Samen met Schotse wetenschappers heeft men de 42 pagina's teruggevonden en kunnen reconstrueren. Het gaat om delen van de brieven van Paulus. Theologen, onder wie hoogleraar Nieuwe Testament aan de VU Amsterdam Bert Jan Lietaert Peerbolte, spreken van een "prachtige vondst". 
Deze 6e-eeuwse kopie van de brieven van Paulus kent een complexe geschiedenis. Het werk raakte in de vergetelheid toen monniken van het Groot-Lavra-klooster op de berg Athos in Griekenland het in de 13e eeuw uit elkaar haalden om het als kladpapier te gebruiken voor het herstellen van andere boeken. In de loop der tijd werden veel van de bladzijden (vaak illegaal) van de berg Athos meegenomen door internationale reizigers die op zoek waren naar antiquiteiten. Tegenwoordig zijn de overgebleven fragmenten verspreid over bibliotheken in Italië, Griekenland, Rusland, Oekraïne en Frankrijk.
Samen met collega’s van de Early Manuscripts Electronic Library (EMEL) heeft het team met behulp van 'multispectral imaging' de beelden van de bewaard gebleven pagina’s van het manuscript verwerkt. Hierdoor kon ‘spooktekst’ van ontbrekende pagina’s worden gereconstrueerd. De sporen van deze ontbrekende tekst zijn achtergebleven toen het manuscript opnieuw werd geïnkt en vervolgens werd gesloten, waardoor onzichtbare resten van de tekst op de tegenoverliggende pagina’s achterbleven. Foto p 16-17 'Multispectral Imaging' van Codex H.
Het team werkte ook samen met deskundigen in Parijs om een koolstofdatering uit te voeren, en kon zo bevestigen dat het manuscript uit de 6e eeuw stamt.
De teruggevonden tekst maakt deel uit van het Nieuwe Testament en deze ontdekking biedt ons een uniek kijkje in de geschiedenis van de Bijbeloverlevering en werpt licht op de gewoonten van de schrijvers en lezers van dit manuscript in de afgelopen eeuwen.
Indeling van de Bijbel
Wie de Bijbel opent is gewend aan hoofdstukindeling en verzen, en pericopen (tekstgedeelten). Handig om te weten waar je een tekst moet zoeken. Die indeling is pas later ontstaan. Het lezen van de Bijbel was voorbehouden aan geleerde mensen met kennis van zaken. De ‘gewone’ man deed dat niet en kon dat ook vaak niet. In de middeleeuwen kwam er een hoofdstukindeling. De moderne hoofdstukindeling wordt toegeschreven aan Stephen Langton, aartsbisschop van Canterbury, rond 1205-1227. Hij ontwikkelde dit systeem om het opzoeken van bijbelteksten te vergemakkelijken.
Pas in de 16e eeuw volgde de indeling in genummerde verzen. De Fransman Robert Estienne
introduceerde deze indeling voor het Nieuwe Testament in 1551. In 1555 bracht hij een volledige Latijnse Bijbel uit met deze versnummering, die de basis vormde voor de huidige versindeling (lees veel meer hierover op Tyndalehouse.com).
Bronnen: Rug.nl; NOS.nl; Tyndalehouse.com
Bijbelmagazine