Metaforen in de Bijbel

Metaforen in de Bijbel

Volgens het woordenboek is een metafoor: een ‘overdrachtelijke uitdrukking’. Aangezien Gods Woord hét Boek voor alle mensen in alle tijden is, wordt er veel gebruik gemaakt van metaforen, d.w.z. begrijpelijke voorbeelden die ieder mens herkent.

Van de Heere God is het bijvoorbeeld lastig voor een mens om zich een beeld van Hem voor te stellen, maar als Hij als Vader wordt omschreven, wordt het een stuk gemakkelijker. Een vader heeft een duidelijke positie en functie in een gezin, dat is ook één van de redenen waardoor ‘het gezin als pijler van de samenleving’ zo enorm onder druk staat en lijkt te worden weggesaneerd.
Een ander sprekend praktijkvoorbeeld is de herder die op de schapen past en ze beschermt met zijn staf en slinger. De herder die op zoek gaat naar dat éne vermiste schaap en haar vindt en terug draagt naar de kudde. De herder die de schapen uit de donkere schaapskooi naar buiten leidt naar grazige weiden en langs frisse waterstromen. Die herder is vanzelfsprekend een beeld van de Heere Jezus Die zo treffend omschreven wordt in Johannes 10. Hier volgen nog meer voorbeelden.

Het Licht der wereld
Christus is het Licht der wereld en als Hij sterft op Golgotha volgen er direct drie uren van diepe duisternis. En in Jesaja 9 gaat het over het volk Israël dat in duisternis wandelt, hoewel de zon er volop schijnt. Kolossenzen 1, vers 13 zegt: “Hij heeft ons verlost uit de macht van de duisternis en overgeplaatst in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”.

Het zout van de aarde
In Mattheüs 5:13 zegt Jezus tegen de Joden: “U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden?” Paulus zegt in Kolossenzewn 4, vers 6: “Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden”. Het woord ‘aangenaam’ komt van het Griekse charis, wat ook vertaald wordt met: genade. Dus: zeg mensen niet ongezouten de waarheid, maar doe het met genade. Belangrijke les!
Zout geeft smaak aan het eten en is sterk bederfwerend. Maar het kan ook heel pijnlijk zijn in een open wond. Ja, de waarheid kan pijnlijk zijn, maar maakt -gelukkig- ook vrij (Joh. 8:31-32).

De Weg, de Waarheid en het Leven
De Heere Jezus zegt in Johannes 14, vers 6: “Ik ben de weg de waarheid en het leven, Niemand komt tot de Vader dan door Mij”. Christus is de enige weg naar de Vader!

De wijnstok en de ranken
In Johannes 15:1-8 zegt Jezus tegen de Joden: “Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier”. Het gaat hier met name over Israël.
En Jezus zegt vervolgens in vers 5: "Ik ben de Wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen”.
Het blijkt noodzaak voor gelovigen van Israël om zich te realiseren dat ze geënt zijn op de edele wijnstok en dat is Christus, voor geestelijke groei en vruchtbaarheid.

De Rots
Psalm 18, vers 3: “De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn bevrijder, mijn God, mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem”.

Bomen
In Jeremia 17:7 en 8 lezen we van de boom die verplaatst wordt naar levend en fris water. 
Het gaat over de man die op de Heere vertrouwt, “wiens vertrouwen de HEERE is”.
Het gevolg is dat deze gelovige niet merkt als er hitte komt, zijn blad blijft groen: “Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop. Hij merkt het niet als er hitte komt, zijn blad blijft groen. Een jaar van droogte deert hem niet, en hij houdt niet op vrucht te dragen.” 

De olijfboom
In Romeinen 11 wordt het kanaal van Gods aardse zegeningen voor Israël beschreven.
Een paar van de oorspronkelijke takken blijken wegens ongeloof hiervan afgerukt met als gevolg geen aardse zegeningen meer. Maar andere, van oorsprong wilde, olijftakken worden wegens geloof in hun plaats geënt op de edele olijf. 
Er staat echter een waarschuwing bij voor de nieuw geënte takken in vers 20: “Door ongeloof zijn zij (= Joden) afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart”.

Het menselijk lichaam als beeld
In Jesaja 1 wordt het volk Israël vergeleken met een zwaar gewond en ziek menselijk lichaam.
Vers 5: “Waar wilt u nog meer geslagen worden? U gaat gewoon door met uw afvalligheid. Heel het hoofd is ziek en heel het hart afgemat. Vanaf de voetzool tot het hoofd toe is er geen gezonde plak aan: wonden en striemen en gapende wonden, niet uitgedrukt, niet verbonden, en niet met olie verzacht”.
Een triest voorbeeld van de situatie van Israël in de dagen van Jesaja. In de tijd van de Heere Jezus, tegenwoordig en in de toekomst is het ook zo.
Ver bij de Heere God vandaan gaat het volk zijn eigen gang en is veelal bezig met wapengekletter en oorlogsretoriek.

De stad Jeruzalem als lichaam
In Ezechiël 16 wordt Jeruzalem voorgesteld als een menselijk lichaam, te beginnen met de geboorte. Vers 4: “Wat uw geboorte betreft, op de dag dat u geboren werd, werd uw navelstreng niet afgesneden, werd u niet met water schoongewassen, werd u ook al niet met zout ingewreven en al helemaal niet in doeken gewikkeld. Geen oog zag naar u om, om één van die dingen uit medelijden bij u te doen. U werd weggeworpen op het open veld uit afschuw voor uw leven op de dag dat u geboren werd.”
En dan komt de Heere God voorbij en grijpt in en zegt: “Leef! Ja, Ik zei tegen u in uw bloed: Leef!”
Vers 7: “Ik heb u even overvloedig gemaakt als het gewas op het veld. U groeide op, u werd groot en u kwam tot grote schoonheid. Uw borsten werden stevig, uw haar groeide, maar u was naakt en bloot”.
Daarna wordt er uitvoerig en kleurrijk omschreven hoe de Heere God de stad verder laat groeien en bloeien, en zelfs kleedde met fijn linnen, zijde en sieraden.
Vers 14: “Van u ging een naam uit onder de heidenen vanwege uw schoonheid, want die was volmaakt door Mijn glorie, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE”.
Maar dan volgt de desillusie en de neergang van Jeruzalem in de rest van dit hoofdstuk.
Uiteindelijk blijkt het meer en meer over het in Jeruzalem wonende volk te gaan en de hoererij die er gepleegd werd. Het volk waarmee God een (huwelijks)verbond gesloten had dat Hij gestand doet. Onwillekeurig denk je dan aan het Nieuwe Jeruzalem dat in de toekomst vanuit de hemel zal neerdalen en waarin geen tempel meer hoeft te zijn: “Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel” (Openb. 21:22).

Het lichaam van (Jezus) Christus
In het tweede en laatste deel van de Bijbel (N.T.) komen we de uitdrukking ‘Lichaam van Christus’ een aantal keren tegen, met verschillende betekenissen.
Hebreeën 10, vers 5: “Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffers en spijsoffers hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereed gemaakt”.
Uit de volgende verzen blijkt zonneklaar dat het hier over het aardse fysieke lichaam van de Heere Jezus gaat, want het gaat over de komst van de Zoon in de wereld.
Alle aardse opdrachten voor Israël, bestaande uit verschillende offeranden, bleken nu toch niet precies wat de Heere God heeft gewild, volgens vers 8.
Ze werden wel precies overeenkomstig de wet gebracht, maar hebben God niet behaagd.
De verklaring lezen we in vers 9: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede daarvoor in de plaats te zetten”.
Het ‘eerste’ waren de aardse offeranden, volgens de Wet gebracht, maar ze worden weggenomen.
Het ‘tweede’ dat er voor in de plaats kwam, was het offer van het lichaam van Jezus Christus volgens vers 10: ”Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, voor eens en voor altijd gebracht”.
 
Het lichaam dat verbroken wordt
In 1 Korinthe 10:16 wordt ook gesproken over een lichaam: “De drinkbeker der dankzegging die wij met dankzegging zegenen, is die niet (de) gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet gemeenschap met het lichaam van Christus?”
Het gaat hier over de praktische uitvoering van datgene wat aan de Joodse gelovigen opgedragen wordt: “Doe dit tot Mijn gedachtenis, totdat Ik kom”. Het is de traditionele Paschaviering in de avond, zoals beschreven in Lukas 22:14-23. Het brood dat Hij breekt, is een metafoor voor Zijn aardse lichaam ‘dat voor u gegeven wordt’.

Het lichaam in de eerste zeven brieven van Paulus
Ook in 1 Korinthe 12 wordt uitvoerig en gedetailleerd over een lichaam gesproken. Volgens vers 14 bestaat dit lichaam niet uit één lid, maar uit vele leden. Die leden worden in de volgende verzen genoemd: hand, oor, oog, reuk, hoofd, voeten. En al die leden waardoor dit lichaam gevormd worden hebben uiteenlopende functies. Er blijken onder die oren, ogen en voeten minder eervolle leden te zijn, maar ook eervolle. De Heere God houdt daar rekening mee en geeft aan al die leden datgene wat Hij nodig acht. Hij doet dat, volgens vers 24: “… opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen.”
In dit lichaam zijn ook de zintuigen van het hoofd zoals ogen, oren en reuk gewoon leden, net als de handen en de voeten. Al deze gelovigen zijn verbonden met Christus en worden als zodanig gezien als een lichaam. Vers 27 zegt letterlijk: “U bent namelijk lichaam van Christus en ieder afzonderlijk leden.”
En dan volgt een opsomming van de bezigheden en verantwoordelijkheden die die leden kunnen hebben (vs. 28): Apostelen, profeten, leraars, krachten, genadegaven van genezing, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Dat zijn er nogal wat en vers 29 en 30 leggen ten overvloede uit dat er onderling verschillen zijn. Een en ander wordt besloten in vers 31: ”Streef dus naar de beste genadegaven.”

Het Lichaam van Christus in Paulus’ laatste zeven brieven
Efeze 1:22 en 23: “En Hij heeft alle dingen onder Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is, de vervulling van Hem Die alles in allen vervuld”.
In Efeze 4 wordt een en ander nader gespecificeerd: “… één lichaam, en één Geest”, enz. 
In dit Lichaam zijn de organen van het hoofd geen ‘leden’, zoals er in 1 Korinthe 12:21 over wordt gesproken, maar in het Lichaam van Christus, zoals beschreven in de laatste zeven brieven, is Christus Zelf het Hoofd. En dat is ook volstrekt noodzakelijk omdat alle zintuigen in het hoofd zitten. Met Christus als Hoofd bezit Hij alle sensoren om te weten hoe de rest van het (Zijn) lichaam functioneert.
En zo werkt het in een normale menselijke lichaam ook. Ons brein zit in ons hoofd en ontvangt informatie van alles wat er speelt. Branden we onze hand ergens aan, dan gaat er onmiddellijk een seintje naar de hersenen zodat we snel onze hand terugtrekken. Hebben we het koud dan reageert ons brein daarop en gaan onze huidharen overeind staan om zo mogelijk de warmte vast te houden. Als het warm is gebeurt dat niet. Stoten we onze teen ergens aan of trappen we in iets scherps dan gaat die informatie via zenuwen naar het hoofd die vervolgens de nodige maatregelen neemt.
In die zin is het beeld van Christus als ons Hoofd een schitterend voorbeeld en een geruststellende wetenschap voor ons. Hij weet wat er speelt en wat nodig is.

Het Woord recht snijden
Als we in de Bijbel ergens lezen over ‘het lichaam van Christus’ gaat het dus niet altijd precies over hetzelfde. Het lichaam uit de Korinthebrief is niet hetzelfde als het Lichaam dat gespecificeerd wordt in de laatste zeven brieven, zoals Efeze en Kolosse. 
Dit heeft grote gevolgen voor ons begrip van Gods plan en Zijn Woord voor nu. De Heere God vond het noodzakelijk om uitsluitend aan Paulus aanvullende zaken te openbaren, zoals beschreven in 1 Korinthe 12 en 2 Korinthe 12. Dat wordt ook al aangekondigd door God als Hij Paulus op weg naar Damascus staande houdt, want dan zegt God: “Sta op en ga naar Damascus en daar zal met u gesproken worden over alles wat voor u vastgesteld is om te doen” (Hand. 22:10).
En ook belooft de Heere God in Handelingen 26, vers 16: “Maar richt u op, sta op uw voeten, want hiertoe ben ik aan u verschenen om u aan te stellen als dienaar en getuige zowel van de dingen die u gezien hebt als van die waarin Ik nog aan u verschijnen zal …” Die nieuwe ‘verschijningen en openbaringen’ werden pas in de laatste zeven brieven geopenbaard en het is van harte aanbevolen dit onderscheid te zien en er de juiste gevolgen aan te verbinden. 
Om een goed begrip van deze zaken te krijgen is het wel belangrijk om de echte volgorde in de tijd van de brieven te kennen en te onderschrijven. De brieven van Petrus zijn bijvoorbeeld geschreven in 60 na Chr. en de openbaring van hét geheimenis kwam pas twee jaren later. Petrus kon toen dus nog niet weten wat er later nog zou worden bekendgemaakt. Bovendien schreef hij “… aan de vreemdelingen in ver verstrooiing” en was dus gefocust op Israël. 
Wie dus de woorden van Petrus letterlijk toepast op deze tijd c.q. het Lichaam van Christus, komt onherroepelijk in de problemen. Hetzelfde geldt trouwens voor de brief van Jakobus.
In Efeze 4:5 schrijft Paulus -na de bekendmaking van het geheimenis- dat er één doop is, namelijk die met de Heilige Geest en daar hebben we zelf geen invloed op. Maar de Heere Jezus gaf eerder aan de apostelen nadrukkelijk de opdracht om alle volken te onderwijzen, “… hen dopende in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend al wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie Ik ben met u al de dagen, tot aan het einde van de eeuw” (Matt. 28:19 en 20). Zomaar een paar voorbeelden van verschillen in Gods Woord. Niet voor niets schrijft Paulus in 2 Timotheüs 2:15 dat we (speciaal de verkondigers) ons moeten beijveren om ons welbeproefd voor God te stellen. Dán hoeven we ons, volgens hetzelfde vers, niet te schamen, want dan snijden we het Woord van de waarheid immers recht (snijden = verdelen, Grieks: ortotomeo).
Als je het Woord der Waarheid dus niet op de juiste manier verdeelt, moet je je wel schamen!

Moet Mijn aangezicht met u meegaan?
Mozes blijkt er als een berg tegenop te zien dat hij straks het volk Israël verder moet laten trekken volgens Exodus 33:12. Hij zegt dat ook eerlijk tegen God en vraagt wie God daarom met hem mee zal sturen.  
Vers 13: “Nu dan, als ik dan genade heb gevonden in Uw ogen, maak mij dan Uw weg bekend. Dan zal ik U kennen, opdat ik genade zal vinden in Uw ogen. En zie aan dat deze natie Uw volk is”.
Zo oprecht als Mozes hier zijn zorgen aan God bekendmaakt en de moed heeft te zeggen: “En zie dat deze natie Uw volk is”. Zo van: Het is niet mijn volk, maar Uw volk!
En de Heere God begrijpt het en reageert dienovereenkomstig in vers 14: “Moet Mijn aangezicht meegaan om u gerust te stellen?” 
De Heere God zegt niet: Moet Ik met je meegaan, maar: Mijn aangezicht.
Als God gezegd zou hebben: Moet Ik met je meegaan was het immers ook prima geweest; wat wil je als mens nog meer als de Heere God Zelf meegaat om je gerust te stellen? Maar nee, het aangezicht van God gaat mee, behorend bij het hoofd waarmee Hij hoort en ziet en ruikt en spreekt. Het hoofd, met daarin het aangezicht met alle zintuigen, dat de leiding heeft en beslissingen kan nemen. Zo gebruikt de Heere God de vergelijking met een menselijk gezicht waarin zich alle zintuigen bevinden.

Gods aangezicht in Handelingen
In Handelingen 2 is Petrus aan het woord en hij vertelt over koning David in de verzen 25 tot 36. Vers 28 zegt: “U hebt mij de wegen ten leven bekend gemaakt. U zult mij vervullen met vreugde door Uw aangezicht”.
Dat is een bijzondere zin, want er staat niet ‘voor Uw aangezicht’ maar ‘door Uw aangezicht’.
De Heere God heeft dus aan David de wegen ten leven bekendgemaakt door Zijn aangezicht. Daarin zitten de zintuigen om waar te nemen, te beslissen en te sturen.

Afsluiting
Metaforen helpen ons om geestelijke en vaak moeilijk te bevatten waarheden op een begrijpelijke manier te zien. De Bijbel gebruikt daarvoor beelden uit het dagelijks leven: een vader, een herder, licht, zout, een weg, een wijnstok, een rots, een boom en zelfs het menselijk lichaam. Achter deze beelden gaat steeds een werkelijkheid schuil die ons iets laat zien van God, van Zijn handelen en van mensen of gelovigen tegenover Hem.
Een metafoor is geen doel op zichzelf, maar een hulpmiddel om de boodschap van Gods Woord beter te verstaan, zoals ook blijkt uit genoemde voorbeelden. Wie de verschillende Schriftgedeelten naast elkaar legt, ontdekt hoe rijk en veelzijdig de Bijbel is in zijn beeldspraak.
Indrukwekkend is het beeld van Christus als Hoofd en de gelovigen als Zijn lichaam. Hij kent, ziet en weet wat er in Zijn lichaam gebeurt. Dat geeft niet alleen inzicht, maar ook troost: niets wat Zijn Lichaam raakt, ontgaat Hem.
Zo wijzen de metaforen uiteindelijk steeds verder dan het beeld zelf. Zij nodigen ons uit om de Schrift te onderzoeken, het Woord recht te snijden, Christus beter te leren kennen en ons vertrouwen op de Heere te stellen. Zoals de boom zijn wortels uitstrekt naar het water, zo mag ook de gelovige zijn leven steeds dieper wortelen in Hem. Want zonder Hem kunnen wij niets doen, maar wie op Hem vertrouwt, mag vrucht dragen tot eer van God!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Bijbel en/of Wetenschap

De relatie tussen Bijbel en wetenschap is er één van water en vuur. Wie zegt dat hij gelooft dat God alles geschapen heeft en dat Adam en Eva echt bestaan hebben, wordt vanuit het 'andere kamp' wat meewarig aangekeken ... 'Gelóóf jij dat nog?'.
Dat geloof ook in de wetenschap een grote rol speelt, vergeet men voor het gemak maar even. Maar het is toch echt zo: eerst wordt bedacht hoe het zou kunnen zijn (theorie, aannames, uitgangspunten, geloof) en vervolgens worden daar de bewijzen bij gezocht en zegt men: zie je wel?!
Wanneer wetenschap ons dichter bij de waarheid brengt, is dat alleen maar goed. In de afgelopen zes eeuwen is er binnen de wetenschap echter een proces werkzaam waarbij de Bijbel geleidelijk buitenspel is gezet.

Dit boekje is geschreven met de rotsvaste overtuiging, dat de Bijbel het Woord van God is. Het is een geactualiseerde versie van het Morgenroodboekje Bijbel & Wetenschap (2013).

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Bijbel en/of Wetenschap'

Psalm 4 - Een avondlied

De slotwoorden van Psalm 4 zijn bekend: "In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen". David werkt in deze psalm naar deze vredige rust toe. Voor hij zich kan overgeven aan de slaap roept hij God aan en schrijft hij over zijn benauwdheid en doet hij een beroep op Gods genade. Ondanks alle tegenstand roept hij op te vertrouwen op de HEERE. In het licht van Gods aangezicht geniet hij van de blijdschap die God overvloedig in zijn hart gegeven heeft.
Zie hier de inhoudsopgave van dit boekje.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Psalm 4 - Een avondlied'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''