In Genesis 3 vinden we geen allegorie, mythe, legende of fabel, maar letterlijk historische feiten die worden benadrukt door het gebruik van bepaalde stijlfiguren. De verwarring is ontstaan doordat symbolisch taalgebruik en stijlfiguren letterlijk worden geïnterpreteerd, of omgekeerd, dat men figuurlijk neemt wat letterlijk is. Stijlfiguren in de Bijbel dienen niet om de waarheid te verhullen, maar om haar kracht bij te zetten en begrip te verdiepen.
Hoewel de gebruikte woorden misschien niet strikt letterlijk waar zijn, zijn ze dat wel met betrekking tot de boodschap die ze overbrengen en de historische gebeurtenissen waarmee ze verbonden zijn.
Was de slang letterlijk een slang?
De Hebreeuwse term voor ‘slang’ in Genesis 3 is nachash, afgeleid van een werkwoord dat schijnen of glanzen betekent. Dit impliceert dat de slang geen ordinair reptiel was, maar eerder een schitterend en indrukwekkend wezen. In het Chaldeeuws kan nachash ook verwijzen naar koper of messing, metalen die een glanzend uiterlijk hebben. Daarom betekent het in het Chaldeeuws ‘koper’ of ‘messing’, vanwege de glans. Dit verklaart ook het woord ‘Nehushtan’ (= van koper) in 2 Koningen 18, vers 4: “Hij (d.i. koning Hizkia) nam de offerhoogten weg, sloeg de gewijde stenen in stukken en hakte de gewijde palen om. Hij verbrijzelde ook de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de Israëlieten er tot die tijd toe reukoffers aan gebracht hadden; men noemde hem Nehustan.”
Zo betekent het woord ‘seraf’ in Jesaja 6:2 en 6: iemand die brandt, en omdat de slangen die in Numeri 21 worden genoemd, brandden door het gif van hun beet, werden ze serafs genoemd.
Wanneer de HEERE in Numeri 21:8 tot Mozes zegt: “Maak u een gifslang (beter: vurige slang)”, zegt Hij letterlijk: ‘Maak u een seraf’. In gehoorzaamheid aan dit bevel lezen we in vers 9: “Mozes maakte een koperen slang” (Hebr.: nechosheth nachash). Het woord nachash wordt dus uitwisselbaar met seraf gebruikt. 
Als seraf nu wordt gebruikt voor een slang vanwege de branderigheid van zijn beet, en ook voor een hemels of geestelijk wezen (een brandend wezen), dan kan nachash gebruikt worden voor een slang vanwege zijn stralende uiterlijk, en daaruit voortvloeiend voor een hemels of geestelijk wezen (een stralend wezen).
Het feit dat satan zelf de ‘laatste Adam’ c.q. de ‘tweede Mens’ (1 Kor. 15:45 en 47) verzocht heeft (zie Matt. 4; Mark. 1 en Luk. 4), zou de conclusie rechtvaardigen dat hij ook de verleider van de eerste mens, Adam, is geweest. Daarnaast wordt satan in Openbaring 20:2 "de oude slang" genoemd, wat onder meer terugwijst naar de hof van Eden.
Dit bevestigt dat de slang in Genesis 3 meer is dan een dier; hij is een manifestatie van een bovennatuurlijk wezen. In 2 Korinthe 11:14 wordt satan omschreven als "een engel van het licht". Dit ondersteunt de gedachte dat Eva werd verleid door een hemels wezen dat superieur was in kennis en uitstraling.
Bovendien, als we kijken naar hoe de slang spreekt en redeneert, is het duidelijk dat het hier niet gaat om een gewone slang zoals wij die kennen. In de hele Bijbel spreekt geen enkel dier, tenzij er sprake is van een goddelijke interventie (zoals bij de ezel van Bileam in Numeri 22).
Superieur wezen
Om de identiteit van de slang verder te begrijpen, moeten we kijken naar andere delen van de Schrift waarin satan wordt beschreven.
• Jesaja 14:12-15 beschrijft in de figuur van de ‘koning van Babel’ de val van de morgenster, die zichzelf wilde verhogen boven de ‘sterren’ en zich aan God gelijk wilde maken. Deze hoogmoed kwam vóór zijn val, want hij werd neergehaald in de diepte.
• Ezechiël 28:12-17 beschrijft de ‘koning van Tyrus’ met eigenschappen die onmogelijk op een mens van toepassing kunnen zijn. Hij wordt omschreven als een gezalfde cherub, volmaakt in schoonheid en wijsheid, die in Eden was en uiteindelijk verdorven is door trots. Dit is een verwijzing naar satan vóór zijn val.
In vers 17 zegt de HEERE: “Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor koningen, opdat zij op u neer zouden zien.”
De woorden in deze passages kunnen alleen begrepen worden in het licht van het machtigste en meest verheven bovennatuurlijke wezen dat God ooit heeft geschapen, met het doel om te laten zien hoe groot zijn val zou zijn. Er blijkt uit dat satan een hooggeplaatst geestelijk wezen was, een cherub, die in opstand kwam tegen God en Zijn wil. In Genesis 3 manifesteert hij zich als een schitterend wezen én verleider om Eva tot zonde te brengen.
