Openbaring - In vogelvlucht (3)

Openbaring

In vogelvlucht (3)

Het boek Openbaring blijft altijd boeiend om te lezen. Johannes heeft op het eiland Patmos van Godswege dingen mogen zien, die zich in een (achteraf gezien) verre toekomst daadwerkelijk zullen gaan afspelen in deze wereld. Een profetisch boek dus. En dat geldt nog steeds, want de gebeurtenissen die beschreven zijn, moeten nog plaatsvinden. In deze serie van 9 delen geen vers-voor-vers verklaring, maar een algemene beschouwing hetgeen een goede indruk geeft van de inhoud.

De boekrol in Gods rechterhand
Wij zijn bevoorrechte mensen, omdat wij Gods Woord hebben en er ongestoord in kunnen lezen. Als we het boek Openbaring lezen, bevinden wij ons eigenlijk op de publieke tribune en krijgen te zien wat er allemaal staat te gebeuren. In hoofdstuk 5 bevinden we ons op een heilige plaats en zouden we de schoenen van onze voeten moeten doen. Met Johannes mogen wij een blik werpen in de hemel en op de majesteit van Degene Die op de troon zit, met in Zijn rechterhand een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, verzegeld met zeven zegels (vs. 1).
Vanaf Openbaring 5 begint eigenlijk de afwikkeling van de geschiedenis van het volk Israël (en de volkeren) zichtbaar te worden. Vele profetieën uit het Oude Testament krijgen in Openbaring hun eindvervulling. Het volk Israël is in al deze dingen het middelpunt, met natuurlijk een uitstraling over de gehele wereld. Denk hierbij aan de uiteindelijke machtsovername, het koningschap van Christus over de wereld (vanuit Israël). Denk aan het boek Daniël, dat we naast Openbaring kunnen leggen. Beide boeken handelen over de (toekomstige) geschiedenis van Israël en de volkeren en het koningschap over de wereld.

We lezen in Openbaring 5:1 het volgende: "En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels."
Natuurlijk gaat het allereerst om hetgeen Johannes in dit visioen heeft gezien: een boekrol in de rechterhand van "Hem, Die op de troon zat". Daarnaast wijst de aanduiding "in de rechterhand" ook op een buitengewone plaats bij God. Deze rechterhand is eigenlijk de oorsprong van alles:

  • Schepping - "... Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest, en Mijn rechterhand heeft de hemel uitgespannen. Roep Ik ze, dan staan ze er tezamen" (Jes. 48:13);
  • Kracht - "Uw rechterhand, HEERE, was heerlijk in macht; Uw rechterhand, HEERE, verpletterde de vijand" (Exod. 15:6). "U strekte Uw rechterhand uit, en de aarde verzwolg hen" (Exod. 15:12);
  • Lieflijkheid - "U maakt mij het pad ten leven bekend; overvloed van blijdschap is bij Uw aangezicht, lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, voor altijd" (Ps. 16:11);
  • Overwinning - "Nu weet ik dat de HEERE Zijn gezalfde verlost! Hij zal hem verhoren uit Zijn heilige hemel, met machtige daden van heil door Zijn rechterhand" (Ps. 20:7);
  • Gerechtigheid - "Zoals Uw Naam is, o God, zo is Uw roem, tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol gerechtigheid" (Ps. 48:11);
  • Verlossing - "Als ik middenin de benauwdheid verkeer, maakt U mij levend; U strekt Uw hand uit tegen de toorn van mijn vijanden, Uw rechterhand verlost mij" (Ps. 138:7);
  • Ondersteuning - "Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt" (Jes. 41:10);
  • Oordeel - "Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand, Zijn rechterhand in de aanslag als een tegenstander …" (Klaagl. 2:4);
  • Pleitgrond - “Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit" (Rom. 8:34) en
  • Positie van Christus - "Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten" (Ps. 110:1). "De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God" (Mark. 16:19).

