God sprak door de Zoon

God sprak door de Zoon

Het begin van de Hebreeënbrief vestigt de aandacht op het spreken van God. Eerst sprak God tot de vaderen (van Israël!) door de profeten en nu “…heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.” Of, nog beter: in Zoon. De Zoon is het Woord van God in eigen Persoon!

Over dit spreken van God "door de Zoon" leren we:

  1. dat God opnieuw sprak, nadat de profeten hun getuigenis hadden beëindigd;
  2. dat dit spreken plaatsvond in "deze laatste dagen", dat wil zeggen: de dagen dat de Zoon de woorden sprak die God Hem gegeven had. Dat zijn niet de dagen waarin wij leven, of de dagen die nog moeten komen, maar de dagen van die bedeling; dagen die voorbij en verleden tijd zijn; de dagen waarin Hij sprak op aarde - de dagen van de Zoon des mensen;
  3. dat het hier bedoelde spreken van God "door Zijn Zoon" was. Dus direct en niet door middel van een uitverkoren mens. Ook niet door de Heilige Geest, zoals door de Heere beloofd in Johannes 16:12-15 en
  4. dat het spreken door de Zoon "tot ons" gericht was. Dat wil zeggen: tot de Hebreeuwse schrijver van de Hebreeënbrief en de Hebreeuwse lezers tot wie hij zich richtte. Niet tot heidense lezers, maar tot hen die hadden gehoord wat Hij had gezegd, en tot hen die niet direct Zijn stem hadden gehoord, maar wat hen "bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben" (Hebr. 2:3).

God sprák

Later zullen we op dit laatste punt terugkomen. De eerste drie punten zijn duidelijk, maar we kunnen niet genoeg aandacht geven aan het feit dat door alles heen Gód het was, Die sprak; door de profeten, dan wel door Zijn Zoon. Het spreken door Zijn Zoon was het grote thema van de profetie. God had deze grote gebeurtenis, die een compleet nieuwe tijd zou inluiden, voorzegd, toen Hij sprak tot Mozes: "Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen" (Deut. 18:15). En later opnieuw: "Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal. En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken" (Deut. 18:18 en 19).
Toen de tijd aanbrak dat God deze Profeet zou doen opstaan, werd Hij dan ook geroepen, gezalfd en aangewezen. Hij ontving officieel Gods opdracht. De aanwijzing vond plaats in overeenstemming met Numeri 11:29 en 12:6, want de Heilige Geest zalfde de Messias tot Zijn profetische dienst (Luc. 4:18 en 19). Mozes werd geroepen in de nabijheid van de brandende braamstruik; de Profeet (zoals Mozes dat ook was) werd gezalfd in de nabijheid van het water van de Jordaan. Vanaf dat moment sprak God door Zijn Zoon en wat wij vaak noemen 'de vier Evangeliën' is het verslag van de woorden en werken van de Vader (Joh. 14:10).
Dit mogen we absoluut niet vergeten wanneer we de Evangeliën lezen of bestuderen. Voor de Heere Jezus Zelf stond dit dan ook vast. Alleen al in het Johannesevangelie verklaart Hij dit zevenmaal. En met het gevaar dat het misschien 'saai' wordt, sommen we die keren toch even op:

  1. "Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft" (Joh. 7:16);
  2. "... deze dingen spreek Ik, gelijk Mijn Vader Mij geleerd heeft" (Joh. 8:28);
  3. "... waarom gelooft gij Mij niet? Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt" (Joh. 8:46b en 47);
  4. "Want Ik heb uit Mijzelven niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zal" (Joh. 12:49);
  5. "De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken" (Joh. 14:10b);
  6. "... het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft" (Joh. 14:24b) en
  7. "Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven ..." (Joh. 17:8a).

