Als gelovigen hebben we ook een toekomstverwachting. Zie maar in Titus 2:11-13: ”Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.”
De Heere Jezus heeft beloofd terug te komen naar deze wereld. Zo eindigt de Bijbel zelf in het één na laatste vers in Openbaring 22:20: ”Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig.”
Wij als gemeente, die het Lichaam van Christus is, mogen Zijn verschijning verwachten en sterker nog, wij mogen ‘met’ Hem verschijnen, schrijft Paulus in Kolossensen 3:4 “Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.”
Wij verwachten dus met Hem geopenbaard te worden in heerlijkheid. Wat een eer dat wij als kleine mensen met Christus mogen verschijnen.
De Bijbel staat vol met wat er dan zal gebeuren. Hoe Hij alles zal gaan herstellen en hoe er vrede zal zijn. De dood die er niet meer is, geen ziekte en geen pijn. Die verwachting is niet nieuw voor mij. Ik kijk er regelmatig naar uit. In het leven in deze wereld waar de satan de god van deze eeuw is, is er overal ellende. Dichtbij in het gezin en in de familie, maar ook bij velen om ons heen en overal in de wereld. Dat maakt een toekomst waarin al die narigheid er niet meer is, en alles goed zal zijn, een hoopvolle toekomst.
In ons gesprek spraken we over wanneer deze verschijning dan zal plaatsvinden. En… stel dat het nou dit jaar is. Die gedachte maakte de verwachting opeens wel heel actueel en dichtbij. Bij mezelf merkte ik van alles ontstaan, een soort spanning kwam in mij op. Een spanning als voor een spannende activiteit. Een spanning die je klaar maakt: “Laat maar komen!” zei ik. 
En daarna volgden er allerlei vragen. Hoe zal het gaan met de kinderen? Maak je geen zorgen, die geloven ook en zullen erbij zijn. Maar herkennen we elkaar dan nog? Geen idee, maar de Heer weet dat wel en die zorgt dat alles goed komt. En wat gebeurt er met onze huisdieren? Ach, als de Heer voor ieder musje zorgt, dan toch ook wel voor onze hond en katten. Hoe zal dat zijn voor mensen die achterblijven? Geen idee, de Heere weet het wel. Het is Zijn plan en Hij voert het uit.
Vele vragen en onduidelijkheden kwamen voorbij. Sommige te beantwoorden en andere niet, en dan mogen we vertrouwen dat de Heer het wel weet. Hij werkt volgens Zijn plan en Hij zal ook zorgen dat het gebeurt, staat in 1 Thessalonicenzen 5:24 “Hij Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.”
Wat ook kwam, was relativering van toekomstige aardse zaken. Allerlei zaken waar je tegenop ziet of keuzes over moet maken. Zorgen over gezondheid komen in een ander perspectief. Want, wat maakt het uit, het duurt niet lang meer. Maar wat gaan we dan doen als dit het jaar is? Geven we dan nog eerst ons geld uit, stoppen we met werken en gaan we alleen nog genieten? Dat zijn allemaal begrijpelijke vragen.
En... wat als dit niet het jaar is? Dan zitten we nog in deze wereld vol ellende.
Paulus schreef aan de Filippenzen in hoofdstuk 2:12-15: “Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld.”
Dit zei Paulus tegen de Filippenzen in zijn afwezigheid, maar ik denk dat dit ook voor ons geldt in de tijd dat de Heere nog niet geopenbaard is. Wij mogen hier op aarde leven, wetende en vertrouwende op de Heer, die in alles werkt volgens de raad van Zijn wil. Of het nu dit jaar is of nog een tijd zal duren, Zijn plannen zullen uitgevoerd worden. In 2 Korintiërs 5:7 staat “… want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.”
Ik zie uit naar het moment dat het geloven mag overgaan in aanschouwen! Liever vandaag dan morgen!
Bijbelmagazine