De knecht des HEREN

De knecht des HEREN

De titel 'Knecht des HEREN' is vooral bekend vanuit de profetie van Jesaja. Daar zien we in verschillende hoofdstukken een beschrijving, waarin zonder al te veel moeite de Here Jezus Christus te herkennen is. Toch wordt de letterlijke titel 'knecht des HEREN' nergens voor Christus, maar slechts voor andere personen gebruikt! Maar in de teksten waarin zo'n persoon voor het eerst 'knecht des HEREN' wordt genoemd, ligt er telkens wel een opmerkelijk verband met onze Heiland.

De profetieën aangaande de Knecht des HEREN

In het boek Jesaja zijn er vier gedeelten die bij uitstek wijzen op de Here Jezus Christus en die profetische heenwijzingen bevatten naar Zijn persoon, Zijn optreden en Zijn gezindheid. In de N.B.G.-vertaling heeft men het er ook telkens bovengezet: 'Eerste profetie aangaande de knecht des HEREN'; 'Tweede profetie aangaande de knecht des HEREN'; etc. U vindt deze gedeelten in hoofdstuk 42:1-7; 49:1-7; 50:4-11 en 52:13-53:12. Het zijn indrukwekkende profetieën waarin we niemand anders dan de Here Jezus Zelf mogen herkennen.
Tegelijk moeten we constateren dat áls we deze belangrijke gedeelten doorlezen, we nergens de titel 'Knecht des HEREN' tegenkomen! In het hele boek Jesaja vinden we deze titel slechts eenmaal terug en wel in Jesaja 42:19. Daar staat: "Wie is er blind dan Mijn knecht en doof als de bode die Ik zend? Wie is er blind als de volmaakte en blind als de Knecht des HEREN?". Wie het verband leest waarin dit vers staat, ontdekt dat het niet gaat om een verwijzing naar Gods Zoon, maar om het volk Israël. In vers 19 wordt gesproken over doofheid en blindheid. De HERE had heerlijke dingen willen leren (vs. 20), maar dit volk was beroofd en uitgeplunderd (vs. 21) als direct gevolg van het ingrijpen van de Heer (vs. 24). Deze woorden over doofheid en blindheid doen ons terugdenken aan hoofdstuk 6 waar we over de roeping van Jesaja lezen. De opdracht die Jesaja meekrijgt, luidt: "Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn ogen dichtkleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet bekere en genezen worde" (vs. 10).

Overigens is het op zich niet verkeerd om Israël te zien als de knecht des HEREN! Op vele plaatsen in de Bijbel noemt de Here Israël immers "Mijn knecht" en dit alles is er zelfs de reden van dat met name Joodse mensen in 'de profetieën aangaande de knecht des HEREN' de Here Jezus niet herkennen, dan wel: willen herkennen. Het is echter zo dat verschillende omschrijvingen die op Israël als volk worden toegepast ook op Jezus Christus worden toegepast! Zo worden zowel Hij als het volk 'nageslacht van Abraham' genoemd (vergelijk bijvoorbeeld Joh. 8:37 met Gal. 3:16) en wordt op beiden de uitdrukkingen 'zoon' en 'eerstgeborene' toegepast (zie bijvoorbeeld Exod. 4:22 en 23 met Matt. 17:5 en Hebr. 1:6). Wat is het geweldig dat de Heiland "op gelijke wijze" deel heeft gekregen "aan bloed en vlees" (Hebr. 2:14) en zo in alles één was met Zijn volk. Hij was "in alle opzichten aan Zijn broeders gelijk (...) opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen" (Hebr. 2:17). Hebreeën 2:18 zegt dan dat Hij slechts op die wijze hun die verzocht werden, te hulp kon komen.
Je zou dus kunnen zeggen: 'Waar Israël zoon van God genoemd wordt, is Christus dé Zoon van God; waar Israël nageslacht van Abraham genoemd wordt, is Christus hét nageslacht van Abraham en waar Israël knecht des HEREN genoemd wordt, is Christus dé Knecht des HEREN'. Tegelijk wordt Israël pas werkelijk zoon van God, nageslacht van Abraham en knecht des HEREN als zij zal rusten in het volbrachte werk van Christus, Die hét Lam Gods is "Dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1:29) en zo met Zijn Eigen offer als dé Hogepriester de zonden van het volk kon verzoenen.
En het is met name de titel 'knecht des HEREN' die op de een of andere wijze getuigt van het offer dat Hij bracht!

Mozes, Jozua en David

De eerste persoon die in de Bijbel 'knecht des HEREN' genoemd wordt, is Mozes. Hij is meteen ook degene die het meest met deze titel aangesproken wordt. Van de in totaal drieëntwintig keer dat de titel voorkomt in de Schrift, wordt hij achttienmaal voor Mozes gebruikt. De eerste keer dat dit gebeurt, is Deuteronomium 34:4 en 5. Vlak vóór Israël het beloofde land in zou trekken, mocht Mozes het land zien. Vanwege zijn ongehoorzaamheid bij Meriba stond de Here hem niet toe het land binnen te gaan (Num. 20:8-13). In Deuteronomium 34:4 en 5 staat: "En de HERE zeide tot hem: Dit is het land, dat Ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede beloofd heb met deze woorden: aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw ogen laten zien, maar gij zult daarheen niet overtrekken. Toen stierf Mozes, de knecht des HEREN, aldaar in het land Moab, volgens des HEREN woord".

De tweede persoon die in de Bijbel als 'knecht des HEREN' wordt omschreven, is de opvolger van Mozes: Jozua. Slechts tweemaal wordt hij met die woorden omschreven en de eerste maal gebeurt dat in Jozua 24: "Het geschiedde na deze gebeurtenissen, dat Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEREN, stierf, honderd en tien jaar oud" (vs. 29).

Tot slot is er David die ook tweemaal 'knecht des HEREN' wordt genoemd. Dat gebeurt voor het eerst in het opschrift van Psalm 18: "Van de knecht des HEREN, van David, die tot de HERE de woorden van dit lied sprak, ten dage dat de HERE hem verlost had uit de greep van al zijn vijanden en uit de hand van Saul".

Een opmerkelijk verband!

Wanneer we de bovenstaande teksten over Mozes, Jozua en David bestuderen, zien we een opmerkelijk verband. Telkens is er in de teksten, waarin voor het eerst deze personen als 'knecht des HEREN' worden omschreven, sprake van het sterven van de betreffende persoon: "Toen stierf Mozes, de knecht des HEREN" en "Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEREN, stierf".
'Maar', zult u wellicht denken, 'hoe zit het dan met David? Want daar staat toch niet bij dat hij stierf'. Inderdaad staat dat er niet bij. Als we echter naar de achtergrond kijken van Psalm 18 blijkt dit wel degelijk te maken te hebben met zijn dood! Psalm 18 komt in z'n geheel ook voor in 2 Samuël 22 en het volgende hoofdstuk van dit bijbelboek vermeld Davids laatste woorden (2 Sam. 23:1-7) en in aansluiting daarop lezen we in 2 Koningen 2:10 dat David te ruste ging bij zijn vaderen en begraven werd.

Wordt iemand omschreven als 'knecht des HEREN' dan blijkt dit dus op de één of andere wijze in verband te staan met sterven. Daarnaast zijn zowel Mozes, Jozua als David typen van Christus. Zo worden Mozes en Christus in Hebreeën 3:1-6 met elkaar vergeleken, terwijl in hoofdstuk 4:8 Jozua genoemd wordt in het licht van die andere Jozua Die Zijn volk uiteindelijk wél in de rust zal brengen. En hebben we het over David dan zien we dat de Heer 'de Zoon van David' genoemd wordt. Hij is de Erfgenaam van de troon van David. De betekenis van de naam 'David' is overigens 'Geliefde' en zo vinden we onze Heiland ook omschreven; zie bijvoorbeeld Matteüs 17:5 en Efeziërs 1:6.

Christus, dé Knecht des HEREN

Het is met name in het sterven dat Mozes, Jozua en David genoemd worden 'knecht des HEREN', zodat deze uitdrukking ons bepaalt bij de dood, het sterven. En juist dat brengt ons bij de Here Jezus!
Zoals gezegd wordt Hij nergens letterlijk 'knecht des HEREN' genoemd. Daarentegen lezen we in de genoemde gedeelten in Jesaja (de profetieën aangaande de Knecht des HEREN) wel dat naar Hem verwezen wordt als 'Knecht'.
In het Nieuwe Testament wordt de Here Jezus Christus slechts eenmaal met het Nieuwtestamentische woord voor 'knecht' (Grieks: doulos) omschreven. En dat is in Filippenzen 2, waar we in vers 5-8 het woord "Dienstknecht" tegenkomen: "Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises".
Ziet u dat uitgerekend in de enige tekst in het Nieuwe Testament waar Christus "Dienstknecht" genoemd wordt, dit in verband met Zijn sterven staat?!
Het zijn enorme tegenstellingen die in Filippenzen 2:5-8 beschreven worden. Zijn "gestalte Gods" staat hier tegenover Zijn "gestalte van een dienstknecht". Heerlijkheid tegenover vernedering. Het hier gebruikte woord "gestalte" wil eigenlijk zeggen: de uiterlijke vorm waarin innerlijke eigenschappen zichtbaar zijn. Je zou kunnen zeggen: 'Aan de gestalte zie je hoe iemand is'. Is er sprake van de gestalte Gods waarin Christus Zich bevond (en bevindt) dan kun je aan die gestalte 'zien' Wie en hoe Hij is. En toen Hij de gestalte van een dienstknecht had aangenomen, kon je in die gestalte de eigenschappen van een ware dienstknecht ontdekken; eigenschappen die overigens uitvoerig beschreven worden in de 'Profetieën aangaande de Knecht des HEREN' in Jesaja: Hij sloeg niet terug als Hij werd geslagen; Hij gaf Zijn rug aan wie Hem sloegen; Hij werd gespuugd; Hij liet Zich verdrukken en Hij verhief Zijn stem niet. Als Knecht had Hij als het ware niets in te brengen ... En als Knecht heeft Hij het lijden op Zich genomen en is Hij gestorven aan het kruis, in vernedering en gehoorzaamheid.
Zijn 'knechtschap' is daarmee nadrukkelijk verbonden met Zijn mens-zijn. Nu is Hij de opgestane en verheerlijkte Heer. Nu is Hij geen Knecht meer en dat zal blijken wanneer Hij Zich ten tweede male zal doen aanschouwen, dan echter zonder zonde (vgl. Hebr. 9:28)! Als dienstknecht nam Hij de zonde op zich en bracht die aan het kruis. Hij nam de zonde mee de dood in ... Zijn dood. Wat een onbegrijpelijke liefde en genade heeft God daarin geopenbaard. En wat een voorrecht om Hem te kennen en te weten dat de Here nabij is. Hij is immers opgestaan uit de dood. En inderdaad zal Hij eenmaal de Koning der koningen en de Here der heren doen aanschouwen (1 Tim. 6:14 en 15). Dan komt Hij niet nogmaals als een Knecht, maar openbaart Hij de zalige en enige Heerser! "... Hem zij eer en eeuwige kracht!"

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Paulus, leermeester der heidenen

Paulus, leermeester der heidenen

Op twee plaatsen in de Bijbel schrijft Paulus dat hij door God is aangesteld als "prediker, apostel en leraar van de heidenen" (1 Tim. 2:7 en 2 Tim. 1:11). In zijn nagenoeg laatste woorden schrijft hij: "Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen" (2 Tim. 4:17). Het valt meteen op: hij zegt dit in zijn allerlaatste brieven - anders gezegd: hij zegt dit aan het einde van zijn bediening. Het laatste - of tweede - deel van zijn bediening stond in het teken van het heil dat naar de heidenen gezonden was. In het licht daarvan mocht Paulus tot dan toe verborgen dingen bekendmaken, die alle te maken hebben met het ene lichaam van Christus, waar Christus Zelf als Hoofd deel van uitmaakt. Hierdoor deelt de gelovige van nu - in één lichaam onlosmakelijk met Hem verbonden - in de positie van Christus Zelf en daarmee in alle geestelijke zegen.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Info & Bestellen

Het voornemen van de eeuwen

Het voornemen van de eeuwen

Natuurlijk! Elke christen gelooft wel dat God een plan heeft; maar vaak blijft de kennis hierover wat vaag. Het is dan ook een mooie - en noodzakelijke - bezigheid om in de Bijbel te zoeken naar dat plan. Misschien zijn we niet zo gewend om de Bijbel juist op dát punt te lezen, maar als je je erin verdiept, blijkt er heel wat meer over Gods voornemen in te staan dan je aanvankelijk voor mogelijk hield.

In dit boekje gaat het over het voornemen van de eeuwen. Deze eeuwen zijn grote tijdperken die elkaar opvolgen en zo een plan vormen. Uitdrukkingen als 'de tegenwoordige boze eeuw' of 'de toekomende eeuw' zijn vast wel bekend. Deze twee eeuwen zijn een onderdeel van Gods plan met de eeuwen.

Neem je hier kennis van, dan kun je beter begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en waarom dingen zijn zoals ze zijn. Zeker als je dan de Bijbel gaat lezen vanuit het standpunt dat God een plan heeft, gaat er een wereld voor je open!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek ESTHER

Het Bijbelboek Esther spreekt tot de verbeelding vanwege het mooie en soms spannende verloop van de geschiedenis die erin staat. Toch is dit boek niet bij iedereen even bekend, dan wel populair. Mogelijk heeft dit te maken met het gegeven dat de hoofdpersoon een vrouw is? Of is het vanwege de schijnbare afwezigheid van God?

Nu is het inderdaad zo dat je de Naam van God - in het Oude Testament altijd weergegeven met "HEERE" - in dit Bijbelboek niet terugvindt. En toch is Zijn verborgen aanwezigheid 'zichtbaar' en van doorslaggevend belang in de hier beschreven verwikkelingen rond Zijn volk. In de redding van het volk is er voor Esther - en ook voor haar neef Mordechai - een hoofdrol weggelegd.

Tot op de dag van vandaag wordt - onder het Joodse volk - deze wonderlijke redding gevierd tijdens het Purimfeest.

Info & Bestellen