De Latijnse naam ‘Numeri’ betekent: getallen en dat verwijst naar de erin voorkomende lijsten en (volks)tellingen. Het is één van de vijf boeken van Mozes, het vierde.
Dat dit het vierde boek is, brengt ons direct al op de gedachte dat het (vooral) gaat over de aardse omstandigheden waarin de mens leeft, want vier is het getal van de aarde, met zijn vier jaargetijden en vier windstreken.
Alle vijf boeken van Mozes vormen eigenlijk één geheel en Numeri is daar onderdeel van.
Die verzameling van vijf boeken wordt wel ‘Pentateuch’ genoemd. In dit Griekse woord herkennen we ‘penta’: vijf. Het gaat dus om vijf rollen c.q. boeken. 
De Joden noemen deze vijf boeken de ‘Thora’ en dat betekent: instructie, onderwijzing, dat wil zeggen: De Heere God onderwijst de mens. Belangrijk om te luisteren dus!
Als de Heere God spreekt, heeft Hij iets te melden en Mozes schreef het op. Het is bedoeld voor de mens en dus de moeite waard om te bestuderen want er staat geen enkel woord te veel of te weinig in de Bijbel, zoals we bijvoorbeeld ook kunnen opmaken uit wat Johannes schrijft in Openbaring 22:18 en 19: “Want ik getuig aan een ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek beschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van dit boek van deze profetie, zal God Zijn deel afdoen van het boek des levens en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.”
Indeling
Als we een globale indeling maken, komen we tot het volgende overzicht:
| 1:1-4:49 | Getallen/ aantallen, kampindeling en werkzaamheden. |
| 5:1- 9:23 | Wetten en feesten/ Pascha. |
| 10:1-36 | De trompetten en hun signalen/ reizen en marsorders. |
| 11:1-25:18 | Feesten en wetten/ voorschriften betreffende ziekten, e.d. |
| 26:1-27:11 | Telling met de volgorde naar hun geslachten. |
| 27:12-31:54 | Erfrecht, feesten en wetten, Jozua aangewezen. |
| 32:1-36:12 | Strijd en reizen/ rustplaatsen/ grenzen/ verdeling / vrijsteden. |
| 36:13 | Epiloog. |
Het boek begint met de woorden: “De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï” en deze frase ‘spreken tot’ komt in Numeri 56 keer voor, en dat is zeven keer acht. Zeven is het getal van de volkomenheid, bijvoorbeeld in Gods scheppingswerk, en het getal acht staat voor wedergeboorte en het nieuwe begin.
En de Heere God sprak Zijn volmaakte woorden tot Israël en voor hen was er een nieuw begin toen ze na veertig jaren woestijn eindelijk door de (droge) Jordaan het beloofde land ingingen.
Tot wie spreekt de Heere God?
God richt Zich in Zijn uitspraken tot verschillende personen en groepen.
De HEERE sprak tot …
| Mozes alleen | 1:1 en 48; 3:5, 11, 14 en 44; 4:21; 7:4; 8:5 en 23; 10:1; 11:25; 13:1; 16:44; 25:10 en 16; 26:52; 27:6; 31:1 en 34:16. |
| Mozes | om door te geven aan Aäron in 8:1. |
| Mozes | om door te geven aan Aäron en zijn zonen in 6:22. |
| Mozes | om door te geven aan Eleazar, de zoon van de priester Aäron in 16:36. |
| Mozes | om door te geven aan de Levieten in 18:25. |
| Mozes | om door te geven aan de ‘gemeenschap’ (van Israël) in 16:23. |
| Mozes | om door te geven aan de kinderen van Israël in 5:1, 5 en 11; 6:1; 9:1 en 9; 15:1, 17 en 37; 17:1; 28:1; 33:50; 34:1; 35:1 en 9. |
| Mozes | om tegen de rots te spreken in 20:7. |
| Mozes en Aäron | 2:1; 4:1 en 17; 14:26; 16:20; 20:12 en 23. |
| Mozes en Aäron | om door te geven aan Israël in 19:1. |
| Mozes, Aäron en Mirjam | 12:4. |
| Mozes en Eleazar | 26:11. |
| Aäron | 18:8. |
| De Heere God sprak in het algemeen | 1:19; 3:1; 14:35 en 27:23. |
Er wordt verschil gemaakt tussen ‘spreken’ en ‘zeggen’.
