De mythe van Al-Qaeda

De mythe van Al-Qaeda

9/11, 7/7, 3/11. New York, London, Madrid. Drie grote terreuraanslagen met veel overeenkomsten. De rol van de Westerse veiligheidsdiensten, de ongeloofwaardige verklaringen, de politieke tijdstippen waarop ze plaatsvonden en hun plaats in de War On Terror.


In zijn boek ´George W. Bush en de mythe van Al-Qaeda´ schrijft Robin de Ruiter ook over de aanslagen op 7/7/2005 en plaatst ze in de context van de pogingen om een Nieuwe Wereldorde tot stand te brengen:
“In de oorlog tegen het terrorisme bestaat er een duidelijk en eenduidig beeld van de wereldwijde vijand. Het spookbeeld dat Osama bin Laden en zijn terreurnetwerk oproept, speelt een belangrijke rol bij de geplande ‘Nieuwe Wereldorde’. Men heeft een massieve bedreiging nodig!
Al-Qaeda wordt bijvoorbeeld verantwoordelijk gehouden voor de aanslag op het Marriott Hotel in Jakarta (5 augustus 2003). De aanslag op het Marriott Hotel in Jakarta werd door de Indonesische autoriteiten echter toe¬geschreven aan de binnenlandse organisatie ‘Jemaah Islamijah’. Meteen werd er aan toegevoegd dat deze nauw met al-Qaeda zou samenwerken. Deze verbinding is echter nooit duidelijk aangetoond en wordt door ter¬reurexperts ook in twijfel getrokken.
Ook voor de ontploffing van twee autobommen in Istanboel op 14 en 20 november 2003 wordt al-Qaeda verantwoordelijk gehouden. Binnen een week kwamen twee autobommen in Istanboel tot ontploffing en doodden daarbij achtenveertig mensen. In een e-mail aan het Saoedische tijdschrift El Madschallah eiste Abu Mohammed el Abladsch, een van de leiders van al-Qaeda, namens zijn organisatie de verantwoordelijkheid op. Later bleek echter dat al-Qaeda niets met deze aanslagen te maken had. De Turkse groepering die de verantwoordelijkheid voor deze gru¬weldaden overgenomen had, was in de jaren ’90 met actieve hulp van de Turkse geheime dienst MIT opgericht. MIT beschikt over nauwe con¬tacten met de CIA.

Madrid ´11/3´

Slechts enkele dagen voor de verkiezingen kwamen op 11 maart 2004 meer dan tweehonderd mensen om het leven bij verschillende bomaanslagen op vier treinen in Madrid. Al heel spoedig belandde men bij al-Qaeda. De in Londen in het Arabisch verschijnende krant al-Quds-al-Arabi maakte bekend dat zij een bekentenis ontvangen had waarin de daders hun band met al-Qaeda toegaven. De Spaanse minister van Binnenlandse Zaken Acebes liet weten dat er een video opgedoken was, waarop en vermoe¬delijk militaire woordvoerder van al-Qaeda voor Europa de verantwoor¬delijkheid voor de aanslagen namens zijn groepering opeiste. De aanslagen in Madrid leidden niet alleen tot inperking van de demo¬cratische burgerrechten in Spanje, maar wakkerden ook de angst aan dat al-Qaeda nog steeds als internationale terreurorganisatie werkzaam was.

Londen ´7/7´

Op de zevende juli van 2005 voltrok zich tijdens de ochtendspits in Londen een nachtmerrie voor reizigers met de metro: rond 8.50 uur explodeerden op drie verschillende plekken kort op elkaar drie zware bommen. Een uur later explodeerde een zware bom aan de achterzijde van de bovenverdieping van een dubbeldekker bus in het drukke stadsverkeer. De Britse premier Tony Blair en de Amerikaanse president George Bush grepen de ramp direct aan om hun ‘Oorlog tegen terreur’ kracht bij te zetten. De ramp overschaduwde het G8-overleg in Schotland waaraan beiden deelnamen en voerde de politieke druk tegen internationale terreur op. Tony Blair verklaarde in de loop van de dag dat de serie bomaanslagen was uitgevoerd in naam van de islam, hoewel daar nog geen enkel bewijs voor bestond.
De media bevestigden de volgende dag dit feit: er bestond geen direct bewijs voor islamitische terreur maar alles wees op een ‘al-Qaeda signatuur’. Ondanks het gebrek aan bewijs, was men er toen op dat tijdstip dus al zeker van dat de aanslag door al-Qaeda was gepleegd. En ziedaar: pas veel later kwam men met het bewijs dat al enkele uren na de ramp op een islamitische website een terreurgroep met de naam ‘De heilige al-Qaeda van Europa’ de verantwoordelijkheid opeiste voor de bomaanslagen in Londen. Reden: de Britse betrokkenheid bij de bezetting van Afghanistan door de Verenigde Staten. Merkwaardig is dat de naam ‘De heilige al-Qaeda van Europa’ totaal onbekend was en tot nu toe nog steeds een vraagteken blijft. Nog merkwaardiger is het feit dat de website een week later verdween. Daarnaast blijft de vraag: wat is het opeisen van een aanslag via een website eigenlijk waard? Zoiets kan iemand met de juiste vaardigheden binnen tien minuten in elkaar schroeven. Er gaan geruchten dat een van de geheime diensten deze website fabriceerde.

Zelfmoordaanslagen?

De psychotische daders zouden zware en hoogwaardige militaire explosieven met gecompliceerde ontstekingsmechanismen hebben gebruikt en zichzelf hebben opgeofferd voor deze zelfmoordaanslagen. Maar hebben we hier werkelijk te maken met koelbloedige daders van zelfmoordaanslagen?
Drie van de vier daders van de zelfmoordaanslagen waren Britse mannen uit Pakistaanse families in Engeland. Bij de eerste drie daders ging het om twee studenten en een huisvader met een kleine dochter. De drie hadden een uitgesproken voorkeur voor typisch Britse sporten en genoten een prima reputatie in hun omgeving. De vierde dader was de 19-jarige Germaine Lindsay, een Brits staatsburger van Jamaicaanse afkomst. Hij werd in de metrotunnel tussen station King’s Cross en station Russel Square kort na de aanslagen gedood.
Van alle kanten wilde men de wereld doen geloven dat hiermee een waterdicht en onomstotelijk bewijs geleverd was. Op de gepubliceerde video’s van zogenaamde bewakingscamera’s zijn de vier gezamenlijk te zien bij de ingang van het metrostation Luton, ten noorden van Londen. Van daar zouden ze samen naar King’s Cross zijn gereisd om zich daar op te splitsen in verschillende richtingen. Maar is dat een bewijs? Is het zo ongewoon dat een viertal allochtonen uit een allochtonenwijk in Luton op de trein stapt? De werkelijkheid is anders: het ging in Londen niet om zelfmoordaanslagen! Dit kan eenvoudig worden afgeleid uit de volgende feiten:

  • Nadat ons eerst verzekerd werd dat de mannen een aantal zelfmoordaanslagen hadden begaan, citeerde The Sunday Telegraph een woordvoerder van Scotland Yard: “We hebben geen onomstotelijk bewijs dat deze mannen een zelfmoordaanslag uitvoerden.”
  • De vermeende daders betaalden een kaartje bij de parkeerautomaat op het parkeerterrein bij het station Luton en hadden een retourkaartje naar Londen gekocht. Je kunt je op zijn minst afvragen waarom de daders van een zelfmoordaanslag bij de aanvang van hun reis een parkeerkaartje en een retourtje kochten.
  • De daders droegen de explosieven niet op het lijf zoals dat bij de meeste islamitische zelfmoordaanslagen het geval is. Ook werd de gebruikelijke kreet ‘Allah Akbar’ (Allah is de Grootste) niet door overlevende getuigen gehoord voordat de bommen afgingen.
  • Vreemd genoeg kon men bovendien, ondanks de verpletterende kracht van de explosies, ook nog eens de paspoorten en bankpassen van de daders te voorschijn toveren.

Tegenstrijdigheden

Bij de bomaanslagen in Londen wemelt het van de tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen. De meest prangende vraag bestaat in het feit dat het bij de aanslagen om militaire explosieven ging. Dit blijkt uit een commentaar van Christophe Chaboud, chef van de Franse antiterreurpolitie die destijds samenwerkte met Scotland Yard. Hoe is dat mogelijk?
Inmiddels is de officiële lezing van de gebeurtenissen op 7 juli en de precieze volgorde ervan, vele malen herzien en veranderd. In de eerste lezing zou de bom in Liverpool Street Station als eerste zijn ontploft om 08.51 uur, de tweede om 08.56 uur en de derde om 09.17 uur. De laatste bom ontplofte om 09.51 uur in de dubbeldeks bus op Tavistock Square, ten zuiden van Edgware Road. Later verklaarde de plaatsvervangende directeur van Scotland Yard, Brian Paddick: “Alle bommen in de Londense metro gingen op vrijwel exact hetzelfde tijdstip af, en wel om 08.50 uur.” Paddick wees erop dat dit bleek uit de technische rapporten van de Metro-onderneming. Zoiets kan maar één ding betekenen: de drie bommen in de metro werden op afstand geactiveerd.
Dan begint zich een hele reeks vragen af te tekenen. Toeval wil dat uitgerekend in de vroege morgen van de zevende juli een antiterreur-oefening werd gehouden door het bedrijf ‘Visor Consultants’ dat gespecialiseerd is in crisisbeheersing. Bij deze antiterreur oefening werd onder meer een bomalarm in de metro en in een stadsbus gesimuleerd! Meer dan duizend mensen zouden hebben deelgenomen aan deze oefening. En er is nog iets bijzonders … de antiterreuroefening vond plaats op exact dezelfde locaties en tijdstippen als die waarop de echte bommen afgingen. Peter Power, Managing Director van ‘Visor Consultants’, verklaarde op een landelijke radiozender: “Vandaag om half negen waren we net van plan om een meervoudige bomaanslag te simuleren op precies dezelfde plaatsen als die waarop het nu daadwerkelijk is gebeurd. We deden dit in opdracht van een bedrijf waarvan ik de naam om begrijpelijke redenen niet kan noemen.” Zoiets roept vragen op. Wie was de opdrachtgever van ‘Visor Consultants’ en wie legde de locaties en tijdstippen van deze antiterreur oefening vast?
Volgens goed geïnformeerde bronnen zouden alle vier de daders van de zelfmoordaanslagen deel hebben uitgemaakt van deze antiterreur oefening. Ze kregen vooraf nauwkeurige instructies om de aanslagen te simuleren en daarmee de antiterreur oefening volgens plan te laten verlopen. Alleen met dat doel waren ze op weg naar de specifieke locaties. En alleen daarom konden de bewakingscamera’s het viertal zo goed in beeld krijgen. En juist dat beeld was het beeld dat eindeloos in de media werd gepresenteerd als het bewijs voor de zelfmoordaanslagen.
De zogenaamde daders wisten niet beter dan dat ze deelnamen aan een antiterreur oefening. In de verwarring na de explosies berichtten de media ruim een uur lang dat ze veroorzaakt waren door een ‘elektrische storing’. Tijd genoeg om wat er van de daders over was, uit de weg te ruimen.
Er ging echter nog een merkwaardige samenloop van omstandigheden aan de explosies vooraf. De Israëlische ambassade in Londen ontving enkele minuten voor de eerste explosie een bommelding. Een bericht van Associated Press (AP) dat op de zevende juli om 12.16 uur werd vrijgegeven, vermeldt: “De Britse politie waarschuwde de Israëlische ambassade enkele minuten voor de eerste explosie voor een mogelijke terreuraanslag.” Kort voor de eerste explosie zou het Britse Scotland Yard de chef van de beveiliging van de Israëlische ambassade hebben gebeld met de mededeling dat er een waarschuwing voor een aanslag uitging. Binnen enkele uren verdween het oorspronkelijke bericht van Associated Press echter nadat het door Israëlische instanties in zowel Tel Aviv als in Londen werd tegengesproken. Maar toen was het al te laat. Het bericht was al in talrijke publicaties over de gehele wereld verspreid.
Vertegenwoordigers van de Israëlische regering lieten weten dat minister van financiën Benjamin Netanjahu een conferentie in het Great Eastern Hotel - boven het eerste metrostation - op het laatste moment annuleerde. De waarschuwing voor een mogelijke terreuraanslag was voor hem de reden om in zijn hotelkamer te blijven.
Tot nu toe is er ook nog geen geloofwaardige verklaring voor het feit dat de officiële staat van paraatheid van het land waar zojuist de G8 top plaatsvond, was gereduceerd tot het laagste niveau. De ‘Joint Terrorism Analysis Centre’ (JTAC) was van mening dat het gevaar voor terroristische aanslagen tot een minimum was gedaald sinds de aanslagen van 11 september in New York. De Britse geheime dienst MI5 bepaalt zijn koers op grond van de informatie van het JTAC. In een toespraak voor het Britse parlement wees premier Tony Blair het verzoek van de conservatieve oppositie om nader onderzoek naar de aanslagen op 7 juli van de hand. Hiermee volgde Blair het voorbeeld van de regering Bush die destijds nader onderzoek naar de aanslagen op het World Trade Centre namens het Witte Huis categorisch afwees.
Als een regering zegt dat er achteraf geen nader onderzoek naar bomaanslagen nodig is, dan is dat alleen om de heersende elite aan het zicht van al te grondige onderzoekers te onttrekken. Gemakshalve gaat men hiermee voorbij aan het democratische grondrecht van miljoenen burgers: openheid van informatie. Dit grondrecht wordt ons steeds meer, op slinkse wijze ontnomen.

Structuur

De aanslagen in Londen werden niet alleen gebruikt om de wereldwijde angst voor de al-Qaeda terreur aan te wakkeren, het bleek ook een zeer geschikt middel om fundamentele democratische rechten in Engeland onderuit te halen. Voor imperialistische regeringen is de internationale terreurdreiging een prima voorwendsel om een brede steun van de bevolking te krijgen voor buitenlandse militaire acties. En geheel volgens plan, zien vooral de Verenigde Staten en Engeland de internationale terreurdreiging als een welkom alibi voor een strijd tegen dit terrorisme. De toegepaste methode herhaalt zich keer op keer en wordt steeds voor¬spelbaarder zoals we gezien hebben bij de andere terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid en diverse kleinere aanslagen over de hele wereld. De lezer kan vaststellen dat het verloop van de aanslagen steeds dezelfde structuur vertoont:

  • Een islamitische groep, die in de meeste gevallen via een internetsite geïdentificeerd wordt (waarschijnlijk door de CIA voorbereidt), begaat als onderdeel van al-Qaeda een aanslag of een terroristische actie.
  • Tijdens het uitvoeren van de actie wordt de Koran geciteerd en tot de heilige oorlog opgeroepen. Ook horen we dreigementen tegenover Bush, de Verenigde Staten en leiders van Europese landen.
  • De internationale informatiekanalen (dagbladen, radio en televisie), vooral die uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, verspreiden direct de gebeurte¬nissen op grote schaal. Binnen enkele uren na het plegen van de aanslag, duikt de CIA op en bevestigt dat de groep tot al-Qaeda behoort en maakt de identiteit bekend van de terroristische leider van de betreffende ope¬ratie.
  • Vervolgens melden de vertegenwoordigers van het Witte Huis zich, met George W. Bush voorop, om de daad te veroordelen en op te roepen tot een oorlog tegen de terreur.

Wie deze methode bevestigt wil zien hoeft alleen maar op de volgende actie van al-Qaeda te wachten en de afzonderlijke onderdelen van het geheel eens op te schrijven.
Zonder al-Qaeda verliest de oorlog tegen het terrorisme zijn legitimiteit. Er zou geen oorlog tegen het terrorisme bestaan. Hoewel het te betwijfelen valt of al-Qaeda als zodanig nog bestaat, hebben de hoofdpersonen in dit drama Osama bin Laden en al-Qaeda nodig om hun oorlog tegen het terrorisme te kun¬nen voortzetten. Alleen daarom wordt ook bij elke terreuraanslag al-Qaeda telkens als hoofdverdachte aangewezen. Alles wat maar met terro¬risme te maken heeft, krijgt voortdurend het etiket van al-Qaeda en Osama bin Laden opgeplakt.

De veronderstelling dat iemand vanuit een bergspleet in het Afghaans-Pakistaanse grensgebied leiding kan geven aan een wereldwijd terreurnetwerk en de daarbijbehorende geldstromen, terwijl hij door de niets ontgaande satellietbewaking van de Verenigde Staten nog niet eens ongemerkt zijn mobiele telefoon kan gebruiken, is absurd en lach¬wekkend.
De Verenigde Staten en haar bondgenoten gaan voor het oog van een onmachtige wereld verder met hun expansionistische praktijken. Er bestaat een zwarte lijst met circa zestig landen. De strijd van de Verenigde Staten en bondgenoten tegen het terrorisme dreigt steeds meer delen van de wereld in vlammen te zetten. Het einde is zoek. In het kader van de oorlog tegen de terreur sturen de Amerikanen hun troepen over de hele wereld. Ook Somalië, Jemen en de Filippijnen liggen nog steeds in het vizier van de machtselite.
De Amerikaanse regering beweert dat al-Qaeda zich ook in Zuid-Amerika genesteld heeft. Er bestaan rapporten van de CIA, waarin bevestigd wordt dat er cellen van al-Qaeda actief zouden zijn in Paraguay, Brazilië, Argentinië en Ecuador. Op de beruchte lijst van zestig verdachte landen staan naast de bovengenoemde ook Venezuela, Bolivia en Cuba.” Wordt dus vervolgd!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Gods plan met Israël

Deuteronomium 30:1-10 is het uitgangspunt van dit boekje. Je zou dit hoofdstuk de 'basis-profetie' met betrekking tot het herstel, dan wel de toekomst van Israël kunnen noemen.

Het is belangrijk om een Bijbelse visie op Israël te hebben. Daarbij gaat het om het historische en het toekomstige aspect van het volk, maar zeker ook om het huidige. Door belofte en profetie te verwarren, heb je maar zo een verkeerd zicht op Israël. Dit boekje helpt de lezer enige orde te krijgen in de uitgebreide informatie in de Bijbel over Gods plan met Israël.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Meer info & bestellen 'Gods plan met Israël'

Hooglied

Hooglied - over een herder en zijn geliefde

Hooglied is een bijzonder Bijbelboekje. Het behoort tot de zogenaamde feestrollen. Binnen het Jodendom wordt het gelezen op de achtste dag van het Paasfeest - Pesach - het feest waarop de verlossing van Israël uit Egypte wordt herdacht. Daarbij wordt het boek gezien als een afspiegeling van Gods liefdesverklaring aan Israël en het verbond tussen Hem en Zijn volk.

Diverse 'partijen' komen erin aan het woord, maar de belangrijkste zijn toch wel de herder en zijn geliefde. Samen vormen ze een prachtig paar, waarin de Herder en Zijn volk Israël niet moeilijk zijn te herkennen.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Hooglied'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Getallen in de Bijbel - 2e druk

'Getallen in de Bijbel' is de vertaling van het Engelse boek 'Number in Scripture' dat al in 1894 verscheen. In boeken die gaan over Bijbelse getallen wordt vaak naar dit standaardwerk verwezen.

In 2013 (het 100e sterfjaar van de schrijver) is de Nederlandse vertaling beschikbaar gekomen. En inmiddels is er - eind 2016, bijna 3 jaar later - deze tweede druk.

De inhoud van dit boek is in tweeën verdeeld.
Het eerste deel gaat over het bovennatuurlijke ontwerp van de getallen in de Bijbel en is min of meer een inleiding op het onderwerp. Het beschrijft onder meer de overheersende rol die (Bijbelse) getallen spelen in de opbouw van de schepping, in de Bijbel, in de chronologie, in de natuur, in de scheikunde en in geluid, muziek en kleuren.
Het grotere, tweede deel gaat over de geestelijke betekenis van allerlei getallen in de Bijbel.

Bullinger besluit zijn voorwoord van dit boek met:
‘Moge het onderzoek van de getallen in de Bijbel in dit boek, Bijbelstudenten stimuleren daarmee verder te gaan; gelovigen versterken in hun allerheiligst geloof en sceptici overtuigen van de Goddelijke perfectie en inspiratie van het Boek der boeken, tot lof en heerlijkheid van God.‘

Meer info & bestellen 'Getallen in de Bijbel - 2e druk'