Koninkrijk der hemelen - Deel 2: Horen, verstaan en overwinnen 2

Koninkrijk der hemelen

Deel 2: Horen, verstaan en overwinnen 2

In de vorige aflevering bespraken we de komst van het Koninkrijk der hemelen, waarin Christus in Israël als Koning zal regeren. Dit Rijk breekt aan na de tegenwoordige boze eeuw (aioon), waarvan satan overste is. Aan de orde kwamen o.m.: Israëls landsgrenzen en de overwinnaars, de Joden die zich bekeren tot Israëls Messias en tot priesters bestemd zijn. Ook merkten we het verschil op tussen het Koninkrijk der hemelen, te beginnen in Israël en het Koninkrijk Gods, dat zich zal uitstrekken over de wereld. In dit artikel gaan we nauwkeuriger in op beide Rijken. De Bijbelverzen in dit verband betreffen niet de huidige Gemeente van Lichaam van Christus, maar benadrukken vooral de toekomstige functie en positie van Israëlieten. Veel van dergelijke teksten worden dikwijls op onze tijd toegepast, wat niet juist is.

Gods uiteindelijke doel

AMEN 35 - pagina 35 - Blauwe lucht me... Gods doel is dat zijn gehele schepping in gemeenschap met Hem wordt teruggebracht. Thans zijn dit al de gelovigen in Christus; zij leven reeds in gemeenschap met Hem (op aarde of in de hemel). Zij maken door genade deel uit van Zijn Lichaam, waarvan Hij het Hoofd is. De formering van dit Lichaam houdt op als de tijd der genade voorbij is. Als God opdracht geeft dat Zijn Zoon actief handelend als Koning mag optreden, wordt duidelijk zichtbaar dat er een andere tijdsorde begint.
Het begint met de oprichting van Zijn Koninkrijk der hemelen in Israël, bij Zijn wederkomst. Dat rijk is, zou je kunnen zeggen, het bruggenhoofd. Het gaat over in het Koninkrijk van God dat begint op de nieuwe hemel en aarde. Gedurende een lang proces oefent Christus heerschappij uit over beide Rijken. Zijn taak is om als Koning der koningen alles ‘onder zijn voeten’ te plaatsen. Dit kan, omdat Hij alle macht heeft in hemel en op aarde. Aan de gehele schepping moet duidelijk worden dat Hij niet alleen Koning is. Christus is ook de Verlosser, Die de mens liefheeft. Hij stortte Zijn bloed op het kruis van Golgotha, niet alleen om te verzoenen, ook om de mens te verlossen van de dood.

Aanvaarding Koningschap

Waar is nu het wachten op? Allereerst op het koningschap van Christus. Velen menen dat Jezus Zijn Koningschap al heeft aanvaard. Dat is nog niet zo. Hij zit nu in de hemel aan Gods rechterhand, totdat God het moment suprème aangeeft: “De zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde (Christus) en Hij zal als Koning heersen tot in alle eeuwigheden.” (Openb. 11:15) Dan zeggen de oudsten: “Wij danken U, Here God, Almachtige, Die is en Die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard.” (vs. 17)
Nu zit Christus nog, maar op dat moment staat de Gezalfde direct op als de nieuwe mens. D.w.z. samen met ons, leden van Zijn Lichaam, één geworden met Hem. In de lankmoedigheid van God wachten we op de klank van deze bazuin. Enerzijds omdat de zoon des verderfs (het beest) zich eerst moet openbaren tot de zonde tot volheid is gekomen (2 Tess. 2:3). Anderzijds omdat de leden van het Lichaam van Christus in hun totaliteit de mannelijke rijpheid volledig moeten bereiken (Efe 4:13).

Twee aionen

We lazen dat “Hij als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden.” Letterlijk staat er ‘in alle aionen’. Zijn Koningschap betreft twee Goddelijke perioden, ook wel ‘dagen’ genoemd, de fasen waarover we zojuist spraken. De ene is het millennium van de dag des Heren (de duizend jaren) en de andere de dag Gods (laatste aioon).
De eerste fase begint als Jezus wederkomt op aarde. De tweede begint met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Langzamerhand zal Christus in beide aionen de hemel en aarde aan Zijn bestuur onderwerpen. Alle tegenmacht, tegenkracht en Hem vijandige heerschappij zal Christus onttronen. De laatste vijand die onttroond wordt is de dood, satan inbegrepen. Christus heeft veel werk te verzetten.

Het koningschap van Christus eindigt, wanneer Hij Zijn werk heeft voltooid en het Koningschap aan God de Vader overdraagt. In 1 Korintiërs 15:24-28 staat dat dit echt gebeuren zal: “…daarna het einde, wanneer Hij het Koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand die onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij (God de Vader) uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft.”
Wat een enorm hoogtepunt zal dit wezen. De zonde is niet meer, evenals de vergankelijkheid. Rechtvaardigheid, rust, liefde en vrede heersen in een volmaakte scheppingsorde. Als Christus dit tot stand heeft gebracht, is Zijn taak voleindigd. Daarop volgt de belofte dat God dan alles in allen zal zijn (vers 28).
We kunnen ons niet voorstellen hoe dit zal gaan en wat dit precies betekent. Gods Woord zegt er niets over. Het blijft een zeer grote verrassing!

De laatste vijand

De dood die door Christus wordt onttroond, is ‘de laatste vijand’. ‘Onttroond’ is een zwakke vertaling. Letterlijk staat er: vernietigd. Sommigen leren dat de onttroning (vernietiging) van de dood waarover 1 Korintiërs 15 spreekt, de tweede dood uit Openbaring betreft. Is dat zo? Mijns inziens niet. In dit Schriftgedeelte wordt de dood genoemd, die via Adam tot alle mensen is doorgegaan. “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Kor. 15:22) “Zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning, Dood, waar is uw prikkel?” (1 Kor. 15:54 en 55) De dood bestaat dan niet meer. Als deze ‘laatste vijand’ is overwonnen ontstaat het Koninkrijk Gods. Op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde heerst onsterfelijkheid, bewijst Openbaring 21:4: “Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.”

Uitverkoren volk

Thermische geisers - Rofo Rua/Studio ... Wat betekent dan de ‘tweede dood’ in Openbaring? Dit kunnen we alleen begrijpen, wanneer we de roeping en positie van Israël schriftuurlijk op zijn plaats houden. De ‘tweede dood’ staat namelijk in verband met dit volk gedurende de grote verdrukking, die vooraf gaat aan de wederkomst van Christus. De scope van het boek Openbaring, evenals de brieven van Petrus, de apostel der besnijdenis, betreft Israël. Als we dit begrijpen en aannemen valt er veel op zijn plaats. De rol die het uitverkoren volk in de grote verdrukking speelt is van groot belang. Aan hen is immers de taak gegeven om het evangelie op de wereld te verkondigen; om heidenen tot geloof, bekering en wedergeboorte te brengen, voordat de dag Gods komt met de nieuwe hemel en aarde.
Gedurende de grote verdrukking zit er de zoon des verderfs (2 Tess. 2:3 en 4) in de Tempel van Jeruzalem en het is zaak dat het Israël niet voor deze satanische persoon buigt, want: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.” (1 Pet. 2:9)

Petrus schrijft over hun verantwoording in deze zaak: “De tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.” (2 Pet. 3:7) Daarom is het belangrijk dat Israël zich bekeert tot Jezus Christus en de goddelozen bereikt met het evangelie van het Koninkrijk.
Vervolgens spreekt Petrus over het Koninkrijk der hemelen van duizend jaar, waarin Israël het Hoofd der volken wordt: “Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u (Israël), daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen (Israël) tot bekering komen.” (2 Pet. 3:8 en 9)

Wat zegt Petrus over Israëlieten die niet met Christus leven? Vers 10: “de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.” Hij wijst op de komst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Als Israël zich bekeert, zal het daar onvergankelijk leven. De apostel waarschuwt in vers 11 en 12: “Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten.” Wat voor leven is er dan? Ook dat beschrijft Petrus, in vers 13: “Wij (Israël) verwachten echter naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.”

Koninkrijk van priesters

Met andere woorden, Petrus herinnert Israël aan haar bijzondere roeping. God heeft dit volk een plaats gegeven in Zijn heilsplan om een licht voor de wereld te zijn. De apostel Johannes doet namens Jezus Christus nogmaals uit de doeken aan Wie Israël haar priesterdienst verplicht is: “Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor Zijn God en Vader gemaakt - Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden! Amen.” (Openb. 1:5 en 6, zie Exod. 19:6). Hieruit blijkt dat niet de gemeente van nu, het Lichaam van Christus, dit koninkrijk vormt. Johannes moet het voor Israël nog eens duidelijk opschrijven: “Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, amen.” (Openb. 1:7) Jezus gaf Zijn leven in eerste instantie voor Israël. Dit schrijft Openbaring 5:9b: “…want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie.” Wie zijn hier de gekochten? Zij die over de aarde verstrooid zijn: de Israëlieten. Als zij de Messias aannemen zullen zij heersen als koningen op aarde, naar de orde van Melchizedek, die zowel priester als koning was. “Gij hebt hen (Israël) voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.”(Openb. 5:10) Wat een bijzondere taak voor Zijn volk!

De tweede dood - De poel des vuurs - Afsluiting

De tweede dood

God beziet hoe Israëlieten zich gedragen tijdens de grote verdrukking en welke werken zij doen. We lazen in de Petrusbrief, dat als de hemelen en aarde vergaan, hun werken daarop gevonden worden. Wat houden deze werken in? Volgden zij Gods roeping en werden zij daardoor gedood, of knielden zij voor het beest en droegen zij het merkteken? Zij komen voor tronen te staan om naar hun werken beoordeeld te worden. “En ik (Johannes) zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.” (Openb. 20:4) Over hen wordt gezegd: “Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.” (Openb. 20:6)

Met andere woorden, als je als Israëliet geen deel hebt aan de eerste opstanding, heeft de tweede dood wel macht. Dat staat letterlijk in vers 5: “De overige doden (van Israël) werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.” (Openb. 20:5) E.e.a. betekent dat enkel voor Israëlieten die in de grote verdrukking leven de kans op de tweede dood bestaat. De eerste dood betekent dat je eruit opstaat. Bij de tweede door is dit niet het geval. “Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden.” (Openb. 2:11) Daarom moedigt Petrus Israël aan om in de grote verdrukking stand te houden. “Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd (de grote verdrukking) door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring (de wederkomst) van Jezus Christus.” (1 Pet. 1:6 en 7)

De poel des vuurs

Als de duizend jaren voorbij zijn, volgt het oordeel voor de grote witte troon, vóórdat het Koninkrijk Gods begint. De overige doden uit de grote verdrukking, zo lazen wij in vers 5, komen dan uit de dood terug. Ze leven, maar worden toch ‘doden’ genoemd. Lees maar Openbaring 20:11-15. Daar staan in vers 15 de verdrietige woorden, waar velen nachten van wakker liggen, omdat ze zo moeilijk te plaatsen zijn: “Wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.” Deze tot leven gebrachte ‘doden’ zijn de vervolgde Israëlieten uit de grote verdrukking die een teken op hun voorhoofd droegen, die wèl konden kopen en verkopen, die knielden voor het beest. Het is naar mijn inzicht niet zo dat Openbaring 20 spreekt over alle doden uit alle eeuwen en uit alle volken; over al die miljoenen die voor de troon des oordeels komen te staan.

