Het wezen van God

Het wezen van God

In dit artikel is het bedoeling om iets meer inzicht te krijgen in het wezen van de Heere God. We beginnen met de bekende tekst uit Deuteronomium 6, vers 4: “Luister Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!” En dat zijn direct al bijzondere woorden!

Voor dat woordje één staat in het Hebreeuws echad, en dat betekent: één bestaande uit meerderen. Bijvoorbeeld in Numeri 13:23 wordt gesproken over een rank “… met één tros druiven”. Die ene tros bestaat dus uit meerdere druiven.
Er is in het Hebreeuws ook een woord dat één enkele betekent en dat is: jachid, maar dat wordt in Deuteronomium 6:4 niet gebruikt. Het woord ‘jachid’ wordt vertaald met enig(e), zoals in Genesis 22:2, 12 en 16: ”… uw zoon, uw enige …”, en soms ook met ‘eenzaam’ of ‘eenzame’ (Ps. 22:20; 25:16, e.a.)
Het woord ‘God’ is in het Hebreeuws Elohim en dat is ook een meervoud. Het enkelvoud is: Elowah (bijv. Deut. 32:15 en 17).
Dat meervoudige vindt je in de Bijbel ook terug, zoals in Genesis 1, vers 26: “Laten Wij mensen maken, naar Ons beeld en Onze gelijkenis.” En in Genesis 3:22, na de verkeerde keuze van de mens: “Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent.”
Zie ook Jesaja 6, vers 8: “Daarna hoorde ik de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan?”
Hoe dat precies in elkaar zit is moeilijk te begrijpen voor de mens, want we lezen in Johannes 4, vers 24: “God is Geest en wie Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.”
Lukas 24:39 zegt: “Maar een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.”
In deze twee teksten staat in het Grieks voor ‘geest’: pneuma en dit wordt ook wel vertaald met wind. Maar wind is bewegende lucht en dus aardse materie dat uit moleculen bestaat. Dat kan van de Heere God niet gezegd worden. Hij is Geest, volgens Johannes 4:4, en bestaat dus niet uit aardse materie zoals wij dat om ons heen zien.
Een mens bestaat uit ‘vlees en bloed’ volgens de Bijbelse definitie in Mattheüs 16, vers 17: “En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is” (zie ook: Gal. 1:16; Efe. 6:12; Hebr. 2:14).
De mens is dus ‘vlees en bloed‘ en de Vader Die in de hemelen is, is dat niet. De Heere Jezus heeft daaraan wel deel gehad, volgens Hebreeën 2:14.
Na Zijn opstanding blijkt er grote verwarring onder de apostelen te ontstaan als Hij plotseling in hun midden verschijnt (Luk. 24:36-40). Ze denken een geest te zien, maar Jezus doorziet hun gedachten en zegt: “Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.” Hij is dus geen ‘vlees en bloed’ meer, want Hij bracht Zijn bloed ‘eens voor altijd’ in het binnenst heiligdom (Hebr. 9:11-28). Hij is ook geen geest, want een geest heeft geen ‘vlees en beenderen’. Zo wordt dus Zijn opstandingslichaam omschreven.

Geen mens kan Gods aangezicht zien en blijven leven
Deze woorden komen we tegen in Exodus 33:20 waar de Heere God tegen Mozes zei: “U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.”
Vervolgens plaatste Hij Mozes in een spleet in de rots en bedekte hem met Zijn hand, zodat Mozes alleen de rug/achterzijde van de HEERE kon zien (Ex. 33:21-23).
De uitspraak in Exodus 33:20 laat zien dat als God Zich aan de mens openbaart, Hij dit in een andere verschijningsvorm móet doen. Anders zou geen enkel mens dit overleven. En uit pure liefde voor de door Hem geschapen mens doet de Heere God dat dus ook.
Johannes schrijft later: “Niemand heeft ooit God gezien …” (Joh. 1:18; 1 Joh. 4:12). Eertijds manifesteerde Hij Zich in een wolk of in een brandende doornstruik, of als een man of als een engel (van de HEERE).

Een paar voorbeelden:

  • Genesis 16:7 “De Engel van de HEERE vond haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron naar de weg naar Sur.”
    18:1-2 “Daarna verscheen de Heere aan hem bij de eiken van Mamre (…) Hij sloeg zijn ogen op en keek en zie, er stonden drie mannen voor hem”.
    32:25-26 “Doch Jakob bleef alleen over; en een Man worstelde met hem, totdat de dageraad aanbrak.

En toen de Man zag dat Hij hem niet kon overwinnen, raakte Hij zijn heupgewricht aan, zodat het heupgewricht van Jakob ontwricht raakte toen Hij met hem worstelde. En Hij zei: Laat Mij gaan, want de dageraad is aangebroken. Maar hij zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent.”

  • Exodus 3:2 “En de engel van de HEERE verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een doornstruik.”
    34:5-7 “Toen daalde de HEERE neer in een wolk, ging daar bij hem staan en riep de Naam van de HEERE uit.”
  • Numeri 12:5-8 “Toen daalde de Heere neer in de wolkkolom en ging bij de ingang van de tent staan. Hij riep Aäron en Mirjam en zij kwamen beiden naar voren. Hij zei: Luister toch naar Mijn woorden”!
  • Richteren 6:11 “Toen kwam een Engel van de HEERE. Hij nam plaats onder de eik die bij Ofra is, die aan de Abiëzriet Joas toebehoorde.

Dit was algemeen bekend in Israël
Als de Heere God spreekt tot Elia gaat dat, kort samengevat, op een bijzondere manier. 1 Koningen 19, vers 11: “God was niet in de wind of de aardbeving of het vuur maar in het zachte suizen van zachte stilte.” Maar Elia weet precies wat hem nu te doen staat, volgens vers 13: “En het gebeurde toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan.”
Ook de (aanstaande) ouders van Simson zijn hiervan goed op de hoogte. In Richteren 13:3 staat: “Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt niet gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.”
Deze engel wordt later in vers 8 ‘de Man Gods‘ genoemd en in vers 11: “Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft?”
Op de vraag van Manoach wat Zijn naam is, antwoordt de engel: “Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers wonderlijk!” (vs. 18).
Dan weten Manoach en zijn vrouw genoeg (vs. 21) en zegt hij tegen haar: “Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God (= Elohim) gezien.”
Maar hierin trekt hij de verkeerde conclusie. Ze hebben God niet gezien maar een gedaante van een engel waarin God Zich manifesteerde. Ze stierven dus niet.
Ook in Jesaja 6:1 is dit aan de orde: “In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel.”
Daarom was Jesaja bang: “Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen (…) mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien” (vs. 5).
In vers 6 en 7 wordt beschreven hoe deze ‘dreiging’ wordt opgelost: “Maar één van de serafs vloog naar mij toe en hij had een gloeiende kool in zijn hand (!) die hij met een tang van het altaar had genomen. Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad geweken en uw zonde verzoend.” Zo overleefde Jesaja deze ingrijpende gebeurtenis.

De moederbelofte
Na de zondeval in de hof in Eden laat de Heere God al snel weten dat er Iemand geboren zal worden uit een menselijke vrouw (een Adamitische) die de kop van de slang zal vermorzelen (Gen. 3:15). Daar is nog veel over te doen geweest, zoals o.a. beschreven in Genesis 6, maar een paar duizend jaar later is het zover en wordt er in een stal in Bethlehem een jongetje geboren. De Heere God voorziet zoals beloofd in een alles en iedereen overtreffende Verlosser die toch gewoon gezien kan worden door mensen zonder dat ze het leven verliezen. Sterker nog: Ieder mens die in geloof naar Hem opziet, ontvangt eeuwig leven. Dat is allemaal puur uit liefde voor de mens om het op deze manier te doen.

Uitspraken van Jezus Christus over Zichzelf

  • Mattheüs 28:18 “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde.”
  • Mattheüs 11:27 “Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader: en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.”
  • Lukas 10:22 “Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader: en niemand weet Wie de Zoon is dan de Vader, en Wie de Vader is dan de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.”
  • Johannes 3:35 “De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.”
  • Johannes 10:30 “Ik en de Vader zijn één.”
  • Johannes 17:2 “… zoals U Hem macht gegeven heeft over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt.”

De Zoon in het Oude Testament

  • Psalm 2:7 “De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ik hen U heden verwekt.”
  • Spreuken 30:4 “Hoe is Zijn Naam en hoe is de naam van Zijn Zoon, u weet het immers?”
  • Jesaja 7:14 “Zie de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.”
  • Jesaja 9:5 “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven (…) En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.”
  • Micha 5:1 “En u, Bethlehem-Efratha (…) uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.”

Uitspraken van God over de Zoon
Mattheüs 3:17 “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb”.
(Idem in: Matt. 17:5; Mark. 1:11; 9:7; Luk. 3:22; 9:35; 2 Petr. 1:17).

Ook demonen erkennen de Zoon van God

  • Markus 3:11 “En telkens wanneer de onreine geesten Hem zagen, vielen zij voor Hem neer en riepen: U bent de Zoon van God.”
  • Lukas 4:41 “Ook gingen er vele demonen uit, die schreeuwden en zeiden, U bent de Christus, de Zoon van God.”

De Heere Jezus wordt God genoemd

  • Johannes 1:1 en 14 “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God (…) En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”
  • Johannes 20:28 “En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!”
  • Romeinen 9:5 “Christus (…) Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!”
  • Titus 2:13 “… heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.”
  • 2 Petrus 1:1 “… gerechtigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus ...”
  • 1 Johannes 5:20 “… Zijn Zoon, Jezus Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven.”

