De ark in het land der Filistijnen

De ark in het land der Filistijnen

In 1 Samuël 4:1b-7:1 lezen we een schitterend verhaal over de ark. Nadat Israël bij Afek een veldslag tegen de Filistijnen had gevoerd, wordt de ark door de Filistijnen buitgemaakt. Het is niet alleen een boeiend verhaal, maar het heeft ook nu nog betekenis voor ons geestelijk leven.

“Laten wij vanuit Silo de ark van het verbond van de HEERE bij ons nemen, en laat die in ons midden komen, opdat die ons zal verlossen uit de hand van onze vijanden” - 1 Samuël 4:3b

Spanningsveld
Het is in dit verband beslist geen toeval dat in hoofdstuk 4:21-22 tot tweemaal toe staat: ‘de eer (of: glorie) is weggevoerd uit Israël’.
De HEERE heeft Israël verlaten. De centrale vraag die nu opgeroepen wordt, luidt: ´Is de HEERE nu aan de afgoden onderworpen en kan Israël van zijn kant geen verlossing meer verwachten?´ In dat spanningsveld worden de hoorders en lezers van toen en nu gevoerd. In het voorgaande gedeelte is allereerst de wonderbaarlijke geboorte van Samuël beschreven, die later bij de priester Eli in dienst komt. Vervolgens de onrechtmatigheden door Eli’s zonen bedreven, de onmacht van Eli om zijn zonen tot een betere levenswandel te brengen (2:25 letterlijk: ‘immers, de wens van de HEERE was om hen te doden’) en twee onheilsprofetieën, de eerste via een niet nader genoemde man Gods, de tweede via Samuël. Enerzijds wordt in dit gedeelte duidelijk gemaakt, dat met de profeet Samuël de geschiedenis van Israël zal voortgaan, anderzijds dat de priester Eli en zijn zonen een verschrikkelijk oordeel wacht. Dat Samuël in hoofdstuk 4:1b-7:1 geen rol speelt, is om de geschiedenis in z’n geheel te focussen op de macht en majesteit van de HEERE.

Waarom?
Het verhaal begint tamelijk merkwaardig: de Israëlieten trekken tegen de Filistijnen ten strijde. De lezer zou eigenlijk het tegendeel verwachten (vgl. 1 Sam. 7:7; 13:5; 17:1; 18:30; 23:1,27; 28:1,4; 29:1,11; 31:1; 2 Sam. 5:17,22). Het gaat om een ongehoord initiatief van de kant van Israël, dat ook eindigt in een nederlaag: 4.000 Israëlieten sneuvelen. En dan volgt de eeuwenoude vraag: ‘Waarom heeft de HEERE ons de nederlaag laten lijden…?’ (4:3).
Hier lag het antwoord voor de hand, maar in onze levenssituaties misschien minder, als wij uitroepen: ‘Waarom?’ De mens botst van nature met zijn Schepper, maar de vraag naar het waarom kan ook heel legitiem zijn, en heeft als doel ons uiteindelijk nader tot God te brengen (vgl. bijv. Ps. 73). Bedenk wel: God is God en bij Hem loopt niets uit de hand, hoe tegenstrijdig de omstandigheden ook mogen lijken.

Helper
Eben Haëzer (= Steen der hulpe), waar de Israëlieten zich verzamelden (4:1b) voor de oorlog, wordt ook het eindpunt (“…tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen” – 7:12). Deze plaatsaanduiding contrasteert beide episoden: aan de ene kant een eigenmachtig optreden van de Israëlieten, aan de andere kant de overwinning door het afzweren van de afgoden, boetedoening, offers, en ingrijpen door de HEERE.
Maar voor het zover is moet de eigenzinnige mens nog een grote les leren. Hoewel de oudsten van het volk best begrepen dat het de HEERE was, Die hen de nederlaag heeft doen lijden, komen zij niet tot de juiste oplossing uit deze crisis (nl. bekering), maar werpen zij als het ware een geheim wapen in de strijd: de ark die in het heiligdom te Silo stond.
De ark als onderdeel van de zgn. ‘heilige’ oorlog duidt de presentie van de HEERE aan in de strijd om Israëls voorbestaan. De duidelijkste passage hierover treft men aan in Numeri 10:33-36. Als zodanig lijkt het besluit van de oudsten om de ark uit Silo te halen juist. Maar de HEERE weigert zijn volk te beschermen als het zich van Hem afkeert, dus de beslissing was onjuist. De ark is op zichzelf geen garantie voor Gods bescherming (hoevelen slaan of dragen een kruis, of hebben een kruis in huis, niet slechts als symbool van hun geloof, maar ook als een vermeend teken van bescherming). Zoals de HEERE het heiligdom van Silo liet verwoesten (Jer. 26:6,9; Ps. 78:60) wegens de slechtheid van het volk, zo zou Hij later Jeruzalem op dezelfde wijze behandelen (ballingschap, verwoesting door de Romeinen in 70 na Chr.). Slechts wanneer men ophoudt met het overtreden van Zijn geboden en gehoorzaam is aan Zijn Woord, zal de HEERE het volk in Jeruzalem weer in vrede laten wonen.
Het geheel is een beeldend verhaal, waarin aangetoond wordt dat de macht van de HEERE niet van Zijn heiligdom of heilige voorwerpen afhankelijk is.

