Zwart op Wit - Deel 2: Eeuwen en bedelingen

Zwart op Wit

Deel 2: Eeuwen en bedelingen

Het plan van God zoals dat in Zijn Woord naar voren komt, bestaat in eeuwen en bedelingen. Hoewel er soms vanuit wordt gegaan dat met deze woorden hetzelfde bedoeld wordt, gebruikt de Bijbel toch deze beide termen en blijken ze een verschillende betekenis te hebben. De Bijbel is vooral de openbaring van Gods wil. We lezen daarin wat Zijn doel is en hoe Hij dat zal bereiken. Daarvoor heeft Hij een plan gemaakt "in Christus Jezus". Het is belangrijk om iets van de grote lijnen van dat plan te begrijpen. Daar komt bij dat we het Woord van God beter leren begrijpen wanneer we meer van Gods plan daarin ontdekken. Alles wat God doet, volvoert Hij in Christus, Die ook het Middelpunt is van de Bijbel.

Het plan der eeuwen

In Efeziërs 3:10 en 11 staat: "... opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd ..." Zowel in de Statenvertaling als in de N.B.G.-vertaling lezen we in het elfde vers over het "eeuwig(e) voornemen". Toch staat er letterlijk "plan der eeuwen". Eeuwig is hier niet de vertaling van een bijvoeglijk naamwoord, maar van een zelfstandig naamwoord: aionen. God maakt in de huidige tijd Zijn veelkleurige wijsheid in de hemelse gewesten bekend door de Gemeente en dat blijkt in overeenstemming te zijn met een plan dat Hij heeft, het plan der eeuwen. Dat staat dus gewoon in de Bijbel! God heeft dus een plan gemaakt in Christus Jezus, onze Here. Letterlijk zegt Efeziërs 3:11 hier niet uitgevoerd (zoals in de N.B.G.-vertaling), maar gemaakt (Statenvertaling). Een plan van eeuwen, een plan dat uit eeuwen bestaat. Er is een plan en er zijn eeuwen (aionen). Met eeuw wordt dan niet een periode van honderd jaar bedoeld, maar - zoals wij het ook wel over eeuw hebben - een tijdperk. In de Nederlandse geschiedenis is er bijvoorbeeld sprake van de Gouden Eeuw.

In Hebreeën 1 staat: "... de Zoon, Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de wereld geschapen heeft." (vs. 1b en 2) De wereld is hier de vertaling van de eeuwen (de aionen). Het gaat hier om de Zoon, door Wie de Vader de eeuwen geschapen heeft. De reden dat de gangbare vertalingen hier wereld weergeven, is wel enigszins begrijpelijk later in dit artikel aan de orde zal komen, maar is feitelijk onjuist. Onze gedachten worden door een dergelijke vertaling nu zo geleid dat we denken aan de materiële wereld, de schepping om ons heen. Deze gedachte is op zich niet onbijbels. Kolossenzen 1 leert ons immers dat de Zoon Zijner liefde "de Eerstgeborene der ganse schepping" is, "want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen." (zie vs. 13-16) In Hebreeën 1 wordt dat echter niet bedoeld; hier gaat het om hetzelfde als wat er in Efeziërs 3 staat: God heeft in Christus (het plan van) de eeuwen geschapen.

Wat is een eeuw?

In Hebreeën 11 is iets soortgelijks gebeurd. In vers 3 lezen we wederom van wereld, terwijl er eeuwen behoort te staan. Dit elfde hoofdstuk begint met een even indrukwekkende als onbegrijpelijke stelling: "Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet." (vs. 1) Wanneer we dit vers schematisch neerzetten, wordt de samenhang duidelijk:

A Het geloof nu is
  B1 de zekerheid
    C1 der dingen, die men hoopt
  B2 en het bewijs
    C2 der dingen, die men niet ziet

Het komt uiteindelijk terecht op hopen en niet zien. Daar draait het hele geloof om! De dingen die men hoopt, ziet men niet, omdat ze nog in de toekomst liggen; de dingen die men niet ziet, ziet men niet, omdat ze voor het normale oog eenvoudigweg niet zichtbaar zijn. In verband met de rijke zegeningen die ons in Christus ten deel vallen, bidt Paulus dat de Here ons geve een geest van wijsheid en openbaring "in Zijn kennis; Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten,
- welke zij de hoop van Zijn roeping, en
- welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen; En
- welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht." (Efe. 1:17-19; Statenvertaling)

In deze geest die we in geloof mogen ontvangen, kunnen we toch wat zien! Zien in de zin van weten. Maar voor ons lichamelijke oog is het slechts hopen en niet zien, totdat ...
Hieruit voortvloeiend, staat er in Hebreeën 11:3 het volgende: "Door het geloof verstaan wij, dat de eeuwen (i.p.v. wereld) door het woord Gods tot stand gebracht zijn, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare."
Ook dit vers kan - voor de duidelijkheid - in schema gezet worden:

A Door het geloof verstaan wij, dat
  B1 de aionen
    C1 door het woord Gods
      D1 tot stand gebracht zijn,
  B2 zodat het zichtbare
      D2 niet ontstaan is uit
    C2 het waarneembare.

