'Welk een uitzicht Bruidsgemeente'?

'Welk een uitzicht Bruidsgemeente'?

Zo begint het refrein van een bekend lied in de Joh. de Heer bundel (769). De gedachte aan de Gemeente als bruid van Christus is in veel kerken en kringen gemeengoed. Toch staat er een vraagteken achter de titel, want… wat leert Gods Woord hierover?

Het Oude Verbond

In het Oude Testament (verder aangeduid als OT) wordt de relatie tussen Israël en de HEERE onder meer weergegeven als een huwelijk, gebaseerd op het Oude Verbond der Wet (Exod. 19:5-6). Op de Sinaï werd de afzondering van Israël uit de volkeren bezegeld. Het gehele OT laat zien dat er vanaf dit moment inderdaad sprake is van een (huwelijks)verhouding tussen de HEERE en Zijn volk. Als gesproken wordt over deze relatie is de teneur overwegend negatief. Het gaat vaak over 'ontrouw' (bijv. Richt. 2:11, 13), 'overspel' (bijv. Richt. 2:17) en 'ontucht' (Hos. 1:2b).
Het Oude Verbond was een 'voorwaardelijk' verbond. Het gedrag van Israël, de vrouw, speelde de voornaamste rol: bij gehoorzaamheid aan de inzettingen van God volgde er zegen en dus een goede relatie met de HEERE. Er wordt in de Bijbel ook in positieve zin gesproken over het huwelijk tussen God en Israël, maar dan blijkt het steeds weer te verwijzen naar het Nieuwe Verbond.

Het Nieuwe Verbond

Hosea 2 beschrijft dit op treffende wijze: “Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl!... Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen: ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheid. In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen” (vs. 15, 18, 19).
Of lees Jeremia 31:31-33: “Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn (am, zoals gebruikt wordt in Lo-Ammi: niet Mijn volk).
De vervulling en verwezenlijking van het Nieuwe Verbond in komende dagen (Jer. 31:1) begint met de komst van Christus en Zijn dood en opstanding. Die eerste komst van Christus werd door de profeten als één geheel gezien met - wat wij inmiddels kennen als - de tweede of wederkomst van Christus.

Het Nieuwe Testament

De Schrift (bijv. Jer. 31) laat zien dat zowel het Oude als het Nieuwe Verbond een afspraak is tussen God en Zijn volk Israël. De woorden van Jeremia 31 vinden we vervuld in o.a. 2 Korintiërs 3 en 6:16.
De dagen, die in het OT aangekondigd werden, lopen door tot en met de Handelingenperiode. Dat blijkt zonneklaar uit de brieven die in die periode geschreven zijn. Daarin lezen we namelijk dat profetieën op dat moment vervuld werden (bijv. Rom. 9:25; vgl. 1 Petr. 2:10).
God wilde Zijn Nieuwe Verbond sluiten met Zijn volk. Geen voorwaardelijk verbond van werken der gerechtigheid, maar een verbond op grond van geloof. Daarin konden heidenen delen door het geloof. Maar het ging vooral om Israël.

We zien dus de lijn van de verbondssluiting tussen God en Zijn volk beginnen in het OT en doorlopen tot in een groot deel van het Nieuwe Testament, inclusief een aantal brieven van de apostel Paulus! Het is in deze vroege brieven (geschreven tijdens Handelingen), dat hij uitdrukkingen gebruikt, die passen in dit verbondshandelen van God met Israël. In Romeinen 7 bijvoorbeeld wijst Paulus, in het kader van huwelijk en echtscheiding, op verhouding van God en Zijn volk onder het Oude en het Nieuwe Verbond: “Zo, mijn broeders (zie vs. 1!!), bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is…” (lees vers 1-4).
In 2 Korintiërs 11:2 schrijft hij aan mensen die deel hebben aan het Nieuwe Verbond: “Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellen”, waarna hij wijst op het gevaar van geestelijk overspel door een ´andere Jezus´ achterna te lopen.

Het Lichaam van Christus

Van al deze dingen moeten we achteraf zeggen: het was vóór-vervulling! Na Handelingen 28:28 werden de gelovigen door Paulus benaderd met een volstrekt andere boodschap: namelijk het geheimenis van het Evangelie.
Kon de apostel (evenals de andere apostelen) tot dat moment zijn prediking ondersteunen met woorden uit het OT, de Schriften, daarna niet meer! Natuurlijk: de vergeving door het bloed van de Heere Jezus Christus bleef centraal staan (zie bijv. Efe. 1:7 en Kol. 1:14). Dat is de vaste basis, waarop elk mens mag staan. Maar het verborgen aspect van het Evangelie was volstrekt nieuw in zijn verkondiging. Dat was iets dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend was geworden, maar verborgen was gebleven in God, de Schepper van alle dingen (zie Efe. 3; Kol. 1:24-2:4).

De verhouding tussen God en gelovigen, zoals die door Paulus voortaan gepredikt werd, is - veel meer dan in een huwelijk - die van het ene Lichaam.
Het is niet meer een gemeente (of lichaam!) die haar man toebehoort, zoals er sprake is binnen het huwelijk, waarbij twee lichamen aanwezig zijn (man en vrouw), die samen als (geestelijke) eenheid gezien worden. Bij de prediking van het geheimenis van het Evangelie is sprake van de eenheid binnen één en hetzelfde lichaam: het Lichaam van Christus, met Christus als Hoofd. Het is met name dit laatste wat op prachtige wijze beschreven wordt in de Efeze-brief. Lees bijvoorbeeld 1:22, 23; 3:6; (tot hetzelfde lichaam behoren). Dit Lichaam wast - Efeziërs 4:13 - in Christus op tot een volwassen man. Letterlijk: tot (in) een volmaakte man (vgl. SV = Statenvertaling).