De poel des vuurs is bereid voor de duivel (Openb. 20:3 en 10), het beest (Openb. 19:20), de valse profeet (Openb. 19:20) en zijn engelen. Maar Israëlieten die zich achter de duivel scharen delen ook zijn lot. Dat is de betekenis van de tweede dood. Openbaring 20:14: “De dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs.” Vers 10 beschrijft het lot van de duivel: “…en de duivel die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.” Letterlijk staat er tot de aioon (van de dag Gods). We zagen dat in de dag Gods de dood er niet meer is. De tweede dood, de poel des vuurs dus ook niet. Die poel brandt langzamerhand vanzelf op en verteert wat erin zit. Het vuur is uit als de dag Gods met de nieuwe hemel en aarde aanbreekt. Nergens staat in Gods Woord dat er een opstanding uit de tweede dood bestaat, zoals sommigen leren.

Afsluiting

De Here Jezus, de Here der Heren, de Koning der koningen, verwacht van Israël dat zij Hem volgt en dient. Dat is geen gemakkelijke opdracht, nu niet, ook niet voor ons, maar zeker niet voor hen gedurende de grote verdrukking, gelet op hun bijzondere roeping. Petrus wist hiervan en zegt in wezen in zijn brieven tot Israël in de verstrooiing: houd vol, overwin, ook al word je vermoord, je komt niet in de tweede dood.

"Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. (1 Pet. 5:10)

"Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus. (2 Pet. 1:11)

Meer artikelen in de serie "Koninkrijk der hemelen":

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Vijf bijzondere vrouwen

Vijf bijzondere vrouwen in het geslachtsregister van de Heere Jezus

Het Nieuwe Testament begint met het geslachtsregister van Jezus Christus. Hierin komen vijf vrouwen voor, van wie er vier bij naam genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth en Maria. Verder wordt er verwezen naar "de vrouw van Uria" - dat is Bathseba.

Op de momenten waarop hun geschiedenissen zich afspelen, blijken het vrouwen te zijn met een veelbewogen leven. Er zijn er drie weduwe. Eén van hen is een hoer en een ander doet zich voor als hoer. Twee behoren niet tot het volk Israël.
Hun geschiedenissen leren ons veel over henzelf en in sommige gevallen ook over hun vertrouwen op God. Er liggen tal van verwijzingen in naar wat er later zou gebeuren in en door de Heere Jezus. Ook bevatten ze geestelijke lessen voor de gelovige van nu.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Leeswijzer - Doelgericht Bijbellezen

Meer weten over Degene in Wie je als christen gelooft? Dan is de Bijbel dé bron van informatie. Daarbij is het niet alleen belangrijk dát je de Bijbel leest, maar ook hóe je leest. Wil je ontdekken wat God heeft geopenbaard en zeggen wil? Of zoek je bevestiging van hoe je zelf je geloof wilt 'inrichten'?
Doelgericht Bijbellezen is van grote invloed op de wijze waarop we leven, gemeente-zijn en zicht hebben op Jezus Christus.

Met vragen om persoonlijk of groepsgewijs verder over na te denken.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Acht gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen

Uit het voorwoord: “Wie over de gelijkenissen van de Heiland spreekt of schrijft, lijkt zich op glad ijs te begeven. Er is over deze Bijbelgedeelten immers enorm vaak gepreekt. De evangelieverhalen zijn overbekend en vrijwel iedere christen meent precies te weten wat de Here met Zijn onderwijs heeft bedoeld. Hoewel er in rooms-katholieke, protestantse en evangelische kring niet exact dezelfde uitleg wordt gegeven, is men het wel eens over de hoofdlijnen. Van die standaarduitleg willen de meeste christenen niet afwijken”.

Toch lijkt er iets niet te kloppen in deze algemeen aanvaarde uitleg. Zo wordt aan allerlei symbolen uit de gelijkenissen een betekenis toegekend, die niet overeenstemt met de uitleg die de Here Zelf van zulke symbolen heeft gegeven.

Bovendien beweert men dat de Here gelijkenissen vertelde om Zijn boodschap te verduidelijken, terwijl Hij Zelf zegt dat Zijn onderricht juist bedoeld was om deze voor de menigten te verhullen!

De boodschap van de gelijkenissen is dus niet voor de hand liggend en voor een buitenstaander ook niet gemakkelijk te begrijpen.

Dit boekje is een poging om achter de betekenis van de gelijkenissen te komen.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen