De onnaspeurlijke rijkdom van Christus - Deel 1 – Inleiding Efezebrief

De onnaspeurlijke rijkdom van Christus

Deel 1 – Inleiding Efezebrief

De brief van Paulus aan de Efeziërs staat bekend om de diepe rijkdommen die erin naar voren komen. Als één ding in deze brief duidelijk wordt, dan is het wel dit: de rijkdom van Christus is de rijkdom van de gelovige. Daarbij wordt duidelijk dat gelovigen op gelijke wijze (!) delen in de positie en de daaraan verbonden heerlijkheid die Christus inneemt, als Hoofd boven al wat is.
Onder de titel 'De onnaspeurlijke rijkdom van Christus' willen we in deze artikelenserie stilstaan bij deze rijke brief. In dit eerste artikel staat een aantal inleidende opmerkingen over deze brief.

Een geheimenis geopenbaard
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in de Efezebrief gaat het er om dat er een geheimenis is geopenbaard! Hiervan zegt Paulus enerzijds dat "dit geheimenis" (Efe. 3:3) op het moment van schrijven van de Efezebrief - "nu" - "geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest" (vs. 5). Paulus zegt hier dat aan meerdere gelovigen (namelijk: apostelen en profeten) dit geheimenis is bekendgemaakt. Anderzijds zegt Paulus dat hijzelf in de openbaring van deze verborgenheid een uiterst belangrijke plaats inneemt: "Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus ..." (vs. 8 en 9).

Er worden in de Bijbel wel meer verborgenheden bekendgemaakt. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over het geheimenis van de gedeeltelijke verharding over Israël (Rom. 11:25), het geheimenis van de verandering van de vergankelijkheid in onvergankelijkheid van gelovigen bij de laatste bazuin (1 Kor. 15:51 en 52) en de verborgen wijsheid van God, een geheimenis dat betrekking heeft op de kruisiging van de Heere der Heerlijkheid (1 Kor. 2:7 en 8). Zoals al blijkt uit de omschrijvingen die aan de hiervoor genoemde geheimenissen zijn toegevoegd, heeft elk van deze geheimenissen zijn eigen inhoud en betekenis.
Wat de inhoud van het geheimenis van Christus is, lezen we in Efeze 3:6, waar staat "… dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus".

Een gevangenschapsbrief
In de Efezebrief spreekt Paulus herhaaldelijk over zijn gevangenschap. Zie bijvoorbeeld Efeze 3:1 en 4:1. In Efeze 6:19 schrijft hij dat hij een gezant is 'in ketenen'. De reden van zijn gevangenschap ziet Paulus overigens niet als gevolg van wat mensen hem hebben aangedaan. Zoals hij "door de wil van God" een apostel van Christus Jezus is, zo trekt hij die wil van God door tot in elk aspect van zijn leven en bediening. De reden van zijn gevangenschap is - zo bezien vanuit het perspectief van Gods plan met Paulus' leven - een heel bijzondere: Hij is een gezant in ketenen "om met vrijmoedigheid het geheimenis van het evangelie bekend te maken" (Efe. 6:19). Ook in Efeze 3:1 - het vers dat de verbinding vormt tussen hoofdstuk 2 en 3 - komt duidelijk de reden van zijn gevangenschap naar voren. In hoofdstuk 2 spreekt Paulus over "één nieuwe mens" en "één lichaam" dat door het kruis volkomen met God verzoend is (Efe. 3:15 en 16). Deze nieuwe mens bestaat uit Joden en heidenen, die aanvankelijk niet zomaar tot één volk (of lichaam) konden behoren, vanwege "de tussenmuur die scheiding maakte" (Efe. 2:14).
Let wel dat Paulus hier niet zegt dat heidenen ingevoegd zijn in Israël of iets dergelijks. Hij vergelijkt 'slechts' het verschil in situatie van vóór het einde van de Handelingenperiode met die van het moment van schrijven van de Efezebrief, na het einde van de Handelingenperiode. Het komt kort gezegd hier op neer: wat zijn de gevolgen van de kruisdood van de Heere Jezus Christus voor het lichaam van Christus zoals we dat nu kennen? Het antwoord lezen we in Efeze 2:16. De twee (Joden en heidenen) zijn tot één lichaam verbonden op basis van de verzoening die aan het kruis plaatsvond.
Later in Efeze 2 vergelijkt Paulus het lichaam van Christus met een gebouw, een "woning van God" (vs. 22). Deze woning in de Geest verrijst tot een tempel, heilig in de Heere (vs. 21). Zoals overigens elk bouwwerk in Hem opwast tot een plaats waar God woont; er zijn dus meerdere geestelijke bouwwerken (vs. 21; N.B.G.-'51-vertaling).
En dan volgt Efeze 3:1, waar letterlijk staat: 'Dankzij dit (verwijzend naar de voorgaande verzen uit Efeze 2) ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus ten behoeve van u, de volken (= ethne, heidenen)'. Vervolgens gaat hij schrijven over de "uitdeling (= bedeling, rentmeesterschap) van de genade van God' en zijn inzicht in het geheimenis van Christus.

Tijdstip van ontstaan
De gevangenschap van waaruit Paulus deze brief schreef, is de tweejarige periode die door Lukas vermeld wordt aan het einde van het boek Handelingen. Hier is sprake van een termijn van twee jaar waarin Paulus als gevangene verlof kreeg op zichzelf te wonen met de soldaat die hem bewaakte (Hand. 28:16 en 30).
De gevangenschap van Paulus had een doel van Godswege, zoals we hiervoor al zagen: de onnaspeurlijke rijkdom van Christus en de bedeling (= huishouding) van het geheimenis moesten verkondigd worden aan de heidenen (Efe. 3:2, 8 en 9).
Het tijdstip van schrijven over deze dingen gebeurde niet zomaar toevallig. Integendeel! Zoals de gevangenschap van Paulus in overeenstemming met Gods wil gebeurde, zo was ook het tijdstip van het schrijven van de Efezebrief (en de overige gevangenschapbrieven; Filippenzen, Kolossenzen en Filemon) voortgekomen uit Zijn wil.
Het einde van het boek Handelingen wordt gekenmerkt door de gedenkwaardige woorden: "Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren. En nadat hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, heftig onder elkaar redetwistend" (Hand. 28:28 en 29). Het eerste vers vermeldt het heengaan van de zaligheid van God naar de heidenen. Het laatste vers beschrijft het heengaan van de Joden.
De Handelingenperiode begint met het omschrijven van de hoop op de wederkomst van Christus. In Handelingen 1:1 staat: "Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan". Hij zou dus terugkomen! In Handelingen 2 legt Petrus uit hoe de periode naar het moment van de wederkomst zou verlopen: "En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt" (vs. 17-20). Het is een tijdlijn die aangeeft dat de Handelingenperiode zou uitlopen op de dag van de HEERE, die begint met de openbaring / wederkomst van Christus.
Daarvoor was geloof nodig en bekering van het gehele volk Israël. Zover kwam het echter niet, waardoor de rechtmatige Eigenaar van het land (en het volk!) in tegenstelling tot de hoop en verwachting van vele gelovigen gedurende het boek Handelingen niet terugkwam. Zijn openbaring werd uitgesteld. Hij bleef verborgen. Daarmee brak de periode van het lichaam van Christus - met Christus als Hoofd van datzelfde lichaam - aan, ter wille waarvan Paulus in gevangenschap de huisregels van het geheimenis bekendmaakte.

Op het moment dat de verborgenheid van Christus (voorlopig) een feit bleef, leidde de Heere het door Zijn wil zo, dat de Efezebrief met zijn specifieke rijke boodschap van verborgen rijkdommen, werd geschreven. Met prachtige beschrijvingen van Wie en Wat Christus nu is. Met een koningschap dat zich niet alleen in deze schepping bevindt, maar dat zich in principe zelfs boven bevindt, in de verborgen, ontoegankelijke woonplaats van God Zelf. Daar, ver boven alle hemelen, brengt Hij alles tot volheid (Efe. 4:10). Dáár bevinden zich, voor wat betreft hun positie, ook de gelovigen die behoren tot de nieuwe mens, waarvan Christus het Hoofd is. Samen met Hem vormen we één lichaam. Dit laatste is de diepe waarheid van het geheimenis van Christus, zoals dat in de Efezebrief wordt uiteengezet: gelovigen delen op dezelfde wijze als Christus Zelf in Zijn positie; met alle heerlijkheid van dien. En dat op grond van de overweldigende rijkdom van de genade van God.

De lezers
De geadresseerden van deze brief vinden we in het openingsvers: "... de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die [te Efeze] zijn" (N.B.G.-'51-vertaling).
We hebben hier de N.B.G.-'51-vertaling aangehaald, omdat daarin de woorden 'te Efeze' tussen vierkante haken staat. Kortgezegd betekent dit dat woorden die tussen vierkante haken staan, niet in alle originele handschriften staan. Soms is dat omdat er enige twijfel bestaat: is het nu wel geïnspireerd of niet? 
Het Griekse Nieuwe Testament dat ten grondslag ligt aan de Nederlandse Bijbelvertalingen, is samengesteld uit duizenden handschriften (manuscripten). Deze manuscripten bevatten delen van het Nieuwe Testament die elkaar overlappen. Het is wonderlijk dat daarin nooit grote verschillen zijn gevonden.
Nu blijkt dus dat niet alle manuscripten waaruit de Efezebrief is samengesteld de woorden 'te Efeze' bevatten. De Statenvertaling en Herziene Statenvertaling zijn gebaseerd op de Griekse tekst zoals deze ruim 360 jaar geleden voorhanden was. Deze tekst was samengesteld uit de handschriften die toen bekend waren.
Na dat moment zijn er oudere handschriften gevonden, die in het Griekse Nieuwe Testament zijn terechtgekomen, waarop de N.B.G.-vertaling uit 1951 is gebaseerd. Het zijn met name deze oudere manuscripten waarin bijvoorbeeld de woorden 'te Efeze' in Efeze 1:1 ontbreken.

In Efeze 1:15 lezen we: "Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Jezus onder u, en van de liefde voor alle heiligen ...". Zou Paulus deze brief (alleen) aan de Efeziërs geschreven hebben, dan betekent dit dat hij deze woorden schreef aan mensen die hij door en door kende. Hij had immers drie jaar lang onder hen gewerkt (zie Hand. 20:31). Aan mensen die hij zo goed had leren kennen, zou hij toch niet schrijven: "... omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Jezus onder u"? Hij wist immers van hun geloof.
In de Kolossenzenbrief zien we iets dergelijks. Kolossenzen 1:4 zegt: "... omdat wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus ...". De Kolossenzen hadden door boodschapper Epafras Gods genade leren kennen (Kol. 1:7). Dit horen van het geloof vinden we niet in de Filippenzenbrief. Paulus kende deze mensen dan ook persoonlijk.

De Efezebrief was / is een rondzendbrief
In Kolossenzen 4:16 staat: "En wanneer deze brief door u gelezen zal zijn, zorg er dan voor dat hij ook in de gemeente van de Laodicenzen gelezen wordt, en dat ook u die uit Laodicea leest". Paulus noemt hier niet alleen de Kolossenzenbrief, maar ook de brief aan Laodicea.
Dit vers maakt van beide brieven rondzendbrieven. Waarschijnlijk is de brief aan Laodicea een brief die niet alleen ook door de Kolossenzen gelezen werd, maar ook door de Efeziërs. Waarbij men bij het verzenden van de brief de woorden 'te Efeze' toevoegde, die ook in sommige handschriften - en uiteindelijk onze Bijbels - zijn terechtgekomen.
Overigens zal het iedereen die de Efezebrief en de Kolossenzenbrief leest, opvallen dat de inhoud grotendeels overlappend, dan wel elkaar aanvullend is. Bijbeluitleggers noemen deze brieven ook wel 'tweelingbrieven'.


God is de Auteur van Zijn Woord
De Bijbel is het Woord van God. Daarmee wordt bedoeld, dat Hij de Bron is van Zijn Woord. Hoewel God vele verschillende personen gebruikt heeft, om Zijn Woord op te schrijven, is Hij dus de Auteur Die op de achtergrond de schrijvers leidde door Zijn Heilige Geest. Hij sprak "vele malen en op vele wijzen tot de vaderen", zegt de schrijver van de Hebreeënbrief aan het begin van zijn brief. "... heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken" (2 Pet. 1:21b). "Heel de Schrift is door God ingegeven ..." (2 Tim. 3:16a; letterlijk: door God geademd). "De Geest van de HEERE heeft door mij gesproken, en Zijn Woord is op mijn tong" (2 Sam. 23:2).
Gelovigen, die Gods Woord hebben lief gekregen, ontdekken in de Bijbel één grote lijn. Wanneer zij tijdens Bijbelstudies, dan wel in hun persoonlijk Bijbellezen Schrift met Schrift vergelijken, ontdekken zij dat de Bijbel één grote, machtige openbaring van God is. Ondanks dat de Bijbel over een periode van circa 1500 jaar geschreven is door meer dan 40 verschillende mensen. Zij allen werden gedreven door Gods Geest. Door dit besef vallen voor vele gelovigen allerlei dingen op hun plaats. De Schrift verklaart zichzelf. Men ontvangt antwoorden op vragen; antwoorden, die anderen hen niet konden geven.

Behalve die ene lijn in de Bijbel is er ook iets anders, dat op elke plaats in Gods Woord tot uitdrukking komt: de structuur van de Schrift in zijn geheel en in Schriftgedeelten afzonderlijk. De apostel Paulus zegt in 1 Korinthe 14:33a: "... God is geen God van wanorde, maar van vrede ...". Hoewel deze woorden in een totaal ander verband gebruikt worden, zeggen ze wel iets over hoe God is. God is de God van vrede. Dat wil zeggen: er is evenwicht en rust in datgene, wat Hij doet! Dat wordt zichtbaar in bijvoorbeeld het plan, dat Hij heeft om Zijn doel te bereiken. Dat wordt zichtbaar in de ordening van relaties tussen mensen onderling (het huwelijk, en ook de verhouding ouders - kinderen en bijvoorbeeld heren - slaven). Of denk aan de ordelijkheid, waarin de opstanding plaatsvindt: Christus als Eersteling, vervolgens die van Christus zijn in Zijn komst, daarna het einde ...
De wetgeving, de indeling van de tabernakel, de legering van het volk Israël rondom de tabernakel, het is alles één groot toonbeeld van ordelijkheid; er straalt rust van uit.

Het is daarom geen wonder, dat we deze zelfde ordelijkheid in de Schrift terugvinden. Denk aan dat wat in het Bijbelboek Genesis zijn begin vindt en wat zijn afronding in Openbaring krijgt.
In deze artikelenserie zullen we van tijd tot tijd structuren plaatsen die ons meer leren over de onderwerpen die (bijvoorbeeld) in de Efezebrief staan.
Daarbij komen we onder de indruk van het wonder van de inspiratie van Gods Woord. Want niet alleen Paulus 'schrijft' zo. Elk Bijbelboek bevat deze Goddelijke perfectie, mede op grond waarvan we mogen zeggen: de Bijbel is het Woord van God!

Meer artikelen in de serie "De onnaspeurlijke rijkdom van Christus":

  • Deel 1 – Inleiding Efezebrief

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Bijbel en/of Wetenschap

De relatie tussen Bijbel en wetenschap is er één van water en vuur. Wie zegt dat hij gelooft dat God alles geschapen heeft en dat Adam en Eva echt bestaan hebben, wordt vanuit het 'andere kamp' wat meewarig aangekeken ... 'Gelóóf jij dat nog?'.
Dat geloof ook in de wetenschap een grote rol speelt, vergeet men voor het gemak maar even. Maar het is toch echt zo: eerst wordt bedacht hoe het zou kunnen zijn (theorie, aannames, uitgangspunten, geloof) en vervolgens worden daar de bewijzen bij gezocht en zegt men: zie je wel?!
Wanneer wetenschap ons dichter bij de waarheid brengt, is dat alleen maar goed. In de afgelopen zes eeuwen is er binnen de wetenschap echter een proces werkzaam waarbij de Bijbel geleidelijk buitenspel is gezet.

Dit boekje is geschreven met de rotsvaste overtuiging, dat de Bijbel het Woord van God is. Het is een geactualiseerde versie van het Morgenroodboekje Bijbel & Wetenschap (2013).

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Bijbel en/of Wetenschap'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''