Dit geheimenis is groot

Volgens Efeziërs 3:6 vormen we (letterlijk) een 'samen-lichaam' met Christus. Dit 'samen' klinkt hier telkens door als een refrein; in de N.B.G.-vertaling te zien in het terugkerende woordje 'mede'.
De waarheid aangaande dit ene Lichaam komt prachtig tot uitdrukking in het geheimenis van het één vlees zijn uit Efeziërs 5. In dit deel van de brief aan de Efeziërs (5:21-6:9) schrijft Paulus over de relaties tussen mensen onderling in het licht van onze relatie tot Christus. Paulus' betoog bestaat hier uit twee gedeelten, waarvan het eerste gaat over het huwelijk (5:22-33); het tweede over overige verhoudingen (6:1-9). Efeziërs 5:21 vormt hier eigenlijk het opschrift van dit gedeelte: De vreze van Christus.

Waar het over het huwelijk gaat, vergelijkt Paulus de relatie tussen man en vrouw op vijfvoudige wijze met die tussen Christus en Zijn Gemeente:

De man is het hoofd zijn vrouw (vs. 23) zoals  
Christus het Hoofd is Zijner Gemeente (vs. 23);
vrouwen, weest uw man onderdanig (vs. 22)als   
aan de Heere (vs. 22 en 24);
de vrouw is het lichaam van de man (vs. 28, 29 en 33)zoals     
de Gemeente het Lichaam is van Christus (vs. 23b, 29b en 30);
mannen, hebt uw vrouw lief (vs. 25 en 28)zoals 
Christus Zijn Gemeente heeft liefgehad (vs. 25-30) en
de man voedt zijn eigen vlees en koestert het (vs. 28b en 29)zoals
Christus de Gemeente (vs. 29b).


Het onderdanig-zijn uit vers 22 betekent letterlijk: onder-geordend. Het gaat om een bepaalde ordening die God heeft ingesteld. Ditzelfde woord vinden we ook in Efeziërs 1:22 ´onder Zijn voeten gesteld zijn´ en Hebreeën 2:8 'onderwerpen'. In die ordening geldt - binnen het huwelijk – dat de man het hoofd is van zijn vrouw, zoals Christus ook het Hoofd is van Zijn Gemeente (vgl. wat deze ordening aangaat bijv. ook: 1 Kor. 11:3; Kol. 3:18 en 19 en 1 Petr. 3:1 en 2). Over het algemeen kunnen we stellen dat man en vrouw het gelukkigst zijn, wanneer beiden zich ook houden aan Gods ordening!
Het grootste deel van Efeziërs 5 gaat overigens over de houding van de man ten opzichte van de vrouw. Het huwelijk is een beeld van de eenheid tussen het Lichaam en het Hoofd. In dit alles staat Christus centraal. Hij is de Redder / Behouder van het Lichaam (vs. 23, SV); Hij is het, Die Zijn Gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar heeft overgegeven (vs. 25) met als doel Zijn Lichaam voor Zich te plaatsen, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks; heilig en onbesmet (vs. 27) en Hij is het, Die Zijn Lichaam voedt en koestert (vs. 29).
Dat we (bijv. in vs. 26 en 27) lezen over de Gemeente als over een vrouw ('zij' en 'haar'), wil niet zeggen dat de Gemeente als vrouw (of bruid) gezien moet worden. Het Griekse woord voor 'gemeente' is een vrouwelijk woord en daarom gaat het over 'haar' en 'zij'. Het wezen van de Gemeente, het Lichaam van Christus, is mannelijk. In Efeziërs 4:13 lezen we dat de Gemeente opwast tot een volkomen man (SV), waarbij de gelovigen het Lichaam vormen en Christus Zelf het Hoofd. In vers 31 spreekt Paulus dan over de kern van het huwelijksleven: "Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn". Feitelijk ontstaat het huwelijk na de gemeenschap (het tot één vlees zijn), die hier genoemd wordt. En dat één vlees zijn, is de kern van het geheimenis, ook hier: "Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de Gemeente" (vs. 32).

Zo laat de Bijbel dus zien, dat Israël, in het kader van het Verbond, de bruid c.q. (toekomstige) vrouw van Christus is, terwijl de Gemeente Zijn lichaam is, een volkomen Man!

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Het Wonder van het Licht

De wetenschap zegt dat licht de zichtbare en maakbare vorm van elektromagnetische straling is. Het ontstaat uit atomen die een aanzienlijke hoeveelheid energie bevatten. Wanneer deze atomen hun energie afgeven, stralen ze licht uit.

In dit Bijbelstudieboekje willen we ons echter niet zozeer richten op het natuurverschijnsel 'licht'. Daarover is al veel geschreven. In plaats daarvan gaan we dieper in op de overdrachtelijke betekenis van het geestelijk licht. Centraal staan daarbij de woorden van de Heiland Zelf, Die in Johannes 8:12 zegt: "Ik ben het Licht van de wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben".

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Het Wonder van het Licht'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''