Het tweede deel laat zien dat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare; dus ontstaan is uit het niet- waarneembare. Dit niet-waarneembare is het Woord Gods (C1); het zichtbare (B2) zijn de aionen (B1)!

Hebreeën 11:3 toont aan dat de aionen op de één of andere wijze tot de zichtbare dingen behoren. Dat wil zeggen zichtbaar voor het menselijk oog. De dingen die zichtbaar zijn voor het menselijk oog behoren samen met een aantal onzichtbare dingen als machten, krachten, tronen, heerschappijen tot het geschapene, de schepping. Zolang er sprake is van een schepping (hemelen en aarde, zie de hiervoor aangehaalde tekst uit Kolossenzen 1:15 en 16) is er sprake van zichtbare dingen. Zolang is er ook sprake van aionen. Een aioon duidt een tijdperk aan, waarin er een schepping is. Beide behoren tot de zichtbare dingen. De Bijbel vermeldt inderdaad het bestaan van verschillende werelden of scheppingen. Niet tegelijk maar opeenvolgend! Wij leven nu in de "tegenwoordige hemelen en de aarde." (2 Pet. 3:7) Maar deze tegenwoordige hemelen en aarde moeten te Zijner tijd plaatsmaken voor de nieuwe hemelen en aarde (2 Pet. 3:13). Openbaring 21:1 zegt: "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer." Wel, zolang er sprake is van dergelijke werelden, zijn er (opeenvolgende) eeuwen. Wie bekend is met computers weet dat een computer niet echt werkt als er geen besturingsprogramma op staat. Zodra een dergelijk programma geïnstalleerd is, kan de computer via het beeldscherm dingen zichtbaar maken en kun je er wat mee. Zo is een aioon te vergelijken met het besturingsprogramma en de wereld met de computer zelf; of: een aioon is de software, de wereld de hardware. Hoe het er in de wereld aan toegaat, is afhankelijk van welk besturingssysteem er draait, welke aioon er met haar regels heerst.

Er is dus een nauwe samenhang tussen eeuw en wereld. Dit is er de reden van dat op verschillende plaatsen in de Bijbel aioon met wereld vertaald wordt. Zo is het in ons spraakgebruik heel normaal om bijvoorbeeld naar aanleiding van allerlei misstanden te zeggen: 'In wat voor wereld leven we nou toch?'. Daarmee bedoelen we meestal eerder het systeem waardoor de wereld, de maatschappij bestuurd wordt, dan dat we het hebben over de aardbodem.
Toch kan in de Bijbel deze vertaling tot grote verwarring leiden! Hoevelen zijn er immers niet die zeggen dat met de komst van de Here Jezus Christus, de Zoon des mensen, de wereld ophoudt te bestaan? Op zich wel begrijpelijk. In Matteüs 24 gaat het tenslotte over de "voleinding der wereld" in verband met Zijn komst (vs. 3 en 14; zie ook Matt. 13:49). Dat staat er inderdaad ... in onze vertalingen ...! Letterlijk staat er namelijk: "voleinding der eeuw".

De tegenwoordige eeuw en de toekomende eeuw

Als er nu een plan is dat uit eeuwen bestaat, moeten we onderzoeken of de Bijbel inderdaad spreekt over opeenvolgende eeuwen. En is daarin een volgorde te ontdekken? En is uit de Bijbel op te maken hoeveel van dergelijke eeuwen er zijn?

In Lucas 20 is er een gesprek tussen de Sadduceeën en de Here Jezus. De Sadduceeën geloofden niet in de opstanding (vs. 27) en hadden moeite met de realiteit van de onzienlijke wereld (Hand. 23:8). Vanuit deze achtergrond proberen zij de Heer in dit gesprek 'klem' te zetten, door een vraag te stellen over een toch wel heel bijzondere, door hen bedachte, situatie over een vrouw die in haar leven achtereenvolgens zeven mannen had (je kunt het bijna zo gek niet bedenken!). Van welke van die zeven mannen zou zij nu de vrouw zijn in de opstanding (vs. 33)? In het antwoord van de Heer noemt Hij twee aionen: "De kinderen dezer eeuw huwen en worden ten huwelijk genomen, maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen." (vs. 34 en 35)
Samenvattend geldt voor degenen die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan de opstanding: 'In deze eeuw (aioon) wordt er gehuwd; in die eeuw (de opstanding der doden) niet'. Zoals we uit de Schrift weten, vindt die opstanding der doden plaats bij de wederkomst van Christus (bijv. 1 Tess. 4:16 en Openb. 20:4-6; de dan levende gelovigen zullen veranderd worden: 1 Kor. 15:51 en 52). 'Die eeuw' is dan blijkbaar de periode die samenvalt met de aanwezigheid van Christus.
In Efeziërs 1 gaat het ook over deze twee aionen: "... door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw." (vs. 20 en 21) De eeuw waar we momenteel in leven, wordt in de Bijbel ook wel de 'tegenwoordige boze eeuw' genoemd. In Galaten 1 staat: "... de Here Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld ..."(vs. 3b en 4) In deze tekst staat in plaats van wereld weer het woord aioon, eeuw. Dit is ook het geval in 1 Timoteüs 6:17 en 2 Timoteüs 4:10. De tegenwoordige aioon bestuurt de tegenwoordige wereld (Grieks: kosmos; in dit verband is kosmos de geschapen werkelijkheid, zoals onder meer beschreven in Kolossenzen 1:15 en 16). Dit wordt prachtig verwoord en goed weergegeven in de Statenvertaling: "In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld ..." (Efe. 2:2a); dat is dus: de aioon van deze kosmos. Gelovigen zijn uit het huidige besturingssysteem getrokken, maar nog wel in de wereld (kosmos). Wel in de wereld, maar niet van de wereld. Voor de gelovige geldt dan ook wat Paulus in Romeinen 12:2 schrijft: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld (aioon, eeuw), maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken ..."

Dat de huidige aioon boos is, heeft alles te maken met degene die grote invloed in deze eeuw heeft en zelfs de god daarvan genoemd wordt: "Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is." (2 Kor. 4:3 en 4) Gods tegenstander, de duivel, is de god van deze eeuw.

Met de komst en aanwezigheid van Christus komt er een einde aan het huidige besturingssysteem, deze tegenwoordige aioon. En daar gaat het dan ook om in Matteüs 24! Daar is het in vers 3 niet de voleinding van de kosmos, maar de voleinding van de aioon. Het besturingssysteem van nu - met al zijn kwalijke invloeden op deze wereld, op de maatschappij en op de gang der dingen, zelfs tot in het persoonlijk leven van mensen aan toe - zal stopgezet worden met de komst en aanwezigheid van Christus, Die de God van die eeuw is. De toekomende eeuw waarin Hij zal regeren en de invloeden van Zijn besturing, Zijn heerschappij zullen merkbaar worden in deze wereld! Dat wordt een heel andere wereld, waar vrede en gerechtigheid meer en meer wereldwijd merkbaar zullen worden; waarin natuurlijke vijanden als de wolf en het schaap bij elkaar kunnen leven (Jes. 11:6-8).

Toekomende eeuwen

In het voorgaande is duidelijk geworden dat de Bijbel minimaal over twee eeuwen spreekt. Met deze kennis kunnen we stellen dat het plan der eeuwen in ieder geval uit twee aionen bestaat, die van elkaar gescheiden worden door de komst van Christus.
Maar de Bijbel geeft aanwijzingen dat er meer zijn! Met betrekking tot de tijd die vóór ons ligt, de toekomst, staat er in Efeziërs 2 het volgende: "... en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom Zijner genade te tonen naar (Zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus." (vs. 6 en 7) Hier is niet sprake van één toekomende eeuw, maar van meerdere toekomende eeuwen. Dit meervoud leert ons dat er in ieder geval nog twee eeuwen (besturingssystemen) komen die invloed hebben op de wijze waarop de schepping die er tijdens die eeuwen is, zal functioneren.
Over de eerste toekomende eeuw hebben we het al gehad. Die eeuw is een periode die de schepping, waarin wij nu leven, een compleet ander karakter zal geven.
Nu leert de Bijbel dat er na deze schepping, bestaande in hemelen en aarde, een nieuwe zal komen. Het ligt daarom voor de hand om aan te nemen dat de tweede toekomende eeuw invloed zal hebben op de gang van zaken in de nieuwe schepping. Ook in die eeuw toont de Here nog Zijn overweldigende genade over ons in Christus Jezus. Ook dan bevinden we ons blijkens Efeziërs 2 nog steeds in die hoge positie in Christus Jezus in de hemelse gewesten! Daarmee bevinden we ons boven de aarde en de (twee geschapen) hemelen, waarin zich het hemels Jeruzalem bevindt.

Zoals Paulus in 1 Korintiërs 15 schrijft, komt er een moment waarop alles aan de Zoon onderworpen is. Hij onderwerpt Zich dan aan de Vader, opdat God zij alles en in allen (vs. 28). In 1 Korintiërs 15 schrijft Paulus over de opstanding uit de doden, waarbij hij stelt: "Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een Mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." (vs. 21 en 22) Dit levend maken is in de context van 1 Korintiërs 15 de opstanding uit de dood waarin mensen in Adam sterven: dat is de lichamelijke dood als gevolg van de zonde die door Adam de mensheid binnenkwam (Rom. 5:12 e.v.; die zonde heeft tot gevolg dat de mens ook van nature geestelijk / ten opzichte van God ook dood is). Uit díe lichamelijke dood stond Christus Zelf immers op als Eersteling en volgen in de toekomst degenen die Christus toebehoren (de opstanding bij Zijn komst); tot slot is er het einde. Dan wordt de laatste vijand, de dood, onttroond en blijkt dat de Vader alles aan de voeten van de Zoon onderworpen heeft (1 Kor. 15:23-27a). Dit stemt overeen met het boek Openbaring. In hoofdstuk 20:6 lezen we over de opstanding van hen die van Christus zijn in Zijn aanwezigheid en in hoofdstuk 20:11-14 over het einde. Degenen die op het hier beschreven moment, dat is na de duizend jaren (oftewel: na de eerste toekomende eeuw) nog in de dood zijn, worden levend gemaakt en naar Gods maatstaven geoordeeld. De dood zelf houdt dan op te bestaan en wordt in de poel des vuurs geworpen (de tweede dood) die er gedurende de tweede toekomende eeuw ook is.
Dit leert ons dat de situatie waarin God "alles en in allen" zal zijn al aanbreekt bij het begin van de tweede toekomende eeuw. Er is bijbels gezien overigens geen reden om aan te nemen dat die tweede toekomende eeuw oneindig is. Elke aioon is namelijk een tijdperk met een begin en een einde. Aan de situatie waarin de nieuwe hemelen en aarde er zullen zijn, met het nieuwe Jeruzalem waar het geboomte des levens staat, tot genezing van de volken (Openb. 22:2), komt ook een einde. Dan komt er ook een einde aan het bestaan van de poel des vuurs, een "eeuwig vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is" (Matt. 25:41). Dit eeuwig is het bijvoegelijke naamwoord dat van aioon is afgeleid en betekent derhalve: gedurende de eeuw of gedurende de eeuwen.

Op de situatie ná het plan der eeuwen komen we later in dit artikel nog terug.

De voorbije eeuwen

Uit verschillende bijbelteksten is duidelijk geworden dat er inclusief de huidige eeuw, waarin de wereld zich momenteel bevindt, in ieder geval drie aionen in het plan der eeuwen zijn te onderscheiden. Nu willen we nog een ogenblik stil staan, bij het verleden.

In 2 Petrus 2:5 staat het volgende: "... en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht ..."
Beide keren dat hier het woord wereld wordt gebruikt, staat er oorspronkelijk kosmos. Het gaat dan in deze tekst in het bijzonder om de wereld die in de "voortijd" bestond. De Statenvertaling vertaalt één en ander meer letterlijk met : "de oude wereld". Duidelijk is in ieder geval dat het gaat om de wereld zoals die er was tot Noach. Er zijn enkele teksten in de Bijbel te vinden die het woord aioon of olam (eeuw) indirect verbinden aan die tijd. Zoals: "De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam" (Gen. 6:4); "geweldigen uit de voortijd" is letterlijk: geweldigen, namelijk die uit de eeuw (olam). Of denk aan: "... gelijk Hij gesproken heeft door de mond Zijner heilige profeten van oudsher ..." (Luc. 1:70); van oudsher is letterlijk: vanaf de aioon. God sprak door de profeten in de tegenwoordige eeuw. Vanaf de eeuw wijst daarom op de eeuw die aan de tegenwoordige eeuw voorafging. Zie ook Handelingen 3:21; 15:18.
Afgezien van deze teksten, geeft de Bijbel duidelijk aan dat de schepping in de tijd van Adam tot Noach een ander 'besturingssysteem' had. Mensen bereikten uitermate hoge leeftijden, er waren geen seizoenen, zoals die er nu wel zijn (vergelijk Gen. 8:22).

Zo zien we dat Noach samen met zeven anderen van de ene eeuw naar de volgende (de tegenwoordige boze) eeuw ging. De Here Jezus zei dan ook: "Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn" (Matt. 24:37). Ook Christus zal immers degenen die bij Hem schuilen overbrengen van deze naar de volgende eeuw!

Met de eeuw tot aan de zondvloed komen we nu al op een totaal van vier eeuwen waar Gods Plan der eeuwen uit bestaat. Er ging minimaal één eeuw vooraf aan de huidige eeuw, die loopt van Noach tot aan de wederkomst van Christus. Prediker 1:10 geeft ons echter nog wat meer informatie: "Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw ? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn" (Statenvertaling). In Kolossenzen 1:26 schrijft de apostel Paulus dat het geheimenis "eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest." Letterlijk zegt hij: vanaf de eeuwen. We zagen zojuist dat de profeten in 'onze' eeuw geschreven hebben en gedurende deze eeuw is het geheimenis verborgen geweest. Er wordt dus in het Woord van God niet geschreven over het geheimenis, totdat Paulus hierover schrijft in (onder meer) de Kolossenzenbrief.
Zowel Prediker 1:10 als Kolossenzen 1:26 tonen, dat gezien vanuit deze tegenwoordige eeuw, er niet één eeuw vóór de huidige was, maar dat er eeuwen vóór de huidige waren. Evenals dat bij de "komende eeuwen" uit Efeziërs 2:7 het geval was, zijn dat er weer minimaal twee. De eeuw die daarvan het dichtst bij ons ligt, is de eeuw van Adam tot aan de zondvloed. Daarvóór moet er dus nog een eeuw geweest zijn.
Petrus schrijft in verband met die eeuw het volgende: "Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen." (2 Pet. 3:5-7)

De "toenmalige wereld" bestaat uit de door God "in den beginne" geschapen hemelen en aarde. Daar begint de Bijbel mee: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren." (Gen. 1:1 en 2) Het water waardoor de hemelen en de aarde die God in den beginne schiep, verzwolgen werden, vinden we hier ook: "... de Geest Gods zweefde over de wateren." Het 'verzwelgen door water' lijkt op een oordeel te duiden. De situatie van woestheid en ledigheid is er één die op een andere plaats ook als gevolg van oordeel aangeduid wordt (zie Jeremia 4 en in het bijzonder vs. 23). Jesaja 45:18 zegt bovendien: "Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig. zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer." (Statenvertaling) Hij schiep de aarde niet (tot) een ledigheid.
Door oordeel middels de verzwelging met water is de (oorspronkelijke) aarde echter wel woest en ledig geworden. Efeziërs 1:4 spreekt in dit verband letterlijk over de "nederwerping van de kosmos."

Juist omdat Prediker 1:10 het heeft over eeuwen (meervoud) vóór ons, mogen we aannemen dat één eeuw daarvan, de eeuw was waardoor de toenmalige hemelen en aarde bestuurd werden.

Samenvattend: het plan der eeuwen

Onderzoek van de Bijbel geeft aan dat het plan der eeuwen dat God in Christus gemaakt heeft, bestaat uit tenminste vijf eeuwen. Tenminste, omdat er meer dan twee toekomende eeuwen ná en meer dan twee eeuwen vóór de tegenwoordige eeuw kunnen liggen. De meervouden die gebruikt worden in Efeziërs 2:7 en Prediker 1:10 geven daar in principe ruimte voor. Desondanks lijkt het er sterk op dat het er in totaal vijf zijn, omdat deze ook in verband gebracht kunnen worden met vijf manieren waarop de kosmos heeft bestaan.

In de Bijbel gaat het voornamelijk om het handelen van God met de mens in de tegenwoordige schepping. Deze tegenwoordige schepping bestaat gedurende de drie middelste aionen. Dit zijn drie tijdperken, eeuwigheden, die deze schepping elk op een bepaalde wijze besturen. De wereld bevindt zich momenteel nog in de middelste eeuw (dat is de derde eeuw; er voor het gemak even vanuit gaand dat er in totaal vijf eeuwen zijn). In de bijbelse beschrijving van het begin van deze tegenwoordige boze eeuw wordt Babel genoemd (Gen. 10 en 11). Maar ook in de beschrijving van het einde van deze eeuw wordt dit rijk genoemd, en wel in verband met de openbaring van Christus (Openb. 17-19). De macht van Babel is er één die zich slechts gedurende de tegenwoordige boze eeuw manifesteert.
Mijns inziens zegt de Schrift nagenoeg niets over hoe het vóór of na het plan der eeuwen was en zal zijn.
Er kunnen vele gedachten zijn over hoe het ná het plan der eeuwen zal zijn. Er zijn bijbeluitleggers die daarbij hun conclusie al getrokken hebben, en vervolgens bijbelteksten voor hun standpunt gebruiken die absoluut geen betrekking hebben op wat er na de aionen zijn zal. Persoonlijk kan ik niet tot een andere conclusie komen dan dat de Bijbel slechts spreekt over wat zich binnen de grenzen van het plan der eeuwen afspeelt, niet over wat vóór of ná het plan der eeuwen gebeurt of gebeurd is. Het lijkt mij dan ook niet mogelijk om aan de hand van bijbelteksten die feitelijk over Gods handelen gedurende Zijn plan gaan, te 'bewijzen' hoe het na het plan der eeuwen is. Wij hebben te maken met Gods Woord dat ons leert dat mensen door Christus behouden worden en eeuwig leven (dat is leven gedurende één of meerdere eeuwen) mogen ontvangen. Tegelijk leert de Schrift dat er tegenover dat behoud de verlorenheid staat (ook gedurende één of meerdere eeuwen). Wat er daarna gebeurt, is slechts gissen. We kunnen wat dit betreft slechts twee mogelijkheden bedenken: Óf zij die het heil van Christus gedurende de eeuwen hebben afgewezen, houden op te bestaan; óf God heeft een andere bedoeling met hen.
Voor ons is het ondertussen van het grootste belang de gekruisigde en opgestane Here Jezus Christus te prediken, opdat mensen behouden worden en deel krijgen aan het onvergankelijke leven dat Christus aan het licht bracht. Dáár mogen we mee bezig zijn. Houd dat voor ogen. Besteed daar uw tijd aan en zet uw talenten en middelen daarvoor in! Daarvoor zond God immers Zijn Zoon in deze wereld!

De Bedelingen

Tot slot van dit artikel nog enkele opmerkingen over de bedelingen. Naast aionen blijken er namelijk ook bedelingen te zijn. De 'leer' van de bedelingen wordt ook wel genoemd: dispensationalisme. Dit is afgeleid van het Latijnse woord voor bedeling: dispensatio. Het in het Nieuwe Testament gebruikte Griekse woord is: oikonomia. U herkent hierin gemakkelijk het woord economie, huishouding. Huishouding niet alleen in de zin van de verzorging van het interieur, maar vooral in de zin van hoe het er aan toe gaat in een huis. Het ministerie van economische zaken bijvoorbeeld probeert het huishoudboekje van de staat op orde te houden. Dit woord wordt in de Statenvertaling vertaald met 'bedeling' en in de N.B.G.-vertaling meestal met 'bediening'.
Bedeling is een wat ouder Nederlands woord dat betrekking heeft op een deel dat iemand toegewezen krijgt. De bijstand van nu heette vroeger 'de bedeling'. Daar kreeg (en krijg) je op vaste tijden een afgemeten bedrag.

Welke bedelingen noemt de Bijbel?

Slechts enkele bedelingen worden in de Bijbel vermeld. De volgende opsomming daarvan gaat uit van wat er in de grondtekst staat:
Efeziërs 1:10 de bedeling van de volheid der tijden;
Efeziërs 3:2 de bedeling van de genade Gods aan Paulus gegeven en
Efeziërs 3:9 de bedeling van het geheimenis.

In het algemeen kunnen we zeggen dat een bedeling meestal te maken heeft met hoe de Heer bepaalde dingen regelt. Hij hanteert regels aan de hand waarvan Hij met de mens omgaat. De manier waarop God met de mens omgaat, gebeurt gedurende een bepaalde tijd. Daarom heeft een bedeling iets van een tijdskarakter in zich. Maar het zijn zeker geen tijdsperioden in de eerste plaats, een standpunt waar Scofield vanuit gaat. Hij geeft als definitie: 'Een bedeling is een periode van tijd, waarin God Zich op een bijzondere wijze bezighoudt met de mensen in betrekking tot de zonde en de verantwoordelijkheid van de mens'.

Voor zover we van een plan van bedelingen kunnen spreken (want deze uitdrukking komt niet eens in de Bijbel voor!), spelen deze bedelingen, deze manieren waarop God met de mens handelt zich af gedurende de drie middelste eeuwen van het plan der eeuwen (deze uitdrukking komt wel in de Bijbel vor, zoals we reeds gezien hebben, nl. in de grondtekst van Efe. 3:11). Beginnend bij de eerste mens, Adam en eindigend met de tweede Mens, Christus.

Bedeling van de volheid der tijden

De bedeling van de volheid der tijden heeft betrekking op de periode dat er een volheid van 'tijden' is ontstaan. Dit gebeurt als de laatste 'tijd' wordt toegevoegd. 1 Petrus 1 heeft het over "een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is voor u, die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, welke gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd." (vs. 4 en 5) Dit woord tijd is hetzelfde woord dat gebruikt wordt in Efeziërs 1:10. De erfenis waar Petrus het over heeft, wordt geopenbaard met de openbaring van Jezus Christus (vs. 7). Dan is de reeks van tijden tot volheid gekomen en breekt de laatste bedeling aan. Dan zal blijken, wat nu in principe al waar is: Christus is het Hoofd boven al wat is in de hemelen en op de aarde (Efe. 1:10). Dit blijft zo tot en met het einde van Zijn heerschappij als Hij uiteindelijk het koningschap overdraagt aan de Vader (1 Kor. 15:24).
Deze bedeling valt dus samen met de toekomende eeuw uit het plan der eeuwen!

Bedeling van de genade Gods en van het geheimenis

Verder noemt Paulus in Efeziërs 3:2 en 9 de bedelingen van de genade Gods en die van het geheimenis. Deze beide manieren waarop God met de mens omgaat, houden specifiek verband met de tijd waarin wij leven! Als gelovigen van nu (dat is de tijd vanaf het einde van de periode die beschreven wordt door het boek Handelingen tot aan het moment dat de Here de draad met Israël zal opnemen), hebben we op een onnoemelijk rijke wijze deelgekregen aan de rijkdom van Gods genade! In de bediening van het geheimenis wordt daarbij duidelijk dat we op gelijke wijze aan Christus' positie deelhebben als de wijze waarop Hij daar Zelf deel aan heeft: "En Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die Zijn Lichaam is, vervuld met Hem, Die alles in allen volmaakt." (Efe. 1:22 en 23)

Bedeling van de Wet

Indirect wordt ook de tijd van het oude verbond (dat van Mozes tot aan de kruisdood van Christus duurde) een bedeling genoemd. Dit gebeurt in Galaten 4:1-5: "Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles; maar hij staat onder voogdij en toezicht tot op het tijdstip, dat door zijn vader tevoren bepaald was. Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen." Paulus vergelijkt hier de situatie van Israël onder de wet met een erfgenaam die onmondig is. Onmondig duidt op een kind, dat nog niet het recht heeft om te spreken. Zo'n kind staat onder "voogdij en toezicht" (vs. 2), tot de vader bepaalt dat het kind volwassen en dus mondig is geworden. Destijds bepaalde niet de burgerlijke wet, maar de vader op welk tijdstip de volwassenheid van zijn zoon intrad! 'Zoals het kind onder voogdij en toezicht stond, zo waren wij (Israël) aan de wereldgeesten nderworpen, oftewel onder de wet', zegt Paulus. Het woord toezicht (Statenvertaling: verzorgers) is de vertaling van oikonomous, economen. Hieruit kunnen we afleiden dat ook de periode van het oude verbond, hier genoemd de wet, een tijd was waarin de Heer op een bepaalde wijze met de mens handelde. Deze periode wordt daarom wel aangeduid als de 'bedeling der Wet'. Onder de wet, was Israël onder de tuchtmeester. In Gods bedoeling zou deze tuchtmeester (lett.: pedagoog) het volk tot het geloof van Christus leiden, wat voor de gelovigen inderdaad het geval was (Gal. 3:24 en 25).

Andere periodes die als bedeling gezien kunnen worden

Hiervoor zagen we dat er in ieder geval drie perioden in de heilsgeschiedenis zijn die schriftuurlijk met bedeling kunnen worden aangeduid. Het tijdperk van het oude verbond; de huidige periode van de genade (waarbinnen de bedeling van het geheimenis valt) en de toekomstige bedeling van de volheid der tijden. Als we de betekenis hanteren van wat een bedeling nu eigenlijk is (namelijk: de wijze waarop God de dingen 'regelt' voor de mens of voor gelovigen in het bijzonder), zijn er in de Bijbel meerdere van dit soort 'huishoudingen' te ontdekken.
Deze zijn doorgaans met personen verbonden, die in de Bijbel genoemd worden. Eigenlijk is het veel veiliger om Gods plan in de Bijbel te volgen aan de hand van wat de Here doet met deze personen. God sprak met hen, gaf hen bepaalde opdrachten, deed beloften, onderwees een zekere regelgeving, enzovoort. Een uitvoerige behandeling hiervan is te vinden in de brochure 'Gods plan in een notedop', dat in de Morgenrood-reeks is uitgekomen en te bestellen is bij Everread Uitgevers.

De eerste persoon, tot wie God spreekt en waarmee Hij Zijn handelen met de mens begint is natuurlijk Adam. De periode waarin Adam leefde, wordt gekenmerkt door het ontbreken van een overheid o.i.d. Het geweten was de mensen gegeven aan de hand waarvan men kon weten, wat goed en kwaad was. Al gauw bleek dat mens ondanks dat toch meer tot het kwade geneigd was. Deze tijd loopt door tot aan de zondvloed.
Met de zondvloed is er een tweede belangrijke persoon: Noach. Na de zondvloed stelt God een systeem in waarin de ene mens over de andere oordeelt (Gen. 9:5 en 6). Dit systeem noemen we nu: 'de wereldlijke overheid'. De overheid regelt bepaalde dingen ten behoeve van de mens. Zie ook Romeinen 13:1 e.v.
De derde sleutelpersoon is Abraham. Aan Abraham werden de beloften gegeven met betrekking tot het latere volk Israël. Abraham krijgt de beloften ten aanzien van zijn nageslacht dat zo talrijk zou zijn als de sterren des hemels en het stof der aarde / het zand aan de oever der zee (Gen. 13:16; 15:5 en 22:17). Let wel dat de belofte hier primair betrekking heeft op het latere volk Israël. Het nageslacht of dat nu hemels of aards is, slaat in eerste instantie op Gods eigen volk. Dat volk zou en zal (als koninklijk priestervolk) tot zegen zijn voor alle volken der aarde: "En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar Mijn stem gehoord hebt." (Gen. 22:18) De vierde belangrijke persoon is Mozes en wel in verband met de aan Israël gegeven wet. Hiervan lezen we in het bijzonder in Exodus 19:1-6, waar ook staat dat Israël indien het aandachtig luistert naar God een "Koninkrijk van priesters" zou zijn en een "heilige volk".De periode die met Mozes aanbreekt hebben we hiervoor al besproken.

De door Scofield - en velen in zijn voetsporen - gehanteerde mening dat een bedeling eindigt als de volgende begint, is niet in overeenstemming met wat de Bijbel leert. De enige bedeling waarvoor geldt dat die geëindigd is, is de wet. Deze is in de kruisdood van Christus door God Zelf buiten werking gesteld: "... doordat Hij in Zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft ..." (Efe. 2:15)

Christus

De beloften met betrekking tot het nageslacht aan Abraham zijn deels in vervulling gegaan in de komst van Christus en Zijn geloof (Gal. 3:16-19) en vervolgens is er voor wat zowel het aardse als het hemelse nageslacht betreft een vervulling gedurende de Handelingentijd geweest. Dit zal in de toekomst ten volle vervuld worden: "Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja ..." (2 Kor. 1:20)
Ten tijde van de Here Jezus en gedurende de Handelingentijd was er immers een aards volk als nageslacht van Abraham (bijv. Joh. 8:33 en 37). Tegelijk waren er ook rechtvaardigen die een hemels volk vormden (bijv. Hebr. 12:23).
Dit hemelse volk had een positie in de geschapen hemelen en zal die in de toekomst ook hebben. Niet in de hemel der hemelen. Het nageslacht van Abraham werd immers onder meer vergeleken met de sterren des hemels, die zich in de schepping bevinden, en niet daarboven.

Zoals eerder opgemerkt, is de wet de enige bedeling waarvan gezegd kan worden dat deze beëindigd is. Wij hebben immers nog altijd met het geweten te maken en ook met de overheid. Ook de beloften moeten nog definitief vervuld worden. Bedelingen kunnen elkaar dus overlappen.

Straks gaat God in het kader van Zijn plan weer verder met Israël en zal de definitieve vervulling ten aanzien van het nageslacht van Abraham plaatsvinden. Dan ook zal Israël in overeenstemming met Gods beloften in het land wonen. Daarna komt de Here terug en breekt de laatste huishouding aan, die wel genoemd wordt: de 'bedeling van het Koninrkijk'.

Paulus

Momenteel is er sprake van een tussengeschoven periode met daarin de bedeling van het geheimenis. Van de wijze waarop de Heer in Zijn overvloedige genade met de gelovige van nu omgaat, lezen we met name in de drie gemeentelijke brieven: Efeziërs, Filippenzen en Kolossenzen. Daarin wordt duidelijk, dat God een man uit het Joodse volk heeft geroepen en afgezonderd om Zijn wil voor deze tijd bekend te maken: de apostel Paulus.
In Efeziërs 3:2 zegt hij, dat de 'bedeling der genade Gods' (St. Vert.) hem gegeven is en dat hij in het licht mocht stellen wat de 'bedeling der verborgenheid' (St. Vert.) inhoudt.
Daaruit volgt dus dat Paulus is aangesteld door God Zelf als rentmeester of huishouder van deze bedeling(en). Zoals Mozes destijds Gods bedoelingen voor Israël bekendmaakte en de regelgeving voor het leven van het volk onder de Wet, zo is Paulus degene die Gods bedoelingen voor deze 'tussen-tijd' bekend mocht maken. Daartoe mocht hij zelfs een geheimenis openbaren aangaande de wonderbare positie van de Gemeente als Lichaam van Christus. Wie dus inzicht wil krijgen in Gods bedoelingen voor deze tijd, Gods plan met de Gemeente, etc. moet daarvoor te rade gaan bij Paulus, met name in die brieven waarin hij uitvoerig over deze dingen schrijft. Dit zijn de zgn. gevangenschapsbrieven: geschreven vanuit zijn gevangenschap in Rome (zie Hand. 28).

Rechte kennis

Wie visie krijgt voor Gods plan der eeuwen en de plaats van de bedelingen daarin, zal ook zicht krijgen op de tijd waarin wij nu leven en God bezig is met een bijzondere aspect van Zijn voornemen: de uitroeping van de Gemeente als Lichaam, waarvan Christus het Hoofd is. Die zal ook onderscheid krijgen in het lezen van de Bijbel, want alles wat geschreven is, dat is wel voor ons (zie 2 Tim. 3:16-17 St. Vert.), maar niet alles gaat over ons (zie 2 Tim. 2:15 St. Vert.).
Aangezien deze fundamentele regels -door God Zelf gegeven!- worden veronachtzaamd is er tegenwoordig veel verwarring om ons heen. Teksten worden vaak willekeurig toegepast en uit hun verband gelicht, terwijl geen rekening gehouden wordt met de verschillende onderdelen van Gods plan. Dit leidt dikwijls niet alleen tot onbegrip en frustratie, maar is ook geenszins naar de wil van God. Als wij willen opwassen in de rechte kennis van Zijn wil, zullen we moeten beginnen Zijn Woord serieus te nemen en te doen wat Hij zegt. Dat betekent in ieder geval afzien van eigen inzichten, soms ook loslaten van traditionele dogma's of van wat de 'goe-gemeente' leert en alleen geloven wat Gods Woord onderwijst. Dat is misschien niet altijd de makkelijkste weg, maar wel de meest zegenrijke!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Psalm 23

Het KIND en de kinderen

"Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen" (Psalm 103:13).

In de inleiding schrijft de auteur: 'Bijbelse woorden zijn zuiver. Ze komen van God, Die heilig is. Ze vertellen geen leugens, ze zijn waar en betrouwbaar. Zijn Woord is door Zijn Geest op doordachte wijze tot zinnen gevormd. Aan de formulering is veel aandacht besteed. Het is Zijn goddelijke manier van 'zeggen' om tot ons hart te spreken'.
Vanuit deze overtuiging is dit boekje geschreven. Het bevat een boeiende en verrassende woordstudie over het woord 'kind' in met name het Nieuwe Testament. Maar behalve dat is dit boekje ook een handleiding van hoe je Bijbelstudie kunt doen. De schrijfster geeft de lezer of lezeres een kijkje in haar overwegingen en - als het ware hardop denkend - neemt zij hem of haar mee op de weg naar het resultaat van haar onderzoek.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Belangrijke Bijbelwoorden

Geloof - gerechtigheid - genade - uitverkiezing - verzegeling

Er zijn veel bekende woorden in de Bijbel die vaak door gelovigen worden gebruikt. Voor dit boekje hebben we er vijf uitgekozen: geloof, gerechtigheid, genade, uitverkiezing en verzegeling. Wat voor betekenis hebben ze in de Bijbel en welke plaats hebben ze in onze persoonlijke relatie met God?

In elk van de vijf hoofdstukken in dit boekje wordt één van deze onderwerpen bestudeerd. De lessen die ze ons leren, hebben onderling met elkaar te maken en draaien om een schitterend middelpunt: de genade van God. Het zicht op de werking van Gods genade in je leven - in je redding, in je praktische leven nu en in je hoop op de toekomst - doet je groeien in het begrip van Wie God voor je is.

Bekijk hier de inhoudsopgave

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Teken nu in op 'Schatten uit Gods Woord - 4'

Dit vierde deel uit de serie Schatten uit Gods Woord bevat - evenals de eerste drie delen - vele uiteenlopende en interessante onderwerpen. Wie de inhoudsopgave van dit boek bekijkt, heeft meteen een overzicht daarvan. Het is niet noodzakelijk om de hoofdstukken van begin tot einde te lezen. Elk hoofdstuk staat op zichzelf en kan daarom ook afzonderlijk gelezen worden.

Het algemene motto voor het uitgeven van deze serie is te lezen in Spreuken 16:20. Hier staat:

“Wie verstandig omgaat met het Woord,
zal het goede vinden,
en wie op de HEERE vertrouwt:
welzalig is hij”.

Schatten uit Gods Woord - 4 verschijnt rond 24 november 2018.

Teken hier in