heerschappij van de Messias. Zijn aanwezigheid zal ook de noodzaak van profeten overbodig maken. Profeten zijn immers een intermediair van God in de hemel. Zij bezorgen de mensen Gods boodschap. Nu God echter in de gedaante van Zijn Zoon onder hen woont, hebben de mensen de profeten niet meer nodig, maar kunnen zij optrekken naar Jeruzalem om daar Christus te aanbidden en naar Zijn raad en bijstand te luisteren.
Onder deze omstandigheden is het volstrekt ongeloofwaardig als nog iemand optreedt als profeet. Hij kan dan slechts een valse profeet zijn. Vandaar dat hij verstoten zal worden. Niet alleen door zijn landgenoten, maar zelfs door zijn eigen ouders. De boodschap van deze verzen is dan ook dat iedereen er alles aan zal doen om de schijn tegen te hebben dat men als profeet aangemerkt wordt.

De herder geslagen (vs. 7-9)

Wij zijn nu aangeland bij één van de meest lastige passages uit Zacharia, maar ook uit die van de gehele Schrift. Niet zozeer het ontdekken van de betekenis is lastig, maar veel meer het bevatten ervan. Hoe kan het namelijk zijn dat de HERE Zich zo hard tegen Zijn eigen volk keert? Hoe kan het dat Hij tweederde uitroeit en de rest door vuur heen laat gaan? En uitroeien moet dan niet gezien worden in de zin dat zij verbannen worden. Nee, er staat namelijk duidelijk bij dat zij de geest zullen geven.
Voor velen is dit een moeilijke passage. Dat is ook begrijpelijk. Er is hier zeer duidelijk sprake van een afslachting. Toch wordt één en ander wel begrijpelijker wanneer het bezien wordt in de context van de tijd waarin het zich afspeelt. Beseft moet worden dat de dagen vlak voor de wederkomst van Christus in Israël een bizar karakter met zich meedragen. Er zal veel geweld en afgoderij in het land zijn, de anti-christ zal heersen en het degenen die hem niet aanhangen zeer zwaar maken. Een aantal passages uit Openbaring laat dit duidelijk zien:

"En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben…" (12:17).

Het is hier satan die (voorgesteld als een draak) ten strijde trekt tegen de gelovigen uit Israël. Het zijn zij die trouw zijn aan Gods geboden en het getuigenis van Jezus die vervolgd worden.

"…en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft" (13:17).

Eén van de maatregelen zal zijn dat al wie de aanbiddingtekens van het beest niet draagt, zal worden weerhouden om te kopen en te verkopen. Bij deze aanbiddingtekens moet overigens gedacht worden aan gebedsriemen zoals Israël die droeg voor de HERE (Deut. 6:8). Echter deze gebedsriemen zullen dan ter ere van satan zijn.

"…en maken dat allen, die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden" (13:15).

Uiteindelijk zal het niet blijven bij een verbod op handel. Velen die trouw zijn aan de HERE en Zijn Zoon Jezus zullen moeten sterven.

"En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?" (6:9-10).

Het zijn de mensen op aarde, de volgelingen van de draak en het beest die verantwoordelijk zijn voor de afslachting van de gelovigen. Hun dood zal zo gruwelijk zijn, dat zij niet anders kunnen dan roepen om wraak.