Slim en sluw
Het woord dat in Genesis 3:1 met ‘listig’ is vertaald, kan zowel slim als sluw betekenen, in zowel goede als slechte betekenis dus. Het woord komt bijvoorbeeld in Spreuken 14:8 en 18 voor in goede zin en in Job 5:12 en 15:5 in een slechte zin.
Het Hebreeuwse woord voor ‘dieren’ in dit vers (chay) komt van het werkwoord leven; het gaat dus om een levend wezen. Satan wordt dus beschreven als slimmer (wijzer) of sluwer (listiger) dan enig ander levend wezen dat de Heere God gemaakt heeft.
Figuurlijk taalgebruik in Genesis 3
Het is moeilijk voor te stellen dat Eva met een letterlijk dier, een slang, in gesprek was, maar het is wel denkbaar dat ze gefascineerd was door een 'engel van het licht' (d.w.z. een glorieuze engel), die superieure en bovennatuurlijke kennis bezit.
Wanneer over satan als een ‘slang’ wordt gesproken, is dit een voorbeeld van de stijlfiguur hypocatastasis of implicatie. Het betekent evenmin dus letterlijk een slang als wanneer Dan in Genesis 49:17 zo wordt genoemd of Juda een ‘leeuwenwelp’ (Gen. 49:9), of Herodes een ‘vos’ in Lukas 13:32.
Het is hetzelfde beeld wanneer ‘zuurdeeg/zuurdesem’ wordt genoemd in Mattheüs 16:6 als beeld van de leer van Farizeeën en Sadduceeën. Het gebruik van een stijlfiguur heeft tot doel de waarheid indrukwekkender uit te drukken en dient als een beeld van iets dat uitstijgt boven de letterlijke betekenis van het woord.
Verschillende uitdrukkingen in Genesis 3 moeten symbolisch worden begrepen, niet letterlijk:
• Op uw buik zult u gaan
Deze uitdrukking betekent veel meer dan de letterlijke buik van vlees en bloed. Het symboliseert volledige vernedering en nederlaag, want buigen is altijd het meest krachtige teken van onderwerping. In Bijbelse beeldspraak verwijst ‘op de buik gaan’ naar een staat van diepe vernedering en onderwerping. Wanneer in Psalm 44:25 staat "Want onze ziel ligt neergebukt in het stof; onze buik kleeft aan de aarde", verwijst dit naar een langdurige en diepe onderwerping.
• Stof zult u eten
Dit betekent niet dat satan letterlijk stof eet, maar dat hij voortdurend in een staat van nederlaag en teleurstelling verkeert. Wanneer in Psalm 72:9 staat: “Zijn vijanden zullen het stof oplikken”, betekent dit niet dat ze letterlijk op hun knieën zullen kruipen en met hun tong het stof zullen likken, maar dat ze volledig verslagen en onderworpen zullen zijn. Zo lezen we in Spreuken 20, vers 17: “Leugenbrood smaakt de mens zoet, maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen.” Het laatste verwijst naar iets dat zeer onaangenaam is en schade kan berokkenen. En wanneer christenen worden berispt omdat ze elkaar ‘bijten en verslinden’ (Gal. 5:15), moet dat evenmin letterlijk worden opgevat.
• Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen
Dit is een profetie over de strijd tussen Christus en satan. Satan bracht Christus lijden toe (de hiel verwonden), maar Christus zou hem uiteindelijk definitief vernietigen (de kop vermorzelen). Dit wordt vervuld in het werk van Christus aan het kruis (zie o.a. Kol. 2:15; Hebr. 2:14; 1 Joh. 3:8) en Zijn uiteindelijke overwinning, zoals in het laatste Bijbelboek is beschreven (Opb. 20:1-3 en 10). In gelijke beeldspraak schreef Paulus: “En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren” (Rom. 16:20).
De strategie van de slang: Twijfel zaaien
De slang (nachash) c.q. satan heeft Eva verleid ( 2 Kor. 11:3 en 14). Niet simpelweg door een vrucht aan te bieden. Zijn strategie was sluw en bestond uit het subtiel verdraaien van Gods Woord.
"Is het echt zo dat God heeft gezegd...?"
Zo lezen we het in Genesis 3:1. Dit is een directe aanval op de betrouwbaarheid van Gods Woord. Door twijfel te zaaien, opende satan de deur voor ongehoorzaamheid. Dit patroon zien we opnieuw bij de verzoeking van Jezus in de woestijn (Matt. 4:3-6), waar satan Jezus uitdaagt met de woorden: "Als U de Zoon van God bent...".
Eva maakte vervolgens drie kritieke fouten in haar reactie:
- Ze liet het woord ‘vrij’ weg (vgl. Gen. 2:16 en 3:2). Dit deed Gods gebod strenger lijken dan het was.
