Wonder op het water

Wonder op het water

Het vijfde teken in het Johannes-evangelie is heel bijzonder. Niet alleen omdat de Heere Jezus over het water loopt, maar ook omdat er, zo lijkt het althans, nog een wonderteken in verborgen zit.

Lopen op het water
Allereerst worden we in dit gedeelte in Johannes 6 met nadruk bepaald bij het feit, dat de Messias de inderdaad de Zoon van de levende God is. In Job 9:8 wordt over de Heere God als Schepper van hemelen en aarde, gezegd: “Hij alleen spant de hemel uit, en Hij treedt op de hoogten van de zee.”
En in Psalm 89:9-10 lezen we: “HEERE, God van de legermachten, wie is als U? Groot van macht bent U, HEERE; Uw trouw omringt U. U heerst over de overmoed van de zee; wanneer haar golven zich verheffen, stilt Ú ze.”
Uit deze en andere teksten blijkt, dat God de heerschappij heeft over de schepping, en dus ook over de zee en het water. Gebeurtenissen als deze worden door velen (theologen incluis) toegeschreven aan de verbeelding van de schrijvers. We moeten niet denken, dat dit echt gebeurd is, want dat kan niet in de ogen van de moderne mens. Nee, de evangelisten hebben dergelijke verhalen gebruikt of verzonnen om daarmee de bijzonderheid van Jezus te ondersteunen. Hier is echter geen enkele aanleiding voor. Integendeel, we mogen van ganser harte in de waarheid van dit getuigenis geloven en ook dit wonder ook letterlijk opvatten.

De Heere Jezus heeft echt over het water gelopen en Petrus ook (zie Matt. 14).

Over Petrus gesproken, die dit wonder dus zelf heeft ervaren, hij zegt in zijn brief: “Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten…” (2 Petr. 1:16).
Zou Hij, die hemelen en aarde gemaakt heeft, inclusief de natuurwetten, niet bij machte zijn over water lopen? De vraag stellen is haar beantwoorden. Ook hier gaat het niet om begrip van onze kant, maar geloof, onvoorwaardelijk vertrouwen op wat God zegt.

Ik, Ik ben
Het was ook voor de discipelen een bijzondere gebeurtenis. Zij zagen Jezus over de zee gaan “…en zij werden bevreesd.” Natuurlijk was het voor hen ook abnormaal. Ook zij wisten dat iemand niet zomaar op het water kan lopen. Zij konden hun ogen niet geloven! Toch was het echt. Als de Heere Jezus bij het schip is aangekomen, stelt Hij hen gerust en zegt: “Ik ben het, wees niet bevreesd” (Joh. 6:20).
In onze vertaling lezen we simpelweg: “Ik ben het…” De grondtekst zegt: ‘Ego eimi’, waarin eigenlijk tweemaal het woord ‘ik’ ligt opgesloten. ‘Ego’ betekent: ik, en ‘eimi’ betekent: ik ben. Vandaar: ‘Ik, Ik ben’
Deze manier van spreken stemt volkomen overeen met het doel van het Johannesevangelie om te laten zien dat “…Jezus de Christus is, de Zoon van God” (Joh. 20:30). In elke uitspraak herkennen we iets van de Naam van God. Denk daarbij aan Exodus 3:13 en 14, waar God Zijn Naam bekendmaakt aan Mozes: "En God zei tegen Mozes: Ik ben, die Ik ben.” En in het volgende vers staat dan: "Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie."
Vers 14 zegt: "Ik ben heeft mij naar u toe gezonden"; vers 15 zegt: "De HEERE (...) heeft mij naar u toe gezonden." Wanneer we in het Oude Testament lezen over 'HEERE' dan staat daar in het Hebreeuws de Naam van God, JHWH, Jahweh... De woorden 'Ik ben' bepalen ons daardoor bij de HEERE, en dat is God Zelf!
Door ten overvloede het woordje ‘Ik’ te gebruiken legt de Heere Jezus de nadruk op Zichzelf en geeft aan, dat Hij Dezelfde is als de HEERE in het Oude Testament. Zie bijvoorbeeld Jesaja 43, vers 11: "Ik, Ik ben de HEERE, buiten Mij is er geen Heiland."
Dit ‘Ego eimi’ komt diverse keren voor in het Johannesevangelie, bijvoorbeeld in de zogenaamde ‘Ik ben’-uitspraken van de Heere Jezus. En in Johannes 4:26, in het gesprek met de Samaritaanse vrouw: "Ik, Ik ben, Die met u spreekt." In hoofdstuk 8:18 tegen de Joden: "Ik, Ik ben, Die van Mijzelf getuig." En: “...als u niet gelooft, dat Ik, Ik ben, zult u in uw zonden sterven" (vs. 24). Hij is Degene Die er al was in den beginne: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, Ik, Ik ben" (Joh. 8:58).
In de geschiedenis van de gevangenneming van de Heere Jezus in Johannes 18 wordt ons duidelijk welke kracht er in deze Naam van God schuilt. Wanneer de Heere Zijn woorden tot de kleine kring van Zijn trouwe volgelingen heeft beëindigd en Hij tot de Vader gebeden heeft, gaat Hij met Zijn discipelen naar de overzijde van de beek Kidron, waar een hof was. En daar kwam Judas, "…die de afdeling soldaten en enkele dienaars van de overpriesters en Farizeeën meegenomen had, kwam daar met lantaarns, fakkels en wapens" (vs. 2). Als zij zeggen Jezus, de Nazoreeër te zoeken zegt de Heere: "Ik, Ik ben…” In vers 6 zie we hun reactie: "Toen Hij dan tegen hen zei: Ik, Ik ben, deinsden zij terug en vielen op de grond." Daarna gaat de Heere Jezus mee om het lijden op Zich nemen.1
Zijn Naam is wonderbaar en in Zijn Naam is de zaligheid: “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven…” (Joh. 1:12).

Wonderteken
Wat is nu de betekenis van dit wonder, afgezien van wat hierboven al is gezegd? En is dit alles, of is er nog meer van te zeggen? Het lijkt erop, dat de Heere met dit teken vooruitwijst naar de tijd, dat Israël tot bekering zal komen en teruggebracht wordt naar het land.

Er zijn twee zaken in deze geschiedenis die belangrijk zijn.
1) Johannes 6:21: “Zij wilden Hem dan in het schip nemen…” Het woord ‘wilden’ is in het Grieks ‘ethelon’. Ditzelfde woord vinden we ook in vers 11 van dit hoofdstuk. Dit willen duidt vooral op de gesteldheid van het hart. Ze verlangden ernaar, dat Hij in het schip zou komen. Ze wilden Hem graag aan boord nemen (zie NBG-’51 “wensten” in vers 11).
Het woord ‘nemen’ kan ook vertaald worden met ‘aannemen’ of ‘ontvangen’. Zo vinden wij het bijvoorbeeld in Johannes 1, vers 12: “Doch allen, die Hem aangenomen ( = ontvangen) hebben…” Je zou dus ook kunnen vertalen met: ‘Zij waren gewillig om Hem te ontvangen…”
En dat is nu juist wat zo nodig is als het gaat om de verlossing van Israël. In Johannes 1:11 lezen we: “Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” En dat is toch noodzakelijk om deel te krijgen aan het heil, dat God heeft bereid. Het aanroepen van Zijn Naam, oftewel de aanvaarding van de Messias, staat daarin centraal.

We kunnen hierbij ook denken aan de geschiedenis van Jona. Hij is niet alleen een type van Christus Zelf (vgl. Matt. 12:40 en 16:4), maar ook van het volk Israël. Israël is geroepen het Woord van God onder de heidenen te verkondigen, maar is daar tot op heden nog niet aan toe gekomen. Toen Jona in de buik van de vis in de wateren verkeerde, sprak hij een gebed uit, eindigend met de woorden: “Het heil is van de HEERE” (Hs. 2:9). In het Hebreeuws zit hierin de naam ‘Jezus’ verborgen: de HEERE redt. Jona roept dus als het ware de Naam van de HEERE aan… en wordt behouden. Onmiddellijk lezen we in vers 10: “Toen sprak de HEERE tot de vis, en hij spuwde Jona uit op het droge.” En dat is nu precies wat er ook gebeurde met de discipelen in Johannes 6!

2) In Johannes 6:19 lezen we, dat ze 25 of 30 stadiën hadden geroeid. Dat is ongeveer 5 kilometer. Waarom is dit nu belangrijk om te vermelden? Immers, zonder deze gegevens was het al wonderlijk genoeg geweest. Toch geloven we dat elk Woord van God belangrijk is en z’n betekenis heeft. Kennelijk was dat nog niet de hele afstand die zij moesten overbruggen. Hoever zij nog van hun eindbestemming vandaan waren is moeilijk te zeggen, maar Johannes zegt, nadat zij de Heere Jezus in het schip wilden nemen: “…en meteen bereikte het schip het land waar zij naartoe voeren”(vs. 21).
Meteen dus, onmiddellijk, direct. Het lijkt er op, dat wij hier eveneens te doen hebben met een wonder. Op het moment, dat zij verlangen Hem in het schip te nemen, gebeurt hetzelfde als wat we lazen bij Jona. Ze zijn onmiddellijk op plaats van bestemming! Dat maakt deze geschiedenis in Johannes 6 tot een wonderteken met het oog op Israëls toekomst. Als het volk op een bepaald moment in de toekomst de Naam van de HEERE zal aanroepen, zal het de Messias ‘ontvangen’. Het zal behouden worden en onmiddellijk ‘aan land’ komen, op beschikking van de Allerhoogste.
Dan zullen alle stormen voor het volk voorbij zijn en komt er rust. Israël bevindt zich officieel -in het licht van Gods handelen- nog altijd onder de volkeren. Ze bevinden zich als het ware nog steeds in de zee. Als het moment daar is, dat het volk de Messias aanvaardt, zal de beloofde terugverzameling plaatsvinden en Israël zal in het land gebracht worden en daar wonen in vrede en rust. Het volk zal eten van het Brood des levens en verzadigd worden met alle goede gaven van God!

Noot 1
Lees voor een uitgebreide verhandeling het boekje ‘Ik, Ik ben, Die met u spreek’, verschenen
in de Morgenrood-reeks. Zie www.everread.nl.

Duizenden lezers gingen u voor. Ondersteun AMEN. Word ook abonnee!

Nieuw in de Morgenroodreeks

De Morgenroodboekjes komen uit in de Morgenroodreeks: een serie Bijbelstudieboekjes die sinds 1960 wordt uitgegeven. De in deze reeks verschenen boekjes zijn handzaam en praktisch en helpen je verder om de Bijbel beter te leren kennen.

Gods plan met Israël

Deuteronomium 30:1-10 is het uitgangspunt van dit boekje. Je zou dit hoofdstuk de 'basis-profetie' met betrekking tot het herstel, dan wel de toekomst van Israël kunnen noemen.

Het is belangrijk om een Bijbelse visie op Israël te hebben. Daarbij gaat het om het historische en het toekomstige aspect van het volk, maar zeker ook om het huidige. Door belofte en profetie te verwarren, heb je maar zo een verkeerd zicht op Israël. Dit boekje helpt de lezer enige orde te krijgen in de uitgebreide informatie in de Bijbel over Gods plan met Israël.

Ook verkrijgbaar als e-book!

Meer info & bestellen 'Gods plan met Israël'

Bijbels bidden

Soms wordt er gezegd dat gebed niet belangrijk is; God weet immers toch alles al van tevoren. Toch zie je dat Paulus een man was van gebed, die innig met de Heere leefde, en vanuit die gemeenschap ook Gods leiding ervoer. Gebed heeft met de verborgen omgang met de Heere te maken.

Ook belangrijk: Hoe zouden wij moeten bidden? Of eigenlijk: Wat vragen we van God? Bidden we het 'Onze Vader', omdat de Heere Jezus dat aan Zijn discipelen leerde? Waar leidt Gods Woord ons eigenlijk naartoe?

Ook als e-book verkrijgbaar!

Bestel 'Bijbels bidden'

Uitgaven van Everread Uitgevers

Everread geeft naast de Morgenroodreeks ook andere Bijbelstudieboeken uit; jaarlijks verschijnen er 2 á 3. Wie een Everread-abonnement heeft, ontvangt deze Bijbelstudieboeken automatisch in huis  met een korting van 25%!

Getallen in de Bijbel - 2e druk

'Getallen in de Bijbel' is de vertaling van het Engelse boek 'Number in Scripture' dat al in 1894 verscheen. In boeken die gaan over Bijbelse getallen wordt vaak naar dit standaardwerk verwezen.

In 2013 (het 100e sterfjaar van de schrijver) is de Nederlandse vertaling beschikbaar gekomen. En inmiddels is er - eind 2016, bijna 3 jaar later - deze tweede druk.

De inhoud van dit boek is in tweeën verdeeld.
Het eerste deel gaat over het bovennatuurlijke ontwerp van de getallen in de Bijbel en is min of meer een inleiding op het onderwerp. Het beschrijft onder meer de overheersende rol die (Bijbelse) getallen spelen in de opbouw van de schepping, in de Bijbel, in de chronologie, in de natuur, in de scheikunde en in geluid, muziek en kleuren.
Het grotere, tweede deel gaat over de geestelijke betekenis van allerlei getallen in de Bijbel.

Bullinger besluit zijn voorwoord van dit boek met:
‘Moge het onderzoek van de getallen in de Bijbel in dit boek, Bijbelstudenten stimuleren daarmee verder te gaan; gelovigen versterken in hun allerheiligst geloof en sceptici overtuigen van de Goddelijke perfectie en inspiratie van het Boek der boeken, tot lof en heerlijkheid van God.‘

Meer info & bestellen 'Getallen in de Bijbel - 2e druk'