Wanneer het oordeel van God, zoals verwoord in Zacharia, bezien wordt in de context van de feiten uit Openbaring, dan wordt gelijk duidelijk wie behoren tot de tweederde van de mensen die de HERE uiteindelijk zal uitroeien. Dit zijn zij die willens en wetens het beest aanbeden hebben en verantwoordelijk zijn voor de dood van hun gelovige volksgenoten. Zij zijn bedriegers en moordenaars en verantwoordelijk voor genocide. Zij hebben geen respect voor God als de bron van het leven en lopen slechts hun eigen zinnen achterna. Is het dan niet zo dat de HERE, als Gever van het leven, het recht heeft om de gift van het leven, die Hij hen in bruikleen heeft gegeven, weer terug te nemen omdat zij deze gift verkwanselen? Wie zijn wij mensen om God daarop te beoordelen, laat staan te veroordelen.
Wat betreft het derde deel van het volk dat blijft leven, dit zijn de gelovigen die vervolgd en zelfs gedood zullen worden vanuit de uitoefening van de beestheerschappij. Hun loutering bestaat enerzijds uit het doormaken van vervolging. Anderzijds bestaat het uit het meemaken van (maar daarentegen niet getroffen worden door) de oordelen zoals die uitgevoerd worden voorafgaand aan de wederkomst van Christus. Het is echter genoeg voor hen om de naam des HEREN aan te roepen om behouden te worden en de HERE zal hen ook uiteindelijk horen: "En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen" (Joël 2:32).
Een heerlijke tijd breekt aan!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Paulus, leermeester der heidenen

Op twee plaatsen in de Bijbel schrijft Paulus dat hij door God is aangesteld als "prediker, apostel en leraar van de heidenen" (1 Tim. 2:7 en 2 Tim. 1:11). In zijn nagenoeg laatste woorden schrijft hij: "Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen" (2 Tim. 4:17). Het valt meteen op: hij zegt dit in zijn allerlaatste brieven - anders gezegd: hij zegt dit aan het einde van zijn bediening. Het laatste - of tweede - deel van zijn bediening stond in het teken van het heil dat naar de heidenen gezonden was. In het licht daarvan mocht Paulus tot dan toe verborgen dingen bekendmaken, die alle te maken hebben met het ene lichaam van Christus, waar Christus Zelf als Hoofd deel van uitmaakt. Hierdoor deelt de gelovige van nu - in één lichaam onlosmakelijk met Hem verbonden - in de positie van Christus Zelf en daarmee in alle geestelijke zegen.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Bestel 'Paulus - Leermeester der heidenen'

Het voornemen van de eeuwen

Natuurlijk! Elke christen gelooft wel dat God een plan heeft; maar vaak blijft de kennis hierover wat vaag. Het is dan ook een mooie - en noodzakelijke - bezigheid om in de Bijbel te zoeken naar dat plan. Misschien zijn we niet zo gewend om de Bijbel juist op dát punt te lezen, maar als je je erin verdiept, blijkt er heel wat meer over Gods voornemen in te staan dan je aanvankelijk voor mogelijk hield.

In dit boekje gaat het over het voornemen van de eeuwen. Deze eeuwen zijn grote tijdperken die elkaar opvolgen en zo een plan vormen. Uitdrukkingen als 'de tegenwoordige boze eeuw' of 'de toekomende eeuw' zijn vast wel bekend. Deze twee eeuwen zijn een onderdeel van Gods plan met de eeuwen.

Neem je hier kennis van, dan kun je beter begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en waarom dingen zijn zoals ze zijn. Zeker als je dan de Bijbel gaat lezen vanuit het standpunt dat God een plan heeft, gaat er een wereld voor je open!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Het voornemen van de eeuwen'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek Esther spreekt tot de verbeelding vanwege het mooie en soms spannende verloop van de geschiedenis die erin staat. Toch is dit boek niet bij iedereen even bekend, dan wel populair. Mogelijk heeft dit te maken met het gegeven dat de hoofdpersoon een vrouw is? Of is het vanwege de schijnbare afwezigheid van God?

Nu is het inderdaad zo dat je de Naam van God - in het Oude Testament altijd weergegeven met "HEERE" - in dit Bijbelboek niet terugvindt. En toch is Zijn verborgen aanwezigheid 'zichtbaar' en van doorslaggevend belang in de hier beschreven verwikkelingen rond Zijn volk. In de redding van het volk is er voor Esther - en ook voor haar neef Mordechai - een hoofdrol weggelegd.

Tot op de dag van vandaag wordt - onder het Joodse volk - deze wonderlijke redding gevierd tijdens het Purimfeest.

Bestel 'Het Bijbelboek Esther'