Het evangelie, dat ik u verkondigd heb

Het evangelie, dat ik u verkondigd heb

In het eerste gedeelte van 1 Korinthe 15 - hét hoofdstuk over de opstanding - maakt Paulus het evangelie bekend, dat hij de Korinthiërs eerder had verkondigd (vs. 1). Dit komt op zich wel wat vreemd over. Ze hadden het immers al gehoord en waren er door tot geloof gekomen! Toch is er blijkbaar reden voor ze hier nog eens bij te bepalen. Hoe het ook zij: de boodschap die Paulus hier beschrijft, is die van de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus.

Achtergrond 

De eerste keer dat het in de Bijbel over Korinthe gaat, is Handelingen 18:1-18. Dit hoofdstuk begint met: "En hierna ging Paulus uit Athene weg en kwam in Korinthe" (vs. 1). Hij ontmoette er Aquila en Priscilla - Joden die op last van keizer Claudius Rome hadden verlaten - en werkte samen met hen als tentenmaker (vs. 2 en 3). Je leest alleen hier dat Paulus het beroep van tentenmaker uitoefende. Tegenwoordig worden zendelingen die een beroep uitoefenen in een ander land en daarnaast het evangelie verkondigen wel 'tentenmakers' genoemd. Maar ook in Nederland zijn er velen die een bediening hebben naast het 'normale' beroep dat ze uitoefenen. Vaak - en dat geldt zeker voor Paulus! - staan ze achteraf alleen bekend om het werk dat ze voor de Heere hebben gedaan.
Naast het maken van tenten sprak Paulus "iedere sabbat in de synagoge en probeerde Joden en Grieken te overtuigen" (vs. 4). In vers 5 wordt waarschijnlijk bedoeld dat Paulus, na de komst van Silas en Timotheüs uit Macedonië, zich geheel wijdde aan de evangelieprediking. In Macedonië lag ook Filippi. De gelovigen daar hebben Paulus altijd ondersteund (zie Fil. 4:15) en het ligt voor de hand dat zij via Silas en Timotheüs ook nu ondersteuning aan Paulus hadden gezonden zodat hij voor zijn levensonderhoud geen tenten hoefde te maken. De N.B.G.-'51-vertaling zegt het zo: "En toen Silas en Timoteüs uit Macedonië kwamen, wijdde Paulus zich geheel aan de prediking, waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is". De Filippenzen hebben het altijd belangrijk gevonden dat Paulus zoveel mogelijk vrijgesteld werd om het Woord van God te kunnen doorgeven. Toen Paulus later gevangen zat in Rome, deden zij dit nog steeds (Fil. 4:18).
Overigens hebben we hier in Handelingen 18:5b het evangelie, dat ik u verkondigd heb: Paulus werd "er door de Geest toe aangezet tegenover de Joden te getuigen dat Jezus de Christus is".

Paulus' verhouding tot de Korinthiërs
De relatie van Paulus met de Korinthiërs was van een geheel andere aard dan die met bijvoorbeeld de Filippenzen. Als je de brief aan de Filippenzen leest, merk je de warme band die er was tussen deze gelovigen en de apostel. Met de Korinthiërs lag dat anders. In de anderhalf jaar (Hand. 18:11) en de "vele dagen" daarna (vs. 18) dat Paulus in Korinthe was, verkondigde hij het evangelie aan "Joden en Grieken" (vs. 4), aan Joden in het bijzonder (vs. 5) en - nadat de Joden zich heftig verzetten - aan heidenen (vs. 6b). Wat deze laatste groep betreft, kwamen er velen tot geloof (vs. 8). Het ligt voor de hand dat een groot deel van deze heidenen behoorde tot de tien stammen van Israël die al eeuwen eerder door God - met de echtscheidingsbrief (Jes. 3:8) - weggezonden waren onder de volken. Zijn waren ten tijde van de Handelingenperiode niet-Joden en werden dus omschreven als heidenen. Tegelijk is het zo dat Paulus in die periode een dienaar van het nieuwe verbond was: "Hij (God) heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend" (2 Kor. 3:6). In Jeremia 31:31-33 staat: "Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden - Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn". God zou het nieuwe verbond dus sluiten "met het huis van Israël en met het huis van Juda". Joden behoren tot het huis van Juda en voor zover er heidenen aan dat verbond deel kregen, moeten dat dus mensen zijn die tot de tien stammen van Israël behoorden. Er is geen enkele aanleiding om te menen dat God het nieuwe verbond sloot met mensen die nooit tot het verbondsvolk behoord hebben. Het oude verbond was immers gesloten met "de vaderen" en het nieuwe met de nakomelingen van die vaderen.

Zoals gezegd: de verhouding tussen Paulus en velen van de Korinthiërs was niet bepaald hartelijk te noemen. Er was verdeeldheid binnen de gemeente (1 Kor. 1:10-17 en 3:1-9). Paulus liet zich niet door hen beoordelen (1 Kor. 4:3) - blijkbaar was dat de sfeer. In hoofdstuk 9:1-17 moet hij zelfs zijn apostelschap verdedigen. En vanuit deze achtergrond en relatie schrijft Paulus in 1 Korinthe 15 over het evangelie dat hij hen verkondigd heeft. Het was nodig dat de Korinthiërs dit opnieuw bekendgemaakt werd - als een soort herinnering. Er waren er namelijk zelfs die de basiswaarheden van het evangelie ontkenden: "Als nu van Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?" (vs. 12).

De inhoud van Paulus' boodschap
Hoewel Paulus in Korinthe anderhalf jaar onderwijs in het Woord van God had gegeven (Hand. 18:11), lijkt het erop dat sommige van de Korinthiërs een valse start hadden gemaakt en daarom lezen we in het begin van 1 Korinthe 15 (wat letterlijker weergegeven):

En ik maak u bekend, broeders

het evangelie dat ik u verkondigd heb

  • dat u ook ontvangen hebt
  • waarin u ook staat
  • waardoor u ook behouden wordt

met welk woord ik u verkondigd heb

  • als u het vasthoudt
  • tenzij u vergeefs bent gaan geloven.

Vervolgens legt Paulus uit wat het door hem verkondigde evangelie is. En dat blijk de basis te zijn van elke evangelieverkondiging. In het algemeen kun je vanuit de natuur weten dát er een Schepper is. Dit wordt ook wel het "eeuwig evangelie" genoemd (Openb. 14:6 en 7; vgl. Ps. 33:6 en 9). Het evangelie van God maakt ons vervolgens bekend hoe je die Schepper kunt leren kennen, namelijk: door Zijn Zoon. In Romeinen 1 schrijft Paulus dat hij was "afgezonderd tot het evangelie van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere" (vs. 1b-4). We zien dat we God kunnen leren kennen door de komst van Zijn Zoon, Zijn sterven en Zijn opstanding uit de doden. Ofwel: "... te getuigen dat Jezus de Christus is" (Hand. 18:5b). En wat Paulus verder schrijft in 1 Korinthe 15: "Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften ..." (vs. 3 en 4).
Dit is de (enige) basis voor het nieuwe leven dat je als mens mag ontvangen: Christus stierf voor je zonden, Hij was begraven en is op de derde dag opgestaan. En dat alles "overeenkomstig de Schriften". Dat stemt overeen met wat er in Romeinen 1 staat, namelijk dat God dit evangelie - deze blijde en juiste boodschap - "tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften".
Meer is niet nodig. Slechts geloven dat het waar is wat God zegt en je bent behouden, je hebt een nieuw leven en je mag voortaan weten dat de Heere altijd bij je is en dat Hij je door Zijn genade vormt naar Zijn beeld. Zo eindigt Paulus dit gedeelte ook; ondanks dat hij de gemeente vervolgd heeft (1 Kor. 15:9b): "Maar door de genade van God ben ik wat ik ben ..." (vs. 10a). En door deze genade kon Paulus toen al schrijven dat hij meer had gearbeid dan "de twaalf": "... en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest. Integendeel, ik heb mij meer ingespannen dan zij allen; niet ik echter, maar de genade van God, die met mij is" (vs. 10b). Dit schreef hij dus al terwijl hij nog lang niet aan het einde van zijn bediening was gekomen.

Overeenkomstig de Schriften
Tenslotte: We lezen in dit gedeelte twee keer de uitdrukking "overeenkomstig de Schriften". De eerste keer heeft het betrekking op het feit "dat Christus gestorven is voor onze zonden" en de twee keer "dat Hij opgewekt is op de derde dag" (vs. 3 en 4).
Achteraf is het inderdaad niet moeilijk om deze beide feiten te lezen in de Schriften. Twee voorbeelden:
Jesaja 53 zegt: "Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen (...) Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen" (vs. 5 en 6).
En als het gaat om de derde dag van Zijn opwekking lezen we bijvoorbeeld over Jona dat hij "drie dagen en drie nachten in het binnenste van de vis" was (Jona 1:17). Later zegt de Heere Jezus daarover: "Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn" (Matt. 12:40).

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Het Wonder van het Licht

De wetenschap zegt dat licht de zichtbare en maakbare vorm van elektromagnetische straling is. Het ontstaat uit atomen die een aanzienlijke hoeveelheid energie bevatten. Wanneer deze atomen hun energie afgeven, stralen ze licht uit.

In dit Bijbelstudieboekje willen we ons echter niet zozeer richten op het natuurverschijnsel 'licht'. Daarover is al veel geschreven. In plaats daarvan gaan we dieper in op de overdrachtelijke betekenis van het geestelijk licht. Centraal staan daarbij de woorden van de Heiland Zelf, Die in Johannes 8:12 zegt: "Ik ben het Licht van de wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben".

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'Het Wonder van het Licht'

MOZES

Mozes heeft een belangrijke plaats in het plan van God. Zijn naam komt meer dan achthonderdvijftigmaal voor in de Bijbel. Er is niemand in de Bijbel tot wie de HEERE zo vaak en veel gesproken heeft. Zijn lange leven is verdeeld in drie perioden van veertig jaar. Aan het einde van zijn leven mocht hij zijn volk tot aan de grens van het beloofde land brengen.
Mozes wordt onder meer genoemd: de man Gods, Zijn dienaar, Zijn uitverkorene en profeet. God sprak "tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt" (Exod. 33:11a). En andersom noemde Mozes de HEERE: Mijn God!

Ook als e-book verkrijgbaar!

Meer info & bestellen 'MOZES'

De NAMEN in de Bijbel - 3e druk

In de Bijbel hebben namen een belangrijke betekenis. Vaak leren zij ons iets over het wezen en de aard van een persoon of een plaats. Bijbelse geschiedenissen krijgen meer 'kleur' wanneer we de betekenis kennen van de namen, die er in voorkomen.

Een 'saai' hoofdstuk als Genesis 5 gaat opeens leven. We begrijpen misschien iets meer van de grootte en het karakter van Abrahams geloof in Genesis 22, als we weten wat de betekenis is van Moria. De geschiedenis van de geboorte van Benjamin (Genesis 35) blijkt, wanneer we de betekenis van de namen in dit gedeelte onderzoeken, een grote profetische diepgang te hebben met betrekking tot de Heere Jezus Christus, Die ook in Bethlehem (= broodhuis) geboren werd ...

Zo zijn er vele voorbeelden te noemen, waarbij de betekenis der namen meer zicht geeft op de rijke inhoud van Bijbelse geschiedenissen. Met dit boek kunt u het zelf ontdekken.

Dit is inmiddels de derde druk van deze unieke uitgave!

  • Met een complete lijst met alle namen in het Oude en Nieuwe Testament; 
  • Voorzien van de Hebreeuwse en Griekse grondtekst (en de uitspraak daarvan);
  • De namen van God staan in de spelling van de Statenvertaling, de Herziene Statenvertaling, de NBG-’51-vertaling en de NBV;
  • Elke naam is voorzien van een betekenis, dan wel waarschijnlijke betekenis; 
  • Inclusief een complete lijst met alle schriftplaatsen waar de namen voorkomen, waar nodig uitgesplitst in verschillende personen, plaatsen, etc.;
  • Prachtige en stevige uitvoering;
  • Mooi om te hebben, maar ook heel mooi om weg te geven!

Meer info & bestellen 'De NAMEN in de Bijbel''