De heilige Geest in de Efeze-brief - Deel 9 (slot)

De heilige Geest in de Efeze-brief

Deel 9 (slot)

In de Efeze-brief schrijft Paulus over het geheimenis dat hem is toevertrouwd. De heilige Geest wil ons inzicht geven in dat geheimenis en het (praktische) leven vanuit Gods kracht en wijsheid binnen het Lichaam van Christus, de Gemeente!

In de eerste drie elementen (zie vorige AMEN) gaat het over het lichaam en de hoop van uw roeping: Eén lichaam, één Geest, één hoop (Efe. 4:4).
Als Lichaam van Christus hebben wij een andere hoop, en een andere roeping dan bijv. het volk Israël. Paulus´gebed is dat wij wijsheid in onze geest zullen ontvangen om Christus op de juiste manier te leren kennen, opdat we zullen weten welke hoop onze roeping wekt (Efe. 1:17,18). Wanneer we ons als broeders en zusters in de Heer daarmee bezig houden, dan leren wij bijzaken van hoofdzaken te scheiden en zal de eenheid van de ene Geest, die wij mogen bewaren, worden versterkt.

In de tweede groep van drie elementen gaat het om de Heer: Eén Heer, één geloof, één doop (Efe. 4:5)
Deze Heer is onze Heer, de Zoon van God. Het ene geloof en de ene doop worden ook verbonden met de Heer. Het is opvallend dat hier wordt gesproken over één doop. Maar over welke doop spreekt Paulus hier? Er zijn twee visies die het meest worden genoemd.

  1. Paulus schrijft hier over de waterdoop. Dat is de letterlijke onderdompeling in water als een uiterlijke symbool van een innerlijke verandering.
  2. Paulus schrijft hier over de doop in de Geest. Dat is het ontvangen van de Geest op het moment van de wedergeboorte, waarbij de gelovige wordt toegevoegd aan het Lichaam van Christus. Of, zoals in charismatische theologie wordt geleerd, het overweldigd worden door de Geest van God in een aparte tweede ervaring na de wedergeboorte, na een handoplegging of na een periode van ernstig zoeken naar de werking van de Geest.

Persoonlijk geloof ik dat Paulus met deze doop niet de waterdoop of de doop in de Geest bedoelt, maar de doop van gelovigen in de dood van Christus. Wij zijn als kinderen Gods één gemaakt met Christus in Zijn dood en opstanding. Het gaat over de doop zoals Paulus dit beschrijft in Romeinen 6:1-11 en Kolossenzen 2:11-12: “In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt.”

Het geloof dat in deze tweede groep elementen wordt genoemd is het geloof van Christus waarover we lezen in Galaten 2:20 “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in (beter: van - St. Vert. is correct!) de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

Het praktiseren van eenheid

Tussen de eenheid van geloof (Efe. 4:13) en de eenheid van de Geest (vs. 3) schrijft Paulus over de gaven die Christus gegeven heeft. In dit verband zijn het de gaven die gegeven zijn aan Zijn Lichaam, de Gemeente. Paulus schrijft over twee soorten gaven:
1. De gave van genade (vs. 7)
2. Personen die als gaven aan de Gemeente gegeven zijn (vs. 11).

1. De gave van genade
De tekst in Efeziërs 4:7 “maar aan een ieder van ons afzonderlijk is de genade gegeven”, lijkt sterk op de tekst uit hs. 3:7 “hfet evangelie waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave van de genade van God die mij geschonken is…”
Paulus was in gevangenschap ter wille van zijn bediening om het geheimenis van Christus te openbaren. Binnen dit geheimenis wordt vooral duidelijk dat mensen die zonder God en zonder hoop in deze wereld waren (Efe.2:12) op grond van de meest intensieve vorm van verzoening (Efe. 2:16) deelhebben aan de grootst mogelijke zegen (Efe.1:3-14) door Gods genade. Paulus heeft bijzondere genade ontvangen zoals we ook lezen in Efeziërs 3:2,7,8. Maar aan een ieder van ons is afzonderlijk ook genade geschonken. Deze genade is naar “de maat van de gave van Christus” (letterlijk). Deze maat verbindt ons met vers 13 waarin Paulus schrijft over de “maat van de volwassenheid (in de NBG vertaald met ´wasdom´) van de volheid van Christus. De aan Paulus gegeven genade stond in het licht van de openbaring van het geheimenis van Christus. Zou de genade die aan een ieder van ons gegeven is, ons ook niet brengen tot inzicht in dit geheimenis opdat wij volwassen worden in Christus?

De boodschap van het geheimenis wordt niet door iedereen gekend. In deze boodschap gaat het om geestelijke waarheden die wij niet direct zien. Waarheden die alles te maken hebben met de unieke plaats die het Lichaam van Christus, de Gemeente, inneemt in het heilsplan van God. Om de eenheid van de Geest te kunnen bewaren, hebben wij inzicht nodig in het geheimenis. We hebben inzicht nodig hoe het Lichaam van Christus wordt gezien in Gods heilsplan. We hebben inzicht nodig hoe dit lichaam van gelovigen uit de Joden en de heidenen moet functioneren. We hebben inzicht nodig om als gelovigen naar ‘ons hoofd’, Christus, te groeien. We hebben inzicht nodig om de eenheid van de Geest te kunnen bewaren.

In mijn observaties van vele gelovigen in verschillende kerken en kringen heb ik ontdekt dat wanneer dit inzicht in het geheimenis ontbreekt, men zich richt op de uiterlijke zaken van het geloof. Men komt tot verwarrende theorieën over de plaats van de gemeente in Gods plan. Sommigen zien de gemeente als voortzetting van Israël. Anderen zien de gemeente als het Koninkrijk van God in deze tijd.

Dit alles verdeelt de gelovigen. Gelukkig hebben alle gelovigen de Geest van Christus ontvangen. Deze wekt ons op niet naar elkaar en alle verschillen te kijken en ze uit te vergroten, maar naar Christus die wij liefhebben. Als wij ons overgeven aan Christus´ liefde voor ons en ons verdiepen in de gezonde leer van het geheimenis, zijn wij in staat elkaar werkelijk te dienen en de eenheid te bewaren.

2. Personen als gaven
God heeft naast Zijn genade ons nog iets gegeven waardoor wij leren de eenheid te bewaren en te komen tot eenheid van geloof en de volle kennis van de Zoon van God. God heeft ons personen gegeven die als gaven gegeven zijn aan de gemeente. We onderscheiden binnen deze gaven twee soorten gaven naar hun functie:

1. De fundamentleggende gaven   : apostel en profeten.
2. De opbouwende gaven          : evangelist en herder/leraar.


Waar de apostelen en de profeten aan het fundament hebben gewerkt van het Lichaam van Christus, geeft God in onze tijd aan de Gemeente: evangelisten en herders/leraars. Het evangelie dat de evangelisten tot opbouw van het Lichaam van Christus verkondigen is het ‘evangelie van vrede’ (Efe. 6:15) dat Paulus koppelt aan het geheimenis (6:19). Dit gaat over onze unieke positie in Christus. De herders/leraars (in het Grieks één woord (Didaskalos - vgl. ons woord didactiek)) zorgen ervoor dat aan de gelovigen goed voedsel wordt gegeven (herder) en dit goede voedsel is inzicht in het Woord van God (leraar), opdat de gelovigen volledig toegerust worden in een bediening dat het Lichaam van Christus opbouwt.

De taak van deze personen ligt in het bewaren van de gezonde leer. Opdat vanuit de gezonde leer een gezonde geestelijke levenswandel voortkomt. De gezonde leer zorgt ervoor dat de gelovigen stabiel worden in hun leven met God. De gezonde leer heeft alles te maken met het geheimenis van Christus.

Het doel van eenheid

Het doel van de eenheid van de Geest en het werk van de ‘opbouwende gaven’ van evangelisten en herders/leraars wordt omschreven in Efeziërs 4:13 (een letterlijke vertaling): “Totdat wij allen geheel komen tot in de eenheid van het geloof en de volledige kennis van de Zoon van God, tot in een volwassen man, tot in de maat van de volwassenheid van de volheid van Christus…”

De eenheid van het geloof is de volledige kennis van de Zoon van God. De woorden ‘volledige kennis’ zijn de vertaling van het Griekse woord ‘epignosis’. Dit is een kennen door een innige vorm van gemeenschap. Deze kennis is bijzonder belangrijk, want zonder deze kennis schrijft de profeet Hosea ‘gaat het volk verloren’. De gelovigen zullen gaan dwalen zonder deze intieme kennis. Een Bijbelleraar schrijft: “Waarom zijn zo weinig gelovigen op de hoogte van hun werkelijke positie in Christus en de rijkdom die ons geschonken is in het kader van de boodschap van het geheimenis? Is het niet omdat de volledige kennis hieromtrent eenvoudigweg niet bekend is bij de meeste geestelijke leiders van vandaag en daarom ook niet gepredikt kan worden?”

Deze kennis komt in Paulus´ brieven na de openbaring van het geheimenis zevenmaal voor:

  1. Efe. 1:17 …van wijsheid en openbaring in Zijn volledige kennis (letterlijk)
  2. Efe. 4:13 …totdat wij allen geheel komen tot… de volledige kennis van de Zoon van God .
  3. Filipp. 1:9 …Dit bid ik dat Uw liefde …meer overvloedig mogen zijn in …volledige kennis (NGB: ‘helder inzicht’).
  4. Kol. 1:9 …Daarom bidden wij…voor u… dat gij met de volledige kennis (NBG: ‘rechte kennis’) van Zijn wil vervuld moogt worden.
  5. Kol. 1:10 …en op te wassen in de volledige kennis (NBG: ‘rechte kennis’) van God.
  6. Kol. 2:2 opdat zij… in liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledige kennis en zij het geheimenis Gods mogen kennen…
  7. Kol. 3:10 en de nieuwe (mens) aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volledige kennis (NBG: volle kennis) naar het beeld van zijn Schepper…

In de tekst Kolossenzen 2:2 zien we ook de verbinding tussen eenheid, kennis en geheimenis. Dit heeft alles met elkaar te maken. En dit brengt ons weer bij de elementen van eenheid, zoals genoemd in Efeziërs 4:4-6

Als wij zicht hebben op al deze waarheden zal het eenvoudiger zijn om de eenheid van de Geest te bewaren!

Meer artikelen in de serie "De heilige Geest in de Efeze-brief":

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: De gezonde leer

De gezonde leer (De brief van Paulius aan Titus)

De titel van dit boekje - De gezonde leer - is een term die in de Bijbel alleen te vinden is in de drie allerlaatste brieven van de apostel Paulus. Dat zijn de beide Timotheüsbrieven en de brief aan Titus. In de Efezebrief en de Kolossenzenbrief die hij daarvóór schreef, lezen we over de openbaring van het geheimenis. Dit heeft te maken met de boodschap over het lichaam van Christus. De gezonde leer mogen we zien als de leer die op die openbaring is gebaseerd en daarom uitermate belangrijk voor de gelovige van vandaag. Wat heeft de bekendmaking van de tot dan toe verborgen waarheden over het lichaam van Christus voor uitwerking in de tijd waarin we leven? De brief van Paulus aan Titus geeft daar praktische antwoorden op; het is een kleinood dat door elke gelovige en gemeente gekoesterd zou moeten worden.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Leeswijzer - Doelgericht Bijbellezen

Meer weten over Degene in Wie je als christen gelooft? Dan is de Bijbel dé bron van informatie. Daarbij is het niet alleen belangrijk dát je de Bijbel leest, maar ook hóe je leest. Wil je ontdekken wat God heeft geopenbaard en zeggen wil? Of zoek je bevestiging van hoe je zelf je geloof wilt 'inrichten'?
Doelgericht Bijbellezen is van grote invloed op de wijze waarop we leven, gemeente-zijn en zicht hebben op Jezus Christus.

Met vragen om persoonlijk of groepsgewijs verder over na te denken.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Acht gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen

Uit het voorwoord: “Wie over de gelijkenissen van de Heiland spreekt of schrijft, lijkt zich op glad ijs te begeven. Er is over deze Bijbelgedeelten immers enorm vaak gepreekt. De evangelieverhalen zijn overbekend en vrijwel iedere christen meent precies te weten wat de Here met Zijn onderwijs heeft bedoeld. Hoewel er in rooms-katholieke, protestantse en evangelische kring niet exact dezelfde uitleg wordt gegeven, is men het wel eens over de hoofdlijnen. Van die standaarduitleg willen de meeste christenen niet afwijken”.

Toch lijkt er iets niet te kloppen in deze algemeen aanvaarde uitleg. Zo wordt aan allerlei symbolen uit de gelijkenissen een betekenis toegekend, die niet overeenstemt met de uitleg die de Here Zelf van zulke symbolen heeft gegeven.

Bovendien beweert men dat de Here gelijkenissen vertelde om Zijn boodschap te verduidelijken, terwijl Hij Zelf zegt dat Zijn onderricht juist bedoeld was om deze voor de menigten te verhullen!

De boodschap van de gelijkenissen is dus niet voor de hand liggend en voor een buitenstaander ook niet gemakkelijk te begrijpen.

Dit boekje is een poging om achter de betekenis van de gelijkenissen te komen.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen