Verlost van de boze!

Verlost van de boze!

In deze tijd is de boze nog altijd actief en die tijd is hem door God gegeven! Wij kunnen dus nog wel degelijk hinder ondervinden van zijn boze werken. Toch bidden wij niet de bede uit het ´Onze Vader´: verlos ons van de boze, want dat doet God namelijk (nog) niet. Hoe zit dat?

Het ´Onze Vader´
Dit gebed wordt menigmaal gezamenlijk gebeden in de christelijke kerk, in samenkomsten of bij bijzondere gelegenheden, zoals begrafenissen. Vooraf wordt gezegd: ´Laten wij samen het gebed uitspreken, dat Jezus ons zelf heeft geleerd …’ of woorden van gelijke strekking. En dan valt de goegemeente in…
Toch is dit gebed niet bedoeld voor Gods kinderen in deze tijd, die behoren tot de Gemeente, het Lichaam van Christus. De Heere Jezus heeft het ´ons´ niet geleerd, maar Zijn discipelen!
Velen denken dat Jezus een totaal nieuw formuliergebed heeft opgesteld, maar dat is niet zo. In Lukas 11:1 lezen we: "En het gebeurde, toen Hij ergens aan het bidden was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: Heere, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft." Kennelijk was het gebruikelijk dat een leermeester zijn leerlingen leerde bidden. Ook de Heere Jezus deed dat en volgens sommigen heeft Hij geciteerd uit het zgn. Achttiengebed, dat al eeuwen bekend was. Het 'Onze Vader' zou van dit ernstige en plechtige gebed een korte samenvatting zijn. Het Achttiengebed (Sjemonè esré) wordt gebeden waar Joden samenkomen, bijvoorbeeld in de synagoge. Het bestaat uit achttien aparte beden en heeft onder de Joden altijd in hoog aanzien gestaan. Het was door godzalige voorgangers in Israël opgesteld, geheel uit teksten genomen uit het Oude Testament. Vandaar dat het voor de Joden Goddelijk gezag draagt. 

Context
We moeten ook letten op het verband waarin het ´Onze Vader´ is opgenomen in Gods Woord. De brede context is het Mattheüsevangelie. Daarin wordt Christus voorgesteld als de Zoon van David en de Zoon van Abraham (zie het geslachtsregister in Matt. 1:1). Als Zoon van David is Christus de Erfgenaam van de troon. Ooit heeft God het koningshuis van David opgericht en daaruit is de Heere Jezus geboren als de rechtmatige Troonpretendent. Als Zoon van Abraham is de Heere de Erfgenaam van het land, dat God bestemd heeft voor Zijn volk om daarin te wonen. Het mag duidelijk zijn, dat Zijn erfgenaamschap als Koning en Bezitter van het land bevestigd wordt als het Koninkrijk op aarde geopenbaard zal worden. Deze verwachting is dan ook het 'leitmotiv' van het Mattheüsevangelie.
Onderdeel daarvan is de bekende bergrede, één van de drie grote redevoeringen van de Heere Jezus, die in het Mattheüsevangelie zijn opgetekend. In elke redevoering is het oog gericht op het (komende) Koninkrijk.
De afzonderlijke beden van het 'Onze Vader' moeten we vooral plaatsen in profetisch perspectief. De toekomstverwachting van Israël is immers nog steeds niet vervuld. In het Oude Testament werd het Koninkrijk aangekondigd en in de Evangeliën verkondigd als zijnde nabijgekomen. Maar de Koning is afgewezen en de openbaring van het Koninkrijk uitgesteld tot een later tijdstip, dat ook vandaag nog steeds niet aangebroken is. Dat geeft de woorden van de Heere Jezus dus een profetische lading en die is ook terug te vinden in het 'Onze Vader'.

Als het om de toekomstverwachting van Israël gaat, is het ook goed om eerst nog eens die andere toespraak van de Heere Jezus te lezen - ook wel de tweede bergrede genoemd - in Mattheüs 24-25.
Daarin komen kortweg de volgende onderwerpen aan de orde:
- verleidingen;
- oorlogen / geruchten, hongersnoden en aardbevingen;
- wetsverachting / liefde zal verkillen;
- de prediking van het evangelie van het Koninkrijk;
- de gruwel der verwoesting;
- de grote verdrukking en de verschijning van de Zoon des mensen;
- de terugverzameling en het herstel van Israël;
- de vergelijking met de dagen van Noach;
- de komende Bruidegom en het omgaan met talenten
- het oordeel van de Zoon des mensen.

In de toekomst zullen de Israëlieten opnieuw de openbaring van het koninkrijk mogen verwachten en hun wandel daarop afstemmen.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze
Als de Heere Jezus spreekt over verzoekingen, dan weet Hij precies waar het over gaat, want Hij is zelf verzocht geweest als Mens op aarde. Verzoekingen zijn even zovele beproevingen van standvastigheid en gehoorzaamheid. De boze is er altijd op uit om gelovigen aan het wankelen te brengen en hun getuigenis te ondermijnen. Hij is immers de tegenstander van God en daarom ook van allen die God toebehoren.
Ook Israël, als openbaringsvolk van God, kan zich altijd in de 'belangstelling' van de boze verheugen. Dat is door de eeuwen heen zo geweest en zal zich voortzetten tot in de eindtijd.
De apostel Petrus schreef zijn brieven aan de "vreemdelingen in de verstrooiing", Israëlieten dus. Hij schrijft ook over verzoekingen. In hoofdstuk 1:6 van zijn eerste brief zegt hij dat gelovigen "indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd" worden. Zijn brieven hebben een sterk profetisch karakter. Tegen de achtergrond van Gods handelen met Israël wijst hij nadrukkelijk op de wederkomst van Christus en de (korte) tijd die daaraan voorafgaat. Het is de laatste tijd waar het boek Openbaring ook over spreekt (Opb. 3:10).

In de toekomst zullen satanische machten op aarde woeden. De duivel zelf zal op aarde geworpen worden: "Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft" (Openb. 12:12). In 1 Petrus 5 waarschuwt de apostel met het oog op die tijd: "Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij verslinden zal" (vs. 8).
Bad de Heere Jezus destijds nog voor de Zijnen om bewaring voor de boze (Joh. 17:4), in de eindtijd is hun bede vooral gericht op verlossing van de boze. En dat is goed te begrijpen. In de eindtijd zal de antichristelijke geest regeren en veel mensen verleiden om hem te dienen (2 Thess. 2:3-12). Velen zullen van het geloof afvallen. Het zal moeilijk zijn om te geloven (Luk. 22:31 en Opb. 13:7). De regering van de boze komt tot een hoogtepunt in de beestheerschappij. Dat alles maakt de bede in het 'Onze Vader' - verlos ons van de boze - in die tijd zo actueel. En ... Gode zij dank, die verlossing zal zeker komen!

De hemel zal opengaan en de Heere Jezus Christus zal als glorieuze overwinnaar Zijn intrede doen in deze wereld.

Het beest wordt dan gegrepen en met de valse profeet in de poel des vuurs geworpen. De satan zelf wordt volgens Openbaring 20 opgesloten in de afgrond voor een periode van duizend jaren en komt daarna uiteindelijk ook terecht in de poel des vuurs (vs. 10).

Vandaag
Wij leven nu in een andere tijd dan waarover de profetische geschriften spreken. In deze tijd, tussen de hemelvaart van Christus en Zijn wederkomst, is God volgens Zijn plan niet bezig met de aankondiging en oprichting van het Koninkrijk, maar met de uitroeping van de Gemeente, het Lichaam van Christus. De apostel Paulus spreekt daarover in zijn zgn. late brieven (geschreven na de Handelingen-tijd).
Daarin lezen wij ook over de boze. In Kolossenzen 1:13 en 14 zegt hij: “Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden.”
Dat getrokken-zijn-uit komt van het Griekse woord ´rhuomai´. Meer specifiek staat er: Hij heeft ons bevrijd uit de macht (Gr. exousia = volmacht) van de duisternis! Daarbij denken we onmiddellijk aan de satan. In Lukas 22:53 komt dezelfde uitdrukking voor. Direct voorafgaand aan Zijn gevangenneming zegt de Heer: "... dit is uw uur en de macht der duisternis". Vergelijk ook Handelingen 26:18, waar staat:

a. "... om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis
b. tot het licht en
a. van de (vol)macht van de satan
b. tot God ..."

