Het getuigenis van Handelingen

Het getuigenis van Handelingen

Het boek Handelingen beschrijft -in aansluiting op de Evangeliën- de gebeurtenissen die plaatsvonden in de eerste tijd na Christus’ hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest. Een turbulente tijd van wonderen, bekeringen, en ook van vervolgingen en… afwijzing. Afwijzing van het heil, dat door de tijden heen op allerlei manieren aan Israël werd aangeboden, maar (nog) niet is aanvaard.

In Handelingen 1:8 lezen we een bekende uitspraak van de Heere Jezus Christus: “…u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn…”. Vanuit Jeruzalem zou na Pinksteren het getuigenis van de (dood en) opstanding van Christus worden uitgedragen in Judea, Samaria en tot het uiterste der aarde... En, inderdaad, direct na die wonderlijke uitstorting worden allen vervuld met de Geest en beginnen te spreken over de grote daden van God, waarin het verlossingswerk van de Heere Jezus Christus centraal staat. Als wij het boek Handelingen er verder op na slaan, zien we, dat dit getuigenis van de apostelen zowel in als buiten het land wordt afgewezen door het volk Israël. In beide gevallen gaat het om een drievoudige afwijzing.

In het land
I. Het getuigenis van God aangaande het heil voor Israël begint reeds in Oudtestamentische tijden. God zond Zijn profeten, enerzijds om Israël af te brengen van de verkeerde weg en anderzijds om het volk te wijzen op de grote zaligheid, die verbonden is met de gehoorzaamheid aan de HEERE en Zijn Woord.
Maar... Israël heeft de profeten vervolgd en gedood, zoals de Heere Jezus Zelf ook zei: "Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn!" (Matt. 23:37). Dat was feitelijk de eerste afwijzing van het door God aangeboden heil dat door de bediening van de profeten tot hen kwam.

II. Nadat God eerst Zijn knechten erop uit stuurde, zond Hij ten laatste Zijn Zoon (vgl. Matt. 21:33 e.v.). Ook de Zoon van God, de Messias, is afgewezen: "Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen" (Joh. 1:11). Hij werd zelfs gedood, evenals vele profeten vóór Hem. Zijn bediening ging gepaard met vele wonderen en tekenen, als bewijs van het feit dat Hij de beloofde Messias was. Hij voldeed helemaal aan het signalement dat God had neergelegd in het profetisch Woord. Dat blijkt ook zo mooi uit Mattheüs 11 waar we lezen over Johannes de Doper, die zijn discipelen naar Jezus zendt om te vragen of Hij de beloofde Messias is: “En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet…”. Dat zou genoeg moeten zijn. Alles wat de Heere zei en alles wat Hij deed was een bevestiging van wat de profeten hadden voorzegd over de Messias. Maar het Joodse volk liet zich (bewust of onwetend) niet overtuigen. Voor de tweede maal is het heil in Jezus de Messias afgewezen: "U echter hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en gevraagd dat u een moordenaar geschonken zou worden, maar de Vorst van het leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn" (Hand. 3:14,15). Dit zijn de woorden van de apostel Petrus, die zijn toespraak laat uitlopen op een uitnodiging om de Heere Jezus te aanvaarden: "Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden..." (Hand. 3:19).

III. De apostelen hebben inderdaad krachtig getuigd van de opgestane en verhoogde Heer. Een getuigenis dat z'n aangrijpende hoogtepunt (of misschien beter: dieptepunt) vindt in de prediking van Stefanus, zoals opgetekend in Handelingen 7.
De naam 'Stefanus' betekent: krans of kroon, en wijst op de verhoogde Heer, de verheerlijkte Zoon des mensen, Die Stefanus in de hemel ziet staan ter rechterhand Gods (vs. 56). Dat ziet hij op het moment dat hij gestenigd wordt! Stefanus had het volk nog eens bepaald bij het werk van God in Israëls geschiedenis en de komst van de Rechtvaardige. Hij wijst hen op hun hardnekkige onverzettelijkheid, en dat was te veel. Zijn getuigenis wordt bezegeld met de dood. Kortom: ook de opgestane en verhoogde Heer wordt afgewezen. Voor de derde keer volhardt Israël in ongeloof.