Zo bevestigt de Heere Jezus in deze zeven teksten dat het God, dat wil zeggen: de Vader, was, Die door Hem sprak; zoals Hij destijds sprak door de profeten.
Moderne critici die over de geschiedenis van Jona spreken als over een mythe, het boek Daniël zien als een vervalsing en Psalm 110 niet zien als van de hand van David (terwijl het in de titel van de Psalm staat en de Heere ook zegt dat David hier sprak door de Heilige Geest - Marc. 12:36), zouden er goed aan doen hun godslasteringen te heroverwegen, waar zij zo welbespraakt spreken over wat zij noemen de 'kenoosis' van de Bijbel. Het Griekse kenoosis betekent 'ontlediging'. Het werkwoord daarvan wordt gebruikt in Filippenzen 2:7, waar het gaat om de ontlediging van de Heere. Moderne theologen gebruiken het echter in de zin van het ontledigen van de Bijbel; dat wil zeggen: leeg maken van alles wat volgens hen niet authentiek is. Alles wat in hun ogen een mythe is, moet eruit gehaald worden. Filippenzen 2:7 wordt vanuit hun optiek uitgelegd als zou dit betekenen dat de Heere Jezus Zich ontdeed van Zijn kennis (dat Hij Zich vanuit Zijn hoge positie vernederde tot mens, wordt natuurlijk bij voorbaat niet geloofd) en, toen Hij sprak van Jona, Daniël en David, Hij óf Zelf niet beter wist, óf Zich gelijkstelde met de (traditie en onwetendheid van de) mensen om Hem heen. Ons antwoord op dit alles is: 'Laat ze maar praten'. De juiste betekenis van het in Filippenzen 2:7 gebruikte werkwoord (Grieks: keno'oo) wordt door de woorden die erop volgen, uitgelegd. Deze woorden tonen aan hoe en in welke mate Hij Zich ontledigde.
Hij ontdeed Zich van de heerlijkheid die Hij had bij de Vader vóór de wereld er was (Joh. 17:5). Dat deed Hij toen Hij "de gestalte van een dienstknecht" aannam en "de mensen gelijk" werd, waarna Hij Zich vernederde en gehoorzaam was "tot de dood, ja, de dood des kruises" (Fil. 2:7 en 8). Dit is de Goddelijke verklaring van deze zogenaamde 'kenoosis' en die verklaring is duidelijk. De verklaring van de moderne critici verlagen onze Heere en ontroven Hem zelfs Zijn heerlijkheid als mens. Hoewel Hij Zich ontledigde van Zijn Goddelijke heerlijkheid, was Hij wel vervuld met Goddelijke wijsheid en sprak Hij enkel en alleen Gods woorden. Tegelijk kende Hij het hart der mensen en kende Hij hun gedachten.

Het koninkrijk is het thema in Gods spreken door de Zoon

Dat God sprak door Zijn Zoon betekent, dat alles wat de Zoon zei, gesproken was in de afgemeten woorden van Goddelijke wijsheid. Zijn woorden waren vanaf begin tot einde die van God. Zijn eerste woorden (waar we van lezen) - toen Hij twaalf jaar oud was - waren Goddelijk. Hij zei tegen Zijn moeder: "Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?” Let op de berisping in deze woorden ten opzichte van die van Maria in vers 48: "Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht" (Luc. 2:49). De laatste woorden die Hij uitsprak, waren "Het is volbracht!" (Joh. 19:30). En wat was "volbracht"? De dingen van de Vader, waarmee Hij bezig moest zijn (vgl. Ps. 40:7 en 8)!

En zo zit het ook met de woorden die direct met Zijn bediening te maken hadden. Zij waren alle geordend; inhoudelijk maar ook met betrekking tot de tijden waarop ze gesproken werden. De bediening van de Heere was verdeeld in vier grote onderwerpen.

  • Het eerste onderwerp was de proclamatie van het koninkrijk, beginnend bij Mattheüs 4:12 tot en met Mattheüs 7: "En het is geschied, als Jezus deze woorden geëindigd had ..." (vs. 28). Alle woorden in dit gedeelte staan in verband met het koninkrijk; niet met de huidige of een andere bedeling.
  • Het tweede onderwerp had betrekking op Hem Zelf. Het begint met dat Hij verkondigd wordt als Heere (Matt. 8:6, 8 en 9); en als de Zoon des mensen (vs. 20). Al de woorden die Hij sprak van Mattheüs 8:1 tot en met Mattheüs 16:20 laten zien dat Hij volkomen God en volkomen Mens was. Zijn woorden waren scheppingswonderen.
  • Het derde onderwerp, beginnend met Mattheüs 16:21, was Zijn verwerping door Zijn eigen volk Israël, dat Hem niet aannam (Joh. 1:11): "Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden ...", etc. Viermaal sprak Hij van Zijn verzoenend werk en Zijn naderend lijden en dat gaat zo door tot Mattheüs 20:34.
  • Het vierde onderwerp was opnieuw het koninkrijk; maar nu niet de proclamatie, maar de verwerping daarvan. Dit begint in Mattheüs 21:1 en eindigt met Mattheüs 26:35. Alle gelijkenissen die in die tijd werden uitgesproken, verwijzen naar de komende overgang van bedelingen en spreken van de naderende bedeling waarin het koninkrijk uitgesteld zou worden als gevolg van Zijn verwerping.

Deze vier onderwerpen zijn van groot belang. Ze komen tot ons door de woorden en werken van God door Zijn Zoon. Ze worden alle gekenmerkt door de grootst mogelijke perfectie. We kunnen deze vier onderwerpen nu ook in een schema zetten, waarbij duidelijk wordt dat het eerste en laatste punt te maken heeft met het koninkrijk en de twee middelste met de Koning Zelf:

A. Matt. 4:12-7:29 Het koninkrijk aangekondigd.
        B. Matt. 8:1-16:20 De Koning aangekondigd.
        B. Matt. 16:21-20:34 De Koning verworpen en Zijn regering uitgesteld.
A. Matt. 21:1-26:35 Het koninkrijk verworpen en uitgesteld.


Zo zien we dat de belangrijke onderwerpen - het koninkrijk en zijn verwerping en de Koning en Zijn kruisiging - de centrale onderwerpen zijn van het hele Mattheüsevangelie. Dit geldt overigens voor alle vier de Evangeliën. Elk heeft dezelfde viervoudige verdeling van de bediening van de Heere. Deze vier onderwerpen en perioden zien we als volgt terug in de vier Evangeliën:

        Mattheüs        Marcus          Lucas           Johannes
Eerste  4:12-7:29       1:14-20         4:14-5:11       1:35-4:54
Tweede  8:1-16:20       1:21-8:30       5:12-9:21       5:1-6:71
Derde   26:21-20:34     8:31-10:52      9:22-18:43      7:1-11:54a
Vierde  21:1-26:35      11:1-13:37      19:1-22:38      11:54b-17:26

Om de bovenstaande structuur in de bediening van de Heere te begrijpen, zouden we ook zicht moeten hebben op de structuur van het Mattheüs-evangelie als geheel. Deze opbouw laat zien dat het belangrijkste van alles het middelpunt is van het evangelie:

A. Matt. 1:1-2:23 Vóór Zijn bediening.
        B. Matt. 3:1-11 De voorloper
                C. Matt. 3:12-17 De doop
                        D. Matt. 4:1-11 De verzoeking
                                E. Matt. 4:12-7:29 Eerste periode; het koninkrijk.          )
                                        F. Matt. 8:1-16:20 Tweede periode; de Koning.       ) De viervoudige
                                        F. Matt. 16:21-20:34 Derde periode; de Koning.      ) bediening.
                                E. Matt. 21:1-26:35 Vierde periode; het koninkrijk.         )
                        D. Matt. 26:36-46 Het lijden.
                C. Matt.        27:47-28:14 Dood, begrafenis en opstanding.
        B. Matt. 28:16-18 De opvolgers.
A. Matt. 28:19 en 20 Na Zijn bediening.

Het spreken van God door Zijn Zoon wordt afgebakend door deze grenzen en gaat daar niet overheen. Zij zijn de uitersten van de woorden die de Heere in Zijn bediening sprak.
Drie keer - direct vóór het officiële begin van Zijn bediening (Matt. 4:12) - benadrukt onze Heere het feit dat het geschreven Woord het begin, de inhoud en het einde moet zijn van welke bediening dan ook, door het drievoudige "Er staat geschreven" (Matt. 4:4, 7 en 10). En aan het einde - wanneer Hij Zijn opdracht teruglegt in de handen van de Vader - is er opnieuw een drievoudige verwijzing naar datzelfde geschreven Woord van God (Joh. 17:8, 14 en 17).
En zo is de periode waarin God sprak door Zijn Zoon in de laatste, afsluitende dagen van die bijzondere bedeling nauwkeurig omschreven en begrensd. En heeft betrekking op het grote "heil, dat allereerst verkondigd is door de Heere" (Hebr. 2:3, N.B.G.-vertaling). Hij begón slechts dit wonderlijke spreken, dat eindigde met Zijn dood.
Op dat moment was het voldoende dat God Zijn belofte aan Israël bij monde van Mozes vervuld had. Hij had een Gezalfde, een Profeet, doen opstaan net als Mozes en had Zijn eigen woorden in Zijn mond gelegd, met de ernstige waarschuwing dat wanneer zij - tot wie deze woorden kwamen - niet zouden luisteren, verworpen zouden worden (Deut. 18:18 en 19). Aan deze waarschuwing werd geen aandacht geschonken. Israël verwierp haar Messias en kreeg niet deel aan ook maar één woord dat God in Zijn mond gelegd had. Zij verwierp het koninkrijk en kruisigde haar Koning.

En wat blijft er nu over voor Zijn volk Israël? "Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die de Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan? Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen" (Hebr. 10:28-30 St. Vert.). Deze woorden waren geschreven tot hen die weigerden te luisteren naar de woorden van God “door Zijn Zoon", ondanks de ernstige waarschuwing in Deuteronomium 18: "De man, die niet luistert naar de woorden welke Hij in Mijn Naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen" (vs. 19, N.B.G.-vertaling).
Dit leert ons dat waar God gesproken heeft, wij er goed aan doen onze volle aandacht daaraan te geven! Dat is beter dan dat we niet luisteren naar de Geest der genade die Zijn Woord tot ons bracht.

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Psalm 23

Het KIND en de kinderen

"Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen" (Psalm 103:13).

In de inleiding schrijft de auteur: 'Bijbelse woorden zijn zuiver. Ze komen van God, Die heilig is. Ze vertellen geen leugens, ze zijn waar en betrouwbaar. Zijn Woord is door Zijn Geest op doordachte wijze tot zinnen gevormd. Aan de formulering is veel aandacht besteed. Het is Zijn goddelijke manier van 'zeggen' om tot ons hart te spreken'.
Vanuit deze overtuiging is dit boekje geschreven. Het bevat een boeiende en verrassende woordstudie over het woord 'kind' in met name het Nieuwe Testament. Maar behalve dat is dit boekje ook een handleiding van hoe je Bijbelstudie kunt doen. De schrijfster geeft de lezer of lezeres een kijkje in haar overwegingen en - als het ware hardop denkend - neemt zij hem of haar mee op de weg naar het resultaat van haar onderzoek.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Belangrijke Bijbelwoorden

Geloof - gerechtigheid - genade - uitverkiezing - verzegeling

Er zijn veel bekende woorden in de Bijbel die vaak door gelovigen worden gebruikt. Voor dit boekje hebben we er vijf uitgekozen: geloof, gerechtigheid, genade, uitverkiezing en verzegeling. Wat voor betekenis hebben ze in de Bijbel en welke plaats hebben ze in onze persoonlijke relatie met God?

In elk van de vijf hoofdstukken in dit boekje wordt één van deze onderwerpen bestudeerd. De lessen die ze ons leren, hebben onderling met elkaar te maken en draaien om een schitterend middelpunt: de genade van God. Het zicht op de werking van Gods genade in je leven - in je redding, in je praktische leven nu en in je hoop op de toekomst - doet je groeien in het begrip van Wie God voor je is.

Bekijk hier de inhoudsopgave

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Twaalf unieke gelijkenissen

Er staan in het Lukasevangelie twaalf gelijkenissen die niet in de andere evangeliën voorkomen. Daaronder bevinden zich bekende gelijkenissen, zoals die over de verloren zoon en die over de rijke man en de arme Lazarus. En wie kent het verhaal over de barmhartige Samaritaan niet?

In dit boek gaat de schrijver in op deze twaalf gelijkenissen.

Het Griekse woord dat met 'gelijkenis' is vertaald, duidt op iets dat ergens naast geworpen wordt. Enerzijds is er de werkelijkheid, anderzijds is er een verhaal dat de Here Jezus er als het ware naast legt. Met dat verhaal geeft Hij licht op de werkelijkheid. Desondanks zijn gelijkenissen soms maar moeilijk te begrijpen. Zelfs de discipelen van de Here Jezus hadden in sommige gevallen moeite om Zijn onderwijs in deze vorm te verstaan.

Daarom is het des te mooier om met dit boek in de hand weer eens bij deze gelijkenissen en hun schoonheid bepaald te worden.

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen