Waar is het Lam ten brandoffer?

Waar is het Lam ten brandoffer?

Eén van de indrukwekkendste momenten uit de Bijbelse geschiedenis: het offer van Izak door Abraham. Een vader die op hogere leeftijd een zoon krijgt en dan na verloop van tijd bereid is te gehoorzamen aan de opdracht van de Heer om deze zoon te offeren...

Deze geschiedenis staat in Genesis 22, dat begint met: "En het gebeurde na deze dingen dat God Abraham op de proef stelde". Dit 'op de proef stellen' heeft de betekenis van testen en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt in Exodus 15:26 en 16:4 waar de HEERE Zijn volk Israël 'testte'. In Exodus 17:2 en 7 wordt de HEERE juist door het volk op de proef gesteld! Hier, in Genesis 22, komt dit woord voor de eerste maal voor in de Bijbel. Daarom vinden we hier de basis van de betekenis en het gebruik van dit woord: ten diepste heeft dit woord met opoffering te maken.

Vanuit het Nieuwe Testament weten we: "God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan" (1 Kor. 10:13b). Dat mogen we 'meenemen' bij het lezen van Genesis 22.

De opbouw van de beschrijving is als volgt:

a. Gen. 21:33 - Berseba (= bron/put van de eed/zeven)

      b. Gen. 22:1-12 - Abrahams vertrouwen op God op de proef gesteld

             c. vs. 13 en 14 - de Heer voorziet in een plaatsvervangend offer

      b. vs. 15-18 - de zegen aan Abraham vanwege zijn vertrouwen op God

a. vs. 19 - Berseba

De gehoorzaamheid van Abraham
Wanneer we deze geschiedenis doornemen, worden we getroffen door de volkomen gehoorzaamheid van Abraham aan de Heere en het volledig vertrouwen op Zijn Woord.
In vers 1 wordt Abraham bij zijn naam geroepen door de Heere, wat door Abraham simpelweg (en letterlijk) door de woorden 'Zie, ik' of 'Zie mij' wordt beantwoord (dit gebeurt later nog eens in vs. 11; vgl. ook nog vs. 7).
En dan komt die opdracht: "Neem toch uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een van de bergen die Ik u noemen zal" (vs. 2).
Waar velen dan gaan filosoferen over hoe Abraham vol onbegrip en ongeloof met deze vraag worstelde; en waar men een Abraham verwacht die 's nachts op zijn bed lag te woelen, de slaap niet kon vatten en uiteindelijk maar naar buiten liep en het uitschreeuwde tegen God: 'Waarom?'; daar is er die volkomen gehoorzaamheid: "Toen stond Abraham 's morgens vroeg op (…) en ging naar de plaats die God hem genoemd had" (vs. 3). Er wordt helemaal niets gezegd over zijn gevoelens.
Wel is er Abrahams grenzeloze vertrouwen op de goede afloop van de zaak, wat blijkt uit de woorden tot zijn knechten: "Blijven jullie hier met de ezel, dan zullen ik en de jongen daarheen gaan. Als wij ons neergebogen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren". Zij gingen "beiden samen" (vs. 6b en 8b) en zouden beiden terugkeren.

Het offer van Abraham
Je ziet ze gaan. Samen de berg op om te doen wat de Heere wilde. Er wordt niet gezegd hoe oud Izak geweest is. Het woord 'jongen' (vs. 5) geeft ons niet echt uitsluitsel. Wel krijgen we een idee. Behalve met 'jongen' wordt het oorspronkelijke woord ook vertaald met 'knecht'; dat is bijvoorbeeld het geval in vers 3. In Genesis 37:2 wordt de dan 17-jarige Jozef er mee aangeduid ("een jonge man"). In Exodus 2:6 gaat het om Mozes als "jongetje" van 3 maanden. In Exodus 33:11 wordt Jozua omschreven als "jonge man"; Bullinger geeft aan dat Jozua in Exodus 17:9 e.v. al 53 jaar oud was! Al met al kan wat het woord ‘jongen’ betreft de leeftijd zich uitstrekken van zeer jong (ca. 3 maanden) tot wel 53 jaar. Bullinger zegt in zijn chronologie van de Bijbelse geschiedenis dat Izak 33 jaar oud geweest moet zijn, toen hij geofferd moest worden. Daarmee zou deze geschiedenis perfect wijzen op het offer van de Heere Jezus, Die ook op 33-jarige leeftijd Zijn leven gaf.
Hoe het ook zij, Izak kon in elk geval 'logische' vragen stellen (zie vs. 7); anderzijds was zijn vader in staat hem op het altaar te leggen (vs. 9).