Valse zekerheid
Het besluit van de oudsten is dus evenzeer onjuist als het initiatief om de Filistijnen zonder de HEERE aan te vallen. Hun vertrouwen op de ark is misplaatst, want hun God is evenmin gebonden aan een oorlogspalladium als aan een tempel. De lezer krijgt nog een duidelijke aanwijzing van de auteur hoe de episode zal eindigen in hoofdstuk 4, vers 4: “En daar waren de twee zonen van Eli met de ark van het verbond van God: Hofni en Pinechas.” Dit voert de lezer terug naar hoofdstuk 1:3 waar deze twee worden geïntroduceerd als de tegenhangers van Samuël, zoals deze figuren in het vervolg geregeld tegenover elkaar gesteld worden (2:11, 12, 17, 18, 25-26). Uit hoofdstuk 2:34 weten we reeds, dat het tragisch met Hofni en Pinechas zal aflopen, zodat we nu vermoeden kunnen dat het oordeel voltrokken gaat worden.
De ark komt in het legerkamp aan en de Israëlieten schreeuwen reeds uit overmoed, zeker van de komende overwinning. Valse zekerheid. De Filistijnen daarentegen erkennen, zoals vreemde volkeren dat vaker doen (vgl. Ex. 15; Joz. 2:9; 9:9 v.), ootmoedig de macht van Israëls God, maar wagen het desondanks – let wel: zonder een beroep op hun goden te doen – strijd te leveren, en met succes. Israëls nederlaag is nu nog omvangrijker: 30.000 gesneuvelden.
Het oordeel over het geslacht van Eli wordt voltooid wanneer een Benjaminiet (sommige uitleggers denken hier aan Saul) in een prachtig geschilderde scène (4:12-22) Eli meedeelt, dat Israël verslagen is, zijn zonen gedood zijn en de ark Gods door de Filistijnen is buitgemaakt. Die laatste mededeling veroorzaakt dan Eli’s dood. Aan deze scène wordt een andere, welhaast nog schokkender scène verbonden, waarin de geboorte van Ikabod beschreven wordt op een wijze die aan Genesis 35:16-19 (Benjamin) doet denken. Zijn naam wordt verklaard als: ‘Er is geen eer/glorie meer in Israël’ (vgl. Ezech. 10:18) en steeds wordt herhaald, dat de ark Gods buitgemaakt is (vs .17, 19, 21, 22). Dit is een situatie van uiterste troosteloosheid. Maar deze wanhoop is zonder reden: de macht van de HEERE staat los van het wel en wee van de ark (vgl. ook Jer. 3:16), zoals het vervolg laat zien. Ook wat dat aangaat is er in onze tijd niets veranderd. Gods plan met Israël en de volkeren zal op Zijn wijze en op Zijn tijd voltooid worden.

Ironie
De goed gecomponeerde geschiedenis van de ark in het Filistijnse land heeft een duidelijk ironische teneur (vgl. 1 Sam. 6:6; Ps. 2:4). Het afgodsbeeld valt in hoofdstuk 5:3 op zijn gezicht voor het aangezicht van de ark als teken van machteloosheid. Het is als het ware een knieval van Dagon voor de enige God (vgl. Jes. 46:1). Wanneer de Asdodieten het beeld weer overeind zetten, valt hij ten tweede male: hoofd en de beide handpalmen afgesneden.
Ook de bevolking heeft het zwaar te verduren, een ziekte teistert hen. Dan trekt de ark van de ene Filistijnse stad naar de andere: niemand wil haar hebben uit angst om gedood te worden. De Filistijnse stadsvorsten komen regelmatig bijeen om de situatie te bespreken. Uiteindelijk besluiten zij de ark naar zijn plaats (d.w.z. naar het gebied van de Israëlieten) terug te sturen. De priesters en waarzeggers raden aan om daarbij de God van Israël eer te geven – zo wordt de glorie hersteld, die volgens hoofdstuk 4:21 was verdwenen uit Israël – door zoengeschenken mee te sturen. Dit detail doet denken aan de buit, die Israël uit Egypte meenam (vgl. Ex. 11:12; 12:35v). Zo zijn er meer overeenkomsten met Exodus. 
Daarnaast wordt het motief van het godsoordeel ingevoerd (6:7-9; vgl. bijv. 1 Kon. 18): de twee zogende koeien zouden van nature bij hun jongen blijven, desondanks voeren zij de ark naar Bet-Semes zonder van de weg af te wijken. Zo kunnen de vorsten der Filistijnen, die de ark - als teken van eerbied - uitgeleide doen, vaststellen dat het inderdaad de God van Israël was, die al deze rampen over hen gebracht heeft. Om de heiligheid van de HEERE duidelijk aan te geven, volgt de vermelding van een slachting die de ark onder de bewoners van Bet-Semes heeft aangericht (vgl. voor die reden Num. 4:20). Dan gaat de ark naar Kirjat-Jearim, totdat David zijn koningschap heeft gevestigd en hij de ark naar Jeruzalem kan voeren als preludium voor de tempelbouw. Het is opvallend dat wanneer Saul ten tonele verschijnt de ark niet ter sprake komt.

