Psalm 146 - De God van Jakob is ook mijn God!

Psalm 146 - De God van Jakob is ook mijn God!

Psalm 146 begint met een uitroep die ook aan het einde van de psalm terugkeert: Halleluja! Prijs de HEERE! Daarmee begint niet alleen deze psalm, maar ook het indrukwekkende slotakkoord van het hele boek Psalmen. Opmerkelijk in deze psalm is, dat God hier genoemd wordt: ‘De God van Jakob’.

De laatste vijf psalmen
Psalm 146 tot en met Psalm 150 beginnen en eindigen allemaal met datzelfde Halleluja. Na alles wat in de voorgaande psalmen aan de orde is geweest, blijft uiteindelijk de lofprijzing van God over.
Dat is opmerkelijk, want in de Psalmen klinkt lang niet altijd alleen maar lof. We horen er ook de stem van mensen die bang zijn, vervolgd worden of geen uitweg meer zien. Er wordt geklaagd en gesmeekt. Psalmisten worstelen met ziekte, vijanden, onrecht, schuld en twijfel. Soms klinkt zelfs de indringende vraag waarom God niet ingrijpt. Maar wanneer het boek zijn einde nadert, verandert de toon. Niet omdat al die vragen ineens onbelangrijk zijn geworden, maar omdat de aandacht steeds meer wordt afgewend van de omstandigheden en gericht op God Zelf. Zijn goedheid, Zijn zorg, Zijn grootheid, Zijn kracht en Zijn macht krijgen het laatste woord.
In die laatste vijf psalmen wordt de kring bovendien steeds wijder: 

  • Psalm 146 spreekt over het vertrouwen op God in plaats van op mensen en laat Hem zien als de Helper van verdrukten. 
  • Psalm 147 bezingt zowel Zijn herstel van Israël als Zijn macht in de natuur. 
  • Psalm 148 De hemel en aarde worden samen opgeroepen om Hem te prijzen: zon, maan en sterren, dieren en mensen. 
  • Psalm 149 beschrijft de lof van Israël met zang en dans, en gebruikt daarbij ook beelden van strijd. 
  • Psalm 150 bevat de allesomvattende oproep: “Laat alles wat adem heeft de HEERE loven. Halleluja!” 

In Psalm 146 begint de psalmist nog heel persoonlijk: “Loof de HEERE, mijn ziel. Ik zal de HEERE loven in mijn leven, ik zal voor mijn God psalmen zingen zolang ik er nog ben” (vs. 1-2). Eén mens spreekt tot zijn eigen ziel. Maar aan het einde van Psalm 150 is die ene stem als het ware uitgegroeid tot een koor van alles wat adem heeft. Het Halleluja waarmee de Psalmen eindigen, klinkt uiteindelijk ook in de hemel. In Openbaring 19:1 hoort Johannes een grote menigte in de hemel zeggen: “Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God.” 

Psalm 146
In vers 3 en 4 geeft de psalmist een dringend advies: “Vertrouw niet op edelen, op het mensenkind, bij wie geen heil is.” Naar verluidt ging een monnik eens op zoek naar wat het middelste vers van de Bijbel is. Inderdaad: een monnikenwerk. Hij kwam uit bij Psalm 118, de verzen 8 en 9: “Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen dan op de mensen te vertrouwen. Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen dan op edelen te vertrouwen.” 
En ja, dat is precies wat de hele Bijbel ons leert: in tegenstelling tot mensen, ja zelfs edelen, is alleen de Heere voor honderd procent te vertrouwen. Zijn Woord is de waarheid en wie in Hem gelooft zal nooit beschaamd worden. En te midden van alle tumult om ons heen mogen we te allen tijde weten: De Heere is nabij (Fil. 4:5). Hij is ons vertrouwen waard. Hij liegt niet. Hij bedriegt niet. Hij doet wat Hij belooft.
De mens is sterfelijk. Zijn dagen gaan voorbij, zijn mogelijkheden zijn begrensd en zijn kennis is beperkt. Bovendien kunnen mensen onbetrouwbaar zijn. Dat geldt ook voor de “edelen”, de hooggeplaatsten en machthebbers van deze wereld. Zij kunnen grote invloed uitoefenen. Politieke leiders, regeringen en andere machtscentra nemen beslissingen die het leven van miljoenen mensen raken. Hun woorden kunnen hoop geven, maar ook grote angst veroorzaken. Soms lijkt het alsof zij bepalen hoe de geschiedenis zal verlopen. Psalm 33:8-12 zet dat menselijke machtsvertoon in een ander licht. Niet de machthebbers van deze wereld moeten gevreesd worden, maar de HEERE: “Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen.” De raad van volken wordt verijdeld en menselijke plannen worden verbroken, maar “de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig, de gedachten van Zijn hart bestaan van generatie op generatie.”
De plannen van mensen vergaan, maar Gods raad blijft. Daarom volgt in Psalm 146:5 de conclusie: “Welzalig hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft, die zijn verwachting stelt op de HEERE, zijn God.”

De God van Jakob
Deze woorden zijn opmerkelijk. Er wordt gesproken over ‘de God van Jakob’. Waarom juist Jakob? Als we zijn levensgeschiedenis lezen, ontmoeten we niet direct een voorbeeldige, onberispelijke gelovige. Zijn naam betekent: Hij houdt de hiel vast; hij bedriegt. Jakob kende angst, probeerde omstandigheden naar zijn hand te zetten, bedroog zijn vader en zijn broer, manipuleerde en maakte fouten. Echt een mens, zeg maar. Hij worstelde met mensen, met zijn omstandigheden en uiteindelijk zelfs met God. En juist daarom is het zo bijzonder dat God Zichzelf de God van Jakob noemt. Hij verbindt Zijn Naam aan een zwakke, worstelende en onvolmaakte man. Daarin zien we  Gods genade. Hij is niet uitsluitend de God van geloofshelden die bij wijze van spreken zelden of nooit struikelen. Hij is de God van Jakob, van iemand die Zijn hulp en bijstand niet heeft verdiend, maar aan wie de Almachtige Zich toch heeft verbonden. Hij had Jakob zelfs tot stamvader van de twaalf stammen van Israël gemaakt! 

Israël   
Bij de Jabbok komt er in het leven van Jakob een beslissend moment (zie Gen. 32:24-31). Dit is een bijzondere geschiedenis. Jakob besefte dat hij een ontmoeting had gehad met God en ontvangt een nieuwe naam: Israël (= strijder van God; mogelijk: vorst van God). In die ontmoeting toonde hij vechtlust, maar werd ook bepaald bij zijn zwakheid en afhankelijkheid. En… hij ontvangt de zegen van de Almachtige. De hielenlichter wordt Israël, niet omdat hij zichzelf tot een volmaakt mens heeft opgewerkt, maar omdat God hem vasthoudt en met hem verdergaat.
Daarom is Psalm 146:5 zo bemoedigend. Als God alleen de God van goede of volmaakte mensen zou (willen) zijn, wie zou dan tot Hem kunnen komen? Maar Hij noemt Zich ‘de God van Jakob’. Hij verbindt Zich aan mensen die zwak zijn in zichzelf en Hem nodig hebben. Foto: Jakob vecht met de engel - Rembrandt (1659).

Almachtig
Vers 6 spreekt over God, “Die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is; Die voor eeuwig de trouw bewaart” (vs. 6). Hier wordt het contrast met de edelen uit vers 3 onmetelijk groot. Een mens kan veel macht bezitten, maar hij heeft de wereld niet gemaakt. Een koning kan legers bevelen, maar hij kan geen ster scheppen. Een regering kan wetten uitvaardigen, maar zij kan de zon niet laten opkomen. Een mens kan plannen voor tientallen jaren maken, maar heeft uiteindelijk zelfs zijn eigen levensduur niet in de hand. De God van Jakob daarentegen is de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige, boven alles verheven.
In Jesaja 40:25-31 richt God de aandacht van Zijn volk op Zijn grootheid: “Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige.” Israël hoeft maar omhoog te kijken. Wie heeft het sterrenleger geschapen? Wie brengt het allemaal tevoorschijn en kent het bij name? De God Die de ontelbare sterren kent en bestuurt, kent ook Zijn volk.
Toch was juist daar twijfel over ontstaan. In Jesaja 40:27 lezen we: “Waarom zegt u dan, Jakob, en spreekt u, Israël: Mijn weg is voor de HEERE verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?” Israël begon zich af te vragen of God nog wel zag wat er gebeurde. Was Hij hen vergeten? Wist Hij nog van hun omstandigheden? En als dat zo is, waarom grijpt Hij dan niet in?
Dezelfde twijfel is er ook vandaag, soms ook bij gelovigen. Als God almachtig is, waarom laat Hij bepaalde dingen dan gebeuren? Als Hij weet wat wij doormaken, waarom verandert de situatie dan niet? Waarom duurt de vervulling van Zijn beloften zo lang? (vgl. 2 Pet. 3:3-9). 
Het antwoord van Jesaja bestaat niet allereerst uit een verklaring van alle omstandigheden. Hij richt de blik opnieuw op God: “Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht” (Jes. 40:28).
Bedenk wel: Wij zien slechts een klein gedeelte, Hij ziet het geheel. Wij leven binnen de tijd, Hij is de Eeuwige. Wij raken vermoeid, Hij wordt niet moe. Wij begrijpen lang niet alles, Zijn inzicht is niet te doorgronden. 

Verwachten
Bovendien heeft God een plan. In Jesaja 46:8-13 zegt Hij daarover: “Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen.” De HEERE zal doen wat Hij heeft voorgenomen. Wat Hij heeft beloofd, zal Hij waarmaken — maar op Zijn tijd en op Zijn wijze. Juist dat laatste is voor ons vaak moeilijk. We willen niet alleen dat God Zijn beloften vervult, maar hebben dikwijls ook gedachten over wanneer en hoe Hij dat zou moeten doen. Geloof betekent echter dat we niet alleen vertrouwen op Gods macht, maar ook op Zijn wijsheid en Zijn tijd.
Jesaja 40:31 zegt: “Maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen.” Voor ‘verwachten’ wordt hier het Hebreeuwse woord qavah gebruikt, dat ook de gedachte van samenbinden of ineenvlechten in zich heeft. Met andere woorden, de HEERE verwachten is ook: je vastklampen aan Hem; je aan Hem verbinden en vasthouden aan Zijn Woord. Niet ónze gevoelens zijn bepalend, niet de voorspellingen van mensen, niet de macht van de ‘edelen’ en evenmin de omstandigheden waarin wij verkeren. Gods Woord is de waarheid en juist daarom geeft het hoop. Het bevat Zijn beloften. En… God “bewaart voor eeuwig trouw”, zegt Psalm 146:6.
Vanaf vers 7 wordt beschreven wat de God van Jakob doet c.q. zal doen. Hij doet de verdrukten recht en geeft de hongerigen brood. 
En dan begint elke zin met: De HEERE. 
•    De HEERE maakt de gevangenen los, 
•    De HEERE opent de ogen van de blinden, 
•    De HEERE richt de gebogenen op, 
•    De HEERE heeft de rechtvaardigen lief 
•    De HEERE bewaart de vreemdelingen. Hij houdt wees en weduwe staande. De weg van de goddelozen daarentegen maakt Hij krom. 

De God op Wie de psalmist vertrouwt, is geen God Die ver weg blijft van menselijk verdriet. Hij ziet juist degenen die gemakkelijk uit het zicht verdwijnen: de verdrukte, de hongerige, de gevangene, de gebogene, de vreemdeling, de wees en de weduwe.
Daarmee geeft Psalm 146 tegelijk antwoord op de twijfel uit Jesaja 40. God ziet en weet, en Hij vergeet niet.

Alles op Zijn tijd! 
Toch roept dat opnieuw een vraag op. Want als we om ons heen kijken, zien we deze beloften nog niet in hun volle omvang werkelijkheid worden. Er zijn nog altijd verdrukten en hongerigen. Er zijn gevangenen, blinden en gebogenen. Er zijn vreemdelingen, wezen en weduwen die lijden. Hoe moeten we de woorden van Psalm 146:7-9 dan verstaan? Over welke tijd spreekt de psalmist? Het slotvers wijst ons de richting: “De HEERE zal voor eeuwig regeren; uw God, Sion, is van generatie op generatie. Halleluja!” (vs. 10). De psalmist kijkt vooruit naar de regering van God. Hij opent een toekomstperspectief. Gods rechtvaardige regering zal uiteindelijk volledig zichtbaar worden: De HEERE zal voor eeuwig regeren.
En zo komen we weer uit bij het begin van de psalm: “Mijn ziel, loof HEERE”, en we begrijpen waarom de dichter dat kan zeggen. Zijn lofprijzing is niet gebaseerd op het idee dat het leven geen moeilijkheden kent. Integendeel. De psalmist weet van kwetsbare mensen, van verdrukking en honger, van gevangenen en gebogenen en van de onzekerheid die menselijke machthebbers kunnen veroorzaken. Maar midden in die werkelijkheid kent hij Iemand op Wie hij wél volledig kan vertrouwen: De God van Jakob. Hij is immers de God van hemel en aarde, de Almachtige. De God Die voor eeuwig trouw blijft, de God van genade en vrede, de God van alle vertroosting en van hoop. Hij is de God Die Zich niet schaamt om Zich aan zwakke en worstelende mensen te verbinden.
En daarom kan die grote waarheid uiteindelijk heel persoonlijk worden. Hij is niet alleen de Schepper van hemelen en aarde. Niet alleen de God van Jakob. Niet alleen de God van Israël. Hij is ook mijn God!

Halleluja
Daarom mogen we de psalmist nazeggen: “Ik zal de HEERE loven in mijn leven, ik zal voor mijn God psalmen zingen zolang ik er nog ben.” En die persoonlijke lofzang van Psalm 146 groeit uiteindelijk uit tot de machtige oproep van Psalm 150: “Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.” Totdat uiteindelijk in Openbaring 19 de stem van een grote menigte in de hemel wordt gehoord: “Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God.”
Mensen komen en gaan. Machthebbers komen en gaan. Hun plannen ontstaan en vergaan. Omstandigheden veranderen en generaties volgen elkaar op. Maar de HEERE blijft. Hij is de eeuwige God. Hij bewaart voor eeuwig de trouw. Zijn raadsbesluit houdt stand. Hij vergeet de Zijnen niet, maakt Zijn beloften waar en zal voor eeuwig regeren.
Daarom begint Psalm 146 en eindigt Psalm 150, ondanks alles wat er in deze wereld gebeurt, met hetzelfde woord:

Halleluja, Prijs de HEERE!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Bijbel en/of Wetenschap

De relatie tussen Bijbel en wetenschap is er één van water en vuur. Wie zegt dat hij gelooft dat God alles geschapen heeft en dat Adam en Eva echt bestaan hebben, wordt vanuit het 'andere kamp' wat meewarig aangekeken ... 'Gelóóf jij dat nog?'.
Dat geloof ook in de wetenschap een grote rol speelt, vergeet men voor het gemak maar even. Maar het is toch echt zo: eerst wordt bedacht hoe het zou kunnen zijn (theorie, aannames, uitgangspunten, geloof) en vervolgens worden daar de bewijzen bij gezocht en zegt men: zie je wel?!
Wanneer wetenschap ons dichter bij de waarheid brengt, is dat alleen maar goed. In de afgelopen zes eeuwen is er binnen de wetenschap echter een proces werkzaam waarbij de Bijbel geleidelijk buitenspel is gezet.

Dit boekje is geschreven met de rotsvaste overtuiging, dat de Bijbel het Woord van God is. Het is een geactualiseerde versie van het Morgenroodboekje Bijbel & Wetenschap (2013).

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Bijbel en/of Wetenschap'

Psalm 4 - Een avondlied

De slotwoorden van Psalm 4 zijn bekend: "In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen". David werkt in deze psalm naar deze vredige rust toe. Voor hij zich kan overgeven aan de slaap roept hij God aan en schrijft hij over zijn benauwdheid en doet hij een beroep op Gods genade. Ondanks alle tegenstand roept hij op te vertrouwen op de HEERE. In het licht van Gods aangezicht geniet hij van de blijdschap die God overvloedig in zijn hart gegeven heeft.
Zie hier de inhoudsopgave van dit boekje.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Psalm 4 - Een avondlied'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''