Een geweldige zekerheid mogen wij hebben in de wetenschap dat de positie van onze Heiland aan (beter: in) Gods rechterhand vaststaat. Tegelijk mogen wij ook weten dat in Hem onze positie vaststaat (Efe. 2:6). Hij is gesteld tot erfgenaam van alle dingen en door Hem heeft God ook de wereld geschapen. "Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen" (Hebr. 1:3). Hiermee heeft onze Heiland de hoogste positie ingenomen.
Hij is als mens (zonder zonde) op deze wereld gekomen; "En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood" (Fil. 2:6-8). Hij heeft verlossing teweeggebracht. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en “Hem een Naam geschonken boven alle Naam” (Fil. 2:9). Hij is geplaatst in de macht van God! Hij is geplaatst aan de rechterhand van de Vader in de hemelse gewesten (letterlijk: overhemelse, dat is de plaats van de Allerhoogste) "... ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld (Gr.: aioon – eeuw), maar ook in de komende" (Efe. 1:21). En als in de toekomst Christus in Zijn glorieuze verschijning openbaar wordt, worden ook de gelovigen, die in Christus zijn, in Zijn heerlijkheid openbaar (Efe. 2:6 en 7 en Kol. 3:4)!

Wie is waardig de boekrol te openen?
De boekrol is verzegeld en nu is het moment aangebroken, dat de zegels verbroken moeten worden. Dan lijkt zich een probleem aan te dienen, want er is niemand die het mandaat heeft om dat te doen. "En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol te openen en zijn zegels te verbreken? Maar er was niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien. En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien" (Openb. 5:2-4). 
Het was ook niet zomaar een boekrol. Hij was verzegeld met zeven zegels, die niet zomaar verbroken mochten of konden worden. Het verbreken van de zegels kon alleen maar gebeuren door iemand die daarvoor de autoriteit had, van absoluut onbesproken gedrag was, enz.
Waar vind je zo iemand? Wat was de toestand van de mensheid? U weet hoe het begon. Het begon eigenlijk al vóór de schepping van de mens, met de opstand van de ‘morgenster’ tegen God: "Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste" (Jes. 14:12-14).
In de hof van Eden werd Eva verleid, Adam ging uit liefde met haar mee (1 Tim. 2:14) en sinds die tijd zijn alle mensen stervende aan het sterven. Kaïn sloeg zijn broer Abel dood. Hij had geen berouw en was het eigenlijk niet met God eens. Cham, de zoon van Noach (na de zondvloed) kreeg een vloek van Noach om de zonde die hij had gedaan, maar was het daarmee niet eens. Kijk eens wie één van de nakomelingen van Cham was: Nimrod, de grote opstandeling tegen God (Gen. 10:6-8). En zo kunnen we nog wel even doorgaan. We weten hoe het volk Israël, door de HEERE uitverkoren tot Zijn bruid, Zijn volk, door de tijden heen afvallig is geweest. Zij dienden de afgoden. Hoererij noemt de Bijbel dat!
Het woord dat in het Nieuwe Testament met ‘afval’ is vertaald, apostasis. betekent: je plaats verlaten. Dat is wat er door de eeuwen heen is gebeurd. God had van den beginne het beste met de mensen voor. In alle tijden had de Heere ook geweldige beloften in petto. En heel vaak hebben mensen van die beloften genoten en konden ze dus weten, dat Zijn Woord de waarheid is. Maar altijd weer was er de hoogmoed, het beter willen weten. Altijd weer was er de opstand tegen God. Dat zat (en zit) in de eerste plaats in de mens zelf en satan is er als de kippen bij om dat hoogmoedige vuurtje op te stoken.
Nu leven we vandaag ... en is er veel veranderd? We leven nog steeds in de boze eeuw, waarin satan de overste van deze wereld is. Hij bezit alle koninkrijken der aarde (Luk. 4:5-6). En wat is het gevolg? Een duistere wereld vol geweldenarij en zonde, vervreemd van God.
We weten hoe de geestelijke toestand was in Israël, in de tijd dat de Heere Jezus op aarde was. De Heere noemde de toenmalige geestelijke leiders ‘adderengebroed’. Hun vader was de duivel (Joh. 8:44).
Is het nu beter? Is de geestelijke toestand in veel kerken nu beter? En is de geestelijke toestand van de kerkelijke leiders nu beter? Antwoord is: neen! Ook nu zijn er predikers die zich voordoen dienaren van de gerechtigheid , maar in werkelijkheid de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken (Rom. 1:18). “En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht (2 Kor. 11:14).
Is niet gedurende het bestaan van de aarde de mensheid vanwege hoogmoed in opstand tegen God? Deze opstand zal in de eindtijd zijn hoogtepunt (lees: dieptepunt) bereiken. Hiervan lezen we in het boek Openbaring.
In Genesis 11 begon de opstand tegen God, bij de torenbouw van Babel. In Openbaring komt die opstand tot z’n hoogtepunt en dus lezen we opnieuw over Babel / Babylon (hs. 14, 16, 17 en 18). Eigenlijk laat Openbaring ons het faillissement van de mensheid en de schepping zien. De zonde speelt de hoofdrol. En dat heeft als gevolg dat de toestand van de mensheid hopeloos is en haar werken gedoemd zijn te mislukken.