De Eerste en de Laatste
In Jesaja 44:6 lezen we: “Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.”
En de Heere Jezus zegt in Openbaring 22:12 en 13: “En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste“. Hebreeën 13:8 luidt: “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.”

De Naam
In Exodus 3 maakt God Zijn Naam bekend: “En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden.” In Johannes 8:58 lezen we: “Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik.” Letterlijk staat er: ego eimi: Ik, Ik ben.

Het werk van de Vader
Prachtig mooie woorden lezen we hierover in Johannes 17.

  • Vers 1 en 2 “Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt.”
  • Vers 3 “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus Die U gezonden hebt.”
  • Vers 4 “Ik heb U verheerlijkt op de aarde, Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt te doen.”
  • Vers 7 “Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, bij U vandaan komt.”
  • Vers 22 “En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij Eén zijn.”
  • Vers 26 “En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en zal die bekend maken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.”

Het werk van de Zoon

  • Mattheüs 9:6 “Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven, Sta op neem uw bed op en ga naar huis.”
  • Romeinen 11:36 “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid.”
  • Kolossenzen 1:15-17 “Want door Hem (heen) zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.”
  • Hebreeën 1:3 “Hij, die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.”
  • Hebreeën 1:2 “… heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken in Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de eeuwen gemaakt heeft.”
  • Openbaring 4:11 “U bent het waard Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht want U hebt alle dingen geschapen en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.”

De Heilige Geest
Vader, Zoon, (en) Heilige Geest, in deze volgorde komt deze uitdrukking nergens voor in de Bijbel, maar zo wordt het in kringen van gelovigen wel gehanteerd.
‘Heilig’ betekent: apartgezet; afgezonderd, een speciale status hebbend. De eerste keer dat we over de Geest lezen, is in Genesis 1, vers 2: “… en de Geest van God zweefde over het water.”
We lezen ook in de Bijbel dat de Geest van God ‘vaardig’ wordt over bepaalde mensen en bepaalde omstandigheden. Sommige vertalingen omschrijven dit als: ‘greep de Geest hem aan’, zoals in Richteren 14:6 bij Simson. Of bij de zalving van David, beschreven in 1 Samuel 16, vers 13: “En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan.”
De mens David is vanaf dat moment niet meer zoals hij vroeger was, er is iets van Godswege bijgekomen. Hij bidt ook in Psalm 51, vers 13: “Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg.”
De Heilige Geest van God kan kennelijk ook worden bedroefd, zoals we lezen in Jesaja 63, vers 10: “Zij daarentegen zijn ongehoorzaam geworden en hebben Zijn Geest bedroefd.”
In Job 33:4 lezen we dat de Heilige Geest ook wel ‘de adem van de Almachtige’ genoemd wordt.
Die Geest wordt soms ook gedefinieerd als ‘Geest van Christus’, zoals bijvoorbeeld in 1 Petrus 1, vers 11: “Zij (d.w.z. de O.T.-ische profeten) onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou en ook van de heerlijkheid daarna.” Kortom, naast de Vader en de Zoon is er ook de Heilige Geest Die een specifieke functie heeft.
In de laatste zeven brieven van Paulus lezen we hoe dat werkt bij gelovigen in deze genade periode. Nadat een mens bewust tot geloof komt, geeft de Heere God “…de Heilige Geest van de belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel tot lof van Zijn heerlijkheid” (Efe. 1:13). Die Heilige Geest in de gelovigen heeft een hele duidelijk functie: “Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus” (Fil. 1:6).
En dat ‘goede werk’ wordt nader omschreven in Filippenzen 2, vers 13: “… want het is God, Die in u (in)werkt, zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.”
De Heere God werkt hier dus in de gelovige als Geest om ‘ons willen en werken’ naar Zijn welbehagen te beïnvloeden.

Conclusie
Het is niet zo gemakkelijk voor een mens om (iets) van het wezen van God te beschrijven en het allemaal te bevatten. Maar dit alles gelezen hebbend maakt het wel heel blij en je komt onder de indruk van de liefde, de toewijding en nauwgezetheid van de Heere God om tot Zijn doel te komen. De moeite die Hij neemt om de mens te redden is indrukwekkend. Wat ons rest is ontzag, dankbaarheid en aanbidding. Prijs de Heer voor alles!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Het Wonder van het Licht

De wetenschap zegt dat licht de zichtbare en maakbare vorm van elektromagnetische straling is. Het ontstaat uit atomen die een aanzienlijke hoeveelheid energie bevatten. Wanneer deze atomen hun energie afgeven, stralen ze licht uit.

In dit Bijbelstudieboekje willen we ons echter niet zozeer richten op het natuurverschijnsel 'licht'. Daarover is al veel geschreven. In plaats daarvan gaan we dieper in op de overdrachtelijke betekenis van het geestelijk licht. Centraal staan daarbij de woorden van de Heiland Zelf, Die in Johannes 8:12 zegt: "Ik ben het Licht van de wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben".

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Het Wonder van het Licht'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''