Vandaag leven wij nog steeds in een zogenaamde ‘tussentijd’, de periode tussen (grofweg) de eerste komst van Christus en Zijn wederkomst. Zijn eerste komst, nu zo’n tweeduizend jaar geleden, werd in de profetieën op vele manieren aangekondigd. Tijdens Zijn verblijf op aarde werd het Koninkrijk aangekondigd en gepredikt. Het is echter toe niet openbaar geworden, want de Koning is verworpen. Hij is teruggekeerd naar de hemel en het wachten is nu op Zijn wederkomst. Dan zal het Koninkrijk opnieuw worden aangekondigd en gepredikt én zal het ook daadwerkelijk op aarde worden gevestigd.
In de tussentijd is God bezig met een ‘verborgen’ werk: de uitroeping van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dit was een geheimenis dat eerst aan Paulus is geopenbaard en door hem is verkondigd en opgeschreven in zijn ‘late brieven’. Dat zijn de brieven die geschreven zijn aan het einde van en na de Handelingenperiode. Uitspraken over de Gemeente, het Lichaam van Christus, komen derhalve niet voor in het Oude Testament en dus ook niet in de Kleine Profeten.
De profetieën zijn een bijzonder, kenmerkend en uniek onderdeel van de Bijbel! Geen enkel ander godsdienstig boek bevat voorzeggingen die zo gedetailleerd aangeven wat er in de nabije en/of verre toekomst zou gaan gebeuren. Een groot deel daarvan gaat over Israël en de (eerste) komst van de Messias reeds nauwkeurig vervuld. Het is precies zo gegaan zoals Gods Woord tevoren had gezegd. Soms ook op bijzondere wijze. Denk bijvoorbeeld aan de soldaten bij het kruis op Golgotha. Zij waren Romeinen en kenden de Schriften niet. Volkomen onwetend vervulden zij toch hetgeen tevoren gezegd was in de Psalmen: “Nadat de soldaten dan Jezus gekruisigd hadden, namen zij Zijn kleren en maakten vier delen, voor elke soldaat een deel, en zij namen ook het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, van bovenaf als één geheel geweven. Zij dan zeiden tegen elkaar: Laten wij dat niet scheuren, maar laten wij erom loten voor wie het zal zijn. Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden dat zegt: Zij hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en over Mijn kleed hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de soldaten gedaan” (Joh. 19:23 en 24).
Nog eens: zij wisten nergens van; ze hebben niet gedacht dat Psalm 22:19 nog vervuld moest worden, of zoiets. Zonder het te weten deden zij precies wat David zo’n 1000 jaar eerder al schreef in die zgn. lijdenspsalm. Hij schreef profetische woorden over zijn Meerdere, de Heere Jezus Christus (zie bijv. ook Hand. 2:30).
Petrus en profetie
De voorman van de apostelen der besnijdenis (Israël) schreef over het profetisch Woord o.a. het volgende:
“Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de genade die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna. Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de engelen begerig zijn zich te verdiepen” - 1 Petrus 1:10-12
De Geest van Christus (d.i. de Heilige Geest) gaf door het woord van de profeten vooraf getuigenis van het lijden en de heerlijkheid van Christus. De profetieën over het lijden zijn inmiddels vervuld tijdens de eerste komst van Christus, nu rond 2000 jaar geleden. Met grote precisie werden talloze zaken voorzegd die gedurende Zijn verblijf op aarde destijds nauwkeurig vervuld zijn. Zaken omtrent Zijn geboorte, de plaats en omstandigheden ervan, Zijn leven en bediening, Zijn lijden en sterven, en zelfs over Zijn opstanding en hemelvaart.
Profetieën die betrekking hebben op Zijn heerlijkheid zullen met dezelfde nauwkeurigheid worden vervuld, daar hoeft geen enkele twijfel over te bestaan. Over die toekomst schreef Petrus eveneens belangrijke woorden:
“Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit. Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, toen een stem als deze van de verheven heerlijkheid tot Hem kwam: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb. En deze stem hebben wij gehoord, toen deze vanuit de hemel kwam, terwijl wij met Hem op de heilige berg waren. En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken” - 2 Petrus 1:16-20
Samen met Jakobus en Johannes maakte Petrus een bijzondere gebeurtenis mee op de zogenoemde ‘berg der verheerlijking’ (tip - lees: 'De verheerlijking op de berg').
Plotseling veranderde de (vernederde) gestalte van de Heere Jezus: “En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht”.
In Zijn brief schreef hij later: “… wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit”. In een kort ogenblik kregen de drie apostelen zicht op de toekomst als Christus, de Zoon van God, zal verschijnen als de verheerlijkte Koning-Priester. Het was een vooruitblik op de wederkomst van Christus. Mede door deze indrukwekkende gebeurtenis noemt Petrus het profetisch Woord ‘vast en zeker’ en alleszins de moeite waard om er acht op te geven. Profetie is niet maar een soort van voorspelling van mensen, maar weergave van Gods Woord met betrekking tot toekomstige gebeurtenissen. In Openbaring 1:3 zegt de engel tegen Johannes: "Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij."
Wat is de bedoeling van profetieën?
1) Toekomstige gebeurtenissen verkondigen
Jesaja 46:10 “Ik, Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben; Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen; Die een roofvogel roept uit het oosten, een man van Mijn raad uit een ver land. Ja, Ik heb gesproken, Ik zal het ook doen komen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen."
Hoe betrouwbaar het profetisch Woord ook is, we moeten toch oppassen met vooraf de details in te
vullen! De grote lijnen mogen duidelijk zijn, de details zijn vooraf vaak moeilijker te bepalen. Reden
is, dat de ontwikkelingen in de wereld razendsnel kunnen veranderen. Het op voorhand noemen van
‘namen en rugnummers’ is daarom riskant. Zo is 666, het getal van een mens (Openb. 13), al diverse
keren toegepast op mensen (bijv. Adolf Hitler), die het later bleken toch niet te zijn.
Dit brengt ons bij het tweede punt:
2) Gebeurtenissen herkennen op het moment van vervulling
In Mattheüs 24:15-16 spreekt de Heere Jezus over de toekomstige verdrukking die over Israël zal
komen. Er zal in die (eind)tijd een beeld worden opgericht in Jeruzalem (Openb. 13) ter ere van
satan. In Daniël wordt daarover reeds gesproken en wordt dat beeld genoemd: ‘de gruwel van de
verwoesting’. De Heere Jezus refereert daaraan en zegt: “Wanneer u dan de gruwel van de
verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats –laat
hij die het leest, daarop letten!– laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen”. Voor hen
die het boek Daniël kennen betekent de oprichting van dat beeld dus een herkenning van profetie. Zij
doen er dan ook goed aan het advies van de Heere Jezus serieus te nemen en weg te vluchten.
In Johannes 13:19 kunnen we lezen wat de essentie is van profetie (= dat wat van tevoren gezegd
wordt dat zal gebeuren). De Heere citeert Psalm 41:10 en geeft daarmee aan wie Hem even later zou
verraden: Judas. In Johannes 14:29 en 16:4 vinden we woorden van gelijke strekking. Het gaat
hierom: Dingen die van tevoren gezegd worden (= profetisch Woord), kunnen op het moment dat ze
plaatsvinden worden herkend, juist omdát ze eerder zijn voorzegd.
Zo zal de geschiedenis (in de eindtijd) precies zo verlopen als God tevoren heeft voorzegd. God heeft bij monde van Zijn dienaren profetisch gesproken over talloze gebeurtenissen in de toekomst. Dat is belangrijk om te lezen en te onderzoeken. Je krijgt dan in grote lijnen zicht op wat de toekomst zal brengen en, meer nog: als die woorden vervuld worden, de geprofeteerde gebeurtenissen ook herkend (kunnen) worden.
Toetsen
De profeten spraken woorden van God; daaraan moesten zij ook getoetst worden!
In Deuteronomium 18:21 en 22 lezen we: “Wanneer u dan in uw hart zegt: Hoe kunnen wij het woord herkennen dat de HEERE niet gesproken heeft? Wanneer die profeet in de Naam van de HEERE spreekt, en het gebeurt niet en het komt niet uit, dan is dat een woord dat de HEERE niet gesproken heeft. In overmoed heeft die profeet dat gesproken; wees niet bevreesd voor hem”.
In Ezechiël 14:9 waarschuwt God: “Wanneer een profeet zich laat misleiden en een woord spreekt, zal Ik, de HEERE, die profeet Zelf misleiden, Mijn hand tegen hem uitstrekken en hem wegvagen uit het midden van Mijn volk Israël”. Voorbeeld hiervan is de profeet Chananja (zie Jer. 28).
Tenslotte herhalen we de woorden van Petrus: “ ….profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.”
Bijbelmagazine