Het moge duidelijk zijn dat er niemand waardig is de verzegelde boekrol te openen, behalve de leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, Die overwonnen heeft, om de boekrol en haar zeven zegels te openen. "En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat" (Openb. 5:6 en 7).
En de hemelingen zongen een nieuw lied: "U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde” (vs. 9 en 10). Een lied van en over Israël dus, want er is maar één volk dat als een koninkrijk van priesters aangeduid kan worden (vgl. Exod. 19:5-6).

De Losser
Uit hoofdstuk 6 en volgende blijkt dat de opening van de boekrol te maken heeft met de voortgaande geschiedenis, dus met de voortgaande vervulling van de profetieën, met name voor het volk Israël. Na Openbaring 5 lezen we dat er vele plagen en oordelen zullen komen. Er was ook maar Eén, Die het recht had om deze oordelen uit te oefenen. Hij, Die rechtvaardig is, Hij moet doen wat nodig is om de aarde terug te brengen onder heerschappij van de Allerhoogste.
De leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, Die overwonnen heeft, is de Verlosser van Israël en van de wereld. In Israël was het gebruikelijk, dat wanneer iemand zijn bezit was kwijtgeraakt, de 'losser' verplicht was de bezittingen terug te kopen. We lezen in Leviticus 25: "Wanneer uw broeder in armoede raakt en een deel van zijn bezit moet verkopen, dan moet zijn losser komen die nauw aan hem verwant is, en vrijkopen wat zijn broeder heeft verkocht" (vs. 25).

Ruth
Een prachtig voorbeeld van de losser vinden we in het boek Ruth. Daar was een Israëliet, genaamd Elimelek, de naam van zijn vrouw was Naömi en de namen van zijn beide zonen Machlon en Kiljon, Efratieten uit Betlehem in Juda. Zij vertrokken naar Moab, omdat er honger was in Israël. Het staat niet geschreven, maar het is logisch, dat Elimelek zijn bezittingen had verkocht. Na ongeveer tien jaar keerde Naömi, berooid van alles, terug in het land Israël. Alleen haar schoondochter Ruth was met haar meegegaan. Zij had gezegd: "... uw God is mijn God ..." (Ruth 1:16).
We kennen de geschiedenis. Ruth kwam (niet toevallig) op het land van Boaz terecht om aren te lezen. Toen Naömi hoorde waar Ruth was geweest, zei zij: "Die man is nauw aan ons verwant, hij is een van onze lossers" (Ruth 2:20). Later zegt Naömi tegen Ruth: "Welnu, is Boaz, bij wiens meisjes je geweest bent, geen bloedverwant van ons? Zie, hij gaat vannacht op de dorsvloer gerst wannen. Was je dan en zalf je en doe je beste kleren aan en ga naar de dorsvloer, maar zorg ervoor dat je niet door de man wordt opgemerkt, voordat hij klaar is met eten en drinken. En het zal gebeuren als hij gaat liggen, zorg dan dat je de plaats weet waar hij ligt. Ga er dan heen, sla de deken aan zijn voeteneind op en ga liggen. Dan zal hij je zelf vertellen wat je doen moet" (Ruth 3:2-4). 
En zo gebeurde het. Toen Boaz in de nacht wakker werd en ontdekte dat er iemand aan zijn voeten lag, schrok hij en vroeg: "Wie bent u? En zij zei: Ik ben Ruth, uw dienares. Spreid uw vleugel over uw dienares uit, want u bent de losser" (Ruth 3:9). Niet alleen het land dat van Elimelek was geweest, werd gelost door de losser, ook moest hij voor nakomelingen zorgen als de overledene die niet had nagelaten. Daarom was Boaz ook de losser van Ruth. En zo verwierf Boaz ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene, om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden (Ruth 4:5). En de vrouwen van Bethlehem waren blij met Naömi, want zij zeiden: "Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Moge zijn naam beroemd worden in Israël!" (Ruth 4:14).

Een prachtige geschiedenis, waar we heel veel van kunnen leren. Zo mogen we ons eerst afvragen waarom er honger was in Israël. Het volk Israël zou toch door de Heere in het land gezegend worden? Dat er honger was, betekent dat het volk in ongehoorzaamheid leefde. Dat Elimelek in den vreemde ook niet gezegend kon worden, bleek wel uit het feit, dat Naömi totaal berooid terugkeerde. Toch lag er een rijke zegen voor Naömi in het verschiet in Bethlehem. Zo is het gegaan en zal het ook gaan met het volk Israël. Door hun ongehoorzaamheid zijn ze uit het land verwijderd. In hun verstrooiing zullen ze niet tot wasdom komen. Totaal berooid zal het overblijfsel van het volk eenmaal terugkeren in het land. Ze zullen dan door de Heere zelf via de woestijn (Ezech. 20) teruggebracht worden. En dan zullen ze gezegend zijn onder de Koning der koningen. Daarom zegt het Woord: "In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u Mijn aangezicht een ogenblik verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser" (Jes. 54:8).
Zo is Boaz, als losser, een type van de ware Losser, de Heere Jezus Christus. Zoals Boaz het land van Elimelek moest lossen, zo zal Christus het land Israël lossen. Het land waarvan God Zelf had gezegd: "... het land is van Mij ..." (Lev. 25:23). En zoals Boaz Ruth moest lossen, zo zal Christus het volk Israël lossen. De Heere zegt in Hosea 2: "Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid" (vs. 18). En: "In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen" (vs. 19). En de profeet Jesaja zegt: "Want uw Maker is uw Man, HEERE van de legermachten is Zijn Naam, en uw Verlosser is de Heilige van Israël, de God van heel de aarde zal Hij genoemd worden" (Jes. 54:5). Zelfs Job getuigde: "Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan" (Job 19:25). Bij dit alles moeten we weten, dat de Losser het recht van eigendom heeft.
In het boek Openbaring is de boekrol, die alleen door Christus geopend kon worden, een soort lossers-akte. Een belangrijk document waarin beschreven stond hoe de loskoping van het grondgebied dat Christus rechtens toekomt, zou moeten plaatsvinden. De zegels mochten niet verbroken worden vóórdat de juiste tijd daarvoor was aangebroken en dan nog alleen door de Persoon die daartoe gerechtigd was.

