Terugkeer Israël

Terugkeer Israël

In de afgelopen jaren zijn vele Joden teruggekeerd naar Israël. Dikwijls werden zij daartoe aangemoedigd en geholpen door diverse christelijke organisaties, die bij hun achterban vele miljoenen hebben ingezameld om de terugkeer te financieren. Waarom? Omdat Israël gezien wordt als het beloofde land, de thuishaven van het Joodse volk.

De teruggekeerden zijn terechtgekomen in een land, dat verscheurd wordt door haat en geweld, dood en verderf, en hebben zelf in de meeste gevallen een onzeker, soms uitzichtloos bestaan. Een illusie armer zou menigeen graag weer uit het land vertrekken, hetgeen meestal verhinderd wordt door gebrek aan middelen. Bij velen roept dit alles vragen op over hoe het zit met de huidige Joodse staat en met de beloften van God in de Bijbel.

Profetie en belofte

Als wij spreken over de moderne staat Israël, zoals die sinds 1948 officieel bestaat, dan moeten wij allereerst vaststellen, dat haar bestaan in overeenstemming is met het profetisch scenario van de Bijbel. Dat wil zeggen: het profetisch Woord veronderstelt het bestaan van een Joodse staat in de eindtijd.
Het herstel van Israël en de huidige terugkeer van Joden naar het land ligt in verschillende profetieën opgesloten. Maar dat is nog geen reden tot grote blijdschap, want het ware Fundament ontbreekt. Wij hebben vandaag te maken met een ongelovige Joodse staat; met verrichtingen van mensen, die vertrouwen op eigen inzichten, krachten en mogelijkheden; met zeer begaafde mensen, die dankbaar gebruik maken van buitenlandse steun; met mensen, die rust en vrede in het land proberen te bewerken en in stand te houden door diplomatie en tactische onderhandelingen.
Wij aanschouwen vandaag het werk van ijverige Israëli’s, die overwegend handelen in de geest van het Zionisme. Dat handelen toont de ongelooflijke inventiviteit en wilskracht aan van het Joodse geslacht. Het is echter tegelijkertijd een bevestiging van het (profetisch) Woord van God, dat de huidige staat Israël en de opbouw daarvan niet de vervulling is van Gods beloften.
De stichting en het bestaan van de staat Israël kan gezien worden als een belangrijk teken en een bewijs dat er andere tijden op komst zijn. Dwars door alles heen zal God tot Zijn doel komen. Dat doel is in één zin samengevat: de verheerlijking van de Messias in hun midden. Alle bemoeienissen van God met het Joodse volk, ook al speelt zich dat in het verborgene af, hebben slechts dat ene doel: het ten slotte te brengen tot de belijdenis dat Jezus de Messias is. Al Gods handelingen leiden tot de verheerlijking van Hem, de Gekruisigde, Die in de toekomst in alle dingen de eerste plaats zal innemen en bij Zijn eerste komst al genoemd werd: de Koning der Joden.

Van de vervulling van Gods beloften is dus nog geen sprake. De ‘tijden der heidenen’ duren nog steeds voort (Luk. 21:24), ook al is Jeruzalem in handen van de Israëli's. De voorwaarde, die God aan Israël stelt om (weer) in Zijn gemeenschap te worden aangenomen, en Zijn beloften te vervullen, resulterend in de definitieve terugkeer en herstel, kunnen we samenvatten in één woord: geloof. Dat wil zeggen: gehoorzaamheid en onderwerping aan Zijn Woord.

Wanneer?

Wanneer begint het definitieve herstel van Israël naar Gods beloften? Eén van de belangrijkste profetieën om deze vraag te kunnen beantwoorden is de profetie van de 70 (jaar)weken, zoals we die vinden in Daniël 9.
Daniël was één van degenen, die zich in ballingschap bevonden. In Babel bestudeerde hij het boek van Jeremia en lette vooral op het getal der jaren, dat over de puinhopen van Jeruzalem 70 jaar voorbij zou gaan (zie Dan. 9:2).
Uit de boeken van Jeremia en Daniël wordt duidelijk, dat de 70-jarige ballingschap in Babel eigenlijk een schaduw was van een veel langere periode, omschreven als ‘zeventig weken’. Pas na die lange periode zou het allesomvattende herstel plaatsvinden van land en volk, zoals door God beloofd bij monde van Zijn heilige profeten van oudsher. Dat wil zeggen: na de 70 weken gaat de Here God vrede en heil geven aan Israël, en al Zijn beloften vervullen (zie Dan. 9:24). Dan pas zal er sprake zijn van de allesomvattende en definitieve terugkeer uit alle volkeren!
Deze periode van 70 (jaar)weken is dus nog steeds niet voorbij. Wat er op kortere of langere termijn ook gebeurt in en om Israël, de laatste jaarweek moet nog aanbreken. En dat betekent ook, dat het definitieve herstelplan van God nog steeds niet begonnen is. Integendeel! Het grootste debâcle moet in de laatste jaarweek nog aanbreken als het volk, door de verleiding van de antichrist, in Jeruzalem de knieën zal buigen voor een beeld ter ere van het beest (lees: ter ere van satan!).
De vervulling van die laatste jaarweek en de gebeurtenissen die zich dan zullen afspelen in Israël en Jeruzalem blijven beangstigend. De verwoesting door Nebukadnezar was verschrikkelijk. De verwoesting door Titus in het jaar 70 was erger. Maar de verwoesting die het tegenwoordige Jeruzalem nog te wachten staat, zal alle vorige verschrikkingen overtreffen.
Jeruzalem zal nog eens door de heidenen vertreden worden (Zach. 14:2). In Openbaring 11:2 lezen we dat die vertreding 42 maanden (3½ jaar = de helft van de laatste jaarweek) zal duren.
Uit diverse teksten wordt duidelijk, dat de oordelen die in de eindtijd van Godswege over Israël zullen komen, tot gevolg hebben, dat het land ontledigd wordt (zie bijv. Jes. 24), zodat slechts een overblijfsel zal ontkomen (vgl. Jes. 10:20-23).
Pas na de verdrukking van die dagen zal de Here “…Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere” (zie Matt. 24:29-31). Dan vindt de terugverzameling plaats, die door God is beloofd in vele Oudtestamentische profetieën en door Hem zal worden uitgevoerd. Dan zal het verwoeste land weer worden bewerkt, ja, het zal worden als de hof van Eden! (zie Ezech. 36:33 e.v.)

De conclusie is dan ook, dat de huidige staat niet de vervulling is van het bijbelse Israël zoals dat er in de toekomst zal zijn.
En dat maakt de terugkeer van al die mensen vandaag zo wrang. Niet dat ze het in hun land van herkomst zoveel beter hadden misschien, maar in Israël hebben zij geen veilige thuishaven gevonden, noch een land overvloeiende van melk en honing. Integendeel, elke dag is hun leven in gevaar en de chaos wordt alsmaar groter. Het grote manco is destijds kernachtig verwoord door de Engelse bijbelleraar wijlen David Gwylim Jones, toen hij zei: “Israël keert wel terug naar het land, maar niet naar de HERE.”
Alle (toekomstige) zegeningen voor het volk en het land zijn afhankelijk van Israëls terugkeer tot de HERE. De finale terugkeer zal eerst plaatsvinden na de tijd van grote benauwdheid en verdrukking, die een louterende uitwerking zal hebben op een gelovig overblijfsel (vgl. Zach. 13:8-9). Dan zal het land Israël echt een thuishaven zijn: vrede, veiligheid, welzijn.
Aan de enkeling die vandaag zijn ziel in lijdzaamheid bezit in een verscheurd land, mogen wij - net als overal - de genade van God in de Here Jezus Christus prediken: de boodschap van verlossing. Alleen bij Hem is de vrede te vinden, die alle verstand te boven gaat.

WEDEROM zal de HERE Zijn hand opheffen!

