Geheimenis

Geheimenis

Efeze 3:8 en 9: “Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, En in het licht te stellen [wat] de bediening1 van het geheimenis [inhoudt], dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen…”

Na de afsluiting van de Handelingen-periode en de terzijdestelling van Israël als heilsvolk (Hand. 28:28) ontving de apostel Paulus een speciale opdracht om de gemeente te dienen: “Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening1, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het Woord van God tot z’n volle recht te doen komen, het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan Zijn heiligen.” (Kol. 1:25, 26). Hij mocht Gods verborgen plan met de heidenen openbaren. Dit plan was eerder niet bekendgemaakt in voorgaande eeuwen en generaties. Paulus was in Rome als een gevangene in de Here (Efe. 4:1) en mocht de onnaspeurlijke rijkdom van Christus verkondigen.

Lichaam van Christus

Het geheimenis, dat Paulus bekend mocht maken is, dat de gelovigen één lichaam vormen met Christus (Efe. 3:6 ‘medeleden’ = Lett. ‘samen-lichaam’), en met Hem delen in alles wat Hij is en bezit (zie Efe. 1:22, 23). We zijn niet alleen met Hem ‘mede levend gemaakt’, maar ook met Hem ‘mede opgewekt’ en ons is ‘mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten’ (Efe. 2:5, 6).
Onze zegeningen zijn in het (boven)hemelse en daar moet onze aandacht op zijn gericht (Kol. 3:1-2).

De hoop van Abraham

De beloften die wij hebben ontvangen zijn niet dezelfde als die Abraham ontving. Tijdens de periode, beschreven in de Evangeliën was Gods roep gericht tot Israël (Luk. 1:68-79). De Here Jezus was een ‘dienaar der besnedenen’ (Rom. 15:8). Het boek Handelingen sluit hierop aan met de vraag van de discipelen: “Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap (of: koninkrijk) voor Israël?” (Hand. 1:6)
Dit Koninkrijk was en is de hoop van Israël en behoort tot de erfenis van het volk. God beloofde dit Koninkrijk aan Abraham, Izak, Jakob en de twaalf stammen (Hand. 26:6-7). Als Israël het koningschap ontvangt zullen alle (heidense) volkeren tot discipelschap gebracht worden. Israël zal het ‘hoofd der volken’ zijn (Jer. 31:7). De heidenen zullen delen in het Koninkrijk en zijn daarin ondergeschikt aan Israël.

Het Nieuwe Verbond

Het Oude Verbond werd destijds gesloten met Israël (Exod. 19) na de bevrijding uit Egypte. Jeremia zegt, dat er in de toekomst een nieuw Verbond zal komen met ‘het huis van Israël en het huis van Juda’ (Jer. 31:31). Dit wordt bevestigd in Hebreeën 8:8 e.v. Deze beloften zijn van toepassing op Israël volgens Romeinen 9:3-4.
Het Lichaam van Christus staat hier buiten. De relatie met de opgestane en verheerlijkte Heer is niet gebaseerd op een Verbond, maar vormt een wezenseenheid (één Lichaam) met Hem.

Nieuw

God, die ons heeft uitverkoren in Christus vóór de grondlegging der wereld en ons de ‘zoonplaats’ heeft gegeven (Efe. 1), begon dus duidelijk iets nieuws na Handelingen 28. Een nieuw werk onder alle volkeren (= Joden en heidenen). Hij openbaarde via Paulus het geheimenis van het ene Lichaam, bestaande uit gelovige Joden en heidenen. Onze positie is in de hemel, met Christus gezeten in Zijn macht ‘ter rechterhand Gods’. De vervulling van onze hoop ligt in de hemel. We delen met Christus in de erfenis van alle dingen. De verschijning met Christus in heerlijkheid is onze verwachting…! (Kol. 3:4)

Voetnoot

  1. Hier wordt het Griekse woord ‘oikonomia’ gebruikt. Dit is een samentrekking van twee woorden: oikos = huis, en nomos = wet of regel. Letterlijk vertaald betekent het: huishouding (ons woord ‘economie’ is ervan afkomstig). De Statenvertaling gebruikt hiervoor het woord ‘bedeling'.
    Paulus verklaart in deze verzen dus, dat de huishouding van het geheimenis aan hem gegeven is. Dat wil zeggen: hij is de huishouder of rentmeester. Als we dus willen weten wat belangrijk is in deze bedeling dan moeten we in de leer gaan bij Paulus, met name voor zover hij daarover spreekt in zijn latere brieven, die hij geschreven heeft tijdens zijn gevangenschap.

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Het Wonder van het Licht

De wetenschap zegt dat licht de zichtbare en maakbare vorm van elektromagnetische straling is. Het ontstaat uit atomen die een aanzienlijke hoeveelheid energie bevatten. Wanneer deze atomen hun energie afgeven, stralen ze licht uit.

In dit Bijbelstudieboekje willen we ons echter niet zozeer richten op het natuurverschijnsel 'licht'. Daarover is al veel geschreven. In plaats daarvan gaan we dieper in op de overdrachtelijke betekenis van het geestelijk licht. Centraal staan daarbij de woorden van de Heiland Zelf, Die in Johannes 8:12 zegt: "Ik ben het Licht van de wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben".

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Het Wonder van het Licht'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''