In hoofdstuk 3:40 staat: “En de Heere ‘zei’ tegen Mozes …”
‘Zeggen’ is in het Hebreeuws: amar en komt 16 keer voor in Numeri.
‘Spreken’ is dabar en komt 56 keer voor.
Dabar is meer ‘spreken inclusief de achterliggende gedachte en bedoeling’.
Na ‘zeggen’ volgen doorgaans direct de gesproken woorden maar bij ‘spreken’ niet.
De uitdrukking ‘de HEERE zei’ komt 18 keer voor ‘op verschillende tijden’ en 5 keer ‘op verschillende manieren’.
De HEERE zei tegen …
| Mozes alleen | 3:40; 7:11; 11:16 en 23; 12:14; 14:11 en 20; 15:35; 17:10; 21:8 en 34; 25:4; 27:12 en18. |
| Aäron | 18:1; 23:5 en 16. |
| Aäron en Mirjam | 12:6. |
Samen met de 56 keer ‘spreken’ en deze 18 maakt 74 totaal op 16 verschillende manieren.
Tussen twee haakjes: In Numeri 22:9, 12 en 20 tegenover Bileam wordt de naam ‘Elohim’ (= Goden) gebruikt i.p.v. de HEERE (= JHWH). Als Bileam tegen Balak iets vertelt wordt ook het woord ‘zeggen’ gebruikt (zie hs. 23).
‘Spreken’ is dus meer profeteren, de woorden van de Heere God doorgeven aan derden als taak en verantwoordelijkheid voor o.a. de profeten.
‘Zeggen’ gaat meer over direct en rechtstreeks iets melden om informatie te verstrekken.
Let wel: als we dit soort dingen niet direct verstaan, is het zaak om hier toch met alle respect en eerbied mee om te gaan. Rustig en met een biddend hart deze dingen nogmaals bestuderen, desnoods een lijstje bijhouden om e.e.a. wat gemakkelijker te kunnen overzien. Het gaat in de Bijbel nooit over begrijpen, maar steeds over geloven en aanvaarden, en de Heere God respecteren en ervoor danken.
Het boek Numeri
Een verbazend boek eigenlijk. Het is onvoorstelbaar gedetailleerd. De Heere God kent al Zijn mensen, hoofd voor hoofd, met familienaam, leider van de familie en/of van de stam, enz.
Ook de taakverdelingen, financiële zaken, offers en zelfs het aansteken van de lampen wordt nauwkeurig vermeld. Evenals de signalering m.b.v. zilveren trompetten inclusief hun seinen, lang of kort; met één of twee trompetten om het enorm grote volk in de legerplaats te informeren over wat er gaat gebeuren.
Ook het (vrouwen)erfrecht en de samenstelling van het leger regelde de Heere God op Zijn volmaakte manier. Hij zorgde voor manna veertig jaren lang; Hij zorgde voor schaduw met een wolk overdag en gaf licht als het aardedonker was in de woestijn.
Hij wijst de weg die de mens moet gaan en laat Zich niet onbetuigd, hij laat de mens maar niet wat aanmodderen. En wat ons betreft: Hij werkt óók in ons het willen en werken volgens Filippenzen 2:12 en 13.
Als ik dit alles zo overdenk, kom ik daar zeer van onder de indruk. Het is zo allesomvattend en gedetailleerd: er ontgaat de Heere God niets.
Zouden wij dan als gelovigen ook niet met alles wat ons bezighoudt, bij Hem terecht kunnen?
Kan ons ooit iets overkomen wat bij de Heere God onbekend is? Onmogelijk.
Er is niemand die de mens beter doorgrondt dan de Heere God.
Psalm 103:14 zegt: “Want Hij weet wat voor maaksel wij zijn, en blijft bedenken dat wij stof zijn.” De Heere God blijft dat dus voortdurend in gedachten houden, Hij houdt daar rekening mee en heeft dat ingecalculeerd.
En als er Eén is aan Wie we ons kunnen toevertrouwen is Hij dat wel, Hij schiep ons immers hoogstpersoonlijk. Hij kent en doorgrondt ons.
In Psalm 139:1-6 zegt de mens David: “HEERE, U doorgrondt en kent mij, U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten. U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd. Al is er nog geen woord op mijn tong, zie HEERE, U weet het alles. U sluit mij in van achter en van voren, U legt Uw hand op mij.
Dit kennen – het is mij te wonderlijk, te hoog, ik kan er niet bij.”
