Deze uitspraak komt uit Jesaja: "Daarom, zo zegt de Here HERE: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste grondslag; hij die gelooft, haast niet" (Jes. 28:16). Dit is de NBG-‘51 vertaling. In de Herziene Statenvertaling staat: "Wie gelooft, zal zich niet weghaasten." De Septuagint (Griekse vertaling van het OT) heeft: "… zal niet beschaamd worden." Dat verschilt dus van elkaar.
Steen
Jesaja profeteerde tijdens de regeerperiode van vier koningen, o.a. van koning Achaz (Jes. 1:1). Hij was bang voor Rezin, de koning van Syrië, en voor Pekah, de koning van Israël (Jes. 7:1). Hij zocht de hulp van Assyrië, maar uiteindelijk is het volk daar slechter mee af (Jes. 8:6-8). Jesaja spoorde aan om op de Heere te vertrouwen: "… Hij zal tot een heiligdom voor u zijn, tot een steen des aanstoots, en tot een rots waarover men struikelt voor de beide huizen van Israël, tot een strik en een val voor de inwoners van Jeruzalem" (Jes. 8:13 en 14). Hier wordt gesproken over een steen en die komen we later ook nog tegen, zoals in hoofdstuk 28.
De priesters en profeten zijn alcoholisten: "Priester en profeet zwalken door sterkedrank. Zij zijn opgeslokt door de wijn, zij dwalen rond door de sterkedrank. Zij zwalken bij het uitleggen van het visioen, zij struikelen tijdens hun gerechtelijke uitspraak" (Jes. 28:7). Het volk krijgt geen onderwijs en de Heere wordt niet gediend.
De leiders vertrouwen op een verbond met de vijand en denken daarmee hun leven te kunnen redden: "Omdat u zegt: Wij hebben een verbond gesloten met de dood, en met het rijk van de dood zijn wij een verdrag aangegaan, wanneer de alles wegspoelende gesel voorbijtrekt, komt hij niet bij ons, want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt en in het bedrog hebben wij ons verborgen" (Jes. 28:15).
Maar dan zegt Jesaja: "Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is" (Jes. 28:16a). De hoeksteen is het fundament van het huis van God. Jesaja had al tegen Achaz gezegd: “Hij zal tot een heiligdom voor u zijn.” (Foto: Jesaja-Maarten van Heemskerck; 1498-1574).
Christus
In het Nieuwe Testament leren we dat die (hoek)steen wijst op de Heere Jezus Christus. In Markus 12:10 zegt de Heere over Zichzelf: "Hebt u ook dit Schriftwoord niet gelezen: De steen die de bouwers verworpen hadden, die is tot een hoeksteen geworden."
Paulus spreekt erover in Romeinen 9: "Maar Israël, dat de wet van de gerechtigheid najaagde, is aan de wet van de gerechtigheid niet toegekomen. Waarom niet? Omdat zij die niet uit geloof zochten, maar als uit werken van de wet. Want zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, zoals geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een struikelblok. En: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden" (Rom. 9:31-33).
Het huis van God dat gebouwd wordt op de Hoeksteen, moet het toevluchtsoord zijn. Daarom staat er: “… hij die gelooft, zal niet weghaasten.” Als je gelooft in de Heere, hoef je niet op de vlucht te slaan, en zul je niet beschaamd worden.
Petrus schreef aan de vreemdelingen in de verstrooiing: "… en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen die uitverkoren en kostbaar is; en: Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij kostbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is de hoeksteen geworden, en een steen des aanstoots en een struikelblok; voor hen namelijk die zich aan het Woord stoten, door ongehoorzaam te zijn …" (1 Pet. 2:4-8).
Het gaat dus niet om haasten, waar onze tijd door gekenmerkt wordt, of wegvluchten. Het gaat erom dat je bij dreigend gevaar de toevlucht neemt tot de Heer in Zijn heiligdom (denk ook aan Ps. 91).
"Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners,
maar medeburgers van de heiligen (of: van het heiligdom)
en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament
van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus
Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw,
goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere;
op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest"
(Efe. 2:19-22).
Bijbelmagazine