Overwinning
De algemene bedoeling zal duidelijk zijn: Israël vertrouwt ten onrechte op de aanwezigheid van de ark als garantie dat de HEERE hen altijd zal beschermen, en meent het initiatief te mogen nemen om het juk van de door Hem gezonden vreemde overheersers af te werpen (in tegenstelling tot het optreden van Samuël en Saul tegen de Filistijnen, die in opdracht van de HEERE handelen – vgl. 1 Sam. 7:9 en 9:16). Wanneer het volk en zijn geestelijke leiders zondigen, straft de HEERE echter, ook al geraken hierbij de heilige cultusvoorwerpen in vijandelijke handen. Dit betekent echter niet dat Hij aan de afgoden onderworpen is, integendeel, Hij dwingt de afgoden en hun dienaars Hem goddelijke eer te betuigen. Ook zijn zij genoodzaakt de ark te beladen met zoengeschenken en naar het land Israël terug te brengen, zonder dat er van de kant van de Israëlieten enig initiatief genomen hoeft te worden. Zo wordt duidelijk om welke reden de HEERE hen verlaat en is het bemoedigend te weten, dat Zijn bemoeienis met Zijn volk nooit zal ophouden! En elke afgod (in welke vorm dan ook) moet het afleggen tegen Hem, Die Zich in Christus geopenbaard heeft, en “Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd” (Kol. 2:15).
Allen die hun geloof richten op Hem en zich houden aan Zijn Woord, zullen delen in de overwinning!

Herkomst onbekend

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

De gehoorzaamheid van de Zoon

In dit boekje gaat het naar aanleiding van Hebreeën 5:7-9 over de laatste periode van het leven van de Heere Jezus. Die periode begon met Zijn gebedsstrijd in de hof van Gethsémané en eindigde met Zijn kruisdood; al met al nog niet eens één etmaal, ja, hooguit achttien uur.

De drie fasen in die periode worden in Hebreeën 5:7-9 samengevat in drie verzen. Het is voor ons goed om hierover na te denken omdat het ons bepaalt bij de diepe weg die onze Heiland in gehoorzaamheid ging. Zijn verlossingswerk heeft vele gevolgen. Zo is het voor ons onder meer de basis van ons leven met Hem.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Meer info & bestellen 'Gehoorzaamheid van de Zoon'

ADAM als type van Christus

Hoeveel Bijbelse figuren er ook als type of beeld van Christus zijn aan te wijzen, nergens worden zij in de Schrift letterlijk zo genoemd. Op één na! En dat is Adam. In Romeinen 5:14 lezen wij dat hij "een voorbeeld is van Hem Die komen zou".

In dit boekje gaat het over Adam. Wat kunnen we leren over de positie en opdracht van de eerste mens? En hoe wordt dit alles vervuld in de tweede Mens, Christus?

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'ADAM als type van Christus'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Getallen in de Bijbel - 2e druk

'Getallen in de Bijbel' is de vertaling van het Engelse boek 'Number in Scripture' dat al in 1894 verscheen. In boeken die gaan over Bijbelse getallen wordt vaak naar dit standaardwerk verwezen.

In 2013 (het 100e sterfjaar van de schrijver) is de Nederlandse vertaling beschikbaar gekomen. En inmiddels is er deze tweede druk.

De inhoud van dit boek is in tweeën verdeeld.
Het eerste deel gaat over het bovennatuurlijke ontwerp van de getallen in de Bijbel en is min of meer een inleiding op het onderwerp. Het beschrijft onder meer de overheersende rol die (Bijbelse) getallen spelen in de opbouw van de schepping, in de Bijbel, in de chronologie, in de natuur, in de scheikunde en in geluid, muziek en kleuren.
Het grotere, tweede deel gaat over de geestelijke betekenis van allerlei getallen in de Bijbel.

Bullinger besluit zijn voorwoord van dit boek met:
‘Moge het onderzoek van de getallen in de Bijbel in dit boek, Bijbelstudenten stimuleren daarmee verder te gaan; gelovigen versterken in hun allerheiligst geloof en sceptici overtuigen van de Goddelijke perfectie en inspiratie van het Boek der boeken, tot lof en heerlijkheid van God.‘

Meer info & bestellen 'Getallen in de Bijbel - 2e druk'