Het is duidelijk: de macht van de duisternis is de macht van satan, de god van deze eeuw. Paulus beschrijft in Kolossenzen 1:13 op indrukwekkende wijze waaruit we bevrijd zijn! Namelijk: uit de 'klauwen' van de tegenstander, die ons in zijn macht had tot het moment van onze bevrijding door de Vader. Wij hoeven dus niet te bidden: Verlos (bevrijd, zelfde woord als in Kol. 1:13) ons van de boze. We zíjn uit de duisternis bevrijd, d.w.z. uit de macht van de satan en verzegeld met de Heilige Geest van de belofte, Die het onderpand is van onze erfenis (Efe. 1:13-14). Verzegeld tot de dag der verlossing! Als verloste, bevrijde mensen, als verzegelden, zullen wij bewaard blijven in deze boze dag (d.i. de dag waarin de boze nog altijd regeert) en veilig aankomen in de (toekomstige) dag van de verlossing, de gloriedag van Christus Jezus, onze Heere (vgl. Fil. 1:6 en 10).

In deze tijd is de boze nog altijd actief en die tijd is hem door God gegeven!

Wij kunnen dus nog wel degelijk hinder ondervinden van zijn boze werken. En dan bidden wij niet: verlos ons van de boze, want dat doet God (nog) niet. En als we bidden om bescherming, mogen we tegelijk danken, dat de Heere God ons een bescherming heeft gegeven: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen (lett.: methoden) van de duivel” (Efe. 6:10). Wie deze wapenrusting ter hand neemt, krijgt de verzekering weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad (of: de boze dag) en stand te kunnen houden. Eigelijk ook wel logisch, want in Christus zijn wij al verlost (uit de macht) van boze... en nog veel meer! Daar kunnen we te allen tijde voor danken. Zo zit dat!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

"Zoon" in het Oude Testament - Een speurtocht naar de Naam van Gods Zoon

In Spreuken 30 wordt een vraag gesteld over God: "Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon ...?" (vs. 4b). Wat bijzonder dat hier - circa 1000 jaar vóór Christus - ervan uitgegaan wordt dat God een Zoon heeft! Naast de vele Oudtestamentische verwijzingen naar de Persoon en het werk van Christus, wordt slechts in Spreuken, de Psalmen en het boek Jesaja naar Hem verwezen met het woord "Zoon". Aan de hand van deze teksten zoeken we naar het antwoord op de dubbele vraag uit het Spreukenboek. Het antwoord vinden we uiteindelijk in het Nieuwe Testament. Dat antwoord is verrassend!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Zoon'

Levend water

Water is de meest voorkomende vloeistof op aarde, een essentieel onderdeel van de natuur en noodzakelijk voor het (ontstaan van) leven.
In dit boekje gaat het niet zozeer over water als vloeistof, maar vooral over geestelijk water. Dat wil zeggen: water als aanduiding van waarachtig leven, voortkomend uit Gods Geest.
Daarnaast verwijst water ook naar Gods Woord, dat levend en krachtig is. Vandaar de titel van dit boekje: levend water.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Levend water'

Het Getuigenis van de Sterren - 3e druk

Dit is een opmerkelijk boek! Het geeft een schitterende uiteenzetting van Bijbelse waarheden aan de hand van de sterren en de sterrenbeelden. Daar waar door astrologie en horoscopen een sluier is komen te liggen over de werkelijke betekenis van deze hemellichamen, gaat dit boek uit van het heldere feit dat God de Schepper ervan is!

We zijn blij met de verschijning van deze derde druk. De eerste druk verscheen in 1999 als vertaling van de Engelse uitgave The Witness of the Stars, die stamt uit 1893. Dit boek is een standaardwerk dat als basis is gebruikt voor vele later verschenen boeken over de sterren(beelden).
Een mooi boek om erbij te hebben tijdens je vakantie, wanneer je op een heldere avond de sterrenhemel bekijkt! "De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen ..." (Ps. 19:2; N.B.G.-'51-vertaling).

Meer info & bestellen 'Het Getuigenis van de Sterren'