Jesaja zegt: “En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom Zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van Zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee” (Hs. 11:11).
Deze tekst spreekt over de terugkeer van het volk Israël uit het Midden-Oosten en de kustlanden rondom de Middellandse Zee. Het gaat om een ‘emigratiegolf’, die van Godswege in gang wordt gezet, namelijk wanneer Hij Zijn hand opheft: daartoe het officiële teken geeft. De tekst geeft duidelijk de periode aan waarin dit zal geschieden. De uitdrukking "te dien dage" (Engelse vertaling: ‘in die Dag’) wijst op de Dag des HEREN, die nog moet aanbreken. Het is de Dag, waarop de HERE Zich aan de wereld zal openbaren, uit Zijn verborgenheid treedt en Zijn heerschappij op aarde zal vestigen. Dit betekent dat Jesaja 11:11 en volgende verzen in vervulling zullen gaan bij het aanbreken van de Dag des HEREN.
Dat is wat het Woord zegt. Sommigen zeggen, dat er in onze tijd ook Joden uit o.a. Ethiopië naar Israël gekomen zijn. Zij veronderstellen hiermee, dat genoemde tekst bezig is haar vervulling te krijgen. Dat Joden uit allerlei landen naar Israël geëmigreerd zijn, is ondubbelzinnig tekenend voor de tijd waarin we leven. Maar het verandert niets aan wat God zegt in Jesaja 11: “de HERE zal wederom Zijn hand opheffen.” God zegt in Zijn Woord: te dien dage - d.i. in de Dag des HEREN - zal het geschieden... We moeten dus niet vooruitlopen op de vervulling van deze belofte, maar wachten op het voorzegde tijdstip.
Niettemin heeft hetgeen vandaag plaatsvindt ons veel te zeggen. Het is tekenend voor de toekomstige gebeurtenissen in en om Israël; die werpen als het ware hun schaduw vooruit, maar... het is (nog) niet de vervulling van deze beloften van God. Het is noodzakelijk deze dingen duidelijk te onderscheiden en te beseffen dat eerst de Dag des HEREN begint, voordat het herstel waarover Jesaja hier spreekt, een aanvang neemt.

Voor de tweede maal

In Jesaja 11:11 staat: "wederom". Dat woordje is niet vervuld door emigratie zoals we die in de voorbije jaren hebben gezien, bijvoorbeeld middels ‘de operatie Mozes’ of ‘de operatie Salomo’, etc. De Statenvertaling heeft voor ‘wederom’: “ten anderen male”. Letterlijk staat er gewoon dat de HERE voor de tweede maal Zijn hand zal opheffen. Als het voor de tweede maal is, moet er ook en eerste keer zijn. Dat was, toen de HERE Zijn volk uit Egypte leidde: “En de Egyptenaren zullen weten, dat Ik de HERE ben, wanneer Ik mijn hand tegen Egypte uitstrek en de Israëlieten uit hun midden wegleid” (Exod. 7:5). De verlossing van Israël uit Egypte destijds vond plaats onder het Oude Verbond. Wanneer de HERE voor de tweede maal Zijn hand zal opheffen, staat dit in het teken van het Nieuwe Verbond (zie bijv. Jes. 11:16, Ezech. 20:33-38 en Hosea 2:14). Destijds was het de eerste maal, dat Israël door de HERE verlost werd, straks zal het dus de tweede (en tevens laatste) keer zijn.

Loskopen

Het woord ‘loskopen’ in de NBG-vertaling is niet verkeerd vertaald, maar kan wel een verkeerde indruk wekken. Het komt van het Hebreeuwse ‘qanah’, dat meerdere betekenissen heeft: verwerven, bezitten, kopen, enz. De woorden Kana, Kaїn en Kanaän zijn er o.a. van afgeleid. Het wekt zelfs zo’n verkeerde gedachte op, dat het feit dat Israël destijds 35 miljoen betaald heeft om Joden uit Ethiopië te krijgen, is uitgelegd als het ‘loskopen’ van Godswege.
Nergens leert de Schrift dat de almachtige God aan wie Israël toebehoort, geld gaat of laat betalen voor de verlossing van Zijn volk. De enige keer, dat er (in dit verband) over ‘losgeld’ gesproken wordt, is in Jesaja 43:3, waar het woord ‘kaphar’ gebruikt wordt: bedekken of verzoenen. Nee, toen de Israëlieten destijds uit Egypte togen kregen zij zelfs nog geld en sieraden mee! Feitelijk is de ‘losprijs’ reeds betaald in het verzoenend sterven van de Here Jezus, zoals we kunnen lezen in Marcus 10, vers 45: “Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.” Dat geeft Hem het recht om straks op Gods bepaalde tijd (dit wil zeggen: "te dien dage") Zijn uitverkorenen te verzamelen.

De Statenvertaling is hier duidelijker. Daar staat ‘verwerven’ in plaats van ‘loskopen’. Verwerven wil zeggen: tot Zijn eigendom maken. Dit is het bijzondere aan Israël: “...want de Here heeft Zich Jakob verkoren, Israël tot Zijn eigendom” (Ps. 145:4). In Exodus 15:16 vinden wij (ook in de NBG) hetzelfde woord zo vertaald: "Uw volk, dat Gij U hebt verworven", dus tot eigendom gemaakt hebt. Hier bezingt Mozes de verlossing (verwerving) uit Egypte. Dat was de eerste maal. Straks zal de HERE wederom (voor de tweede en laatste keer) Zijn hand opheffen en de Israëlieten verlossen (verwerven) uit alle landen, o.a. Egypte, Pathros, Ethiopië, enz., om hen opnieuw tot Zijn eigendom te maken. Dit schrijft de profeet Maleachi in het laatste boek van het Oude Testament: “Zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de HERE der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal” (Mal. 3:17a).

Een keer in hun lot

Bij het aanwijzen van de vervulling van profetieën vergist men zich al gauw, wanneer het kader ontbreekt over wat er in de toekomst nog moet gebeuren in en om Israël. De geschiedenis van het Israël wordt definitief voleindigd in de 70e jaarweek (Dan. 9), waarvan het laatste deel gekenmerkt wordt door oordelen. Daardoor zullen de meeste inwoners ofwel door het zwaard vallen, of uit het land verdreven worden. Dit is één van de voorbeelden, waarin over deze eindtijd-tragedie gesproken wordt: “Door het zwaard zult gij vallen; in het gebied van Israël zal Ik over u gericht houden; en gij zult weten, dat Ik de HERE ben” (Ezech. 11:10).
Slechts een klein overblijfsel zal de beloften van God beërven: “En het zal te dien dage geschieden, dat de rest van Israël en wat van Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze sloeg, maar in waarheid steunen zullen op de HERE, de Heilige Israëls. Een rest zal zich bekeren, de rest van Jakob, tot de sterke God” (Jes. 10:20, 21) Met hen (Zijn losgekochten) bouwt de HERE Zelf een nieuwe toekomst op. Als dat gebeurt zal elk misverstand worden opgehelderd: iedereen zal weten, dat God de HERE is. “Zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: “Wederom zal men dit woord zeggen in het land van Juda en in zijn steden, wanneer Ik een keer heb gebracht in hun lot: De HERE zegene u, rechtvaardige woonstede, heilige berg!” (Jer. 31:23)

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Petrus, mens & apostel

Impulsief, direct, vol liefde, koppig, enthousiast, berouwvol ...

Eigenschappen die van toepassing zijn op Petrus.

Als apostel neemt hij een voorname plaats in als het gaat om het werk van God. Hij is letterlijk een 'sleutelfiguur' in Gods plan met Israël; hem zijn immers de sleutels van het koninkrijk der hemelen gegeven. Hij was één van de drie apostelen die bijzondere dingen meemaakte met de Heere Jezus. De opgestane Heer stelde hem in Zijn dienst om Zijn lammeren te weiden en Zijn schapen te hoeden. Hij was destijds één van de steunpilaren van de gemeente te Jeruzalem.

Als mens is hij iemand in wie we ons gemakkelijk kunnen herkennen.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Leeswijzer - Doelgericht Bijbellezen

Meer weten over Degene in Wie je als christen gelooft? Dan is de Bijbel dé bron van informatie. Daarbij is het niet alleen belangrijk dát je de Bijbel leest, maar ook hóe je leest. Wil je ontdekken wat God heeft geopenbaard en zeggen wil? Of zoek je bevestiging van hoe je zelf je geloof wilt 'inrichten'?
Doelgericht Bijbellezen is van grote invloed op de wijze waarop we leven, gemeente-zijn en zicht hebben op Jezus Christus.

Met vragen om persoonlijk of groepsgewijs verder over na te denken.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Schatten uit Gods Woord - 3

De serie Schatten uit Gods Woord bevat boeken waarin allerlei Bijbelse onderwerpen worden behandeld. Deze onderwerpen kun je zien als schatten die je opgraaft vanuit Gods Woord. David zegt: "De woorden van de HEERE zijn reine woorden, als zilver gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal" (Ps. 12:7). Hij schrijft dit om daarmee de betrouwbaarheid van Gods woorden te onderstrepen. Zij staan wat dat betreft lijnrecht tegenover de woorden die trouweloze mensen spreken (zie vs. 2-5). Wat God zegt in Zijn Woord kun je zonder meer aannemen; Hij is immers Zelf de waarheid! Daarom is het zo de moeite waard om de Bijbel te lezen, te overdenken en te leren begrijpen. Daar word je wijs van!

Spreuken 3:13-15 zegt:
"Welzalig is de mens die wijsheid vindt,
                          de mens die inzicht verkrijgt, want
                                - haar opbrengst is beter
                                  dan de opbrengst van zilver en
                                - haar inkomen beter dan bewerkt goud,
                                - zij is kostbaarder dan robijnen.
Al jouw wensen zijn met haar niet te vergelijken".

Bekijk hier de inhoudsopgave van dit boek

Info & Bestellen