Op de plaats aangekomen die God hem genoemd had, bouwde Abraham zijn altaar. Dit was het vierde altaar dat hij in zijn leven voor de Heere bouwde; de eerste drie bouwde hij toen hij nog ‘Abram’ heette.
Abrahams gehoorzaamheid aan de Heere mondde uit in dat moment waarop hij Izak op het altaar legde en hij het mes nam om zijn zoon te slachten. Zo ver ging Abraham! Ook hier kunnen er allerlei vragen opkomen, maar blijkbaar doen ze er niet toe. We worden slechts geconfronteerd met één groot getuigenis dat door vader en zoon gegeven werd. Alles wat Abraham had, zijn enige zoon, die hij liefhad (vs. 1) legde hij op het altaar.
En dan - net op tijd - klinkt daar van de hemel: "Abraham, Abraham!" (vs. 11). "En hij zei: Zie mij". Even vanzelfsprekend als Abraham de Heere antwoordt bij de eerste keer dat Hij hem roept (vs. 1), klinkt het ook hier: "Zie mij".
Dan volgen de woorden waarin we als het ware de uitslag vinden van de proef: "Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden" (vs. 12). Abraham had de proef doorstaan.

Een geschiedenis met een dubbele bodem
Natuurlijk gaat het in deze geschiedenis niet zomaar om een test van Abrahams geloof. En zeker moet er niet gedacht worden dat God op dezelfde wijze in onze tijd mensen op de proef stelt.
Nee, het wijst allemaal naar een andere geschiedenis. Het is niet moeilijk om in de gang die Abraham en Izak maken naar Moria, de weg van Vader en Zoon te zien op weg naar Golgotha. Veel gelovigen herkennen dit beeld in deze geschiedenis.
Toch is dit niet het hele 'verhaal'! Want het beeld dat in Genesis 22 geschetst wordt, zou dan stoppen op het moment dat de Engel des HEEREN vanuit de hemel roept en Abraham belet verder te gaan met de opoffering van zijn zoon.
We zouden ons moeten afvragen wie of wat Izak was! Izak was Abrahams nageslacht. Genesis 21:12b zegt: "... Izak zal uw nageslacht genoemd worden" (vgl. ook Jes. 41:8 en 51:2; Joh. 8:33 en 37; Rom. 9:7 en Hebr. 2:10-17; in dit laatste Bijbelgedeelte staan in totaal zeven omschrijvingen van dit nageslacht!).

Het plaatsvervangende offer
Op het moment dat duidelijk is, dat Izak moest sterven - anders gezegd: op het moment dat het nageslacht van Abraham moest sterven - is er een plaatsvervangend offer! En dáár gaat het om in Genesis 22: het plaatsvervangende offer.
Toen Abrahams geloof tot het uiterste beproefd was, sloeg hij "zijn ogen op en keek om, en zie, achter hem zat een ram met zijn horens verstrikt in het struikgewas. En Abraham ging erheen, nam die ram en offerde hem als brandoffer in de plaats van zijn zoon" (vs. 13).
Zo is er in de vervulling van dit alles sprake van een wonderlijke samenloop: het ene Nageslacht van Abraham (vgl. Gal. 3:16) sterft in plaats van het andere nageslacht van Abraham!

Izak is wat hij is: nageslacht van Abraham; en daarmee een beeld van Abrahams nageslacht (het volk Israël) en in tweede instantie van de mensheid in het algemeen. De ram werd plaatsvervangend geofferd, zoals de Heere Jezus Zijn leven in totale vernedering overgaf om te worden gekruisigd voor het volk Israël en op het tweede plan voor de mens in het algemeen (vgl. 1 Joh. 2:2; en in 1 Tim. 2:6 staat letterlijk: een in plaats van losprijs ten behoeve van allen).

Naar aanleiding van de geschiedenis in Genesis 22 kan de vraag 'Hoe kan een God van liefde nu zo'n offer van een mens vragen' opkomen. Er is maar één antwoord op te geven: Hij vroeg dit offer juist niet van Abraham, maar zorgde Zelf voor een plaatsvervangend offer. Wanneer u als lezer zich nog niet het eigendom weet van God, dan moet u één ding weten: God gaf Zijn eniggeboren Zoon om in uw plaats te sterven. Het offer is gebracht door een Ander. Hebt u God daar al voor gedankt?

