Feest van Christus'opstanding

Feest van Christus'opstanding

Het paasfeest heeft van origine een heidense, afgodische achtergrond. Het mag duidelijk zijn dat gelovigen zich daar uitdrukkelijk van (moeten) distantiëren, zoals van alle afgoderij. Tegenwoordig wordt onder christenen met Pasen bijzonder stilgestaan bij de opstanding van de Here Jezus Christus en dat is een uitermate belangrijk heilsfeit met verstrekkende gevolgen. Waarom is de (lichamelijke!) opstanding van Christus zo belangrijk?

1. Bevestiging van ‘Het is volbracht’

Volgens de beschrijving van Johannes zijn dit de laatste woorden van de Here Jezus: “Hierna zeide Jezus, daar Hij wist, dat alles reeds volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden: Mij dorst! Er stond een kruik vol zure wijn; zij staken dan een spons, gedrenkt met zure wijn, op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest” (Joh. 19:28-30).
Hij had alles volbracht. Dat alles heeft ongetwijfeld betrekking op de opdracht die Hij zou vervullen bij Zijn komst in de wereld: het verlossingswerk volbrengen.
In Psalm 40 spreekt David profetisch over Degene van wie de Schriften getuigen: “Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de boekrol is over mij geschreven; ik heb lust om uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste” (vs. 8-9).
De Here Jezus kwam op aarde om de wil van God te doen en Hij heeft dat op volmaakte wijze gedaan: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt” (Joh. 17:4). Zodoende kon de Here zeggen: ´Het is volbracht´.
Maar het ´volbrengen´ had niet alleen betrekking op Zijn verlossingswerk, maar ook op de vervulling der Schrift. Daarom sprak de Here nog enkele woorden: “Mij dorst”. De bekende lijdenspsalm 22 voorzegt dit eigenlijk al, in vers 16: “…mijn tong kleeft aan mijn gehemelte…”
En Psalm 69:22 zegt. “Ja, zij gaven mij gif tot spijze, en lieten mij in mijn dorst azijn drinken.” Ook dit Schriftwoord moest vervuld worden en daarom nam de stervende Heiland de zure wijn. Vervolgens boog Hij het hoofd en gaf de geest: ´Het is volbracht´.
Zoals gezegd: Hij heeft op volmaakte wijze de wil van God volbracht en al de Schrift vervuld. In dit volbrachte werk ligt ook de vervulling der Wet opgesloten, waarvan de Here Zelf heeft gezegd dat Hij die zou vervullen (Matt. 5:17).
Paulus zegt in Romeinen10, dat Christus het einde der Wet is: “Want Mozes schrijft: De mens, die de gerechtigheid naar de wet doet, zal daardoor leven” (vs. 4-5).
De Here Jezus heeft de gerechtigheid der Wet gedaan en zou dus als ´beloning´ het leven moeten ontvangen. Om die reden zegt Petrus in Handelingen 2:24 over Hem, die ´aan het kruis genageld en gedood´ is: “God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.”
Het loon van de gerechtigheid is leven… het was dus onmogelijk, dat de dood Hem kon vasthouden!

2. Overwinning over zonde en dood

Romeinen 6:23 zegt: “Het loon dat de zonde geeft, is de dood…” Welnu, de boodschap der verzoening zegt in 2 Korintiërs 5: “Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem” (vs. 21). De Here is, om het met een Oudtestamentisch woord te zeggen, de ´zondebok´ geworden. Het bloed van offerdieren bedekten de zonden voor Gods aangezicht, maar zij konden de zonden niet wegnemen. Johannes de Doper wijst de Here Jezus aan als “…het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh. 1:29, zie ook Hebr.10). Zijn bloed reinigt ons van alle zonde, schrijft Johannes in zijn eerste brief, en daartoe is hij ook geopenbaard “ opdat Hij de zonden zou wegnemen” (! Joh. 1:7 en 3:5).
Zoals Hij beladen met (onze) zonde de dood is ingegaan, zo zou Hij in Zijn opstanding (en in Zijn wederkomst) “…ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachten” (zie Hebr. 9:26-28).
De zonde is weggedaan en de dood is overwonnen, waarmee ook de woorden van Jesaja 25:8 vervuld zijn, zoals Paulus ze aanhaalt in 1 Korintiërs 15: “De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus” (vs. 54-57).

3. Overwinning over de macht der duisternis

Kolossenzen 2:15 zegt dat Christus de overheden en de machten heeft ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen heeft gezegevierd.
Zijn opstanding betekent de definitieve nederlaag voor de machten der duisternis: de boze heeft geen macht meer over allen die Christus toebehoren, die in Christus zijn.
In Hebreeën 2.14 lezen we: “Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen…”
De duivel is onttroond, zijn wapen is hem uit handen genomen. Niet de duivel, de dood heeft het laatste woord, maar Christus, die het Leven is.
De macht van satan reikt niet verder dan de oude schepping. Alles wat zich in de nieuwe schepping bevindt, ligt buiten zijn bereik. Op het terrein van de oude mens kan de boze zijn aanvallen uitvoeren en (dodelijke) schade aanrichten, maar de nieuwe mens is verborgen met Christus in God (Kol. 3). Veilig en wel!
God heeft “…ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden” (Kol. 1:13-14).
In de verrijzenis van de Here Jezus zijn Zijn eigen woorden vervuld: “Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven…”!

4. Gods Zoon

In de inleiding van de Romeinen-brief spreekt Paulus over het Evangelie “…aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.”
Door de opstanding heeft God verklaard dat Jezus Christus Zijn Zoon is. Dat komt merkwaardig over als we bijvoorbeeld denken aan Lukas 1:32 waar al gesproken wordt over Jezus als de Zoon van de Allerhoogste! Hoe zit dat dan?
Het antwoord ligt opgesloten in het woord ´verklaren´. Dat komt van het Griekse ´horizo´, waarin we ons woord horizon herkennen. Het betekent: de grenzen van een plaats markeren en daaruit voortvloeiend: aanwijzen, bepalen, bestemmen.
Het gaat om Zijn positie als Zoon, als Erfgenaam. Erfgenaamschap is niet in de eerste plaats een zaak van (natuurlijke) geboorte, maar van aanstelling. Door die aanstelling komt iemand op de eerste plaats, een bevoorrechte positie, e.d. In de Bijbel komt het dikwijls voor, dat niet de eerste, maar de tweede zoon het eerstgeboorterecht ontvangt.
Hebreeën 1 zegt, dat God in het laatste der dagen gesproken heeft in de “…Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen…”
Psalm 2:7 sprak daar al over: “Ik wil gewagen van het besluit des HEREN: Hij sprak tot mij: Mijn Zoon zijt gij, Ik heb u heden verwekt.” Op het eerste gezicht zou je kunnen denken, dat dit ´verwekken´ betrekking heeft op Zijn geboorte, maar Handelingen 13:32-33 laat zien, dat deze profetische woorden verwijzen naar de opgestane Heer.

Nu moeten we er nog wel iets bij zeggen. Romeinen 1 zegt namelijk dat de opgestane Heer verklaard is Gods Zoon te zijn in kracht… God heeft in de opstanding van Zijn Zoon en Zijn verhoging Zijn overweldigende kracht betoond (Efe. 1:19) en Hem gezet boven alles. De plaats van de Zoon is in overeenstemming met Zijn positie, namelijk ter rechterhand Gods, d.w.z. dat Hij gezeten is in de macht van God. In die kracht zal Hij in de toekomst in de wereld verschijnen!

5. Christus en Here (kurios)

Dit heeft te maken met het voorgaande. Petrus zegt in Handelingen 2:36 over de Opgestane: “Dus moet ook het ganse huis Israels zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt.”
Christus is HEER. Paulus zegt: “Wij prediken… Christus Jezus als Here” (2 Kor. 4:5) en in zijn toespraak op de Areopagus in Athene roept hij de mensen op zich te bekeren en voor Hem te buigen: “God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen; 31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken” (Hand. 17:30-31).

6. Fundament voor ons behoud

Paulus zegt in 1 Korintiërs 15: ‘Als wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen’ (vs. 19). In dit indrukwekkende hoofdstuk noemt hij nog veel meer redenen waarom de opstanding van Christus zo belangrijk is.
Als Christus niet is opgewekt, dan:
Vs. 14 - is onze prediking zonder inhoud (ijdel)
Vs. 14 - is uw geloof zonder inhoud (vergeefs)
Vs. 15 - zijn wij valse getuigen van God, oftewel leugenaars!
Vs. 17 - is uw geloof zonder vrucht en zijt gij nog in uw zonden
Vs. 18 - zijn ook de ontslapenen verloren
Vs. 19 - zijn wij beklagenswaardig
Gelukkig kan hij dan ook uitroepen in vers 20: “Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden...”
De opstanding is het fundament van ons behoud, zie Romeinen 5:10 en 10: 9 en 10: “Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.”
Met andere woorden: Als je geloof niet verder gaat dan het Kruis, dan ben je op een doodlopende weg!

7. Lichamelijke opstanding

In 1 Korintiërs 15 benadrukt Paulus ook de lichamelijke opstanding van Christus. Ieder jaar verschijnen rond Pasen links en rechts artikelen, waarin moderne theologen de lichamelijke opstanding ontkennen. Dat wil er bij velen niet in. Toch laat de Bijbel moverduidelijk zien, dat opstanding niet alleen een geestelijkezaak is, maar ook van betekenis is voor het lichaam.
In Zijn opstandingslichaam is de Here Jezus aan Zijn discipelen verschenen. Opvallend is daarbij het punt van de herkenning. Enerzijds wordt Hij aanvankelijk niet herkend, bijvoorbeeld door Maria en de Emmaüsgangers, anderzijds komen zij later allen tot ontdekking, dat Hij het is.
Het feit, dat de Heer lichamelijk is opgestaan moge blijken uit de vele getuigen, die Hem met eigen ogen gezien hebben (zie 1 Kor. 15:5-6).
In Lukas 24 lezen we het verslag van één van Zijn verschijningen. De discipelen spraken met elkaar over wat er allemaal gebeurd was. Midden in het gesprek verscheen de levende Heer plotseling in hun midden. Waarschijnlijk was Hij daar zomaar, terwijl de deur gesloten was (vgl. Joh. 20:19).
Hieruit blijkt, dat het opstandingslichaam niet meer afhankelijk is van de materie, waaruit de oude schepping bestaat.
De discipelen schrokken en meenden een geest te aanschouwen. Het is belangrijk acht te geven op de reactie van de Heiland: “Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart?
Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het Zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb” (vs. 38-39). Zij zagen dus Zijn lichamelijke gestalte en konden die ook betasten. Zijn lichaam was (en is) dus een realiteit!

1 Korintiërs 15:20 zegt niet alleen, dat Christus uit de doden is opgewekt, maar ook: “… als eersteling van hen die ontslapen.” Dat biedt ons mensen, die een lichaam hebben, perpectief!
Paulus omschrijft het lichaam, dat wij nu bezitten, als een natuurlijk, stoffelijk lichaam; het opstandingslichaam noemt hij een geestelijk lichaam.
Als de apostel spreekt over een ‘geestelijk lichaam’, betekent dat dus niet een geestverschijning ofzo, maar een zichtbaar, tastbaar lichaam, dat behoort tot de geestelijke wereld.
Het opstandingslichaam heeft ‘vlees en beenderen’, en kan daarom niet worden aangemerkt als een ‘geest’.
Het natuurlijke lichaam hoort bij de oude mens, Adam, terwijl het geestelijk lichaam hoort bij de nieuwe Mens, Christus. En Paulus zegt daarover: “En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen” (vs. 49).
Het geestelijk lichaam behoort dus tot de sfeer van de nieuwe schepping en is daarom ‘niet met handen gemaakt’ (zie 2 Kor. 5:1 en vgl. met Hebr. 9:11).
Paulus zegt van het natuurlijk lichaam, dat het ‘gezaaid’ wordt. Veelal denkt men hierbij aan de begrafenis: ‘we zaaien het lichaam in de aarde’. Toch moeten wij bedenken, dat het zaaien niet plaatsvindt bij de dood, maar al vóór de geboorte!
Wat gezaaid wordt (het natuurlijke lichaam) is tijdelijk, daarom sterft het na verloop van tijd; wat opgewekt wordt (het geestelijk lichaam) is blijvend, en sterft dus niet meer.

In de verzen 42 en 43 laat Paulus het verschil zien tussen ons huidige lichaam en het toekomstige. Hij noemt drie tegenstellingen:

  1. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid
  2. Er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid (zie Filipp. 3:21 ´verheerlijkt lichaam´)
  3. Er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht

Zo zien we, dat de opstanding ons een geweldig uitzicht geeft. Paulus zegt, dat wij leven “…in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam” (Rom. 8:23). En in die hoop zijn wij behouden…
De Here Jezus Christus is ons voorgegaan. Hij bevindt Zich reeds in Zijn verheerlijkt lichaam in de hemel. Zijn opstanding waarborgt ook onze opstanding.
Nu zijn we reeds met Hem levend gemaakt en opgewekt uit de dood, maar het is nog een verborgen realiteit. Als wij ons (oude) lichaam hebben afgelegd, zal de laatste stap in Gods verlossingsplan werkelijkheid worden: wij zullen daadwerkelijk opstaan in een vernieuwd, verheerlijkt lichaam, en zo onze plaats in Gods heerlijkheid innemen. Gods Woord is de waarheid, en daarom zijn wij te allen tijde vol goed moed. We zijn als gelovigen bevoorrechte mensen! Wij mogen te allen tijde weten: het beste komt nog!

Pasen mag dus voor ons zijn: het feest van de opstanding, de overwinning en de hoop, het feest van de opgestane en verheerlijkte Heer, die beloofd heeft: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openb. 21:5).

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Pas verschenen in de Morgenrood-reeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

NIEUWSTE UITGAVE: Psalm 23

Het KIND en de kinderen

"Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen" (Psalm 103:13).

In de inleiding schrijft de auteur: 'Bijbelse woorden zijn zuiver. Ze komen van God, Die heilig is. Ze vertellen geen leugens, ze zijn waar en betrouwbaar. Zijn Woord is door Zijn Geest op doordachte wijze tot zinnen gevormd. Aan de formulering is veel aandacht besteed. Het is Zijn goddelijke manier van 'zeggen' om tot ons hart te spreken'.
Vanuit deze overtuiging is dit boekje geschreven. Het bevat een boeiende en verrassende woordstudie over het woord 'kind' in met name het Nieuwe Testament. Maar behalve dat is dit boekje ook een handleiding van hoe je Bijbelstudie kunt doen. De schrijfster geeft de lezer of lezeres een kijkje in haar overwegingen en - als het ware hardop denkend - neemt zij hem of haar mee op de weg naar het resultaat van haar onderzoek.

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Belangrijke Bijbelwoorden

Geloof - gerechtigheid - genade - uitverkiezing - verzegeling

Er zijn veel bekende woorden in de Bijbel die vaak door gelovigen worden gebruikt. Voor dit boekje hebben we er vijf uitgekozen: geloof, gerechtigheid, genade, uitverkiezing en verzegeling. Wat voor betekenis hebben ze in de Bijbel en welke plaats hebben ze in onze persoonlijke relatie met God?

In elk van de vijf hoofdstukken in dit boekje wordt één van deze onderwerpen bestudeerd. De lessen die ze ons leren, hebben onderling met elkaar te maken en draaien om een schitterend middelpunt: de genade van God. Het zicht op de werking van Gods genade in je leven - in je redding, in je praktische leven nu en in je hoop op de toekomst - doet je groeien in het begrip van Wie God voor je is.

Bekijk hier de inhoudsopgave

Ook als e-book verkrijgbaar!

Info & Bestellen

Recente uitgaven Everread Uitgevers

Naast de boekjes uit de Morgenroodreeks geeft Everread ook andere boeken uit. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt naast de uitgaven in de reeks óók elke nieuwe uitgave van Everread (jaarlijks 2 á 3) met een korting van 25%!

Teken nu in op 'Schatten uit Gods Woord - 4'

Dit vierde deel uit de serie Schatten uit Gods Woord bevat - evenals de eerste drie delen - vele uiteenlopende en interessante onderwerpen. Wie de inhoudsopgave van dit boek bekijkt, heeft meteen een overzicht daarvan. Het is niet noodzakelijk om de hoofdstukken van begin tot einde te lezen. Elk hoofdstuk staat op zichzelf en kan daarom ook afzonderlijk gelezen worden.

Het algemene motto voor het uitgeven van deze serie is te lezen in Spreuken 16:20. Hier staat:

“Wie verstandig omgaat met het Woord,
zal het goede vinden,
en wie op de HEERE vertrouwt:
welzalig is hij”.

Schatten uit Gods Woord - 4 verschijnt rond 24 november 2018.

Teken hier in