Ik moet denken aan die keer dat ik een nacht in het bos doorbracht. Die nacht leek eindeloos. Toen in de ochtend het licht eindelijk het donker verdreef, was dat een oprechte verlichting. Psalm 119:105 spreekt mij daarom erg aan: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Onlangs overdacht ik deze tekst en opeens realiseerde ik mij dat ik in een duistere wereld ben! Het is donker om mij heen. Waarom heb ik anders een lamp en een licht nodig? Zo vaak als ik die tekst hoorde, was de uitleg altijd: je hebt de Heere nodig. Dat was vanzelfsprekend. Maar nu werd het nog duidelijker voor mij.
De wereld is in duisternis, dat wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel duidelijk gemaakt. Sterker nog, de huidige schepping begon in duisternis, zoals staat in Genesis 1:1-2: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water. En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.”
God spreekt op dag één, en er was licht. Maar pas op de vierde dag komen de lichten. “En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo.”
Hoe bijzonder is dat? Er is licht, maar er zijn geen ‘lampen’. Er is dus blijkbaar licht en donker, en licht en duisternis.
In Psalm 119:105 wordt overigens ook gesproken over “een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad” Dat zijn dus twee verschillende vormen die voortkomen uit het Woord. Er is het Woord, dat is de bron. En er is wat de bron geeft: de lamp en het licht. Zonder bron kan er niets voortkomen. En wanneer er niets voortkomt, dan is de bron niet goed.
Het licht hebben wij nodig om te wandelen in deze wereld. Maar dan is de goede Bron nodig. Er is maar één bron die het waarachtig licht is, staat in Johannes 1, vers 9: “Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht.” De Heere Jezus zegt, voordat hij de blinde genas, in Johannes 9, vers 5: “Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het Licht der wereld.” Maar dan lijkt het toch lastig, want de Heere is naar de hemel der hemelen gegaan. Is Hij dan niet meer het Licht der wereld? Wandelen we dan enkel nog in het duister zonder het Licht? Paulus schrijft in 1 Timotheüs 6, vers 16: “Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien.”
Een ontoegankelijk licht, daar kun je uit jezelf niet komen. Betekent dit dat we dan altijd in het duister zouden moeten blijven?
Gelukkig heeft de Heere ook Zijn licht daarop laten schijnen. Paulus onthult dit geheim in Kolossenzen 1:12-13: “Daarbij danken wij de Vader, Die ons bekwaam heeft gemaakt om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht. Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.” Wij zijn in Christus geplaatst, in het waarachtige Licht. Wij zijn daartoe in Hem bekwaam gemaakt. Hoe indrukwekkend is dan Zijn liefde en genade voor mij. Hij heeft het gedaan zonder ook maar iets van mijzelf.
Dat Licht is in de hemel en ook op de aarde zal in de toekomst een tijd komen waarin geschapen lichten niet meer nodig zijn. Openbaring 21:23-24: “En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.”
Wat een hoopvolle toekomst om in het Woord een lamp voor mijn voet te hebben, en een licht op mijn pad. Waarbij het licht in én boven de schepping zal zijn. Waar er geen duisternis meer is en ik mijn eigen zaklampen nooit meer nodig heb. Tot die dag mag ik wandelen in, uit en door Zijn licht, “… opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld” (Fil. 2:15).
Bijbelmagazine