Ik was blind, maar nu kan ik zien!

Ik was blind, maar nu kan ik zien!

De geschiedenis van de blindgeborene in Johannes 9 spreekt van Gods grote liefde en genade.

Omdat het Johannesevangelie geschreven is door één van de apostelen voor de besnijdenis (Gal. 2:9), moeten we de boodschap in dit evangelie vooral opvatten als een boodschap voor het Joodse volk. Daarnaast kunnen er ook algemene lessen getrokken worden uit de wondertekenen die er in vermeld worden en dit geldt ook zeker voor dat wat we lezen met betrekking tot de blindgeborene.
Het is overigens het beste dat u - voor u verdergaat met dit artikel - eerst Johannes 9 in uw Bijbel leest.

Inleiding

Johannes 9 zit als het ware opgesloten tussen de woorden van de Here Jezus dat Hij het Licht der wereld is (Joh. 8:12) en Johannes 10 waar het gaat over de goede Herder en de Deur der schapen. Johannes 10 is onlosmakelijk verbonden aan het teken van de blindgeborene, want de beschrijving van wat er allemaal gebeurde naar aanleiding van het ziende worden van de blindgeborene, gaat immers gewoon door in dat hoofdstuk! Het luisteren naar de stem van de Herder is hetzelfde als het ziende worden, ofwel het vrij worden van zonde. De schapen zijn een beeld van het volk Israël, zowel de schapen van Juda (het twee-stammenrijk) die voornamelijk in het land waren ten tijde van de Here Jezus, als de 'andere' schapen, die "niet van deze stal zijn". De Heer zegt: "Ook die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder" (Joh. 10:16; vgl. Ezech. 34:23).
Toen de Here Zijn woorden met betrekking tot de Deur en de Herder beëindigde, zeiden sommigen: "Dit zijn geen woorden voor een bezetene, een boze geest kan toch de ogen van blinden niet openen?" (Joh. 10:21). Met deze woorden wordt het hele gebeuren met betrekking tot het teken aan de blindgeborene afgerond.

Een fundamenteel probleem

Uit Johannes 9:39-41 wordt duidelijk dat de blindheid van de blindgeborene een beeld is van de zondenatuur waarmee de mens wordt geboren. Hoewel niet met die bedoeling wordt dit door de Farizeeën min of meer bevestigd: in vers 1 staat dat de man "sedert (letterlijk: vanuit) zijn geboorte blind was" en in vers 34 zeggen de Farizeeën: "Gij zijt geheel in zonden geboren ..."
De uitdrukking "vanuit zijn geboorte" (vs. 1) is overigens uniek. Dit vers is het enige Bijbelvers waar deze uitdrukking staat en het bepaalt ons bij het structurele probleem van de zonde. Bij de blindgeborene wordt duidelijk dat diens blindheid niet zozeer met zijn zondigen te maken heeft, zoals bij de man die niet lopen kon (vgl. Joh. 5:14).
De discipelen proberen die verbinding tussen zondigen en de blindheid van de man nog wel te leggen: "Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?" (vs. 2). 'Nee', zegt de Here als het ware, 'daar ligt de fout niet' (vgl. vs. 3).
Deze blindheid (lees: de zondenatuur) heeft niets te maken met het zondigen door de mens (waar hij nog enige invloed op heeft), maar met de zondenatuur waarmee de mens geboren wordt. Via Adam is de zonde de wereld binnengekomen (Rom. 5:12) en sindsdien wordt elk mens met de zondenatuur geboren worden! Daar kun je niets aan doen; daar heb je geen invloed op.
En voor zo'n fundamenteel probleem is er maar Eén Die daar de fundamentele oplossing voor kan geven. En daarom zien we in deze geschiedenis dat Christus allerlei dingen doet, waar de blinde - zo lijkt het tenminste - niet echt om gevraagd heeft.

In vers 1 staat dat Híj een man zag, die sedert zijn geboorte blind was. Christus heeft oog voor de verloren mens in wie de werken Gods openbaar moeten worden (vs. 3). Trouwens: vers 1 heeft het letterlijk niet over een man, maar over een mens, die blind was!
Vervolgens vraagt de Here Jezus niet eens of de man gezond (ziende) wil worden! Het initiatief gaat van God uit; de Heer gaat hem 'gewoon' genezen. En ook bij deze genezing gaat het van Hem uit.

'Bevestiging' van het structurele zondeprobleem

"Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen ..." (Joh. 9:6). Wat hier gebeurt, mag natuurlijk opmerkelijk genoemd worden. De Here had door één machtswoord deze man kunnen genezen. Toch vindt het wonder van genezing op een geheel andere manier plaats, die vol is van betekenis! De Here spuugt op de grond. Spugen is een teken van verachting. Dat is in onze dagen zo, dat was in Bijbelse tijden ook zo. In Jesaja 50:6 lezen we bijvoorbeeld: "Mijn rug heb Ik gegeven aan wie sloegen, en Mijn wangen aan wie Mij de baard uittrokken; Mijn gelaat heb Ik niet verborgen voor smadelijk speeksel". Deze woorden worden door Jesaja gesproken aangaande de Knecht des HEREN. Het zijn profetische uitspraken met betrekking tot dat wat er met de Here zou gebeuren. We zien hun vervulling dan ook tijdens het moment van bespotting door de soldaten, kort voor de kruisiging. De soldaten trokken Hem de klederen uit en deden Hem een scharlaken mantel om; ze zetten een doornenkroon op Zijn hoofd en gaven een riet in Zijn hand. Ze zeiden spottend: "Wees gegroet, Gij Koning der Joden! En zij spuwden naar Hem ..." (Matt. 27:28-30a).
Het spugen spreekt van verachting, dat is wel duidelijk.

Bij de blindgeborene spuwt de Here hem niet in het gezicht, maar op de grond. Het komt overigens uiteindelijk wel terecht op het gezicht van de man, maar eerst gebeurt er nog iets anders mee. De Here vermengt Zijn speeksel met het stof der aarde en maakt er slijk van. Het stof der aarde zegt iets van de mens.
Nadat Adam in de hof van Eden gegeten heeft van de vrucht, waardoor zijn positie en die van de mens in het algemeen ten opzichte van God totaal veranderde, zegt de Here: "Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem (Hebreeuws: adamah) om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem (adamah) wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren" (Gen. 3:17-19).
Het stof waaruit Adam genomen was, wijst op de vernederde toestand van de natuurlijke mens. Op die aardbodem spuwde de Here en met het stof van die aardbodem ontstond er slijk. Een 'dubbele' bevestiging van wat de mens in wezen is.
Dat slijk legt de Heer op de plek waar het probleem bij de blindgeborene zat: zijn ogen (hier dus een beeld van de zonde).

De Here geeft redding in deze uitzichtsloze situatie

Aan het einde van Johannes 8 zien we dat de Heer de tempel verliet. En buiten de plaats die oorspronkelijk aan de Here geheiligd was, zag Hij de mens zitten (Joh. 9:1).
En die mens zat daar - waarschijnlijk niet al te ver van de tempel af - in volslagen duisternis. En dan hoort hij opeens dat ze het over hém hebben: "Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is" (vs. 2). Misschien heeft hij wel gedacht: 'Maar ik héb helemaal niet gezondigd, ik ben zo geboren!'. Iemand geeft antwoord op de vraag van Zijn metgezellen en dan hoort hij spugen. Hij hoort wat geveeg en gesmeer en opeens krijgt hij een prutje van slijk op zijn niets ziende ogen gesmeerd en dan hoort hij die Mens weer wat zeggen: "Ga heen, was u in het badwater Siloam" (vs. 7). De Heer zegt er niet eens bij dat hij weer ziende zou worden. Dat stond wat God betreft al vast!
In dit alles klinkt iets door van de totale ontreddering waarin de mens van nature zit. De blindgeborene moest alles maar aan zich laten geworden. Hem werd slijk op zijn ogen gesmeerd; hij zag die hand met slijk niet aankomen. En als dan gezegd wordt: 'Ga je wassen', dan gaat hij maar. Wat moest hij anders?
In deze situatie van ontreddering kan er alleen nog maar redding zijn uit geloof in en gehoorzaamheid aan het Woord van de Mens, Die met hem spreekt. De blinde doet wat hem gezegd wordt; hoewel hij ook daarna nog niet veel snapt van wat hem overkomen is.
Maar hij komt ziende terug. En wat een triomfantelijkheid klinkt er door in zijn woorden, want op de vraag "Hoe zijn dan uw ogen geopend", zegt hij: "De Mens, Die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zeide tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende" (vs. 10 en 11).

We snappen Gods genade niet meteen!

Zoals gezegd: hij heeft nog geen goed besef van wat er precies gebeurd is. Later zegt hij zelfs over de Heer: "Of Hij een zondaar is, weet ik niet; één ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan" (vs. 25). En nog weer later - als hij als iemand die zien kan tegenover de Heer staat, Die hij tot op dat moment nog nooit gezien had! - zegt hij: "En Wie is Hij, Here, dat ik in Hem moge geloven?" (vs. 36). En dan antwoordt de Heer: "Gij hebt Hem niet slechts gezien, maar Die met u spreekt, Die is het" (vs. 37).
Wanneer we nadenken over de werking van Gods genade in ons leven, dan is het toch in veel gevallen ook zo gegaan? Wij kwamen op een bepaald moment tot geloof, maar achteraf zeg je misschien wel: 'De Heer was al langere tijd bezig in mijn leven, maar ik besefte het op dat moment gewoon nog niet ...'. En 'zien' we Hem dan uiteindelijk, dan is er maar één mogelijkheid: "Ik geloof, Here ..." en werpen we ons voor Hem neer (vs. 38).

Wie meer wil weten over de betekenis van dit wonderteken uit Johannes 9, verwijzen we graag naar het Morgenroodboekje 'De blindgeborene' (zie de bon op de knippagina op blz. 29; prijs: € 5,40).

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Gods plan met Israël

Deuteronomium 30:1-10 is het uitgangspunt van dit boekje. Je zou dit hoofdstuk de 'basis-profetie' met betrekking tot het herstel, dan wel de toekomst van Israël kunnen noemen.

Het is belangrijk om een Bijbelse visie op Israël te hebben. Daarbij gaat het om het historische en het toekomstige aspect van het volk, maar zeker ook om het huidige. Door belofte en profetie te verwarren, heb je maar zo een verkeerd zicht op Israël. Dit boekje helpt de lezer enige orde te krijgen in de uitgebreide informatie in de Bijbel over Gods plan met Israël.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Meer info & bestellen 'Gods plan met Israël'

Hooglied

Hooglied - over een herder en zijn geliefde

Hooglied is een bijzonder Bijbelboekje. Het behoort tot de zogenaamde feestrollen. Binnen het Jodendom wordt het gelezen op de achtste dag van het Paasfeest - Pesach - het feest waarop de verlossing van Israël uit Egypte wordt herdacht. Daarbij wordt het boek gezien als een afspiegeling van Gods liefdesverklaring aan Israël en het verbond tussen Hem en Zijn volk.

Diverse 'partijen' komen erin aan het woord, maar de belangrijkste zijn toch wel de herder en zijn geliefde. Samen vormen ze een prachtig paar, waarin de Herder en Zijn volk Israël niet moeilijk zijn te herkennen.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Hooglied'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Getallen in de Bijbel - 2e druk

'Getallen in de Bijbel' is de vertaling van het Engelse boek 'Number in Scripture' dat al in 1894 verscheen. In boeken die gaan over Bijbelse getallen wordt vaak naar dit standaardwerk verwezen.

In 2013 (het 100e sterfjaar van de schrijver) is de Nederlandse vertaling beschikbaar gekomen. En inmiddels is er - eind 2016, bijna 3 jaar later - deze tweede druk.

De inhoud van dit boek is in tweeën verdeeld.
Het eerste deel gaat over het bovennatuurlijke ontwerp van de getallen in de Bijbel en is min of meer een inleiding op het onderwerp. Het beschrijft onder meer de overheersende rol die (Bijbelse) getallen spelen in de opbouw van de schepping, in de Bijbel, in de chronologie, in de natuur, in de scheikunde en in geluid, muziek en kleuren.
Het grotere, tweede deel gaat over de geestelijke betekenis van allerlei getallen in de Bijbel.

Bullinger besluit zijn voorwoord van dit boek met:
‘Moge het onderzoek van de getallen in de Bijbel in dit boek, Bijbelstudenten stimuleren daarmee verder te gaan; gelovigen versterken in hun allerheiligst geloof en sceptici overtuigen van de Goddelijke perfectie en inspiratie van het Boek der boeken, tot lof en heerlijkheid van God.‘

Meer info & bestellen 'Getallen in de Bijbel - 2e druk'