Staan in de waarheid

Staan in de waarheid

Het is een eerste vereiste dat als we de Bijbel lezen, we de waarheid erkennen en daar amen op zeggen. Dan wordt God de eer gegeven die Hem toekomt als de God van de waarheid. Wie niet in de waarheid staat, staat God tegen en wordt zo – misschien ongewild – een tegenstander, satan.

Als Paulus de geestelijke wapenrusting bespreekt in Efeze 6, is het eerste wat hij zegt: “Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid…” (vs. 14).
De waarheid omvat het gehele Woord van God, waarin Zijn plan is neergelegd. En God wil, "dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen" (1 Tim. 2:4). Dat is dus belangrijk in het leven van Gods kinderen, dat zij de waarheid van God leren kennen in volle omvang. Het woord ‘kennis’ is hier de vertaling van ‘epignosis’ en wijst op een volkomen kennis.
En dan gaat het er niet om dat wij alles wat wij in de Bijbel lezen onmiddellijk begrijpen. Daarvoor is ons verstand te beperkt. Nee, het is veel belangrijker onvoorwaardelijk aan te nemen, dat wat God zegt waar is. In Jesaja 65:16 lezen we over de "God van de waarheid". Hij is de Waarheid en Zijn Woord is de waarheid (vgl. Joh. 14:6 en 17:17).

Je vindt in het Oude Testament soms zulke prachtige illustraties van Bijbelse waarheden, zoals bijvoorbeeld in Nehemia 8. Als de schriftgeleerde en priester Ezra de woorden van God voorleest ten aanhoren van het volk, lezen we: "De oren van heel het volk waren gericht op het wetboek" (vs. 4). En in vers 7 staat: "En Ezra loofde de HEERE, de grote God, en heel het volk antwoordde, onder het opheffen van hun handen: Amen, amen! Zij knielden en bogen zich neer voor de HEERE met het gezicht ter aarde." Het volk onderwierp zich aan de waarheid! Vervolgens wordt het volk opgewekt vreugde te bedrijven, want de HEERE is hun toevlucht: "Toen ging al het volk weg om... grote vreugde te bedrijven, want zij hadden de woorden begrepen die men hun bekendgemaakt had" (vs. 13). Men boog voor de HEERE en Zijn waarheid, en zij gingen de wil van God verstaan. Dat blijkt later ook wel, want na vele eeuwen wordt eindelijk het Loofhuttenfeest weer eens gevierd, zoals de wet dat voorschreef... tot zeer grote vreugde van het volk.
Het is dus een eerste vereiste dat als we de Bijbel lezen, we de waarheid (er)kennen en daar amen op zeggen. Daarmee wordt God de eer gegeven die Hem toekomt als de God van de waarheid. Vervolgens zullen wij, door het Woord te lezen en te onderzoeken, de waarheid gaan verstaan. Dat is een (leer)proces.
En nog eens: de waarheid is niet alleen datgene wat waar is, maar omvat de gehele openbaring van God, neergelegd in het Oude en Nieuwe Testament.
Vanaf het boek Genesis openbaart God Zijn plan en maakt dat bekend aan de gelovigen, aan Adam, aan Noach, aan Abraham, aan Mozes, aan David, enzovoort. Steeds meer werd de waarheid ontvouwd. Toen de Heere Jezus Christus op aarde was, openbaarde Hij nog niet de "volle waarheid". Dat zou Hij na Zijn heengaan doen door de "Geest der waarheid" (vgl. Joh. 16:12, 13). Het boek Handelingen is daar o.a. een verslag van. Het laatste onderdeel van 'de waarheid' bleek een geheimenis te zijn, dat "door de eeuwen heen verborgen is geweest in God..." (Efe. 3:9). Deze waarheid heeft God door openbaring aan Paulus bekendgemaakt en via hem aan ons. Paulus stond in dienst van de Heer en van de Gemeente, zoals hij schrijft in Kolossenzen 1: "Daarvan ben ik een dienaar geworden, overeenkomstig de beheerstaak (of: bedeling – Grieks: oikonomia), die mij met het oog op u gegeven is om het Woord van God te vervullen..."
Het Griekse 'plèroosai' (vervullen) heeft hier de betekenis van: 'volledig maken', 'tot volheid brengen'. Het gaat hier feitelijk om een (laatste) aanvulling van de Godsopenbaring, zoals ook onmiddellijk blijkt uit het vervolg van deze zin: "...namelijk het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen" (vs. 25, 26).
Dus: het 'volledig' maken of tot 'volheid' brengen van het Woord van God heeft betrekking op de openbaring van het geheimenis. Daarmee was 'het Woord' oftewel 'de Waarheid' volledig bekendgemaakt.

Als onze lendenen dus omgord (moeten) zijn met de waarheid wil dat niet alleen zeggen dat wij waarachtig en oprecht wandelen voor Gods aangezicht, maar ook dat wij Gods plan (onder)kennen en weten wat het betekent om vandaag te leven in 'de uitdeling (Gr. oikonomia) van de genade van God' (Efe. 3:2) en de 'gemeenschap aan het geheimenis' (Efe. 3:9) te kennen!
In 2 Timotheüs 2:15 vermaant Paulus Timotheüs een beproefd arbeider te zijn, die "het Woord van de waarheid recht snijdt". Dit is belangrijk, opdat wij niet alleen zouden weten dát iets in de Bijbel staat, maar ook goed beseffen wáár het in de Bijbel staat. Juist met het oog op de openbaring van het geheimenis levert dat in de praktijk nogal eens moeilijkheden en verwarring op. In welke fase van Gods plan leven wij nu? Welke positie hebben wij ontvangen als leden van het Lichaam van Christus? Wat verwacht de Heere God van ons in het dagelijks leven? Anders gezegd: hoe gaan wij voort in de onderhouding van Zijn Woord? Allemaal belangrijke vragen, die een bijbels antwoord verdienen.

De Gemeente wordt in 1 Timotheüs 3:15 een "...zuil en fundament van de waarheid" genoemd. Wij geloven de waarheid niet alleen, maar dragen die ook uit. Daarmee onderscheiden wij ons fundamenteel van de wereld, waarin de leugengeest actief is. De duivel "staat niet in de waarheid", zegt de Heere Jezus in Johannes 8:44. Hij is de leugenaar van het begin af en de tegenstander van God. Ook in dat licht gezien is het een erezaak de waarheid hoog te houden! Satan doet er alles aan het Woord van God in diskrediet te brengen en gebruikt daarvoor mensen van vlees en bloed. Zelfs gelovigen kunnen zich als tegenstander van God manifesteren als zij de waarheid van God tegenstaan. Denk bijvoorbeeld aan Petrus.