In 1 Kronieken 28:9 lezen we onder meer: “… want de HEERE doorzoekt alle harten, en Hij heeft inzicht in alle gedachtevorming.” De NBG-’51 vertaling heeft hier: “al wat de gedachten beramen.”
Zo’n gigantisch grote liefdevolle God wil ik, klein simpel mensje, graag toebehoren.
Numeri 7 nader beschouwd
Het op één na langste hoofdstuk in de Bijbel is Numeri 7, met 89 verzen. Psalm 119 bevat de meeste verzen (176) en na Numeri volgt Lukas 1 met 80 verzen.
Numeri 7 is een lang en uitputtend hoofdstuk waarin telkens offergaven aan de Heere God zeer gedetailleerd worden omschreven en aangeboden. Het waren de familiehoofden die de verantwoordelijkheid namen om dit te doen.
Volgens vers 2 waren zij de leiders van de stammen van Israël. Zij brachten hun offergave: Een enorme hoeveelheid van zes overdekte wagens vol, afgewogen en opgeladen, plus twaalf runderen die zorgvuldig uitgezocht waren.
Twaalf dagen lang was men bezig dit alles met grote nauwgezetheid aan de Heere God als offer aan te bieden ‘ter inwijding van het altaar’, volgens vers 84.
Het leert ons, gelovigen in deze genadetijd, hoe nauwgezet en breedvoerig de gelovigen in die oude tijden te werk gingen als dank aan de Heere God.
Al die verschillende details hebben zonder uitzondering een overdrachtelijke betekenis, de moeite waard om uit te zoeken en te overdenken.
Het volk Israël wist zich in hoge mate van de Heere God afhankelijk tijdens de barre tocht door de wildernis en de woestijn, ze ervoeren dat dagelijks. Ze waren zich ook zeer bewust van de vijandige volken rondom hen: ook iets voor ons om in gedachten te houden.
De gedachte komt op of wij in dergelijke situaties onze verantwoordelijkheid kennen om er vervolgens consequenties aan te verbinden.
De veertig jaren
Stelt u zich het volk voor van meer dan een miljoen mensen plus nog alle vee. Een mens heeft in die tropische woestijnomstandigheden toch wel twee liter water per dag nodig om te drinken. Dat is twee miljoen liter per dag. Daar komt het water voor de huishouding en persoonlijke hygiëne nog bij, evenals het drenken van het vee. En daar zorgde de Heere God al die veertig jaren dus voor.
Bovendien moesten al die mensen en dieren ook eten. De Heere God zorgde voor het manna, veertig jaren lang, zes dagen in de week. Daar zat alles in wat een mens nodig heeft, zoals vezels, vitaminen, mineralen, eiwitten, enzovoort.
En er waren voldoende oases om het vee te laten grazen. Daar zorgde de Heere God ook voor. 
Na de gebeurtenissen in Gilgal lezen we in Jozua 5, vers 11 en 12: “Zij aten het Pascha van de opbrengst van het land, ongezuurde broeden en geroosterd graan op diezelfde dag. Het manna hield de volgende dag op, nadat zij van de opbrengst van het land gegeten hadden.”
En in al die veertig jaren over rotsachtige grond en hete zandwoestijnen waren hun schoenen niet versleten volgens Deuteronomium 29, vers 5: “Ik heb u veertig jaar door de woestijn laten gaan; uw kleren zijn bij u niet versleten en uw schoenen zijn niet versleten aan uw voeten.” De Heere God zorgde voor alles!
Het waren zeer bijzondere omstandigheden, want kleding veroudert normaal gesproken snel als het lang wordt blootgesteld aan de uv-straling van de brandende zon.
Slotsom
Het past ons als gelovigen om zeer zorgvuldig met Gods Woord om te gaan en met veel respect. Met liefdevolle zorg en genade omgeeft de Heere God ons, leden van de Gemeente, het Lichaam van Christus, dagelijks. We mogen en kunnen altijd op Hem rekenen.
Ondanks hun falen en tekortkomingen kunnen wij soms nog wel wat leren van de nauwgezetheid van het volk Israël en het werk van de priesters en Levieten. En in Numeri 7 ging het alleen nog maar om de inwijding van het altaar. Het altaar als offerplaats dat zo’n prominente rol speelt heel de Bijbel door, omdat alles naar de toekomst wijst, naar Golgota waar het volmaakte offer werd gebracht. Er staat geen woord teveel in de Bijbel en we komen ook niks te kort. De Heere God ‘spreekt’ en wij lezen en luisteren en bestuderen en danken!
Bijbelmagazine