- Ze voegde toe dat ze de boom niet mocht aanraken (Gen. 3:3), terwijl God dat niet had gezegd. Dit toont hoe menselijk denken soms Gods Woord vervormt.
- Ze verzwakte Gods waarschuwing door te zeggen ‘anders sterft u’, terwijl God duidelijk had gezegd: ‘u zult zeker sterven’.
Het is niet zonder betekenis dat de ‘tweede Mens’ bij de verleiding satans aanvallen pareerde met de woorden: “Er staat geschreven”, die drie keer herhaald werden, een drievoudige verwijzing naar het geopenbaarde Woord van God. Lees wat de Heere zegt in Zijn laatste gebed te midden van de Zijnen, in de laatste nacht vóór Zijn kruisiging - Johannes 17:
Vers 8 - Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt.
Vers 14 - Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.
Vers 17 - Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.
De val: Het gevolg van geloof in een leugen
De zondeval gebeurde niet zomaar door het eten van een verboden vrucht als zodanig. Dit was slechts het gevolg van het kiezen van een alternatieve waarheid boven Gods Woord. Eva gaf gehoor aan satans bewering dat zij als God zou zijn en kennis van goed en kwaad zou verwerven. Dit weerspiegelt satans eigen verlangen om als God te zijn (Jes. 14:14).
De kern van de zondeval is dat de mens probeerde onafhankelijk van God wijsheid te verkrijgen. Dit is nog steeds satans primaire strategie: mensen aanmoedigen om hun eigen waarheid te vormen en Gods Woord in twijfel te trekken. Later zei de Heere Jezus tegen de Joodse elite over de duivel: “… die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen” (Joh. 8:44).
De invloed van satan
De geschiedenis van Genesis 3 leert ons dat satans werkterrein niet alleen op het gebied van misdaad of immoraliteit ligt, maar vooral ook in het religieuze domein. Zijn slagveld wordt niet gevormd door de zonden die voortkomen uit menselijke verdorvenheid, maar vloeit vooral voort uit het ongeloof van het menselijke hart. We moeten satans activiteiten vandaag de dag niet alleen zoeken in de kranten of de rechtszalen, maar ook op de preekstoel en in de collegezalen van professoren. Paulus schreef in 2 Korinthe 11 over ‘valse apostelen’ en ‘bedrieglijke arbeiders’, van wie hij tegenstand ondervond in zijn bediening als gezondene van de Heere: “En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken” (vs. 14 en 15).
Waar het Woord van God ook in twijfel wordt getrokken, daar zien we het spoor van ‘die oude slang, die de duivel en satan’ is. Dit verklaart waarom alles wat tegen de ware belangen van het Woord van God ingaat, als zodanig gemakkelijk wordt opgenomen in de media en wordt behandeld als algemene literatuur. Dit verklaart ook waarom alles wat de inspiratie en Goddelijke oorsprong van het Woord ondersteunt en de spirituele waarheid ervan bevestigt, wordt bestempeld als controversieel.
De invloed van satan manifesteert zich door misleiding en verdraaiing van waarheid. Dit gebeurt vooral in en onder invloed van religieuze en intellectuele kringen, waar menselijke filosofieën en tradities de plaats innemen van Gods Woord. 
In 2 Korinthe 4:4 wordt satan de ‘god van deze eeuw’ genoemd, die de geesten van ongelovigen verblindt. Hij is de autoriteit in een wereld van zonde, leugen en bedrog.
In 1 Timotheüs 4:1 staat dat in de eindtijd velen zullen afdwalen naar misleidende geesten en leringen van demonen.
Dit betekent dat de strijd tegen satan niet fysiek is, maar bovenal geestelijk en intellectueel. Hij werkt door verwarring, halve waarheden en subtiele leugens.
Conclusie
Genesis 3 is geen sprookje over een pratende slang en een appel, maar een diepgaande openbaring van hoe satan werkt. Zijn tactiek is het zaaien van twijfel aan Gods Woord en het aanmoedigen van de mens om eigen wijsheid boven die van God te stellen.
De boodschap is nog steeds relevant: Gods Woord is de enige betrouwbare waarheid. Twijfel en verdraaiing zijn de primaire wapens van satan. Christus heeft satan overwonnen en zal hem uiteindelijk volledig vernietigen. De sleutel voor gelovigen is om standvastig te blijven in Gods Woord en niet in satans val van verdraaiing en twijfel te trappen.
De apostel Paulus wees op de toerusting van gelovigen om uiteindelijk te komen tot volwassenheid in geloof en kennis, opdat we niet meer kinderlijk zouden zijn “… heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden” (Efe. 4:13-14). Daarom: “… wandel als kinderen van het licht (…) en beproef wat de Heere welbehaaglijk is. En neemt niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer”(Efe. 5:8-11). En bedenk wel dat we, volgens Romeinen 8:37, als gelovigen “in dit alles meer dan overwinnaars zijn door Hem, Die ons heeft liefgehad.”
Bijbelmagazine