Halleluja
Zoals gezegd leert het boek Openbaring ons vanaf hoofdstuk 5 wat er zoal in de boekrol geschreven staat. Zo zullen er eerst zeven zegels geopend worden, vervolgens zullen er zeven bazuinen klinken en als laatste zullen er zeven schalen met plagen over de aarde worden uitgegoten. Deze drie maal zeven oordelen moeten geschieden, omdat ze een reinigende werking hebben, en de komst van Christus voorbereiden. Wanneer dan ook het grote toekomstige Babylon is gevallen (Openb. 17 en 18) zal er in de hemel een " … een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft" (hs. 19:1 en 2). En dan treedt de vier-voudige Erfgenaam tevoorschijn, zittend op een wit paard: “En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God” (vs. 14-15) .
Door de oordelen heen komt de Heere tot Zijn doel en zal Zijn rijk van gerechtigheid en vrede op aarde openbaren!

Meer artikelen in de serie "Openbaring":

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: De gezonde leer

De gezonde leer (De brief van Paulius aan Titus)

De titel van dit boekje - De gezonde leer - is een term die in de Bijbel alleen te vinden is in de drie allerlaatste brieven van de apostel Paulus. Dat zijn de beide Timotheüsbrieven en de brief aan Titus. In de Efezebrief en de Kolossenzenbrief die hij daarvóór schreef, lezen we over de openbaring van het geheimenis. Dit heeft te maken met de boodschap over het lichaam van Christus. De gezonde leer mogen we zien als de leer die op die openbaring is gebaseerd en daarom uitermate belangrijk voor de gelovige van vandaag. Wat heeft de bekendmaking van de tot dan toe verborgen waarheden over het lichaam van Christus voor uitwerking in de tijd waarin we leven? De brief van Paulus aan Titus geeft daar praktische antwoorden op; het is een kleinood dat door elke gelovige en gemeente gekoesterd zou moeten worden.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Leeswijzer - Doelgericht Bijbellezen

Meer weten over Degene in Wie je als christen gelooft? Dan is de Bijbel dé bron van informatie. Daarbij is het niet alleen belangrijk dát je de Bijbel leest, maar ook hóe je leest. Wil je ontdekken wat God heeft geopenbaard en zeggen wil? Of zoek je bevestiging van hoe je zelf je geloof wilt 'inrichten'?
Doelgericht Bijbellezen is van grote invloed op de wijze waarop we leven, gemeente-zijn en zicht hebben op Jezus Christus.

Met vragen om persoonlijk of groepsgewijs verder over na te denken.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Acht gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen

Uit het voorwoord: “Wie over de gelijkenissen van de Heiland spreekt of schrijft, lijkt zich op glad ijs te begeven. Er is over deze Bijbelgedeelten immers enorm vaak gepreekt. De evangelieverhalen zijn overbekend en vrijwel iedere christen meent precies te weten wat de Here met Zijn onderwijs heeft bedoeld. Hoewel er in rooms-katholieke, protestantse en evangelische kring niet exact dezelfde uitleg wordt gegeven, is men het wel eens over de hoofdlijnen. Van die standaarduitleg willen de meeste christenen niet afwijken”.

Toch lijkt er iets niet te kloppen in deze algemeen aanvaarde uitleg. Zo wordt aan allerlei symbolen uit de gelijkenissen een betekenis toegekend, die niet overeenstemt met de uitleg die de Here Zelf van zulke symbolen heeft gegeven.

Bovendien beweert men dat de Here gelijkenissen vertelde om Zijn boodschap te verduidelijken, terwijl Hij Zelf zegt dat Zijn onderricht juist bedoeld was om deze voor de menigten te verhullen!

De boodschap van de gelijkenissen is dus niet voor de hand liggend en voor een buitenstaander ook niet gemakkelijk te begrijpen.

Dit boekje is een poging om achter de betekenis van de gelijkenissen te komen.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen