De volgorde van Paulus' brieven

De volgorde van Paulus' brieven

Om inzicht te krijgen in de vraag: “Wat is de grote verborgenheid die Paulus in de Efezebrief op het oog heeft?” is het belangrijk iets te weten over de opbouw van het Nieuwe Testament en de volgorde van Paulus' brieven.

Het Nieuwe Testament bevat drie, of beter vier delen:

  1. de Evangeliën + Handelingen
  2. de Algemene Zendbrieven + Openbaring
  3. Paulus' vroege brieven
  4. Paulus’ late brieven

De vier Evangeliën met de Handelingen bevatten het beeld van de Persoon van Christus en het aanbod van het koninkrijk aan Israël voor en na het Kruis, dus handelend over het koninkrijk en de Koning voor en na Zijn dood, opstanding en hemelvaart.
De Algemene Zendbrieven zijn mede voor Israël. Ze waren voor de tijd der Handelingen maar veel meer nog voor de (nu nog komende) toekomst, waarin Israël weer is ingeschakeld. Ze lopen uit in Openbaring, het boek dat geheel toekomstig is.

Tussen deze in staan Paulus' brieven. Het is echter onjuist dit zo uit te drukken. Want Paulus heeft ook brieven tijdens de Handelingen geschreven waarin wel dingen zijn die een grondleggende betekenis hebben, ook voor nu, maar waarin andere dingen opgeschort zijn. Ze bevatten doorgaande en bedelingswaarheid. De eerste blijft van kracht, de laatste kan opgeschort worden. We kunnen de brieven als één geheel aanmerken, maar ook - en beter - ze in twee groepen indelen:

  1. die welke hij schreef vóór Israël Lo-Ammi (= niet - Mijn Volk) werd
  2. die welke hij daarna van Gods Geest ontving

Over deze indeling de volgende opmerkingen:
We kunnen niet precies de jaren opgeven waarin Paulus' brieven geschreven zijn. De hier gegeven jaartallen zijn ontleend aan de Companion Bible. Ze zijn niet absoluut vaststaand, maar benaderd of aangenomen. Wat voor ons vaststaat is dat de Tessalonicenzen-, de Korinte-, de Galaten- en de Romeinenbrief Paulus mozaiek - AMEN 49geschreven zijn vóór Handelingen 28:28, dat wil zeggen, vóór Paulus' gevangenschap in Rome. Efeze, Filippenzen, Kolossenzen zijn tijdens zijn eerste en 2 Timotheüs tijdens zijn tweede gevangenschap geschreven.
We plaatsen Hebreeën bij Paulus' brieven al zegt de Schrift niet rechtstreeks dat hij de schrijver is. We weten ook niet wanneer hij geschreven is. Eén ding is wel zeker: nog tijdens de offerdienst. We plaatsen hem achter 2 Tessalonicenzen, waar hij steeds in de oudste handschriften voorkomt.
We weten niet precies de volgorde van 2 Korinte en Galaten. Sommigen nemen Galaten als Paulus' eerste brief, zetten hem dus vóór 1 en 2 Tessalonicenzen. Wij menen nog steeds dat hij van later datum is.
We weten ook niet precies wanneer 1 Timotheüs en Titus geschreven zijn. Er wordt ook aangenomen, dat zij vóór Israëls geestelijke verwerping zijn geschreven. We plaatsen ze echter later. Ze staan apart. Ze dateren uit de tijd tussen de twee gevangenschappen. Filemon, dat geschreven is tijdens Paulus' eerste gevangenschap, plaatsen we bij de bedeling der verborgenheid.

Een en ander in het oog houdende hebben we nu het volgende. Paulus' brieven (daarbij ook Hebreeën gerekend) zijn met het oog op zijn reis naar Rome, beter: met dat op Israëls verwerping, in twee reeksen in te delen. Elk telt dan zeven brieven.

1 Tessalonicenzen 52 na Chr.
2 Tessalonicenzen 53 na Chr.
Hebreeën 54 (?) na Chr.
1 Corinte 57 na Chr.
2 Corinte 57 na Chr.
Galaten 57-58 na Chr.
Romeinen 58 na Chr.


Deze zeven brieven zijn Paulus' oudste brieven, geschreven in een periode van ongeveer zeven jaar en wel gedurende de tijd die het Boek der Handelingen beschrijft.

Toen volgde een tijd van rust voor Paulus' pen. Ongeveer van 4 jaar. Gedurende die tijd schreef Paulus niet aan de Gemeenten. Hij was eerst twee jaar gevangen te Cesarea en daarna twee jaar te Rome. Kort na zijn aankomst daar spreekt hij het oordeel uit over Israël buiten het land en sluit hiermee voor lange eeuwen de deur van het Koninkrijk der hemelen voor Israël toe. Hij citeert voor de derde maal Jesaja 6:9 en 10, iets wat Christus reeds tweemaal gedaan had (Matt. 13:14, 15 en Joh. 12:40). Dit maakt een eind aan Israëls voorrangsbehandeling. Israël wordt terzijde gezet, de nationale voorrechten houden op. Het "eerst de Jood" (Rom. 1:16) verdwijnt. Tevens houdt de prediking van het aan Israël op te richten Koninkrijk der hemelen op. De gaven, talen, tekenen, wonderen, profetieën van 1 Kor. 12 worden "te niet gedaan" (1 Kor. 13). Van nu af begint iets nieuws, de bedeling van het geheimenis (of: verborgenheid – zie Efe. 3:9 SV).

Het tweede zevental is mogelijk ook in een periode van plm. zeven jaar geschreven.

Efeze 60 na Chr.
Kolosse 61 na Chr.
Filippensen 62 na Chr.
Filemon 62 na Chr.
1 Tim. 67 na Chr.
Titus 67 na Chr.
2 Tim. 67 na Chr.


Het kan onderzoekende lezers veel baten als zij steeds de volgorde van Paulus' brieven in het oog houden. Velen menen, dat dit de orde is waarin zij in het Nieuwe Testament staan. Romeinen staat daarbij voorop en zou dus het eerst geschreven zijn. Maar dat is de tijdsorde niet. Nu is het waar, dat indien de boodschap dezelfde blijft, het niet van veel invloed is wanneer ze gegeven wordt. Neem b.v. Israëls herstel. Of Jesaja of Zacharia dit nu leert, is in wezen hetzelfde. Maar zo staat het bij Paulus niet. Zijn latere brieven behelzen iets wat niet in zijn vroegere geleerd werd. Hij heeft in die latere brieven een openbaring neergelegd die een geheel uniek karakter draagt. Daarom is het nodig, zij het wellicht niet de precieze dan toch enigermate, de tijdsorde te weten en de heilsleer voor vandaag (m.b.t. het Lichaam van Christus) te baseren op het laatste wat God heeft geopenbaard. Met de bekendmaking van het geheimenis, waarover Paulus in Efeziërs en Kolossenzen uitvoerig spreekt, is het Woord van God tot z’n ‘volle recht’ (beter: volkomen inzicht; Gr. epignosis) gekomen (Kol. 1:25). Anders gezegd: Tot dan toe was dit geheim verborgen gebleven in God, de Schepper en is op Zijn tijd – d.i. na de tijdelijke terzijdestelling van Israël in Handelingen 28:25-28 – bekendgemaakt. Daarmee is het hiaat in het profetisch Woord met betrekking tot de komst van Christus ingevuld.1 De leer van Paulus in zijn gevangenschapsbrieven is het onderwijs, dat behoort bij de bedeling waarin wij thans leven en waarin God bezig is met een bijzonder werk: de uitroeping van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dit Lichaam is onlosmakelijk verbonden met Hem, die het Hoofd is boven alle dingen (vgl. Efe. 1:20-23) en leeft in verborgenheid met Hem in de ‘zoonplaats’ (letterlijke vertaling van Efe. 1:5), dat is ter rechterhand Gods! Die plaats en de daaraan verbonden voorrechten en heerlijkheden bepalen het leven van de leden van het Lichaam hier op aarde en geven hen tegelijk een machtig toekomstperspectief!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Het Wonder van het Licht

De wetenschap zegt dat licht de zichtbare en maakbare vorm van elektromagnetische straling is. Het ontstaat uit atomen die een aanzienlijke hoeveelheid energie bevatten. Wanneer deze atomen hun energie afgeven, stralen ze licht uit.

In dit Bijbelstudieboekje willen we ons echter niet zozeer richten op het natuurverschijnsel 'licht'. Daarover is al veel geschreven. In plaats daarvan gaan we dieper in op de overdrachtelijke betekenis van het geestelijk licht. Centraal staan daarbij de woorden van de Heiland Zelf, Die in Johannes 8:12 zegt: "Ik ben het Licht van de wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben".

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Het Wonder van het Licht'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''