Buiten het land
Als Stefanus gestenigd wordt, vernemen wij voor het eerst iets van een "... jonge man, die Saulus heette" (vs. 58). Hij stemde in met zijn terechtstelling! In Handelingen 9 lezen wij over zijn radicale bekering, waarbij de Heere tegen Ananias zei: "Ga, want deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten" (vs. 15). En zo is het gebeurd. Paulus werd door de Heere geroepen buiten het land Israël, toen hij op de weg was naar Damascus om christenen op te sporen en gevangen te nemen. Voordat hij de Syrische stad bereikte, hield God hem staande. Hij had een ontmoeting met de verhoogde Christus: daar waar Stefanus' bediening eindigde, begon die van Paulus!
Nu is het opvallend, dat ook in het getuigenis van Paulus en de zijnen buiten het land Israël, een drievoudige afwijzing is te ontdekken. En alle drie worden ze gevolgd door een verklaring van Paulus.

I. Antiochië
De eerste openlijke afwijzing vinden wij in Handelingen 13. Wij lezen daar vanaf vers 44 het volgende: "En op de volgende sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen. Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook. Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen". Overal waar Paulus kwam, zocht hij eerst zijn volksgenoten op om hen het grote heil in de Messias te prediken: eerst de Jood, en ook de Griek.

II. Korinthe
Vanuit Antiochië gaan we in westelijke richting en komen terecht in Korinthe, waar opnieuw een afwijzing van Joodse zijde plaatsvindt: "En nadat Silas en Timotheüs uit Macedonië gekomen waren, werd Paulus er door de Geest toe aangezet tegenover de Joden te getuigen dat Jezus de Christus is. Maar toen zij zich verzetten en lasterden, schudde hij het stof van zijn kleren en zei tegen hen: Uw bloed zij op uw hoofd, ik ben rein; vanaf nu zal ik naar de heidenen gaan” (Hand. 18:5-6). Ook hier vinden wij dus een duidelijk aanbod van het heil in Jezus, de Messias. Je zou kunnen zeggen: door de bediening van Paulus kwam de Heer opnieuw tot de Zijnen, maar de Zijnen hebben Hem (opnieuw) niet aangenomen.

III. Rome 
Als we nog meer in westelijke richting gaan, komen we terecht in Rome, zie Handelingen 28. Ook daar bevond zich een omvangrijke Joodse gemeenschap (foto: Grote synagoge te Rome). Paulus riep de voormannen der Joden samen en vertelde hen over zijn bediening en boodschap. Ten slotte kwamen zij bij elkaar op de plaats waar Paulus (noodgedwongen) verblijf hield, en de apostel probeerde "… hen, van 's morgens vroeg tot de avond toe, zowel uit de Wet van Mozes als uit de Profeten, te bewegen tot het geloof in Jezus" (vs. 23). En wat was het resultaat van deze prediking? Sommigen gaven gehoor aan het getuigenis van Paulus, maar anderen bleven ongelovig en zonder het eens geworden te zijn, gingen zij uiteen. Op dat moment citeert Paulus de profeet Jesaja, die het ongeloof van Israël reeds had voorzegd. Vervolgens legt hij de volgende, belangrijke verklaring af: "Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren" (vs. 28).

Tussentijd
Hiermee wordt het getuigenis aan het Joodse volk, althans wat de Bijbelse geschiedschrijving betreft, afgesloten. Het volk van Israël is korte later uit het land verdreven en kwam terecht in de Diaspora, de verstrooiing onder de volkeren. In de toekomst zal God de draad weer opnemen en Israël door verdrukking en benauwdheid heen op wonderlijke wijze tot bekering leiden. In de tussentijd is de zaligheid onder de heidenen, de volkeren. Dat wil zeggen: overal wordt de blijde boodschap verkondigd aan koningen, heidenen en kinderen van Israël. En dat alles om het doel van God in deze tijd, de "bedeling der genade Gods" (Efe. 3:2 St. Vert.), te verwezenlijken. En dat doel is: de uitroeping van de Gemeente, het Lichaam van Christus. En ieder mens uit de volkeren, Jood of heiden, die gelovig ingaat op het heilsaanbod van God, zal behouden worden. Hij of zij zal deel krijgen aan de wonderbare rijkdom van Gods genade: één in Christus Jezus, de verhoogde en verheerlijkte Heer.
Dat kan voor ons slechts aanleiding zijn om het getuigenis uit te dragen, in de kracht van dezelfde Geest, die eens de profeten en later de apostelen inspireerde. Het gaat nu om het getuigenis van het geheimenis, waarin de onnaspeurlijke rijkdom van Christus ligt opgesloten. God heeft Hem uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam gegeven. En ons, gelovigen, heeft Hij "…met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus" (Efe. 2:6,7).
Dit getuigenis mag dan misschien niet altijd eenvoudig zijn, het is wel zegenrijk. En wij weten: God komt -hoe dan ook- altijd en overal tot Zijn doel. Dat geeft ons voldoende reden en vrijmoedigheid om Zijn getuigen te zijn en het Evangelie van Gods genade te betuigen aan een ieder die het maar wil horen!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

"Zoon" in het Oude Testament - Een speurtocht naar de Naam van Gods Zoon

In Spreuken 30 wordt een vraag gesteld over God: "Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon ...?" (vs. 4b). Wat bijzonder dat hier - circa 1000 jaar vóór Christus - ervan uitgegaan wordt dat God een Zoon heeft! Naast de vele Oudtestamentische verwijzingen naar de Persoon en het werk van Christus, wordt slechts in Spreuken, de Psalmen en het boek Jesaja naar Hem verwezen met het woord "Zoon". Aan de hand van deze teksten zoeken we naar het antwoord op de dubbele vraag uit het Spreukenboek. Het antwoord vinden we uiteindelijk in het Nieuwe Testament. Dat antwoord is verrassend!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Zoon'

Levend water

Water is de meest voorkomende vloeistof op aarde, een essentieel onderdeel van de natuur en noodzakelijk voor het (ontstaan van) leven.
In dit boekje gaat het niet zozeer over water als vloeistof, maar vooral over geestelijk water. Dat wil zeggen: water als aanduiding van waarachtig leven, voortkomend uit Gods Geest.
Daarnaast verwijst water ook naar Gods Woord, dat levend en krachtig is. Vandaar de titel van dit boekje: levend water.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Levend water'

Het Getuigenis van de Sterren - 3e druk

Dit is een opmerkelijk boek! Het geeft een schitterende uiteenzetting van Bijbelse waarheden aan de hand van de sterren en de sterrenbeelden. Daar waar door astrologie en horoscopen een sluier is komen te liggen over de werkelijke betekenis van deze hemellichamen, gaat dit boek uit van het heldere feit dat God de Schepper ervan is!

We zijn blij met de verschijning van deze derde druk. De eerste druk verscheen in 1999 als vertaling van de Engelse uitgave The Witness of the Stars, die stamt uit 1893. Dit boek is een standaardwerk dat als basis is gebruikt voor vele later verschenen boeken over de sterren(beelden).
Een mooi boek om erbij te hebben tijdens je vakantie, wanneer je op een heldere avond de sterrenhemel bekijkt! "De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen ..." (Ps. 19:2; N.B.G.-'51-vertaling).

Meer info & bestellen 'Het Getuigenis van de Sterren'