De volkeren, Israël en de gemeente - Deel 3 - De introductie van de mens

De volkeren, Israël en de gemeente

Deel 3 - De introductie van de mens

In de voorgaande artikelen hebben we de eerste mens - Adam - vergeleken met de tweede Mens - Christus. En hoe zich deze vergelijking verhoudt tot de grote lijnen van Gods plan. In dit artikel gaan we nader in op de 'introductie' van de mens in Gods plan.

Als je de Bijbel leest op dit punt is er niet zozeer sprake van het 'ontstaan' van de mens, maar veel meer van de 'schepping' van de mens. Dit laatste wijst op de korte tijd - of zelfs een specifiek moment - waarin dit gebeurd moet zijn. Na dat moment van de schepping van de mens geldt wat we in Handelingen 17:26a lezen: "En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht ...". Dit ene bloed, die ene mens, leren we meteen al in het begin van de Bijbel kennen. We lezen voor het eerst over de mens (adam) in Genesis 1.

De eerste keer 'mens' in de Bijbel
Vanuit de woestheid, ledigheid en duisternis formeerde de Heere in zes dagen de wereld zoals we die nu kennen. Daarbij is het wel belangrijk om op te merken dat de wereld, zoals die er was tussen Adam en Noach, zich wel anders gedroeg. Dit komt omdat er toen andere natuurwetten waren dan die we nu kennen en er in de toekomende eeuw zullen zijn. Op de zesde dag komt de mens 'ten tonele'. We lezen in Genesis 1:

  • 26 "En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!
  • 27 En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.
  • 28 En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!

De Heere God sluit de zesde dag af met de constatering dat het allemaal "zeer goed" was (vs. 31). En het daaropvolgende vers (Gen. 2:1) laat zien dat de mens het 'sluitstuk' van de huidige schepping is.
Binnen het Jodendom wordt wel eens de vraag gesteld, waarom Adam het laatste scheppingswerk was. Het antwoord luidt: Zodat we niet kunnen zeggen dat de mens God geholpen had bij het scheppen! 

In vers 26 komt voor de eerste keer in de Bijbel het woord 'mens' voor. Het staat hier in het enkelvoud: adam en zonder lidwoord. Daarom moeten we het hier opvatten als 'mens' in de zin van 'mensheid', de soort mens. Dat dit in de HSV wordt weergegeven met ‘mensen’ ligt eigenlijk wel voor de hand, omdat in datzelfde vers de reden staat van de schepping van de mens: "... laten zij heersen ...". Dit staat dus in het meervoud en slaat terug op het woord 'mens', oftewel: ‘mensen’. Kort samengevat staat er in vers 26: "Laten Wij mensen maken (...) en laten zij heersen ...".
Vervolgens geeft vers 27 de volgorde van hoe God dit scheppingswoord gestand deed: "En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen". Hier staat in één keer heel veel informatie. Hoe ging dit "laten Wij mensen maken" in z'n werk?
Eerst staat er "God schiep de mens". ‘De mens’ is de vertaling van ha adam; dus met het bepalend lidwoord ha. Ha Adam wordt voorafgegaan door het woordje eth. Dit is een onvertaalbaar woordje dat als functie het aanwijzen van het lijdend voorwerp heeft. Zo kan er - in dit vers - in ieder geval geen twijfel over bestaan Wie wie geschapen heeft. Zou die 'aanwijzer' er niet hebben gestaan, dan had hier ook gelezen kunnen worden dat Adam God schiep. Volgens moderne theologen is het inderdaad zo dat mensen God geschapen, dan wel verzonnen hebben. Volgens de grondtekst ligt dat dus anders: God schiep (eth) de mens! 1) En Hij schiep hem naar Zijn Beeld. Paulus sluit daarop aan met: "Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva" (1 Tim. 2:13). Eerst was er één mens, daarna twee. In overeenstemming daarmee zie je in Genesis 1:27 dat het van "hem" naar "hen" gaat: "En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen".

  • Noot: Sommigen hebben geopperd dat eth - dat ruim 11.000 keer voorkomt in het Oude Testament - een verborgen verwijzing is naar de Heere Jezus, Die Zich "de Alfa en de Omega" noemt (Openb. 1:11). Dit zijn achtereenvolgens de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. Het woord eth bestaat uit de eerste en de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. Op zich een mooie gedachte. Maar taalkundig gezien, blijkt het woordje eth een aanwijzer te zijn van het lijdend voorwerp. Kom je dit woordje tegen dan wordt het gevolgd door het lijdend voorwerp. Vanzelfsprekend kom je in de vele zinnen van het Oude Testament vaak een lijdend voorwerp tegen. Daarom wordt eth zo vaak gebruikt.

Woorden die met 'adam' te maken hebben
Tot dusver zagen we in vers 26 en 27 de volgende woorden :

- adam = mens / mensheid, en
- ha'adam = de mens / Adam.

Het woord adam is ook een werkwoord. Het heeft als betekenis: rood zijn. Denk aan de woorden van Jesaja: "... al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol " (Jes. 1:18). De schuingedrukte woorden zijn de vertaling van het werkwoord adam. Overigens lezen we hier ook meteen over de verbinding van 'rood' met zonde. Volgens dit vers kun je zonden vergelijken met scharlaken en met de rode kleur van karmozijn. Er zijn nog meer woorden die van het werkwoord adam zijn afgeleid:

  • admonie = roodharig, rossig. Denk aan de beschrijving van de geboorte van Esau: "De eerste kwam tevoorschijn, rossig (admonie) en helemaal behaard als een haren mantel; daarom gaf men hem de naam Ezau" (Gen. 25:25). Ook voor David wordt admonie gebruikt, als er staat dat hij rossig was (1 Sam. 16:12 en 17:42).
  • Edom, Idumea = rood. "Toen zei Esau tot Jakob: Laat mij toch slurpen van dat rode (adom), dat rode (adom) daar, want ik ben moe. Daarom gaf men hem de naam Edom" (Gen. 25:30). Vgl. ook Jesaja 63:1 en 2. In vers 1 staat "Edom" en in vers 2 "rood" (adom). In de tijd van de Heere Jezus werd het gebied van Edom, 'Idumea' genoemd (Mark. 3:8). Denk ook aan het Israëlische 'Rode kruis': Magen David Adom (= Rode Davidster).
  • dam = bloed. Het komt ruim 400 keer voor in het Oude Testament.
  • adamah = meestal weergegeven met "aardbodem" (betekent ook: rode aarde). Het komt ruim 230 keer voor, te beginnen in Genesis 1:25 en 2:5, 6 en 7. In dit laatste vers gaat het ook over "adam": "... toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem ...". Adam komt uit de adamah voort! De mens (met de aanduiding adam) is dus vooral een aardling! Dat verklaart meteen waarom we van nature zo weinig zicht hebben op dingen die hoger zijn dan de aarde, zoals de hemelen en de hemel der hemelen! We zijn van nature aardsgezind en aardsgericht. "De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk ..." (1 Kor. 15:47a).

In deze laatste tekst uit 1 Korinthe 15 zien we dat het met één mens begon. Dit sluit aan bij wat we in het vorige artikel in AMEN 171 al gezien hebben bij het lezen van Handelingen 17:26a. Vergelijk hier ook Romeinen 5: "Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen ...". Naast de Bijbelse zekerheid dat uit Adam alle mensen zijn voortgekomen, staat er in Genesis 3:20 ook nog dat Eva "moeder van alle levenden is". Niet een tot mensen doorontwikkeld groepje primaten, waaruit God er één nam die Hij Adam noemde. Nee, "... naar het beeld van God schiep Hij hem ...” En nadat ook Eva geschapen is: "... mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen".

Van hem → hen
In Genesis 1:27 staat tweemaal een puntkomma. De tweede puntkomma staat tussen "... naar het beeld van God schiep Hij hem" en "... mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen". Iets dergelijks is het geval tussen Genesis 5:1 en 2: "Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze geschapen werden". In vers 1 gaat het over hem, in vers 2 over mannelijk én vrouwelijk. Wat er tussen vers 1 en 2 gebeurde en wat er op het moment van de tweede puntkomma in Genesis 1:27 gebeurde, wordt beschreven in Genesis 2:15-25. We kunnen dat gedeelte dan ook beschouwen als een nadere uitleg van wat al gezegd is over de schepping van de mens op de zesde dag.

In Genesis 2:7 en 8 lezen we eerst over de schepping van de mens, namelijk: Adam, de eerste mens. Vanaf dat moment is Adam nog alleen, wat bevestigd wordt in vers 18: "Het is niet goed dat de mens alleen is ...". Hij was dus nog alleen. Pas in vers 22 wordt beschreven dat Eva geschapen is. Dat hij alleen was, geldt ook voor vers 15-17, waar staat: "De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onderhouden. En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven". Dit is van belang voor de zondeval, waar we later op terechtkomen. Het was in ieder geval niet zo dat Eva rechtstreeks van God gehoord had over de bomen in de hof van Eden en waar wel en waar niet van gegeten mocht worden!
Om van hem naar hen te gaan moest Eva geschapen worden. Dit wordt ingeleid door de woorden uit vers 18: "Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem" (vgl. het einde van vs. 20).
'Een hulp tegenover hem' is een bijzondere uitdrukking. Dat we hier niet zomaar aan een sloofje of slaafje, een hulpje moeten denken, blijkt wel uit de Bijbelsteksten waar dit woord voor 'hulp' (ètsèr) voorkomt. Enkele voorbeelden daarvan uit de psalmen:

Psalm 20:6 "Maar ik ben ellendig en arm; o God, kom spoedig tot mij. U bent mijn Hulp en mijn Bevrijder. HEERE, wacht niet langer!";
Psalm 54:6 "Zie, God is mijn Helper, de Heere is onder hen die mijn ziel ondersteunen";
Psalm 121:2 "Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft" en
Psalm 146:5a "Welzalig is hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft ...".

Deze teksten maken duidelijk dat je als mens niet kunt zonder de hulp van onze Goddelijke helper. Deze Helper staat niet lager in positie dan wij, maar juist hoger! Het is bijzonder mooi wanneer echtgenoten elkaars hulp kunnen zijn. In Genesis 2 wordt duidelijk dat de Heere al voorzag dat Adam het zonder deze hulp niet zou redden. Het was niet goed dat de mens alleen was.
De gehele uitdrukking is 'een hulp tegenover hem', of: een 'hulp om hem te ontmoeten' - de N.B.G.-'51-vertaling heeft een 'hulp die bij hem past' - is de vertaling van ètsèr kinègèdo. Het werkwoord nagad, waar kinègèdo van is afgeleid, betekent: verklaren, tonen, vertellen, aankondigen. Nègèd (in het woord kinègèdo) betekent: in de aanwezigheid van, voor, vergeleken met, in overeenstemming zijn met. Wellicht kunnen we hier het beste denken aan 'wederhelft'. Er was (nog) geen hulp als wederhelft voor Adam met wie hij compleet zou zijn. 

Tijdens een diepe slaap wordt Eva gemaakt
In vers 21-23 staat hoe Eva gemaakt werd door de Heere: "Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam. Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen".
Met betrekking tot de diepe slaap die op Adam viel, halen we een kort gedeelte aan uit het Morgenroodboekje ‘In de band van het verbond’:

  • Het woord dat in Genesis 15:12 met "diepe slaap" wordt vertaald (thardemah) komt zevenmaal voor. Zie verder Genesis 2:21; 1 Samuël 26:12; Job 4:13 en 33:15; Spreuken 19:15 en Jesaja 29:10.
    Het bijbehorende werkwoord (radam) komt ook zevenmaal voor: Richteren 4:21; Psalm 76:7; Spreuken 10:5; Daniël 8:18 en 10:9 en Jona 1:5 en 6. Met enige verbeelding zou je in het feit dat in het zelfstandig naamwoord "diepe slaap" het werkwoord (radam; dit bestaat in het Hebreeuws slechts uit de letters r-d-m) voorafgegaan wordt door de Hebreeuwse letter tav en gevolgd wordt door de letter hee, een prachtige illustratie kunnen zien. De naam van de eerste letter betekent: 'kruis', en die van de laatste: 'venster'. Zeker wanneer je je realiseert dat in de Bijbel de slaap als beeld gezien wordt van de dood - voor de Heere Zelf is daar zelfs nauwelijks tot geen verschil (zie bijv. Mark. 5:39 en Joh. 11:11-13) - dan is het alsof het sterven, de dood en de opstanding van de Heere Jezus zichtbaar worden in deze "diepe slaap": kruis, diep slapen, het uitzicht van de opstanding. (Blz. 16. Het ISBN van dit boekje is 9789066943117. Bestellen kan via de volgende link: ‘In de band van het verbond’)

Enfin: Eva is geschapen vanuit een rib van Adam en zo is zij inderdaad in de meest letterlijke zin van het woord been van Adams beenderen en vlees van Adams vlees. En Adam noemt haar "mannin". Dit is de vertaling van het Hebreeuwse iesjah, dat verder meer dan 800 keer met vrouw wordt vertaald in het Oude Testament. Iesj en Iesja, man en vrouw. Deze woorden worden verder niet vertaald met 'mannelijk' en 'vrouwelijk'. Dit is ook niet het geval in Genesis 1:27 en 5:2. Daarom is de vertaling met "mannelijk en vrouwelijk" duidelijk. Na de beschrijving van de schepping van Eva lopen de beschrijvingen in Genesis 1:27 (na de tweede puntkomma) en 5:2 weer verder.

In het volgende artikel gaan we verder in op de schepping van de mens en zijn val.

Meer artikelen in de serie "De volkeren, Israël en de gemeente":

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

De sabbat

Onder christenen leven soms de volgende vragen: Is de zondag de sabbat van nu? Is het de bedoeling dat christenen de sabbat - van vrijdagavond tot zaterdagavond - vieren?

De Bijbel geeft de nodige informatie over de sabbat, die zich als zevende dag onderscheidt van de voorgaande zes door rust. Het is een dag aan de Heere toegewijd. Paulus schrijft dat deze dag voor het lichaam van Christus geen aanleiding mag zijn om elkaar te veroordelen "inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten" (Kol. 2:16).

De sabbat verwijst ook naar de grote toekomstige sabbat in Gods plan; geen periode van vierentwintig uur, maar één van duizend jaar. Israël en de volkeren mogen dan leven in vrede en rust.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'De sabbat'

Levend water

Water is de meest voorkomende vloeistof op aarde, een essentieel onderdeel van de natuur en noodzakelijk voor het (ontstaan van) leven.
In dit boekje gaat het niet zozeer over water als vloeistof, maar vooral over geestelijk water. Dat wil zeggen: water als aanduiding van waarachtig leven, voortkomend uit Gods Geest.
Daarnaast verwijst water ook naar Gods Woord, dat levend en krachtig is. Vandaar de titel van dit boekje: levend water.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Levend water'

Schatten uit Gods Woord - 4

De serie Schatten uit Gods Woord bevat boeken waarin allerlei Bijbelse onderwerpen worden behandeld. Deze onderwerpen kun je zien als schatten die je opgraaft vanuit Gods Woord. David zegt: "De woorden van de HEERE zijn reine woorden, als zilver gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal" (Ps. 12:7). Hij schrijft dit om daarmee de betrouwbaarheid van Gods woorden te onderstrepen. Zij staan wat dat betreft lijnrecht tegenover de woorden die trouweloze mensen spreken (zie vs. 2-5). Wat God zegt in Zijn Woord kun je zonder meer aannemen; Hij is immers Zelf de waarheid! Daarom is het zo de moeite waard om de Bijbel te lezen, te overdenken en te leren begrijpen. Daar word je wijs van!

Dit vierde deel bevat 22 hoofdstukken over even zoveel onderwerpen. 

Spreuken 3:13-15 zegt:
"Welzalig is de mens die wijsheid vindt,
de mens die inzicht verkrijgt, want
- haar opbrengst is beter dan de opbrengst van zilver en
- haar inkomen beter dan bewerkt goud,
- zij is kostbaarder dan robijnen.
Al jouw wensen zijn met haar niet te vergelijken".

Meer info & bestellen 'Schatten uit Gods Woord - 4'