Petrus als ´satan´
In Mattheüs 16 lezen we indrukwekkende en leerzame woorden. De Heere Jezus zegt tegen zijn discipelen dat Hij naar Jeruzalem moet gaan om daar te lijden en te sterven. En dan staat er: “En Petrus nam Hem apart en begon Hem te bestraffen; hij zei: God zij U genadig, Heere, dit zal beslist niet met U gebeuren! Maar Hij keerde Zich om en zei tegen Petrus: Ga weg achter Mij, satan! U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen” (vs. 22-23). Wat moet het afschuwelijk geweest zijn voor Petrus om dit te moeten horen. Weliswaar met alle fouten en tekortkomingen die mensen eigen is, was hij toch een toegewijde discipel van de Heer. Hij wilde het zelfs voor de Heere Jezus opnemen en desnoods met inzet van z´n eigen leven voorkomen dat er iets met zijn Meester zou gebeuren. Bewonderenswaardig in onze ogen. Precies: …in onze ogen…! Wij kijken gewoonlijk door onze eigen, menselijke bril naar de dingen van God en dat heeft het gevaar in zich dat we tot verkeerde gedachten komen. En die kan de satan prima gebruiken in zijn activiteiten. Petrus ontpopte zich hier als tegenstander van God (!) omdat hij niet bedacht was op de dingen van God. De Heere Jezus, de Messias, moest deze (lijdens)weg gaan om de verlossing tot stand te brengen volgens Gods plan. Had Petrus dit dan kunnen weten? Jazeker, want in de Schriften was dat al voorzegd. Later zou de Heere Jezus tegen twee andere discipelen zeggen: “O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben. Moest de Christus dit niet lijden om zo in Zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was” (Luk. 24:25-26). En Paulus schreef aan de Korinthiërs: “Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften” (1 Kor. 15:3 en 4).
De dingen van God bedenken, betekent dus: rekening houden met wat God in Zijn Woord heeft bekendgemaakt; kijken met geestelijke ogen die gericht zijn op Gods Woord. Doen we dat niet dan kan dat gemakkelijk leiden tot teleurstelling, verwarring, ja, zelfs tegenstand tegen God!
Daarom de bede van de Heere Jezus voor Zijn discipelen in de laatste nacht voor Zijn kruisiging: “Heilig hen door Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid” (Joh. 17:17). En daarom de eerder al genoemde vermaning van Paulus om het Woord van de waarheid recht te snijden. Dat wil zeggen: Bijbelgedeelten lezen in hun context, rekening houden met de verschillende fasen in Gods plan, enzovoort. Daar kan niet genoeg op gehamerd worden, want onkunde leidt tot dwaling en misleiding.
De satan is een meester in het verdraaien van de waarheid om daarmee zijn leugen te propageren en maakt graag gebruik van het gebrek aan kennis onder christenen. Dat hoort bij zijn werkwijze, zijn methode om te misleiden. Daarom is kennis van Gods Woord in het algemeen en van de ´gezonde leer´ in het bijzonder, zo belangrijk. De uitdrukking ‘gezonde leer’ komt alleen voor in de zgn. pastorale brieven van Paulus en wijst vooral op de leer omtrent het geheimenis en Gods bedoelingen in deze bedeling deze fase van Gods plan.
Laten wij de werken der duisternis ontmaskeren en ons aan de waarheid houden, zoals God die in Zijn Woord heeft geopenbaard. Daarmee eren wij Hem en wandelen wij naar Zijn wil.
Laat in ons hart de bede mogen zijn van David: "Leer mij, HEERE, Uw weg, ik zal in Uw waarheid wandelen, maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen" (Ps. 86:11).

Als Paulus de geestelijke wapenrusting bespreekt in Efeze 6, is het eerste wat hij zegt: “Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid…” (vs. 14).

De waarheid omvat het gehele Woord van God, waarin Zijn plan is neergelegd. En God wil, "dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen" (1 Tim. 2:4). Dat is dus belangrijk in het leven van Gods kinderen, dat zij de waarheid van God leren kennen in volle omvang. Het woord ‘kennis’ is hier de vertaling van ‘epignosis’ en wijst op een volkomen kennis.

En dan gaat het er niet om dat wij alles wat wij in de Bijbel lezen onmiddellijk begrijpen. Daarvoor is ons verstand te beperkt. Nee, het is veel belangrijker onvoorwaardelijk aan te nemen, dat wat God zegt waar is. In Jesaja 65:16 lezen we over de "God van de waarheid". Hij is de Waarheid en Zijn Woord is de waarheid (vgl. Joh. 14:6 en 17:17).

 

Je vindt in het Oude Testament soms zulke prachtige illustraties van Bijbelse waarheden, zoals bijvoorbeeld in Nehemia 8. Als de schriftgeleerde en priester Ezra de woorden van God voorleest ten aanhoren van het volk, lezen we: "De oren van heel het volk waren gericht op het wetboek" (vs. 4). En in vers 7 staat: "En Ezra loofde de HEERE, de grote God, en heel het volk antwoordde, onder het opheffen van hun handen: Amen, amen! Zij knielden en bogen zich neer voor de HEERE met het gezicht ter aarde." Het volk onderwierp zich aan de waarheid! Vervolgens wordt het volk opgewekt vreugde te bedrijven, want de HEERE is hun toevlucht: "Toen ging al het volk weg om... grote vreugde te bedrijven, want zij hadden de woorden begrepen die men hun bekendgemaakt had" (vs. 13). Men boog voor de HEERE en Zijn waarheid, en zij gingen de wil van God verstaan. Dat blijkt later ook wel, want na vele eeuwen wordt eindelijk het Loofhuttenfeest weer eens gevierd, zoals de wet dat voorschreef... tot zeer grote vreugde van het volk.

Het is dus een eerste vereiste dat als we de Bijbel lezen, we de waarheid (er)kennen en daar amen op zeggen. Daarmee wordt God de eer gegeven die Hem toekomt als de God van de waarheid. Vervolgens zullen wij, door het Woord te lezen en te onderzoeken, de waarheid gaan verstaan. Dat is een (leer)proces.

En nog eens: de waarheid is niet alleen datgene wat waar is, maar omvat de gehele openbaring van God, neergelegd in het Oude en Nieuwe Testament.

Vanaf het boek Genesis openbaart God Zijn plan en maakt dat bekend aan de gelovigen, aan Adam, aan Noach, aan Abraham, aan Mozes, aan David, enzovoort. Steeds meer werd de waarheid ontvouwd. Toen de Heere Jezus Christus op aarde was, openbaarde Hij nog niet de "volle waarheid". Dat zou Hij na Zijn heengaan doen door de "Geest der waarheid"  (vgl. Joh. 16:12, 13). Het boek Handelingen is daar o.a. een verslag van. Het laatste onderdeel van 'de waarheid' bleek een geheimenis te zijn, dat "door de eeuwen heen verborgen is geweest in God..." (Efe. 3:9). Deze waarheid heeft God door openbaring aan Paulus bekendgemaakt en via hem aan ons. Paulus stond in dienst van de Heer en van de Gemeente, zoals hij schrijft in Kolossenzen 1: "Daarvan ben ik een dienaar geworden, overeenkomstig de beheerstaak (of: bedeling – Grieks: oikonomia), die mij met het oog op u gegeven is om het Woord van God te vervullen..."

Het Griekse 'plèroosai' (vervullen) heeft hier de betekenis van: 'volledig maken', 'tot volheid brengen'. Het gaat hier feitelijk om een (laatste) aanvulling van de Godsopenbaring, zoals ook onmiddellijk blijkt uit het vervolg van deze zin: "...namelijk het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen" (vs. 25, 26).

Dus: het 'volledig' maken of  tot 'volheid' brengen van het Woord van God heeft betrekking op de openbaring van het geheimenis. Daarmee was 'het Woord' oftewel 'de Waarheid' volledig bekendgemaakt. 

 

Als onze lendenen dus omgord (moeten) zijn met de waarheid wil dat niet alleen zeggen dat wij waarachtig en oprecht wandelen voor Gods aangezicht, maar ook dat wij Gods plan (onder)kennen en weten wat het betekent om vandaag te leven in 'de uitdeling (Gr. oikonomia) van de genade van God' (Efe. 3:2) en de 'gemeenschap aan het geheimenis' (Efe. 3:9) te kennen!

In 2 Timotheüs 2:15 vermaant Paulus Timotheüs een beproefd arbeider te zijn, die "het Woord van de waarheid recht snijdt". Dit is belangrijk, opdat wij niet alleen zouden weten dát iets in de Bijbel staat, maar ook goed beseffen wáár het in de Bijbel staat. Juist met het oog op de openbaring van het geheimenis levert dat in de praktijk nogal eens moeilijkheden en verwarring op. In welke fase van Gods plan leven wij nu? Welke positie hebben wij ontvangen als leden van het Lichaam van Christus? Wat verwacht de Heere God van ons in het dagelijks leven? Anders gezegd: hoe gaan wij voort in de onderhouding van Zijn Woord? Allemaal belangrijke vragen, die een bijbels antwoord verdienen.

 

De Gemeente wordt in 1 Timotheüs 3:15 een "...zuil en fundament van de waarheid" genoemd. Wij geloven de waarheid niet alleen, maar dragen die ook uit. Daarmee onderscheiden wij ons fundamenteel van de wereld, waarin de leugengeest actief is. De duivel "staat niet in de waarheid", zegt de Heere Jezus in Johannes 8:44. Hij is de leugenaar van het begin af en de tegenstander van God. Ook in dat licht gezien is het een erezaak de waarheid hoog te houden! Satan doet er alles aan het Woord van God in diskrediet te brengen en gebruikt daarvoor mensen van vlees en bloed. Zelfs gelovigen kunnen zich als tegenstander van God manifesteren als zij de waarheid van God tegenstaan. Denk bijvoorbeeld aan Petrus.

 

Petrus als ´satan´

In Mattheüs 16 lezen we indrukwekkende en leerzame woorden. De Heere Jezus zegt tegen zijn discipelen dat Hij naar Jeruzalem moet gaan om daar te lijden en te sterven. En dan staat er: “En Petrus nam Hem apart en begon Hem te bestraffen; hij zei: God zij U genadig, Heere, dit zal beslist niet met U gebeuren! Maar Hij keerde Zich om en zei tegen Petrus: Ga weg achter Mij, satan! U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen” (vs. 22-23). Wat moet het afschuwelijk geweest zijn voor Petrus om dit te moeten horen. Weliswaar met alle fouten en tekortkomingen die mensen eigen is, was hij toch een toegewijde discipel van de Heer. Hij wilde het zelfs voor de Heere Jezus opnemen en desnoods met inzet van z´n eigen leven voorkomen dat er iets met zijn Meester zou gebeuren. Bewonderenswaardig in onze ogen. Precies: …in onze ogen…! Wij kijken gewoonlijk door onze eigen, menselijke bril naar de dingen van God en dat heeft het gevaar in zich dat we tot verkeerde gedachten komen. En die kan de satan prima gebruiken in zijn activiteiten. Petrus ontpopte zich hier als tegenstander van God (!) omdat hij niet bedacht was op de dingen van God. De Heere Jezus, de Messias, moest deze (lijdens)weg gaan om de verlossing tot stand te brengen volgens Gods plan. Had Petrus dit dan kunnen weten? Jazeker, want in de Schriften was dat al voorzegd. Later zou de Heere Jezus tegen twee andere discipelen zeggen: “O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben. Moest de Christus dit niet lijden om zo in Zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was” (Luk. 24:25-26). En Paulus schreef aan de Korinthiërs: “Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften” (1 Kor. 15:3 en 4).

De dingen van God bedenken, betekent dus: rekening houden met wat God in Zijn Woord heeft bekendgemaakt; kijken met geestelijke ogen die gericht zijn op Gods Woord. Doen we dat niet dan kan dat gemakkelijk leiden tot teleurstelling, verwarring, ja, zelfs tegenstand tegen God!

Daarom de bede van de Heere Jezus voor Zijn discipelen in de laatste nacht voor Zijn kruisiging: “Heilig hen door Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid” (Joh. 17:17). En daarom de eerder al genoemde vermaning van Paulus om het Woord van de waarheid recht te snijden. Dat wil zeggen: Bijbelgedeelten lezen in hun context, rekening houden met de verschillende fasen in Gods plan, enzovoort. Daar kan niet genoeg op gehamerd worden, want onkunde leidt tot dwaling en misleiding.

De satan is een meester in het verdraaien van de waarheid om daarmee zijn leugen te propageren en maakt graag gebruik van het gebrek aan kennis onder christenen. Dat hoort bij zijn werkwijze, zijn methode om te misleiden. Daarom is kennis van Gods Woord in het algemeen en van de ´gezonde leer´ in het bijzonder, zo belangrijk. De uitdrukking ‘gezonde leer’ komt alleen voor in de zgn. pastorale brieven van Paulus en wijst vooral op de leer omtrent het geheimenis en Gods bedoelingen in deze bedeling deze fase van Gods plan.

Laten wij de werken der duisternis ontmaskeren en ons aan de waarheid houden, zoals God die in Zijn Woord heeft geopenbaard. Daarmee eren wij Hem en wandelen wij naar Zijn wil.

Laat in ons hart de bede mogen zijn van David: "Leer mij, HEERE, Uw weg, ik zal in Uw waarheid wandelen, maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen" (Ps. 86:11).

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Het Wonder van het Licht

De wetenschap zegt dat licht de zichtbare en maakbare vorm van elektromagnetische straling is. Het ontstaat uit atomen die een aanzienlijke hoeveelheid energie bevatten. Wanneer deze atomen hun energie afgeven, stralen ze licht uit.

In dit Bijbelstudieboekje willen we ons echter niet zozeer richten op het natuurverschijnsel 'licht'. Daarover is al veel geschreven. In plaats daarvan gaan we dieper in op de overdrachtelijke betekenis van het geestelijk licht. Centraal staan daarbij de woorden van de Heiland Zelf, Die in Johannes 8:12 zegt: "Ik ben het Licht van de wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben".

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Het Wonder van het Licht'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''