De dingen van deze eeuw - Deel 1

De dingen van deze eeuw

Deel 1

In het Nieuwe Testament wordt veelvuldig over deze eeuw gesproken; dat is de huidige periode in Gods plan van de eeuwen, de wereld waarin wij leven. Paulus spreekt in dit verband over de ´tegenwoordige slechte wereld´ (Gr. aioon = eeuw) in Galaten 1:4. Wat wordt er over deze eeuw, deze tegenwoordige wereld gezegd?

Zorgen

In Mattheüs 13 wordt in verband met deze eeuw gesproken over de zorgen die verband houden met het bestaan, die onze gedachten geheel in beslag kunnen nemen. Om een paar concrete dingen te noemen: eten, drinken, kleding, huisvesting, etc.
Het woord komt voor in Mattheüs 13. We vinden daar de gelijkenis van de zaaier in vers 1-9. Deze gelijkenis begint met: "Zie, een zaaier ging eropuit om te zaaien". Het zaad is het Woord van het Koninkrijk (vs. 19), het evangelie zoals dat toen klonk uit de mond van "de Zoon des mensen", zoals aangegeven bij de gelijkenis van het onkruid in de akker (vs. 37): "Hij Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen, de akker is de wereld". De gezaaiden in de gelijkenis van de zaaier zijn mensen, zoals blijkt uit de uitleg in vers 18-23. Met betrekking tot het woord 'zorgen' lezen we in de gelijkenis (vs. 7): "Een ander deel viel tussen de dorens en de dorens kwamen op en verstikten het"; en in de uitleg (vs. 22): "En bij wie in de dorens gezaaid is, dat is hij die het Woord hoort; maar de zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar". Deze persoon wordt geheel in beslag genomen door wat hij moet eten en drinken, waarmee hij zich moet kleden en wat te doen met zijn geld en goederen. Met betrekking tot deze dingen staat geschreven: "Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Matt. 6:19-21), en: "Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden" (Matt. 6:31-33).
De in de dorens gezaaide is bezig met eten, drinken en kleding, dingen die hijzelf als eerste prioriteit ziet. Dat is niet volgens de gedachten van God: Hem liefhebben en de naaste als jezelf. Dat is Hem op de eerste plaats stellen en wat Hij gezegd heeft. De in de dorens gezaaide is bezig met de dingen die onder de aardse zegen van God vallen volgens de prediking van het Koninkrijk, de dingen die God ter beschikking stelt! Hij is bezig zijn eigen zegen te bewerken, in plaats van God te danken voor wat Hij gedaan heeft, doet en nog zal doen. Zijn getuigenis is precies het omgekeerde. Hij brengt zijn eigen vruchten, zoals Kaïn, maar het is onvruchtbaar. Hij heeft het Woord gehoord, maar zijn prioriteiten liggen niet bij zijn hemelse Vader, maar bij hem zelf.
Aan het einde van de Handelingenperiode is de boodschap van het Koninkrijk, met zijn aardse zegen, ingetrokken. Er geldt nu een andere boodschap. Het gaat nu om een Koninkrijk in de hemel, met louter geestelijke zegen (Kol. 1 en 3). Ons denken is daarop gericht, althans, dat wordt van ons gevraagd.
Wij denken dus niet aan het Koninkrijk der hemelen, zoals dat eenmaal op deze aarde gevestigd zal worden. Dit vindt zijn bestemming in de volgende eeuw, na de wederkomst van Christus. God werkt daar nu niet aan. Als wij dat wel doen, kan het vroom overkomen, maar het is eigendunkelijk, één van de kenmerken van de godsdienst van Kaïn. Het wordt een beslommering. Een oproep voor alle tijden is, dat wij ons bekeren van onze eigen gedachten tot de gedachten van God (Jes. 55), die nu, letterlijk, veel hoger zijn! God geeft aan de boodschap voor nu geen getuigenis door tekenen, wonderen en krachten. Wij hebben ook geen aardse toekomst. De belofte die nog staat, is de verlossing van ons lichaam en het ontvangen van een nieuw onvergankelijk - dat is: geestelijk - lichaam (1 Kor. 15). Onze verwachting of hoop is dus niet: de wederopstanding van het vlees.

De kinderen van deze eeuw

"En de heer prees de onrechtvaardige rentmeester, omdat hij verstandig gehandeld had. Want de kinderen van deze wereld zijn onder elkaar verstandiger dan de kinderen van het licht" (Luc. 16:8).
Dit gedeelte staat in de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester. De onrechtvaardige rentmeester is Israël, dat het bezit van zijn Heer verkwistte (Luc. 16:1). Onrechtvaardig betekent: ongelovig. Het bezit van Zijn Heer is het Woord van God, dat Hij aan Israël had toevertrouwd, ten diepste het levende Woord, Christus, slechts gekomen voor de verloren schapen van het huis Israëls (Matt. 15:24).
Vers 8 spreekt over de kinderen van deze wereld (Gr.: eeuw) ten aanzien van hun geslacht. Het gaat dan over de mensenkinderen, die van Adam afstammen, die niet meer naar het beeld van God, maar naar het beeld van de gevallen Adam zijn; zij zijn afgeweken van God. "Kinderen van het licht" staat voor Israël, het nageslacht van Abraham, het volk van God. Zij handelen onverstandig, volgens de wijsheid van de wereld.
"En Jezus antwoordde en zei tegen hen: De kinderen van deze wereld trouwen en worden ten huwelijk gegeven, maar zij die het waard geacht zijn die toekomstige wereld te verkrijgen, en de opstanding uit de doden, zullen niet trouwen en ook niet ten huwelijk gegeven worden" (Luc. 20:34 en 35).
Deze woorden vormen het antwoord op de vraag, wie de man is van de vrouw, die in deze eeuw zevenmaal trouwt met zeven broers, volgens de regels van het zwagerhuwelijk (Deut. 25:5-10).
Voor de kinderen van deze eeuw gelden de regels van het huwelijk. Zij die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan de toekomstige wereld (de volgende eeuw), zijn de gelovige kinderen van Israël. Zij zullen bij de wederkomst van Christus, het begin van de volgende eeuw, opstaan uit de dood (1 Kor. 15:23 en 50-52) en daarbij een nieuw geestelijk lichaam ontvangen. Deze levensvorm kent geen huwelijk en dus geen voortplanting (net als dat bij engelen het geval is). Zij hebben een hemels onvergankelijk lichaam.

Wordt niet gelijkvormig aan deze eeuw

Paulus schrijft in Romeinen 9-11 over Israël en de heidenen en besluit in Romeinen 11:32 en 33 met de samenvatting: "Want God heeft hen allen in ongehoorzaamheid opgesloten om Zich over allen te ontfermen. O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!" De ongehoorzaamheid van allen was dus geen beletsel voor God om Zijn barmhartigheid te tonen, integendeel! Daaruit blijkt juist de diepte van Zijn rijkdom en wijsheid, waarin wij Hem leren kennen.
Het eerste wat Paulus dan laat volgen, is de broederlijke vermaning in Romeinen 12:1 en 2: "Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is".
Paulus richt zich in vers 1 tot de gelovigen en zegt met andere woorden: als God dan zó barmhartig is, zouden wij dan redelijkerwijs nog iets anders kunnen bedenken (redelijk heeft met ons verstand te maken, waarvan het denken vernieuwd wordt), dan om ons zondige lichaam beschikbaar te stellen, zodat Christus leeft in ons? Alleen Zijn leven was heilig en Gode welgevallig!
In vers 2 vervolgt hij met: "... wordt niet aan deze wereld (Gr.: eeuw) gelijkvormig..." Een gelovige is opnieuw geboren in zijn oude zondige lichaam. Hij behoort dan echter niet meer tot "de kinderen van deze eeuw", natuurlijke mensen, afvallig van God, kinderen van Adam, maar hij is een kind van God geworden. Het oude lichaam verbindt ons nog aan deze eeuw en die kan nog flink trekken. Dat moeten wij bedwingen, daar moeten wij van afzien. Dat kan alleen maar door de vernieuwing van ons denken, we moeten opnieuw geschoold worden door de genade en wijsheid van God, vanuit Zijn Woord en door Zijn Geest, Die ons gegeven is. Dit proces duurt ons leven lang en daarna, opdat wij steeds beter de wil van God gaan onderkennen. Een proces van goed, tot welbehaaglijk, tot volmaakt.
Tijdens dit proces hebben wij de strijd van het geloof: nemen wij het Woord van God, zoals het geschreven staat, serieus en laten wij ons (her)opvoeden. Laten wij ónze gedachten varen als God er anders over blijkt te denken! Alleen zo kan ons denken vernieuwd worden en is er sprake van de goede strijd, die bekroond wordt. Dat is een leven tot eer van God!

Meer artikelen in de serie "De dingen van deze eeuw":

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Gods plan met Israël

Deuteronomium 30:1-10 is het uitgangspunt van dit boekje. Je zou dit hoofdstuk de 'basis-profetie' met betrekking tot het herstel, dan wel de toekomst van Israël kunnen noemen.

Het is belangrijk om een Bijbelse visie op Israël te hebben. Daarbij gaat het om het historische en het toekomstige aspect van het volk, maar zeker ook om het huidige. Door belofte en profetie te verwarren, heb je maar zo een verkeerd zicht op Israël. Dit boekje helpt de lezer enige orde te krijgen in de uitgebreide informatie in de Bijbel over Gods plan met Israël.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Meer info & bestellen 'Gods plan met Israël'

Hooglied

Hooglied - over een herder en zijn geliefde

Hooglied is een bijzonder Bijbelboekje. Het behoort tot de zogenaamde feestrollen. Binnen het Jodendom wordt het gelezen op de achtste dag van het Paasfeest - Pesach - het feest waarop de verlossing van Israël uit Egypte wordt herdacht. Daarbij wordt het boek gezien als een afspiegeling van Gods liefdesverklaring aan Israël en het verbond tussen Hem en Zijn volk.

Diverse 'partijen' komen erin aan het woord, maar de belangrijkste zijn toch wel de herder en zijn geliefde. Samen vormen ze een prachtig paar, waarin de Herder en Zijn volk Israël niet moeilijk zijn te herkennen.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Hooglied'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Getallen in de Bijbel - 2e druk

'Getallen in de Bijbel' is de vertaling van het Engelse boek 'Number in Scripture' dat al in 1894 verscheen. In boeken die gaan over Bijbelse getallen wordt vaak naar dit standaardwerk verwezen.

In 2013 (het 100e sterfjaar van de schrijver) is de Nederlandse vertaling beschikbaar gekomen. En inmiddels is er - eind 2016, bijna 3 jaar later - deze tweede druk.

De inhoud van dit boek is in tweeën verdeeld.
Het eerste deel gaat over het bovennatuurlijke ontwerp van de getallen in de Bijbel en is min of meer een inleiding op het onderwerp. Het beschrijft onder meer de overheersende rol die (Bijbelse) getallen spelen in de opbouw van de schepping, in de Bijbel, in de chronologie, in de natuur, in de scheikunde en in geluid, muziek en kleuren.
Het grotere, tweede deel gaat over de geestelijke betekenis van allerlei getallen in de Bijbel.

Bullinger besluit zijn voorwoord van dit boek met:
‘Moge het onderzoek van de getallen in de Bijbel in dit boek, Bijbelstudenten stimuleren daarmee verder te gaan; gelovigen versterken in hun allerheiligst geloof en sceptici overtuigen van de Goddelijke perfectie en inspiratie van het Boek der boeken, tot lof en heerlijkheid van God.‘

Meer info & bestellen 'Getallen in de Bijbel - 2e druk'