Voor mijn vrouw en mij is het alweer 22 en 20 jaar geleden dat er bij ons een kindje geboren werd. Dat zijn ondertussen twee jongvolwassen vrouwen die hun eigen leven vormgeven. Dat kleine ligt alweer ver achter ons. Onze buren krijgen binnenkort een kindje, en uiteraard gaan we dan op kraambezoek.
Toen ik daar over nadacht, bedacht ik me weer hoe dat is, zo’n klein kindje vast te houden. Ik realiseer mij de kwetsbaarheid van zo’n kindje. Volledig afhankelijk van de ouders. Tot niets in staat, anders dan te liggen, te slapen, te huilen en harten te veroveren. Zo enorm kwetsbaar. En gevaren genoeg in de wereld om door beschadigd te raken. Die afhankelijkheid van ouders en andere verzorgers blijft ook nogal een heel aantal jaren. De belevenissen met onze eigen kinderen passeren dan zo de revue in mijn hoofd. Er is van alles gebeurd. Mooie en leuke dingen, maar ook spannende en lastige gebeurtenissen.
Ik stond daar nooit zo bij stil, maar realiseer me dat de Heere God Zichzelf wel in een hele kwetsbare positie heeft geplaatst. In Kolossenzen 1:16 en 17 staat: “Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.”
Dit geeft de onmetelijke grootheid van de Heere God aan. Alles is door Hem gemaakt. Hij is groter dan alles. Op vele plekken in de Bijbel wordt dit beschreven en bezongen. In dit alles wat Hij gemaakt heeft, is dan de zonde gekomen door de duivel, die er alles aan doet om Gods creatie kapot te maken. Als een brullende leeuw om te verslinden, als een dief om te stelen, en om te misleiden, te verleiden. Dat klinkt als een erg onveilige plek voor een pasgeboren en afhankelijk kindje om in terecht te komen.
Maar bij dit alles heeft de Heere God een plan. Paulus schrijft in Filippenzen 2:6 en 7 dat Christus het “… niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.” En in dit plan vond Hij het een goed idee om vrijwillig als klein kindje neer te dalen in Zijn eigen schepping. Wat een verschil! Van die grote, almachtige God, naar een klein en kwetsbaar kind. In een schepping waar de duivel rondgaat om te verslinden. Menselijk gezien is het dwaasheid dit zo te doen.
Tegen de Korinthiërs sprak Paulus over de wereldse wijsheid versus die van God. Hij schreef in 1 Korinthe 1, vers 23: “Wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid. Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God.”
Als ik daarover nadenk, realiseer ik me dat onze grote God, Die boven alles staat en over Wie we zingen dat Hij de hele wereld in Zijn hand heeft, Zijn goddelijke positie afgelegd heeft om als een mens in Zijn schepping te komen. Als een klein, onschuldig, kwetsbaar en totaal afhankelijk kindje. Niet in staat om uit zichzelf te overleven en zich te verweren tegen de wereld. En dit alles met als doel om als volwassen man gehoorzaam te zijn aan Zijn hemelse Vader, hetgeen Hij ook heeft gedaan: “En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood” (Fil. 2:8).
Ook dit is dwaasheid voor de mens, maar wijsheid van God, en wat ben ik dankbaar dat de Heer zoveel van ons houdt, dat Hij dit deed. Ik denk aan de woorden in Johannes 3:16 en 17 “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.” Hij heeft er wat voor over gehad om dat te bereiken!
Binnenkort vieren we weer kerst. Meestal gaat het (te) snel voorbij, maar dit besef komt toch weer eens flink binnen en dan zing ik van binnen dit kerstlied:
Komt, verwondert u hier mensen,
ziet, hoe dat u God bemint;
ziet, vervuld der zielen wensen,
ziet dit nieuwgeboren kind!
Ziet, die ’t Woord is zonder spreken,
ziet, die vorst is zonder pracht,
ziet, die ’t al is in gebreken,
ziet, die ’t licht is, in de nacht.
Bijbelmagazine