Het hout, het vuur en het mes
Behalve het beeld van 'vader en zoon' die beiden samen gingen, is er meer in Genesis 22 dat een typologische betekenis heeft. In vers 6 staat: "Daarop nam Abraham het hout voor het brandoffer en legde dat op zijn zoon Izak, Hijzelf nam het vuur en het mes in zijn hand".

Het hout staat voor vervloeking. Het duidelijkst komt dit naar voren in een tekst als Galaten 3:13, waar staat: "Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt".

Het vuur staat in verband met oordeel. 'Mooie' liederen met teksten als 'doop mij met vuur' ten spijt, is de doop met vuur iets wat je beter niet kunt wensen, laat staan dat je de Heere erom bidt. In Mattheüs 3:11 zegt Johannes de Doper tot het volk: "Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt (...) Hij zal u dopen met de heilige geest en met vuur". Over dit vuur ging het al in vers 10. In vers 12 komt er meer uitleg: "… Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden". In 1 Korinthe 3:13 en 15 wordt het vuur ook in verband met oordeel gebracht, evenals trouwens in bijvoorbeeld 1 Petrus 1:7 en 2 Petrus 3:12.

Tot slot gaat het in dit hoofdstuk over een mes; dit is een beeld van de dood. Zeker in het geval van Abraham en Izak werd het mes meegenomen, slechts om daarmee het vonnis van het oordeel te voltrekken: de dood (Gen. 22:10).

De derde dag
Een ander symbool zien we in de woorden van vers 4: "Op de derde dag sloeg Abraham zijn ogen op, en hij zag die plaats in de verte" (het 'opslaan van de ogen' in vers 4 en vers 13 verbindt deze derde dag met het plaatsvervangende offer van de ram). De derde dag in de Bijbel is de dag van de opstanding (van Christus). In tal van Oudtestamentische gebeurtenissen komt de derde dag naar voren als beeld daarvan en van alle zegenrijke gevolgen daarvan. Dat begint al op de eerste bladzijde van de Bijbel! Toen de Heere de wereld formeerde tot een (weer) bewoonbare plek voor de mens, deed Hij op de derde dag de wateren samenvloeien en het droge tevoorschijn komen. Tot dat moment was de aardbodem bedekt onder een grote watervloed. Maar vanuit het water deed de Heere het land herrijzen. Maar dat niet alleen. Op de derde dag deed Hij de aarde bovendien jong groen voortbrengen. Nieuw leven, weliswaar plantaardig, maar toch. Zo begint Gods Woord met een getuigenis van opstanding en nieuw leven.

Op de derde dag zag Abraham de plek waar het allemaal gebeuren moest; het ligt voor de hand dat alles ook werkelijk op die dag gebeurde. Op deze derde dag werd Izak "als het ware" (letterlijk: in een gelijkenis) uit de doden teruggegeven (Hebr. 11:18b en 19).

Abrahams onvoorwaardelijke vertrouwen in Gods Woord
In Hebreeën 11:17-19 staat: "Door het geloof heeft Abraham, toen hij door God op de proef gesteld werd, Izak geofferd. En hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd. Tegen hem was gezegd: Dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. Hij overlegde bij zichzelf dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken. En hij kreeg hem als het ware daaruit ook terug". Hoezeer blijkt hier Abrahams geloof! Hij overlegde bij zichzelf: als God mij door Izak nageslacht heeft beloofd en ik hem nu moet offeren, dan is er maar één mogelijkheid: dan zal Hij hem weer uit de doden moeten opwekken!
Hierin speelt ook mee dat de plaats waar Abraham naartoe moest een veel, zo niet: alles zeggende naam had: Moria (vs. 2).
We moeten ons realiseren dat Abraham deze naam hoorde in dezelfde taal die hij sprak. Daarmee moet hij meteen de betekenis van die naam begrepen hebben: voorzien zal de HEERE. Hij was - samen met Izak - onderweg naar de plaats waar de HEERE zou voorzien. En als Izak vraagt: "Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?" (vs. 7), dan geeft Abraham geen ontwijkend antwoord, maar zegt hij geheel in overeenstemming met zijn hoop en vertrouwen: "God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon" (vs. 8).
Abraham vertrouwde in alles God op Zijn Woord, Die dit in vers 18 ook bevestigde: "... omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent".

Moria
Nadat Abraham de plaatsvervangende ram ten brandoffer heeft geofferd, geeft hij "die plaats de naam: De HEERE zal erin voorzien (...) Op de berg van de HEERE zal erin voorzien worden" (vs. 14). Het land Moria met zijn bergen is niet zomaar een toevallige plek, die door de Heere wordt aangewezen. We komen deze naam tweemaal tegen in de Bijbel. Hier in Genesis 22, maar ook in 2 Kronieken 3:1, waar we lezen: "Toen begon Salomo het huis van de HEERE te bouwen, in Jeruzalem, op de berg Moria, waar de HEERE aan Zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bepaald had, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet". Het was de plaats die God Zich verkozen had om daar te midden van Zijn volk te wonen. De plaats waar ongeveer 1000 jaar lang de tempel zou staan, was de plaats waar Izak geofferd moest worden. En daar, in de tempel, zouden in de loop der jaren, vele offers gebracht worden als beeld van dat ene offer dat uiteindelijk gebracht werd in de Heere Jezus Christus. Ook dat offer vond plaats in het land Moria, bij Jeruzalem ...

Waar is het Lam ten brandoffer?
We hebben in de titel het woord 'lam' met een hoofdletter afgedrukt. Want natuurlijk gaat het uiteindelijk allemaal om dat ene Lam, de Heere Jezus Christus. Toen Johannes de doper Hem zag, sprak hij die monumentale woorden - eigenlijk het antwoord op Izaks vraag: "Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!" (Joh. 1:29; vergelijk de beginwoorden met "en zie" in Gen. 22:13!).
Daar waar dit Lam Zijn leven gaf, daar werd voorzien door de Heere. Op basis van dat offer kunnen we nu met Paulus zeggen: "... mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus" (Fil. 4:19).

Meer hierover lezen? Kijk op everread.nl en zoek op: Abraham.

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Psalm 23

Het KIND en de kinderen

"Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen" (Psalm 103:13).

In de inleiding schrijft de auteur: 'Bijbelse woorden zijn zuiver. Ze komen van God, Die heilig is. Ze vertellen geen leugens, ze zijn waar en betrouwbaar. Zijn Woord is door Zijn Geest op doordachte wijze tot zinnen gevormd. Aan de formulering is veel aandacht besteed. Het is Zijn goddelijke manier van 'zeggen' om tot ons hart te spreken'.
Vanuit deze overtuiging is dit boekje geschreven. Het bevat een boeiende en verrassende woordstudie over het woord 'kind' in met name het Nieuwe Testament. Maar behalve dat is dit boekje ook een handleiding van hoe je Bijbelstudie kunt doen. De schrijfster geeft de lezer of lezeres een kijkje in haar overwegingen en - als het ware hardop denkend - neemt zij hem of haar mee op de weg naar het resultaat van haar onderzoek.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Belangrijke Bijbelwoorden

Geloof - gerechtigheid - genade - uitverkiezing - verzegeling

Er zijn veel bekende woorden in de Bijbel die vaak door gelovigen worden gebruikt. Voor dit boekje hebben we er vijf uitgekozen: geloof, gerechtigheid, genade, uitverkiezing en verzegeling. Wat voor betekenis hebben ze in de Bijbel en welke plaats hebben ze in onze persoonlijke relatie met God?

In elk van de vijf hoofdstukken in dit boekje wordt één van deze onderwerpen bestudeerd. De lessen die ze ons leren, hebben onderling met elkaar te maken en draaien om een schitterend middelpunt: de genade van God. Het zicht op de werking van Gods genade in je leven - in je redding, in je praktische leven nu en in je hoop op de toekomst - doet je groeien in het begrip van Wie God voor je is.

Bekijk hier de inhoudsopgave

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Twaalf unieke gelijkenissen

Er staan in het Lukasevangelie twaalf gelijkenissen die niet in de andere evangeliën voorkomen. Daaronder bevinden zich bekende gelijkenissen, zoals die over de verloren zoon en die over de rijke man en de arme Lazarus. En wie kent het verhaal over de barmhartige Samaritaan niet?

In dit boek gaat de schrijver in op deze twaalf gelijkenissen.

Het Griekse woord dat met 'gelijkenis' is vertaald, duidt op iets dat ergens naast geworpen wordt. Enerzijds is er de werkelijkheid, anderzijds is er een verhaal dat de Here Jezus er als het ware naast legt. Met dat verhaal geeft Hij licht op de werkelijkheid. Desondanks zijn gelijkenissen soms maar moeilijk te begrijpen. Zelfs de discipelen van de Here Jezus hadden in sommige gevallen moeite om Zijn onderwijs in deze vorm te verstaan.

Daarom is het des te mooier om met dit boek in de hand weer eens bij deze gelijkenissen en hun schoonheid bepaald te worden.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen